Text Size

Sri Lanka drie jaar na het officiële einde van de oorlog. Bloedbad niet vergeten!

Op 19 mei 2009 kondigde de regering van Sri Lanka triomfantelijk het einde van een jarenlang aanslepende burgeroorlog aan. Dat er in de eindfase op massale schaal oorlogsmisdaden werden gepleegd en volgens cijfers van een VN-onderzoek minstens 40.000 doden vielen, werd onder tafel geveegd. Deze informatie blijft ook drie jaar na de feiten grotendeels toegedekt. Met de stilzwijgende medeplichtigheid van Europa en ook van ons land.

Tekst van een pamflet dat afgelopen vrijdag aan het Europees Parlement werd verspreid. 

Het offensief van de Singalese chauvinisten werd in 2009 opgedreven met actieve steun vanuit zowel China als India. De VS en de EU keken toe, zwegen en zetten de handelsrelaties met het land gewoon voort. Al snel werd duidelijk dat het bloedbad in de eerste helft van 2009 een heuse slachtpartij was. De VN verwelkomde de overwinning van de regering-Rajapakse. In juli 2009 zorgde het IMF voor een extra lening van 2,6 miljard dollar. Eind 2010 aarzelde Europees president Van Rompuy niet om als eregast deel te nemen aan een concert georganiseerd door de Sri Lankaanse ambassade in Brussel. Van Rompuy verklaarde er dat de relaties tussen Europa en Sri Lanka bijzonder goed zijn.

Wat is er de afgelopen drie jaar veranderd? De uitgaven voor defensie zijn nog toegenomen. In 2011 werd 1,25 miljard euro aan het leger besteed. Dat is bijna tien keer zoveel als aan onderwijs (170 miljoen euro). Voor 2012 is 1,43 miljard euro voor defensie voorzien. De oorlog is officieel voorbij, de financiering ervan niet. Met 200.000 soldaten is het leger van Sri Lanka groter dan dat van Israël.

President Rajapakse heeft zijn greep op de macht vergroot. Zijn familie werd aanzienlijk rijker door hulpmiddelen bedoeld voor de slachtoffers van de tsunami eind 2004 in eigen zakken te laten verdwijnen. De politieke macht werd stilaan onderdeel van het familiebedrijf met onder meer een broer als parlementsvoorzitter, een andere als vice-minister van defensie en een derde broer als minister van economische ontwikkeling. Wie deze machtspositie in vraag durft te stellen, wordt meedogenloos vervolgd. Dat overkwam zelfs generaal Fonseka die als militair bevelhebber in de oorlog tegen de Tamilbevolking tevergeefs wachtte om van zijn deel van de eer te kunnen genieten. Gefrustreerd stelde Fonseka zich kandidaat tegen Rajapakse in de presidentsverkiezingen waardoor hij achter tralies belandde.

Economisch gaat het volgens de regering uitstekend met Sri Lanka. Vorig jaar werd een groei van 8,5% opgetekend. Maar dat volstaat amper om de prijsstijgingen op te vangen, vooral basisproducten als voedsel worden snel duurder. De overheidsschulden nemen snel toe. De belangrijkste exportsector op dit ogenblik bestaat uit huispersoneel dat vooral in het Midden Oosten werkt. Er werken bijna 1,3 miljoen Sri Lankese vrouwen in het Midden Oosten. Niet thee of kledij, maar huisslaven zijn het belangrijkste exportproduct. Niet bepaald een teken van een gezonde economie.

Wat is er de afgelopen drie jaar gebeurd inzake de oorlogsmisdaden? Duizenden Tamils kwamen onder meer in Europa de straat op om een onafhankelijk onderzoek te eisen. In Sri Lanka stelde de regering een onderzoekscommissie aan: de Lessons Learnt and Reconciliation Committee (LLRC). Er werden geen lessen geleerd en het kwam niet tot verzoening. Een recente stemming in de VN Mensenrechtenraad kwam niet verder dan een oproep aan Sri Lanka om de beperkte conclusies van de LLRC na te komen. Rajapakse schreeuwde moord en brand over deze ‘stemming tegen Sri Lanka’. Twee schokkende documentaires van de Britse zender Channel 4 met beeldmateriaal van oorlogsmisdaden werden door het regime afgedaan als leugens en propaganda van terroristen.

Drie jaar na het verschrikkelijke bloedbad, waarbij de volledige Tamilbevolking een doelwit was en zeker niet alleen de Tamil Tijgers van de LTTE, is er nog steeds geen gerechtigheid voor de families en kennissen van de minstens 40.000 doden en de duizenden vermisten. De roep naar erkenning van wat gebeurde door de internationale gemeenschap zal niet zomaar verdwijnen. De Tamil diaspora kan daarbij geen vertrouwen hebben in de internationale instellingen van de elite, de 1% van de bevolking. Enkel door zich op de meerderheid van de bevolking, de 99%, te richten zullen bondgenoten worden gevonden.

In Sri Lanka groeit het ongenoegen tegenover het neoliberale beleid van Rajapakse. Er is de ontwikkeling van een nieuwe linkse partij, de Frontline Socialist Party, met enkele duizenden actieve leden. De FSP komt voort uit een afsplitsing van de chauvinistische ‘marxistische’ JVP waarbij het chauvinisme van deze partij wordt verworpen. Nog voor deze nieuwe partij volledig was opgezet, werden leiders ervan opgepakt en het land uitgezet. Singalezen, Tamils, moslims, boeren en armen moeten samen de strijd aangaan. In Tunesië en Egypte bleek hoe bewegingen van de massa’s brutale dictators aan de kant kunnen schuiven. Dat is ook in Sri Lanka mogelijk als er wordt gebouwd aan onafhankelijke organisaties van de onderdrukten als onderdeel van een verenigde beweging die we wapenen met een socialistisch alternatief.