Text Size

Europa: Kapitalisten hebben geen antwoord op crisis, massastrijd op agenda

Op de zomerschool van het CWI was er een uitgebreide discussie over Europa met nadruk op de impact van de crisis op het vlak van politieke en sociale onrust. Het is duidelijk dat de kapitalisten niet weten hoe ze de Eurocrisis moeten aanpakken, op kapitalistische basis zal het ook niet mogelijk zijn om de Euro in zijn huidige vorm te behouden. Er is de ontwikkeling van strijd en de discussie over hoe we vanuit deze strijd tot fundamentele verandering kunnen komen, wint aan belang. De discussie over Europa werd ingeleid door Peter Taaffe.

Samenvatting van de inleiding door Geert Cool van LSP

Uitzichtloze crisis: Euro op weg naar uitgang

Na de Europese tussenkomst om het noodlijdende Spanje bij te springen met enkele miljarden euro’s riepen de Spaanse en Europese leiders dat Spanje en de Euro gered waren. De euforie was groot, alsof Spanje het EK Voetbal dan al had gewonnen. Maar de feestvreugde hield niet lang stand. Net zoals bij vorige aankondigingen haalden sombere vooruitzichten de euforie snel in. Dergelijke stemmingswisselingen zijn kenmerkend in een periode van economische depressie.

Ook bij de bekendmaking van de resultaten van de Griekse verkiezingen was er even wat opleving van hoop onder de kapitalisten. Griekenland was gered, zo werd ons verteld. Er werd zelfs gezegd dat de Grieken voor bezuinigingen hadden gestemd. De propaganda kon niet wegnemen dat de oppositie tegen het bezuinigingsbeleid in Griekenland blijft aanhouden en groeien, en ook dat het bezuinigingsbeleid geen enkele uitweg biedt.

Deze crisis brengt ons een aantal nieuwe termen. Na de Grexit, Griekse uitstap uit de Eurozone, en de Spanic, de paniek rond Spanje), werd in Groot-Brittannië ook gesproken over de mogelijkheid van een Brixit waarbij de Britten de EU verlaten. Op internationaal vlak is er de Chindown, de vertraging en mogelijke neergang in China, die een grote stempel op de economische en politieke agenda drukt.

Onvermijdelijk zal Griekenland de Eurozone moeten verlaten. Dat zal met grote problemen gepaard gaan waarbij de problemen nog groter zullen zijn als ook Italië en Spanje in de problemen komen. Voor de kapitalisten staat de vraag of ze dit kunnen vermijden centraal. Er wordt soms geschermd met de optie van Euro-obligaties (of Eurobonds) maar de Franse president Hollande moest al erkennen dat het minstens 10 jaar zou duren om dat in te voeren. Feit is dat niemand in staat is om de crisis economisch te onderstutten. Duitsland kan dat niet en andere economische zwaargewichten zoals de VS evenmin. Merkel moest terecht erkennen dat Duitsland niet over onbeperkte middelen beschikt.

Er zijn historische precedenten van het redden van een land door van buitenaf tussen te komen. In 1923 werd Duitsland tijdelijk gered, maar dat was vooral omdat het een prijs was die het imperialisme bereid was te betalen om een revolutie in dat land te voorkomen. Vandaag beschikt geen enkele macht over voldoende middelen om de 2,8 biljoen euro schulden van Spanje, Italië en Griekenland op te vangen. Het gaat om een bedrag dat zes keer zoveel is als de voorziene middelen voor het Europese Stabiliteitsmechanisme. Op kapitalistische basis is het onmogelijk om Spanje en Italië te redden.

Toch wordt stelselmatig benadrukt dat het onmogelijk is dat de Euro zal verdwijnen. De propaganda daarrond zal niet volstaan om het effectieve verdwijnen te stoppen. Destijds werd over de Sovjetunie ook gezegd dat dit regime en het land op zich niet konden verdwijnen. De huidige situatie in Europa kan zo niet verder gaan, maar anderzijds is er geen zicht op hoe het ineenstorten van de Eurozone zal gebeuren.

Het verdwijnen van een muntunie is niet uitzonderlijk, sinds 1945 verdwenen zeven onhoudbare muntstelsels. De tegenstellingen binnen de Eurozone maken het verdwijnen van de Euro in zijn huidige vorm onvermijdelijk. De totstandkoming van de Euro kon enkel als gevolg van de groeiperiode en het gebeurde tegen beter weten in. Wij hebben steeds gesteld dat de Euro geen stand zou kunnen houden, we dachten destijds eigenlijk dat de Euro er niet zou komen. Inzake timing hebben we ons vergist, inzake onderliggende processen niet.

Het enige antwoord dat totnutoe naar voor werd gebracht op de Eurocrisis is als een financiële aspirine om kanker te bestrijden. Het toezicht op de nationale begrotingen door de EU zal bovendien utopisch blijken te zijn. Merkel erkende zelf dat zo’n toezicht enkel efficiënt kan zijn als er een politieke unie is. En die politieke unie bestaat niet, er is geen gemeenschappelijke Europese staat waarbinnen grote transfers van middelen van de ene regio naar de andere mogelijk zijn. De concessies van de EU aan Griekenland omvatten slechts een derde van de transfers binnen Groot-Brittannië naar een armere regio als Wales.

De dreiging voor het voortbestaan van de EU komt niet alleen uit de periferie, het is niet uitgesloten dat een centraal land als Duitsland uiteindelijk de stekker uit het stopcontact haalt. Bij het einde van de Sovjetunie was het ook Rusland dat er een einde aan maakte. Bij een opbreken van de EU is een noordelijke unie rond Duitsland wellicht evenmin realistisch. Ook Nederland is immers geraakt door de schuldencrisis en kent een polarisatie tussen links en rechts met de SP die in de peilingen de grootste partij is.

De schuldencrisis maakt de Eurocrisis erger, maar zelfs zonder die schuldencrisis staan de Europese landen er economisch niet goed voor. Wellicht met uitzondering van Liechtenstein, zijn alle landen in Europe geraakt door de crisis.

Politieke crisis: drama beperkt zich niet tot Griekenland

Er is niet alleen een economische crisis, maar ook een diepgaande politieke crisis in alle instellingen van de burgerij. Dat komt omdat ze geen oplossingen hebben voor de crisis. De kapitalisten wankelen van de ene ‘oplossing’ naar de andere evenmin werkende ‘oplossing’. Ondertussen gaat de levensstandaard van de meerderheid van de bevolking verder achteruit en is er op vlak van werkgelegenheid een totale kaalslag. De jongerenwerkloosheid in Spanje en Griekenland bedraagt intussen meer dan 50%! De Portugese premier vatte het failliet van het kapitalisme goed samen toen hij stelde dat jongeren maar moeten emigreren naar Angola en Mozambique om daar hun toekomst uit te bouwen.

De komende periode zal gekenmerkt worden door een verdere neergang. De ECB reageert daar al op met een nieuwe verlaging van de rente. De politieke crisis die hiermee gepaard gaat, beperkt zich niet tot Zuid-Europa. Ook in het noorden van het continent is er een groeiende onrust en zelfs in landen waar de gevolgen van de crisis zich nog niet zo scherp laten voelen, is er een groot onderhuids ongenoegen aanwezig.

Een land als Zweden kent eveneens een jongerenwerkloosheid van 28% (de algemene werkloosheid bedraagt er 8%). De rechtse regering is onstabiel en er is een hernieuwde opkomst van de sociaaldemocratie die met een nieuwe leider vooruitgaat in de peilingen. Deze versterking van de sociaaldemocratie komt er niet door het programma van die partij, maar door de afkeer tegenover de conservatieven. Enkele weken geleden waren er rellen in Zweden. In buurland Noorwegen was er een belangrijke staking in de oliesector.

Momenteel gaat er veel aandacht naar de crisis in Griekenland, een land dat slechts goed is voor 2% van het Europese BBP. Het economische belang is relatief beperkt, maar het politieke belang is des te groter en bovendien wordt Griekenland gezien als een algemene repetitie voor wat ook in andere Europese landen kan gebeuren. Griekenland wordt gekenmerkt door depressie met werkloosheid, hongerige kinderen op school, gebrek aan gezondheidszorg, dakloosheid, een stijging van het aantal zelfmoorden,… De meerderheid van de bevolking leeft in de hel van Dante.

Er is een massaal verzet. De arbeiders en hun gezinnen vechten terug en die strijd brengt hen in de richting van de macht, maar ze worden daarbij telkens tegen gewerkt door de eigen leiding die bijzonder ver is meegegaan in het aanvaarden van de neoliberale logica. De arbeidersbeweging heeft geen aan- en uitknop waarbij de leiding mobilisaties zomaar kan stoppen of tot stand brengen. Als er geen actieplan is en een perspectief om effectief vooruit te gaan, dan dreigt uitputting en demoralisatie. Na de algemene stakingen die niet werden voortgezet, heeft het Griekse verzet zich nu vooral op het electorale terrein laten zien waarbij een groot deel van de arbeidersklasse voor Syriza heeft gestemd. Deze partij was in 2009 goed voor 4% en staat nu al op 28%.

De situatie in Griekenland is erg volatiel. Dat was eerder in de jaren 1970 en ’80 ook het geval, maar de huidige ontwikkelingen doen eerder aan de jaren 1930 denken qua snelheid. De regering onder leiding van Samares (ND) kan snel vallen en het is niet uitgesloten dat Syriza hierna aan bod komt met resultaten tot 35%. De Griekse communistische partij KKE zag haar steun sterk afnemen als gevolg van de abstracte propaganda en de weigering om op de dringende taken van vandaag in te gaan. Als Syriza de hoop niet inlost, is het niet uitgesloten dat de KKE wat terrein terug wint.

De regering is onstabiel en zelfs de conservatieve ND ziet zich genoodzaakt om de voorwaarden van de EU te heronderhandelen. Bovendien gaat er weinig dynamiek uit van de regering. Bij een recente EU-top moesten zowel de premier als de minister van financiën versterk geven wegens gezondheidsproblemen waardoor de 80-jarige president Griekenland moest vertegenwoordigen.

Bij nieuwe verkiezingen zou Syriza mogelijk nog sterker scoren, al moet gezegd worden dat er ook het gevaar is van extreemrechts en dat een groter wordend deel van de bevolking zich totaal afzijdig houdt, met een opkomst van 60% werd een dieptepunt bereikt bij de laatste verkiezingen. Onze Griekse zusterorganisatie Xekinima is correct in haar oriëntatie op Syriza. Xekinima was een tijdlang een deelnemende organisatie van Syriza maar paste die status aan in ‘samenwerkende’ organisatie. Dat houdt in dat Xekinima op alle vergaderingen aanwezig kan zijn en ook kandidaten had kunnen plaatsen op de lijsten van Syriza. Als Syriza stappen zet in de richting van een meer gestructureerde organisatie zullen we daar oog voor moeten hebben, ook al betekent de brede electorale steun niet automatisch dat er een ook meer actief intern leven is.

Wat na de Grexit?

Een belangrijke discussie in Griekenland is deze over hoe de exit uit de Euro zal gebeuren. Wij roepen niet op dat Griekenland uit de Eurozone moet stappen. Bredere lagen van de bevolking in het zuiden van Europa zagen het lidmaatschap van de EU destijds als een stap vooruit en vrezen dat eruit stappen deze landen terug naar een duister verleden zal slingeren. Op kapitalistische basis is dat ook het geval, maar zal EU-lidmaatschap deze tendens evenmin kunnen stoppen. Er is een overgangsbenadering nodig waarbij we de nationalisatie van de financiële sector en de buitenlandse export als voorwaarden voor een exit stellen en ons socialistische programma meteen koppelen aan een internationalistisch perspectief.

In de discussie over hoe de Grexit wordt georganiseerd, moeten we ook oog hebben voor de bekommernissen van de Grieken die nog een beetje spaargeld hebben of diegenen die een hypotheek moeten afbetalen. Een mogelijkheid daarbij kan deze van een parallelle of dubbele munt zijn, daar waren er in Argentinië in 1999-2000 elementen van aanwezig. Over deze mogelijkheid is er nog discussie in het CWI, ook al is het slechts een tactisch element. Alleszins moeten we stilaan de discussie over het einde van de Euro concreter gaan voeren.

Het gevaar van extreemrechts bleek door de resultaten van ‘Gouden Dageraad’ dat ondanks fysiek geweld tegen een parlementslid van de KKE op televisie stand hield rond 7%. Ook elders zijn er gelijkaardige krachten. Het Hongaarse Jobbik haalt hoge scores en zet druk op de rechtse regering van Fidesz. Het Franse FN kwam terug bij de laatste presidents- en parlementsverkiezingen. We moeten de strijd tegen deze krachten ideologisch aangaan, maar ook materieel. In onze antifascistische werking koppelen we de strijd tegen extreemrechts steeds aan de strijd tegen de bezuinigingen, in Griekenland wordt dat element vandaag concreter. Hoe zou het daar immers mogelijk zijn om ‘Gouden Dageraad’ te bestrijden zonder in te gaan tegen het bezuinigingsbeleid van de gevestigde partijen?

De dreiging van extreemrechts en het bestaan van elementen van burgeroorlog in Griekenland en andere landen, betekent niet dat de burgerij de komende periode zomaar zal overgaan tot de methode van staatsgrepen en openlijke burgeroorlog laat staan fascisme. Eerst zal de arbeidersklasse nog een hele reeks kansen en mogelijkheden krijgen, maar tegelijk is het bestaan van extreemrechts een belangrijke waarschuwing voor wat er kan gebeuren als de kansen niet worden gegrepen.

Zuid-Europa in opstand

Massastrijd staat niet enkel in Griekenland op de agenda. De confrontaties tussen de Spaanse mijnwerkers en de politie doen denken aan de periode van de Spaanse burgeroorlog. De mijnwerkers die naar Madrid trokken, konden op een brede steun rekenen. Sommige mijnwerkers stelden in Madrid dat ze de volgende keer dynamiet zullen meebrengen als het protest geen resultaat oplevert.

Het bezuinigingsbeleid is zo ver gegaan dat een zekere terugslag onvermijdelijk is. Ook vanuit een aantal regeringen wordt aangedrongen op een versoepeling van het beleid. Zo moet de EU haar voorwaarden aan Spanje wat verzwakken qua timing. Dergelijke aanpassingen betekenen echter niet dat het neoliberale beleid zelf wordt afgezwakt, de aanval op de levensstandaard gaat gewoon door. Spanje vormt een probleem, het is de vierde grootste economie van Europa.

Een bijkomende complicerende factor in Spanje is de nationale kwestie. De regio’s controleren ongeveer de helft van de economie waardoor de bezuinigingen ook op regionaal vlak moeten worden gevoerd. Het zorgt ervoor dat de nationale kwestie wordt uitgespeeld in de discussies over de bezuinigingen. Het leidt tot de mogelijke versterking van nationalistische standpunten, zowel ter rechter- als ter linkerzijde.

De tegenstellingen in Spanje zullen net zoals in Griekenland tot nieuwe uitbarstingen leiden. Er was al massaal protest met algemene stakingen en actiedagen met meer dan een miljoen betogers. De linkse partij IU (Verenigd Links) kan daar deels van profiteren, maar er is toch heel wat discussie over de te volgen koers. Het is mogelijk dat er opstanden plaatsvinden zonder dat er een brede arbeiderspartij bestaat, maar de kansen moeten dan wel aangegrepen om vanuit de strijd een politiek instrument uit te bouwen of te versterken.

Beperkingen van het bezuinigingsbeleid

De nieuwe Franse president Hollande wil het bezuinigingsbeleid wat temperen. Hij deed een aantal toegevingen aan de arbeidersbeweging, ook al gaat hij zeker niet zo ver als wat Mitterand in 1981 deed (en waarvoor hij al even gauw werd terug gefloten). De positie van Hollande is mee het resultaat van de afkeer tegen het bezuinigingsbeleid, wat zich ook uit in de belangrijk steun voor het Front de Gauche. De positie van de gevestigde partijen in Frankrijk is niet comfortabel: de UMP is hopeloos verdeeld, het scepticisme tegenover de PS zal snel toenemen. Dat creëert ruimte voor zogenaamde ‘derde’ partijen, een uitdrukking van een zoektocht naar een alternatief. In Duitsland leidt tot deels tot de opkomst van de Piratenpartij. In Frankrijk kan Mélenchon een stuk van het terrein bezetten dat de trotskistische krachten hadden kunnen innemen op basis van hun successen enkele jaren geleden. Het Front de Gauche kan zich verder versterken als het een actieve rol speelt in strijdbewegingen.

In Italië lijkt er aan de oppervlakte weinig te gebeuren, maar onderhuids is er een opeenstapeling van ongenoegen. Monti moest op de EU-top toegevingen bekomen, zoniet dreigde hij zelf politiek volledig afgemaakt te worden. De komiek Beppe Grillo doet het uitstekend in de peilingen, de politieke toekomst van de regering-Monti wordt omschreven met de term ‘rigormonti’ (naar rigor mortis). Het verdwijnen van Rifondazione stelt ook hier de vraag naar een politiek alternatief.

Waar er linkse krachten zijn, zoals met Die Linke in Duitsland, hebben wij er een oriëntatie op en maken we er doorgaans deel van uit om de discussie te voeren over een socialistisch programma. Elders proberen we op basis van bestaande strijdbewegingen de kwestie van een politiek verlengstuk naar voor te brengen. Dat doen we onder meer in de massale strijd tegen de Ierse huishoudtaks, een strijd die leidt tot een lastercampagne tegen onze verkozenen en een massale intimidatiecampagne tegen de helft van de Ierse bevolking die de belasting weigert te betalen. In Groot-Brittannië werken we met de Trade Unionist and Socialist Coalition (TUSC) dat vakbondsmilitanten van de basis omvat maar ook een aantal nationale verantwoordelijken die zich politiek engageren.

Conclusie

In Oost-Europa is de politieke onstabiliteit net zoals in Griekenland al heel ver gevorderd, regeringen vallen er bij bosjes. Stilaan wordt Europa onregeerbaar. De kapitalisten hebben geen uitweg en weten het niet meer.

Martin Wolf van de Financial Times vatte het goed samen: “Wat zou er gebeuren als een land de Eurozone verlaat? Niemand weet het. Zou zelfs Duitsland een exit overwegen? Niemand weet het. Wat is de strategie op lange termijn om uit de crisis te geraken? Niemand weet het. Met dergelijke mate van onzekerheid wordt paniek helaas rationeel… Voorheen begreep ik nooit echt hoe het mogelijk was wat in de jaren 1930 gebeurde. Nu begrijp ik dat wel.”