Text Size

100 jaar geleden: Tragedie van de Titanic

Op 15 april 1912 kwam de prestigieuze Titanic tot zinken. De eerste uitvaart van het schip werd meteen ook de laatste. Er vielen meer dan 1500 doden waardoor dit een van de ergste zeerampen uit de geschiedenis blijft. De 100ste verjaardag van deze gebeurtenis ging veelal voorbij aan het soort samenleving dat tot uiting kwam bij de Titanic.

Nick Chaffey en Perry McMillan - Socialist Party in England & Wales

Alles rond de Titanic, van de bouw tot de gevolgen van de ramp zelf, toonde de enorme tegenstellingen in de toenmalige samenleving. Het ging niet enkel om verschillende levensstijlen maar zelfs om een verschillende waarde die werd gehecht aan het leven van mensen. Deze ramp was mede het resultaat van een samenleving die enkel oog had voor de belangen van de rijken en de winsten van de scheepvaartindustrie. De belangen van de werkende bevolking waren niet van belang.

De Titanic was het grootste schip dat tot dan toe werd gebouwd. Het was een hoogtepunt met betrekking tot varende luxe. Bij de eerste oversteek naar Amerika gingen enkele van de allerrijksten ter wereld mee. Het leven van de bemanningsleden en de passagiers in derde klasse was echter veel minder glorieus.

De 700 reizigers in eerste klasse hadden toegang tot verfijnde restaurants, een zwembad en Turkse stoombaden. De 1.000 passagiers in derde klasse moesten het doen met twee gedeelde badkamers: een voor de vrouwen en een voor de mannen. Zelfs de toiletten weerspiegelden de klassentegenstelling: in derde klasse vond je ijzer, in tweede klasse porselein en in eerste klasse marmer.

Ook onder de bemanning was er een enorme tegenstelling. De kapitein verdiende 1.250 pond per jaar, een brandweerman 60 pond per jaar en gewoon boordpersoneel 36 pond per jaar. De kapitein en de top waren ingeschreven als gewone werknemers die het hele jaar door werden betaald. Het gewone personeel werd per reis ingeschreven. Als een schip twee tot drie weken aan land lag, waren de bemanningsleden werkloos.

Het leven op de Titanic was een weerspiegeling van de verdeelde samenleving op het land in de aanloop naar de Eerste Wereldoorlog.

Het schip werd in Belfast gebouwd op de grote scheepswerven van Harland en Wolff. Er werkten maar liefst 15.000 scheepsbouwers aan de Titanic. Bij de bouw vielen al de eerste slachtoffers, veiligheid op de werkvloer was en is een groot probleem. Er vielen 245 gewonden en zes doden. Dit waren geen ‘ongevallen’, deze menselijke tol was het resultaat van een winsthonger die de noodzakelijke veiligheidsmaatregelen naar de achtergrond drukt.

Ook na de ramp bleken de grote tegenstellingen tussen de rijke elite en de rest van de opvarenden. Minder dan een derde van alle mensen op de boot overleefden de ramp. Waar 37% van de passagiers uit eerste klasse omkwamen, liep dit cijfer op tot 74% van de passagiers in derde klasse en 78% van het personeel.

Het feit dat een dergelijk schip kon uitvaren terwijl er maar reddingssloepen waren voor een derde van het personeel en de passagiers, was geen misrekening maar een uitdrukking van hoe de winsten druk zetten op de veiligheidsmaatregelen. Enkel de belangen van de passagiers in eerste klasse waren van belang. Wie het schip niet tijdig kon verlaten, overleefde de ramp niet. Enkele mensen werden nog gered toen ze uit de zee in half gevulde reddingssloepen getrokken werden. De bemanning was amper opgeleid voor noodsituaties, velen bekochten dit met hun leven.

De ramp had grote gevolgen voor de bevolking van Southampton in het zuiden van Engeland. Meer dan de helft van de bemanningsleden kwamen uit die regio. In Southampton was er in iedere straat wel een gezin waar een slachtoffer was gevallen. In een tijdperk zonder uitkeringen betekende dit voor veel gezinnen armoede.

Er wordt nu gezegd dat er snel lessen werden getrokken uit de ramp. Het officiële onderzoek was eerder een doofpotoperatie. Geen enkele passagier uit derde klasse werd als getuige opgeroepen. De wetten en regels werden uiteindelijk aangepast, maar dat was pas na druk van stakende vakbondsleden. Enkele dagen na de ramp met de Titanic ging het personeel van de Olympic, eveneens een schip van de White Star Line, in staking om meer reddingssloepen te eisen.

De Britse bond van varend personeel moest harde strijd leveren om voor haar 4.000 leden betere lonen, kortere arbeidstijden en degelijke accommodatie aan boord af te dwingen.

Ook in de wijze waarop de honderdste verjaardag van de ramp wordt gevierd, blijft de aandacht enkel uitgaan naar de rijke elite die op de boot aanwezig was. De verjaardag wordt ook aangegrepen door mensen die er winst uit willen halen. Een authentiek menu in eerste klasse op de Titanic werd op een veiling voor 76.000 pond verkocht. De veilingmeester stelde: “De Titanic was het beste varende restaurant en dat wordt bevestigd in deze menu. Er waren meer dan 40 keuzes voor een lunch.”

De beste manier om de gewone slachtoffers te herdenken, is door vandaag te blijven strijden tegen bezuinigingen. We moeten samen opkomen voor een degelijke toekomst voor de werkende bevolking, waaronder ook het personeel in de scheepvaart.

 


Scheepvaart vandaag. Cruise op rampkoers?

Wereldwijd was de cruisesector in 2008 goed voor een omzet van 20 miljard dollar. Deze sector biedt heel wat kansen voor grote winsten. In Groot-Brittannië was er een omzet van 2,4 miljard pond. In Southampton alleen zijn er 1,5 miljoen passagiers. Duizenden mensen werken in deze sector die nog steeds wordt gekenmerkt door hoogst onzekere en vaak slecht betaald werk.

De lonen en arbeidsomstandigheden zijn vaak niet om over naar huis te schrijven. Sommige bedrijven stellen dat het personeel veel kan verdienen op basis van fooien, maar dat is geen echt loon.

Recent was er opnieuw een veel besproken ramp, deze met de Costa Concordia. Alle media richtten zich daarbij op de kapitein van het schip, maar er begint ook kritiek op het bedrijf te komen. De openbare aanklager had heel wat kritiek op het bedrijf wegens een gebrek aan veiligheidsmaatregelen. De reddingssloepen werden niet neergelaten en de bemanning wist niet wat te doen in een dergelijke noodsituatie.

De kapitein verklaarde aan de politie dat hij dicht bij de Giglio-eilanden moest varen om de passagiers een spectaculair uitzicht te bezorgen. De economische neergang zet de winsten onder druk waardoor bezuinigingen en nieuwe incidenten vrijwel onvermijdelijk zijn.

Alles wijst er op dat de winsten nog steeds voor alles gaan. In de cruisesector kunnen betere veiligheidsmaatregelen en arbeidsomstandigheden worden afgedwongen door het personeel in vakbonden te organiseren. Het huidige besparingsbeleid gaat daar tegen in, met dit beleid zullen de maatregelen met betrekking tot veiligheid en gezondheid op de werkvloer de diepte ingaan.