Text Size

Godsdienst en samenleving. Een socialistische visie

De afgelopen dagen werd opnieuw veel gediscussieerd over de rol van religie in de samenleving. Socialisten respecteren religieuze opvattingen. We vertrekken ook in onze analyses van godsdienst van een materialistisch standpunt, Marx vatte het materialisme als volgt samen: “Het is niet het bewustzijn dat het zijn bepaalt, maar het zijn dat het bewustzijn bepaalt.” Anders gezegd: de materiële wereld bepaalt het bewustzijn en de denkwijze van mensen. Ideeën van mensen staan niet los van die wereld, ze zijn een product van de ontwikkeling van de samenleving. Zoals we in deze archieftekst al stelden: “Het geloof maakt niet de maatschappij, de maatschappij bepaalt de vorm van geloof en het godsbeeld.” In onderstaand dossier door Niall Mulholland uit 2008 wordt dieper ingegaan op de rol van religie en de houding van socialisten hiertegenover.

 

14religie

 Artikel door Niall Mulholland uit 2008

 

In de 19e en 20e eeuw nam de invloed en de macht van de georganiseerde religie in het Westen af. De samenleving werd modern, stedelijk en meer seculier (zonder religie). De georganiseerde arbeidersbeweging werd een belangrijke uitdager van de heersende klasse, met inbegrip van de belangrijkste gevestigde prokapitalistische kerkelijke hiërarchie.

Vandaag is de situatie complex en vol tegenstellingen. In Groot-Brittannië bijvoorbeeld stelt zowat 36% van de bevolking (17 miljoen mensen) dat ze vertrekken van een humanistisch standpunt. Zowat 44% gaf bij een onderzoek in 2004 aan in een god te geloven, 35% ontkende het bestaan van een god. In 2001 duidden nochtans zowat zeven op tien Britten het christendom aan als hun godsdienst. Boeken die voor een atheïstische visie staan, zoals “God als misvatting” van Richard Dawkins, zijn internationale bestsellers. Tegelijk zijn er iedere zondag zowat 1 miljoen Britse kerkgangers. Uitgebuite migranten uit arme landen vullen de lege plaatsen in de kerken op.

Wereldwijd zijn er minstens 500 miljoen uitdrukkelijke “niet-gelovers”. Daarnaast omvatten de belangrijkste wereldreligies 2,1 miljard Christenen, 1,5 miljard Moslims, 900 miljoen Hindoes, 376 miljoen Boeddhisten en 23 miljoen Sikhs, naast miljoenen anderen die de één of andere religie aanhangen. De proportie van volgelingen van de vier grootste religies nam toe van 67% van de wereldbevolking in 1900 tot 73% in 2005 en aan het actuele ritme zal het wellicht 80% bedragen tegen 2050.

In heel wat landen zijn de traditionele kerken in verval, maar andere kerken en religies groeien snel. De katholieke kerk wordt geteisterd door seksschandalen en een sterk verlies aan steun in voormalige katholieke bastions zoals Spanje, Italië of Ierland waar nu minder dan 20% van de bevolking wekelijks naar de kerk trekt. De Church of England en de Anglicaanse kerk wordt eveneens geraakt door schandalen, onder meer een aantal holebi-schandalen. 35 Amerikaanse kerken hebben zich hierop aangesloten bij de Nigeriaanse bisschop Akinola die zich sterk verzet tegen het holebi-huwelijk.

Protestantse evangelische kerken zijn intussen wel aan een opmars bezig in Afrika, Latijns-Amerika, West-Europa en delen van Azië. De evangelisten, charismatici en pinkstergemeenschappen vormden samen zo’n 8% van de Europese bevolking in 2000. Dat was zowat het dubbele van de verhouding in 1970. De pinkstergemeenschap wint snel terrein in de sloppenwijken van Brazilië. In Zuid-Korea trekt de kerkgemeenschap zo’n 3000 nieuwe gelovigen aan per maand, één op 20 inwoners van Seoul is lid.

Ook de islam groeit snel, vooral in het Midden-Oosten, Azië, sub-Sahara Afrika en onder de migrantengemeenschappen in het westen. In Londen wordt een megamoskee gepland die 12.000 gelovigen zou kunnen bevatten, vijf keer meer dan de kathedraal van St Paul.

Zowat de helft tot twee derden van de Russen beschouwen zichzelf als zijnde Russisch orthodoxen, dat is een scherpe toename na de val van de Sovjetunie in 1991. The Economist schreef (op 3 november 2007) dat met de huidige trends China wel eens snel het grootste aantal christenen ter wereld zou kunnen tellen, en mogelijk ook het grootste aantal moslims.

Het aantal christenen in India neemt toe, deels door de bekering van voormalige onderdrukte Hindoes. Als reactie op de bekeringen zijn er in sommige Indische deelstaten “anti-bekerings”-wetten.

Religieuze opvattingen hebben een sterke greep op de samenleving, ook in de VS. Het aantal Amerikanen dat stelt “geen religieuze voorkeur” te hebben, bedraagt zowat 14% (onder jongeren is het 20%). Maar zowat 40% van de Amerikanen trekt iedere week naar de kerk. De helft van de bevolking denkt dat de VS een speciale zegen van God heeft gekregen en 48% denkt dat een god de mens heeft geschapen.

Naast deze cijfers zijn er natuurlijk de vele religieuze of door religie geïnspireerde tegenstellingen en conflicten. Van Nigeria tot Sri Lanka, van Tsjetsjenië tot Bagdad, worden mensen afgeslacht in naam van de religie. De tegenstellingen tussen sjiieten en soennieten in Irak is volop aan het opflakkeren sinds de door de VS geleide invasie. Het resultaat is een heus bloedbad.

Waarom hebben mensen religieuze standpunten?

Een aantal seculiere commentatoren vinden het onbegrijpelijk waarom mensen religieuze visies hebben, zeker als het gaat om fundamentalisten of creationisten die de kennis van de moderne wetenschap en het toegenomen begrip van de natuur niet aanvaarden. Er zijn echter veel verschillende factoren verbonden met religieuze opvattingen. De samenleving, klasse, geschiedenis, “traditie en cultuur”, identiteit en politiek spelen allemaal een rol.

Meer dan 100 jaar geleden stelde Karl Marx reeds de kern van de zaak vast toen hij religie omschreef als een “verzuchting van de onderdrukten, het hart van een harteloze wereld.” In de huidige hardvochtige kapitalistische samenleving – met oorlog, honger, armoede, analfabetisme en economische onstabiliteit – biedt religie voor sommigen nog steeds een vluchthaven. De kerkdienst op zondag of de gebeden op vrijdag bieden een troost vanuit een gemeenschap, en dat staat in een contrast tegenover het individualisme van het kapitalisme. In achtergebleven buurten en steden bieden kerken vaak ook vormen van sociale dienstverlening aan voor de armsten, na decennia van sociale afbraak is dat vaak erg welkom bij die mensen.

De zekerheden die de evangelische christenen aanbieden helpt hun opgang mee te verklaren. De moslims in het westen worden dagelijks geconfronteerd met discriminatie, repressie en uitbuiting. Voor hen biedt religie een gevoel van gemeenschap en identiteit. Jonge moslimvrouwen in het westen dragen vaak de hoofddoek die werd afgeworpen door hun ouders. In heel wat moslimlanden wordt de islam gezien als een verdediging tegen de verspreiding van de westerse imperialistische macht en cultuur.

De groei van religies, maar ook van sekten en bijgeloof, is deels een uitdrukking en een gevolg van de achteruitgang van de georganiseerde arbeiders- en socialistische bewegingen de afgelopen decennia, zeker na de val van het stalinisme. Als de socialisten en de arbeidersbeweging vooruit gaan, biedt het de arbeiders een geloofwaardig alternatief op het kapitalisme en het winstsysteem dat op sociaal, cultureel en ideologisch vlak een doodlopend straatje is.

Nieuwe religies en mystieke ideeën, zoals ‘new age’, ontstaan veelal in het westen als uitdrukking van een diepgaand gevoel van vervreemding van het moderne kapitalisme onder delen van de middenklasse en de arbeiders. Het is een uitdrukking van een zoektocht naar een alternatief op het winstsysteem. Zelfs in het zogenaamd ‘communistische’ China ontstaan heel wat sekten, zoals Falun Gong. Deze groep vindt een echo onder miljoenen Chinezen die zich niet goed voelen in een samenleving waar de ‘socialistische ideologie’ wordt gediscrediteerd door het voormalige stalinistische regime dat op weg is naar een kapitalistisch herstel.

De groei van de politieke islam kan in essentie worden toegeschreven aan de verschrikkelijke sociale en economische condities waar miljoenen moslims in leven. Massale arbeidersorganisaties, zoals de communistische partijen, hebben gefaald en geen socialisme gebracht in het Midden Oosten en Azië. De politieke islam werd in veel gevallen jarenlang aangemoedigd door westerse machten tijdens de Koude Oorlog. Het kreeg Saoedische oliedollars om de Wahhabistische versie van de islam te promoten. De politieke islam vulde gedeeltelijk het vacuüm dat werd nagelaten door het falen van links en van het Arabisch nationalisme. Het is een oppositiekanaal voor radicaliserende moslims die vernederd worden door de armoede en uitbuiting die ze kennen onder dictatoriale regimes en onder het imperialisme.

Wat is de oorsprong van religie?

In de eerste menselijke samenlevingen (de jager-verzamelaars) waren er “magisch-religieuze” opvattingen die een weerspiegeling vormden van de poging om fenomenen te verklaren die een diepgaande invloed hadden op het leven van mensen, denk maar aan vuur, de verandering van de seizoenen, astronomische gebeurtenissen, natuurrampen of de migratie van dieren waarop werd gejaagd.

De eerste samenlevingen ontwikkelden en werden klassensamenlevingen waarbij een geprivilegieerde laag van priesters of magiërs ontstond. Er kwamen speciale instellingen en nieuwe ideeën om de nieuwe sociale en economische orde te rechtvaardigen. Religie werd de ideologische rechtvaardiging voor de slavernij van de meerderheid van de bevolking die een leven na de dood werd beloofd in ruil voor de miserie op aarde.

Marx stelde dat religie zowel een vluchten uit de miserie van deze wereld is als een protest tegen de wreedheid. Het vroege Christendom begon als massale revolutionaire beweging tegen de religieuze uitbuiters en het Romeinse imperium. Toen het ontdaan was van haar klassenwoede, werd het Christendom uiteindelijk een staatsreligie en werd het gebruikt om de lagere lagen van de samenleving hun situatie te doen aanvaarden.

De protestantse reformatie weerspiegelde de opkomst van een nieuwe kapitalistische klasse tegenover een feodalisme in crisis. De machtige kerk was een belangrijke peiler van het feodalisme. De nieuwe Europese kapitalistische machten behielden echter de kerken en lieten deze enige macht en invloed om zo de arbeiders op hun plaats te wijzen. Bij de opkomst van het imperialisme werd de christelijke ideologie gebruikt om de koloniale massa’s te onderwerpen.

Om hun macht en privileges te verdedigen, kozen de leiders van de kerken openlijk de kant van de uitbuiters en de grote bedrijven. De katholieke kerk steunde Mussolini in Italië en Hitler in Duitsland. Evangelische protestantse kerken steunden ook verschillende rechtse dictaturen in Latijns-Amerika in de jaren 1970 en 1980.

Socialisten erkennen echter dat er een groot verschil is tussen de religie van de armen, zoals de meerderheid van de arme moslims in het Midden-Oosten, en het “geloof” van de heersende klassen, zoals de dictatoriale Arabische regimes. Voor de heersende klasse is godsdienst nuttig om de werkende bevolking te verdelen en om de massa’s onder de knoet te houden.

Godsdienst en staat

De vertegenwoordigers van de heersende klasse vandaag, zoals Bush of Gordon Brown, leggen steeds de band tussen het christelijke geloof en het vrije markt kapitalisme. De Church of England wordt soms omschreven als een verzamelplaats van de conservatieve Tory partij. Bush stelde bij het begin van de oorlog in Irak onder meer dat dit de wil van god was.

Ondanks het feit dat de stichters van de Verenigde Staten probeerden om de scheiding tussen kerk en staat in de grondwet in te schrijven, probeert Bush zijn steun wat op te krikken door zich een rechtse christelijke ideologie aan te meten.

Bush steunde een amendement op de grondwet om het homohuwelijk te verbieden in de VS. Onder het presidentschap van Bush is de subsidiekraan voor rechtse christelijke organisaties sterk toegenomen met onder meer steun aan religieuze programma’s in scholen of aan de stroming van de “intelligent design” (het promoten van een bijbels creationisme). In juni vorig jaar sprak Bush zijn veto uit tegen een wet die de mogelijkheid van stamcellenonderzoek zou creëren. Bush deed beroep op zijn christelijke “ethische” waarden om die wet tegen te houden. Nochtans kan stamcellenonderzoek erg nuttig zijn voor wetenschappelijke doorbraken in het onderzoek naar bepaalde ziektes. De christelijke rechterzijde in de VS staat erg sterk en vindt ook elders een echo, onder meer bij de 200.000 leden tellende Nieuw Rechtse beweging in Zuid-Korea.

Socialisten verzetten zich tegen het toekennen van privileges aan gelijk welke godsdienst. Daarom verzetten we ons in Groot-Brittannië bijvoorbeeld tegen de aanstelling van 26 bisschoppen in het niet verkozen Hogerhuis. Wij staan voor de volledige scheiding van kerk en staat en verzetten ons tegen iedere wetgeving die mensen op religieuze basis bestraft.

Sinds de aanslagen van 11 september 2001 in de VS hebben een aantal gevestigde partijen in het Westen ingespeeld op anti-moslim en anti-migranten gevoelens. Dat wordt gebruikt om de sociale en economische problemen in het kapitalisme te verdoezelen. Socialisten verzetten zich tegen iedere vorm van discriminatie, zowel op grond van religie, sekse, ras of nationaliteit. Iedereen moet het recht hebben om zijn of haar godsdienst te beoefenen of om geen godsdienst aan te hangen. Het startpunt voor socialisten in de strijd voor arbeiderseenheid en socialisme. Om de maatschappij te veranderen is er nood aan eenheid van de arbeiders, met inbegrip van religieus geïnspireerde arbeiders, rond een socialistisch programma.

Tegelijk verzetten socialisten zich tegen de reactionaire standpunten van religieuze leiders en groepen, zeker bij hun aanvallen op de rechten van vrouwen of jongeren. De Roomse katholieke kerk wordt geleid door een bijzonder conservatieve paus die zich verzet tegen contraceptie, echtscheiding, abortus of holebi-rechten. De Russisch-orthodoxe patriarch Alexei II omschrijft homoseksualiteit als een “zonde en een ziekte”. Het aantal fysieke aanvallen op homo's en lesbiennes in Rusland neemt toe. Vrouwen in “islamitische staten” zoals Saoedi-Arabië worden sterk onderdrukt.

Godsdienst en de strijd van de onderdrukten

Godsdienst heeft een sociale basis en is anderzijds ook onderhevig aan invloeden van klassenstrijd. De strijd kan de georganiseerde godsdienst beïnvloeden, zeker in de neokoloniale wereld. In Latijns-Amerika toonde de Bevrijdingstheologie aan hoe de lagere regionen van de katholieke kerk open stonden voor de oproepen van de armsten en onderdrukten. In de Sandinistische regeringen in Nicaragua in de jaren 1980 zaten er vier priesters. Die standpunten werden vaak aangevallen door de regimes of de Vaticaanse hiërarchie die steeds de kant koos van het establishment. Ook vandaag is er onder evangelische kerken hier en daar steun voor linkse krachten, onder meer in de armste delen van Brazilië.

In Birma stonden jonge boeddhistische monniken vooraan in de beweging tegen het brutale regime. Het ging vooral om jonge monniken van arme afkomst. De militaire junta nam eerder delen van de boeddhistische hiërarchie op in hun regime. Dat zorgde voor woede en een vervreemding onder de jonge monniken.

De Bevrijdingstheologie en andere religieus geïnspireerde ideologieën hebben de arbeiders en hun gezinnen niet bevrijd van sociale en economische onderdrukking. De afgelopen decennia was er bovendien een tendens bij voorheen radicale christelijke organisaties om zich niet langer tegen het kapitalisme op zich te verzetten, maar enkel tegen de excessen ervan. Heel wat mensen zijn oprecht gemotiveerd om christelijke initiatieven van “eerlijke handel” en zelfs van “arbeidersrechten” te ondersteunen, maar dat volstaat niet om de problemen veroorzaakt door het kapitalisme op te lossen. Daartoe is er nood aan krachtige onafhankelijke partijen van arbeiders en armen, met een socialistisch programma, waarbij arbeiders van verschillende achtergronden samen de strijd aangaan tegen het kapitalisme.

Miljoenen moslims kijken naar de politieke islam als een oplossing voor armoede en uitbuiting. Het gaat om een breed spectrum, van Hamas (Islamitische verzetsbeweging) in Gaza en Hezbollah (de partij van god) in Libanon tot pro-establishment partijen zoals de AKP (Partij voor rechtvaardigheid en ontwikkeling) die in de Turkse regering zit. Een deel van de meest vervreemde moslimjongeren, ook in het westen, kijken zelfs uit naar het terrorisme van reactionaire groepen als al-Qaeda. Islamitische scholen in Pakistan, de madrassas, werden door het westen verantwoordelijk geacht voor de opleiding van een nieuwe generatie van “jihad-strijders”. Vaak zijn deze scholen echter de enige echte kans op onderwijs voor kinderen van arme families.

Alle vormen van politieke of “radicale” islam zullen leiden tot scherpe ontgoochelingen onder de massa’s. Ze vormen immers geen breuk met het winstsysteem en de klasse-uitbuiting. De massa’s maakten een revolutie in Iran eind jaren 1970 en worpen het gehate regime van de Sjah omver. Het eindigde echter met een regime van de mullahs en voor de massa’s was dit geen stap vooruit. De horror onder de Taliban in Afghanistan maakt duidelijk dat de fundamentalistische islam geen enkele oplossing aanbiedt. Anderzijds zien we dat ook “zachte islamisten” zoals de AKP-regering in Turkije geen alternatief bieden, de AKP staat voor een neoliberaal beleid.

Godsdienst en socialisme

Negentig jaar geleden leidde de Russische revolutie tot het ontstaan van de eerste arbeidersstaat. Dat was enkel mogelijk omdat de Bolsjewieken de steun kregen van de massa’s van arbeiders en boeren die werden onderdrukt onder het tsarisme. Het ging om arbeiders en boeren van verschillende nationaliteiten en miljoenen godsdienstige boeren en arbeiders.

Voor de revolutie ontwikkelde Lenin reeds een principiële en gevoelige benadering tegenover godsdienst. In 1905 schreef hij reeds: “De staat dient geen bemoeienis met de godsdienst te hebben, de religieuze gemeenschappen mogen niet verbonden zijn met de staatsmacht. Het moet een ieder volkomen vrijstaan onverschillig welke godsdienst aan te hangen of ook geen enkele godsdienst te erkennen.” Hij veroordeelde ook de “pseudo-revolutionaire notie dat godsdienst zou worden verboden in een socialistische samenleving.” Zo’n aanpak zou de politieke strijd afleiden en net een versterking betekenen van de godsdienst.

Lenin maakte duidelijk dat marxisten voor een materialistische filosofie staan, maar de Bolsjewieken stelden tegelijk dat hun partij niet afgesloten werd voor gelovigen. De concrete eisen van de klassenstrijd gingen voor. Deze benadering van Lenin en de bolsjewieken zorgde ervoor dat ook de religieuze boerenmassa’s zich aangetrokken voelden door de revolutie van oktober 1917. Naar schatting 15% van de partijleden in centraal Azië waren islamieten.

De obscene rijkdom van de Russische orthodoxe kerk (wiens leiders verbonden waren aan de verantwoordelijken voor de hardvochtige kapitalistische contrarevolutie) werd in gemeenschapshanden genomen om ten goede te komen van iedereen. De jonge Sovjetunie decreteerde in 1918 reeds dat er een “vrijheid van geweten en religie” was. Tegelijk werden de enorme overheidssubsidies van het tsaristische regime aan de orthodoxe kerk afgeschaft, net als andere privileges. De orthodoxe kerk kreeg het statuut van vrijwillige organisatie die van haar leden bijdragen kon vragen om zich te engageren of om te zorgen voor financiële ondersteuning. De Bolsjewieken gaven ook meer vrijheden aan voorheen vervolgde religieuze sekten. Tegelijk werd een programma van promotie van progressieve opvattingen en cultuur en wetenschap gevoerd. Lenin en Trotski waren steeds erg voorzichtig in hun benadering van de religieuze gevoelens van de armen en onderdrukten.

Een socialistische samenleving zou het leven van de mensen omvormen en een enorme ontwikkeling van wetenschap en techniek mogelijk maken onder een democratisch geplande economie. Marx stelde dat religie noodzakelijk was geworden door de miserabele condities van de bevolking in een klassensamenleving. Marx dacht dat deze opvattingen aan terrein zouden verliezen als de sociale condities veranderen. Onder een socialistische samenleving zou de godsdienst volgens Marx aan invloed verliezen omwille van de sociale vooruitgang waarin ook het onderwijs een grote rol kan spelen.

De stalinistische contrarevolutie in Rusland leidde echter tot de ontwikkeling van een monsterlijke bureaucratische staat. Dit regime begon repressieve maatregelen te treffen tegen de orthodoxe kerk en tegen gelovigen, naast uiteraard ook de vervolging van oprechte socialisten. Er was niet langer een vrije meningsuiting, ook niet inzake religieuze ideeën.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was er een alliantie tussen het regime en de leiding van de orthodoxe kerk. Stalin steunde een ruw Russisch chauvinisme en ook de orthodoxe kerk. Na de oorlog werd de alliantie met de orthodoxe leiders grotendeels behouden, waardoor de autoriteit van de kerk toenam en religieuze minderheden tegelijk het slachtoffer werden van repressie.

Het kapitalistisch herstel in de voormalige Sovjetunie in de jaren 1990 leidde tot de terugkeer van de macht en invloed van de Orthodoxe kerkleiding. President Poetin baseerde zich op de kerk om zijn regime te versterken. De kerk probeert nu steeds meer om opnieuw religieuze opvattingen aan bod te laten komen in de scholen, wat de verdeeldheid in het multi-godsdienstige Rusland versterkt.

De geschiedenis van de internationale arbeidersbeweging toont dat de socialisten in hun strijd tegen het kapitalisme er alles aan moeten doen om arbeiders te betrekken en te verenigen, zeker daar waar godsdienst een massale invloed heeft. Socialisten kunnen met gelovigen samenwerken rond gemeenschappelijke politieke doelstellingen.

Socialisten verzetten zich tegen religieuze discriminatie en onrechtvaardigheid. Tegelijk roepen we alle arbeiders op om hun klassebelangen centraal te stellen in een gezamenlijke strijd voor socialisme.