Text Size

Europa: lange recessie, stille bankrun , zelfs einde Euro in zicht

Mijnwerkers in Asturië in protest tegen bezuinigingen

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

De crisis in Cyprus heeft een aantal zaken duidelijk gemaakt. De eerste is dat banktegoeden eigenlijk nergens meer veilig zijn. De banktegoeden boven de 100.000 Euro zijn in Cyprus  aangeslagen voor de banktekorten. De voorzitter van de Eurogroep van ministers van Financiën, de Nederlandse minister Jeroen Dijsselbloem, heeft in de Financial Times uitgesproken dat deze aanpak de toekomst heeft. Dijsselbloem is de zegsman van het Duitse kapitalisme in Europa, dat in de Europa de boventoon voert. Dijsselbloem vertolkt het Duitse evangelie voor Europa. Verlossing zal het niet brengen.

Artikel door Pieter Brans

Het geval Cyprus maakt duidelijk dat Duitsland vindt dat eerst de banken zelf voor hun problemen moeten opdraaien. Daarna moeten de overheden van verschillende landen de zaak maar zien te redden. Europa redt niet meer. Dat kost Duitsland teveel. Eerst moeten de aandeelhouders van de getroffen bank betalen, dan de obligatiehouders en dan de eigenaars van rekeningen met meer dan 100.000 Euro. Dit betekent dat alle rekeninghouders in landen met zwakke banken (heel Zuid-Europa) hun geld gaan wegsluizen naar veiliger banken in Noord Europa. Dat heet een stille bankrun.

In het geval van Cyprus zijn de tegoeden kleiner dan 100.000 Euro uiteindelijk onaangetast gebleven. Maar iedereen heeft de in eerste instantie voorgenomen “belastingheffing” op deze tegoeden nog scherp op het netvlies. In feite zijn deze tegoeden ook nergens in Europa meer veilig. Duitsland verzet zich tegen een Europese garantie voor de ‘kleinere’ spaartegoeden. Dat betekent dat deze vorm van garantie net zo zwak is als de overheid in verschillende landen. En de overheid staat in veel landen (vooral Zuid-Europa, maar niet alleen daar) zwak. Om de kleine spaarders de stuipen niet al te zeer op het lijf te jagen, heeft de EU de garantie voor deze tegoeden op Cyprus intact gelaten.

Maar daarmee valt niet te verdoezelen dat ze in eerste instantie wel waren aangeslagen en dat ze met de nieuwe Duitse ‘harde’ lijn, uitgedragen door Dijsselbloem, kunnen worden aangepakt. Mensen die nog wat spaargeld hebben in Europa zullen op zoek gaan naar banken die nog een beetje door een ‘safe’ overheid worden afgedekt. Dat betekent dat ze gaan weglopen bij de zwakke banken. En iedereen weet: niets brengt de ondergang van een bank zo zeker dichterbij als het weglopen van de rekeninghouders. Banken in Zuid-Europa gaan dit niet overleven. Een bankrekening is nu niet meer waard dan de overheid er voor geeft. Dat kan niets zijn, in het geval van Zuid-Europa, of wat meer in Noord-Europese landen. Ook daar is nu het einde van de inspanning van de overheid in zicht. Zeker zijn ze in ieder geval niet meer. 

In Nederland heeft de overheid onlangs nog ijskoud 4 miljard neergelegd voor de redding van de SNS Bank. Dat was geen liefdadigheid: in Nederland wordt de depositogarantie tegoeden onder de 100.000 Euro uitgevoerd door de andere banken. Omdat dat meestal banken zijn waar de staat een aandeel in heeft (ABN-Amro, ING) had dat de overheid ook veel geld gekost. Maar ook in bij de redding van de SNS bank zijn de aandeelhouders en de obligatiehouders door Dijsselbloem flink aangepakt. Dat kan in de toekomst dus ook met rekeninghouders gebeuren. Er zit een permanente run op de banken aan te komen, die gemakkelijk kan aanzwellen tot een storm.

Zoals in alle kranten te lezen valt, staat Cyprus voor een zware recessie. De bevolking heeft weinig meer te besteden. Het kapitaal dat in Cyprus aanwezig is, wordt zwaar geschoren. Buitenlandse investeerders zullen Cyprus de komende tientallen jaren mijden als de pest, bang dat hun geld in de banken of in de zakken van de hongerige overheid verdwijnt. Het toerisme is al veel mindere en zal er niet beter op worden. De door de EU opgelegde bezuinigingen staan garant voor jaren van stagnatie. In het verleden konden de Zuid-Europese landen door devaluatie van hun munt een uitweg uit een recessie zoeken. Hun producten werden goedkoper, het toerisme aantrekkelijker, de schulden kleiner. Door de Euro is dit niet langer mogelijk. Ze zijn veroordeeld tot langdurige stagnatie.

De economische vooruitzichten voor de Noord-Europese landen zijn echter niet zoveel beter. Ook daar domineren zware overheidsbezuinigingen. Consumenten hebben door de dubbele tang van schuldaflossingen en massale werkloosheid geen cent te makken. Investeringen vinden nauwelijks plaats, ondernemingen weten dat het rendement laag is en geld valt moeilijk te lenen. Export biedt alleen in enkele gevallen wat uitkomst, maar Japan en de VS hebben beide eigenlijk onhoudbaar hoge overheidsschulden. Nederlandse huishoudens bijvoorbeeld hadden vorig jaar 3,2% minder te besteden dan in 2010. Het inkomen van ZZP'ers daalde zelfs met 6,1%. Dit is het vijfde jaar op een rij dat de inkomens dalen. En de grootste achteruitgang in 30 jaar. De belangrijkste oorzaak is dat steeds minder mensen een baan hebben. En de stijging van de werkloosheid gaat door…

Europa zit in een langdurige recessie. De kansen om er uit te komen zijn met alle bezuinigingen, hogere lasten en kosten en de molensteen van de enorme werkloosheid (vooral in de Zuidelijke landen) vrijwel nul. Investeringen van buiten Europa zijn nauwelijks nog te verwachten. De combinatie van een stille bankrun, langdurige recessie en groeiende economische en politieke spanningen tussen Noord- en Zuid-Europa zijn meer dan voldoende om op den duur de Euro als eenheidsmunt te ondergraven. De beperkingen van het betaalverkeer, de valutabeperkingen en de beperkingen op het geldverkeer in Cyprus zijn een inbreuk om de munteenheid. Cyprus heeft nog wel de Euro, maar dat is een andere Euro dan die in Nederland, want de Cypriotische Euro is maar beperkt inwisselbaar. Ook voor burgelijke commentatoren komt het einde van de Euro in zicht. Niemand garandeert nog banktegoeden, werk, lonen, pensioenen, sociale zekerheid en dergelijke. Het gevoel groeit onder de arbeiders dat alle opoffering, dat al het inleveren voor niets is. 

Het verzet van de arbeidersklasse tegen de eindeloze afbraakpolitiek groeit. Rechts regeert in Zuid-Europa, maar het kost steeds meer moeite. Italië is bijna onregeerbaar. De steun voor neoliberale regeringen in Noord-Europa daalt. Maar er komt pas echt verandering in de situatie als de arbeidersklasse de grenzen van het kapitalisme niet langer accepteert. En organisaties schept die het socialisme ook echt vorm kunnen geven.