Text Size

De terugkeer van links-reformisme en centrisme

De diepe systeemcrisis van het kapitalisme leidt tot een hernieuwde opmars van linkse standpunten en discussies. Ook onder diegenen die het erover eens zijn dat het kapitalisme geen uitweg voor de crisis heeft, zijn er meningsverschillen en discussies over hoe een breuk met dat kapitalisme mogelijk is. Hierdoor staan links-reformistische en centristische opvattingen terug op de agenda. Op onze zomerschool werd daar een commissie aan gewijd.

Verslag door Christophe De Brabanter van LSP. Op de foto: Rosa Luxemburg die uitgebreid argumenteerde tegen het reformisme (zie ook de verwijzing onderaan dit artikel)

Wat is reformisme, links-reformisme en centrisme? Wat is de materiële basis hiervoor? Reformisme is een stroming binnen de arbeidersklasse die al langer bestaat. Marx en Engels streden al tegen reformisme binnen de Eerste Internationale (alsook tegen het anarchisme). Marx en Engels stonden uitdrukkelijk voor een revolutionaire breuk met het kapitalisme en niet voor het geleidelijk hervormen van dat systeem.

De opkomst van de massapartijen van de Tweede Internationale gebeurde in een periode van kapitalistische groei. Trotski, Lenin, Luxemburg en anderen gingen in tegen het reformisme dat in deze periode een sterke opgang kende. Reformisten gaan ervan uit dat het mogelijk is om het systeem geleidelijk aan te passen, doorheen deze hervormingen een krachtsverhouding in het parlement uit te bouwen waarmee uiteindelijk het socialisme wordt ingevoerd.

De Eerste Wereldoorlog toonde het failliet van de reformisten aan, de grote arbeiderspartijen slaagden er niet in om een alternatief op de oorlog te bieden en stapten zelfs mee in de oorlogslogica met de stemming van de oorlogskredieten. De periode tussen de twee oorlogen werd gekenmerkt door revolutie en contrarevolutie. Er waren revolutionaire bewegingen, onder meer in Duitsland, maar nadien volgde de economische crash van 1929 en de daaropvolgende depressie. In deze periode was er de opkomst van het fascisme, waartegenover de trotskisten de noodzaak van het eenheidsfront naar voor schoven.

In een periode van revolutie en contrarevolutie staan leiders van arbeidersorganisaties onder druk van onderuit. Sommigen nemen een revolutionaire retoriek aan maar blijven in daden reformistisch. Dergelijke formaties staan uiteindelijk voor een beslissende keuze: komaf maken met het kapitalisme via een socialistische revolutie of capituleren en zelf mee een reactionaire politiek voeren. Trotski gaf in het Overgangsprogramma aan hoe marxisten de strijd voor directe hervormingen koppelen aan de noodzaak van systeemverandering. Om hervormingen op een blijvende manier te kunnen afdwingen, is een revolutionaire breuk met het kapitalisme nodig. Het Overgangsprogramma maakt een brug tussen het bewustzijn vandaag en de noodzaak van maatschappijverandering.

Na Wereldoorlog Twee was er eerst de dreiging van revolutionaire beweging en ontstond het Oostblok. Het VS-imperialisme kwam tussen met stimulusmaatregelen om de Europese economie vooruit te helpen in de heropbouw. De periode van economische groei ging gepaard met een hele reeks toegevingen aan een potentieel erg machtige arbeidersbeweging. Dit gaf nieuw voer voor een opgang van reformistische ideeën.

Vandaag leven we in een andere periode. Na de val van de Berlijnse Muur en de verdere verburgerlijking van voormalige arbeiderspartijen samen met het neoliberale ideologische offensief dat ook in andere geledingen van de arbeidersbeweging een impact had, stond de arbeidersbeweging zwakker op organisatorisch en ideologisch vlak. Deze stap achteruit betekent echter niet dat er geen nood meer zou zijn aan onder meer sterke arbeiderspartijen. Wij gaan er van uit dat dergelijke nieuwe partijen tot stand zullen komen, ook al verloopt dat proces trager dan we aanvankelijk hadden gedacht. Alleszins gaan wij uit van een dubbele taak: het mee helpen uitbouwen van bredere nieuwe arbeiderspartijen en het uitbouwen een revolutionaire kaderpartij.

In het proces van de zoektocht naar een alternatief wordt vaak de weg van de minste weerstand gekozen. Dat betekent dat er ruimte is voor reformisme, links-reformisme of centrisme. In de zoektocht naar snelle successen is er ook het gevaar van opportunisme, wat een nieuwe formatie fataal kan worden. Het voorbeeld van de Scottish Socialist Party is op dat vlak veelzeggend. Het aanvankelijke snelle succes werd al gauw gevolgd door een nog veel snellere neergang als gevolg van het opportunisme.

In een periode van crisis zullen een aantal discussies met wat wij centrisme en reformisme noemen aan belang winnen. Dit is geen detaildiscussie, in Venezuela bijvoorbeeld is het een cruciaal debat. Chavez werd daar naar links geduwd en hij voerde een hele reeks progressieve hervormingen door zonder met het kapitalisme te breken. Het feit dat er geen fundamentele breuk met het kapitalisme kwam, gaf de kapitalisten de kans om zich te hergroeperen en terug te slaan. Het land blijft ondertussen onderhevig aan de economische wetten van het kapitalisme die de sociale maatregelen van Chavez ondermijnen. Bovendien zorgen diezelfde wetten en het gebrek aan arbeidersdemocratie voor een toename van criminaliteit, corruptie,… wat de steun voor de regering ondermijnt. Het gevaar van een herhaling van Chili 1973 blijft reëel, daar werd de linkse regering van Allende omver geworpen door een bloedige staatsgreep. Dat was enkel mogelijk omdat het linkse regime geen verdere stappen vooruit zette.

In belangrijke strijdbewegingen zoals de revolutionaire golf in Noord-Afrika en het Midden-Oosten of de bewegingen in het zuiden van Europa zagen we een groeiende radicalisering en openheid voor discussie over een revolutionaire breuk met het kapitalisme. In verschillende landen stelt zich de vraag van de macht. Jammer genoeg lijkt de linkerzijde die mogelijkheden onvoldoende in te zien, verschillende linkse organisaties met enige impact slagen er niet in om de kansen te grijpen. Zo riepen de Egyptische ‘Revolutionaire Socialisten’ in de tweede ronde van de presidentsverkiezingen op om voor de kandidaat van de Moslimbroederschap te stemmen.

Doorheen de ervaringen van strijd zullen nieuwe instrumenten worden opgebouwd, de snelle groei van de onafhankelijke vakbonden in Egypte is daar een uitdrukking van. Dergelijke nieuwe organisaties zullen snel getest worden en zullen ook ideologisch bestand moeten zijn. Dat is niet evident. Tal van nieuwe linkse formaties in Europa maken duidelijk dat ze niet klaar zijn voor de test van de praktijk en stappen in coalities met burgerlijke partijen om een bezuinigingsbeleid te voeren.

We staan nog aan het begin van het radicaliseringsproces waarbij de eerste elementen van klassenbewustzijn op de voorgrond treden. De slogan van de 99% tegen de 1% die vanuit Occupy werd gelanceerd, is daar een heel goede uitdrukking van. Linkse formaties kunnen in deze periode snel groeien. De Nederlandse SP kan de grootste partij worden, IU in Spanje kent een goede vooruitgang en in Portugal is er groeiende steun voor het Linkse Blok. De plotse en spectaculaire groei van Syriza in Griekenland kan ook elders herhaald worden, deze groei is een uitdrukking van de elementen van een prérevolutionaire situatie die in Griekenland aanwezig zijn. Ook Spanje gaat die richting uit.

De nieuwe linkse formaties kunnen snel groeien, maar als ze de verwachtingen niet inlossen, fouten maken of de beweging verraden door mee te bezuinigen kunnen ze nog sneller verdwijnen. De snelheid waarmee alles ontwikkelt, is opvallend. Twee jaar geleden bestond Syriza bijna niet meer. Op twee jaar tijd is de opgang van de NPA in Frankrijk volledig gestopt en omgeslagen in een totale crisis van deze partij. In een periode van snelle ontwikkelingen is de prijs voor tactische en principiële fouten heel hoog.

Syriza heeft met het zicht op de macht haar programma wat afgezwakt. Als de partij aan de macht komt, en die mogelijkheid blijft reëel gezien de huidige regering verre van stabiel is, zal ze snel getest worden. Zal Syriza capituleren aan de kapitalistische druk zoals de linkse formatie Democratisch Links in Griekenland dat al heeft gedaan? In dat geval ontstaan er heel wat nieuwe mogelijkheden voor extreem reactionaire partijen als Gouden Dageraad en zou ook het sectaire KKE een zekere terugkeer kunnen kennen.

De druk om in tijden van crisis ‘aanvaardbaar’ over te komen om sneller te kunnen groeien, botst onvermijdelijk met de aard van het kapitalistische systeem. De ruimte voor toegevingen aan de arbeidersbeweging is bijzonder beperkt, hierdoor is een reformistisch beleid quasi onmogelijk. De keuze is er dan ook niet zozeer een tussen hervormingen en revolutie, maar wel tussen hervormingen doorvoeren en veiligstellen door middel van revolutie of het aanvaarden van de kapitalistische logica eventueel aangevuld met een flauwe poging om de ergste kantjes wat af te vijlen.

Reformisme en centrisme zullen in verschillende vormen terug op de agenda staan. We moeten als marxisten deze stromingen en standpunten grondig bestuderen om op een correcte wijze te kunnen tussenkomen in nieuwe linkse formaties om daar een sterke revolutionaire stroming uit te bouwen. Dit is eigenlijk een race tegen de klok, zeker in tijden van crisis waarbij formaties heel snel uitgetest worden. Het vergt een goede vorming, democratische werking en strijdbaarheid om op dat moment de kant van de arbeidersbeweging te kiezen. En dat het zelfs dan niet evident is, bleek ook bij de Russische Bolsjewieken die na februari 1917 schipperden rond het standpunt van steun aan de voorlopige regering om pas na de strijd rond de aprilstellingen van Lenin tot een duidelijk revolutionair standpunt te komen.

Lees ook: Sociale hervorming of revolutie door Rosa Luxemburg