Text Size

Toen de arbeiders “De hemel bestormden”

Parijse Commune 140 jaar

De massale strijd tegen de dictaturen en de armoede in Noord-Afrika en het Midden-Oosten stimuleren werknemers en jongeren in de regio en internationaal om te kijken naar de lessen van eerdere revolutionaire bewegingen. Dit jaar is het de 140e verjaardag van de Commune van Parijs, toen voor een korte, maar heldhaftige paar weken, de arbeidersklasse de macht overnam, voor de eerste keer in de geschiedenis. In de onsterfelijke woorden van Karl Marx: de massa's "bestormden de hemel". Onder zeer gevaarlijke omstandigheden probeerden de Parijse arbeiders de samenleving te reorganiseren, uitbuiting en armoede af te schaffen, voordat de Commune ten onder ging door een smerige contrarevolutie.

Niall Mulholland, CWI

De achtergrond van de Parijse Commune, zoals bij de Russische revoluties van 1905 en 1917, was oorlog. Geconfronteerd met economische achteruitgang en een steeds militantere arbeidersbeweging, verklaarde het wanhopige en corrupte regime van Lodewijk Napoleon Bonaparte - de zelfverklaarde keizer van Frankrijk - de oorlog aan Pruisen in juli 1870.

Nederlagen volgden snel, wat leidde tot een opstand van de Parijse massa's. Een nieuwe Derde Republiek werd uitgeroepen en er werd een voorlopige Regering van Nationale Defensie opgericht. De vorming van de 200.000 sterke nationale garde betekende dat de Parijse massa's nu gewapend waren. De pro-kapitalistische ministers van de nieuwe regering vreesden het potentiële gevecht met de arbeidersklasse veel meer dan dat met de Pruisische vijand.

De voorlopige regering leed direct een aantal nederlagen. Het gerucht dat zij in onderhandeling waren met de Pruisen, leidde tot een opstand door delen van de werknemers en de nationale garde.

Onder leiding van de revolutionaire veteraan Louis Auguste Blanqui en zijn volgelingen, namen zij het stadhuis, het Hotel de Ville, op 31 oktober in en zetten een Comité van Openbare Veiligheid op.

Blanqui had veel invloed onder linkse - en arbeidersactivisten in Parijs, en werd gerespecteerd om zijn moed. Blanquisme was echter een utopische socialistische ideologie, die stelde dat geheime groepen van samenzweerders konden fungeren als een substituut voor de massale actie van de arbeiders. De meerderheid was nog niet klaar om in opstand te komen tegen de voorlopige regering en de opstand bleef geïsoleerd.

Klassenstrijd

Eind januari 1871 vuurden regeringstroepen op demonstranten buiten het Hotel de Ville. Kort daarna deed de voorlopige regering eindelijk wat ze al lang gepland had (en aangekondigd): ze gaf aan dat zij bereid was zich over te geven aan de Pruisische militaire leider, Otto von Bismarck. De Pruisen eisten draconische concessies, met inbegrip van het verlies van twee gebieden, de Elzas en het Oostelijk deel van Lotharingen en de enorme herstelbetalingen.

Na de verkiezingen in februari kwam de reactionaire Adolphe Thiers aan de macht op basis van een nieuwe nationale vergadering vol met monarchisten en landelijke reactionairen. Deze Assemblee maakte veel vijanden onder Parijse arbeiders en kleine ondernemers door te dreigen het loon van vele nationale gardisten te annuleren en te eisen dat huurachterstanden en alle schulden onmiddellijk werden betaald. Deze dreiging van een faillissement, samen met het gevaar van een monarchistische restauratie en Pruisische represailles, leidde tot een nieuwe radicalisering onder de armen en middelste lagen in de samenleving.

Toen de Federatie van de Nationale Garde democratisch een Centraal Comité koos, besloot Thiers om een ​​einde te maken aan de opkomende alternatieve regering en stuurde 20.000 Franse troepen met kanonnen af op Montmartre, een heuvel in de stad in te nemen. De troepen weigerden echter orders om te schieten op grote menigten van de werknemers uit te voeren en executeerden twee generaals.

Dit was het moment voor de Nationale Garde om in het offensief te gaan. Thiers en zijn regering waren gevlucht van Parijs naar Versailles. Het leger viel langs klasse lijnen uiteen. Maar het Centrale Comité werd gedomineerd door conservatieve en aarzelende figuren zonder een duidelijk socialistisch programma en zonder uitgewerkte tactiek en strategie, slaagde er niet in de terugtrekkende troepen te winnen en het verzet in Versailles te beëinidigen.

De leiders van de Nationale Garde organiseerden verkiezingen voor een Commune (een soort gemeenteraadsverkiezingen), op basis van algemeen kiesrecht voor mannen, die gehouden werden op 26 maart. De Commune deed denken aan de Commune gevormd tijdens de Franse Revolutie in 1792, die werd beschouwd als een orgaan van de macht van het volk.

De leden van de Commune van 1871 die werden verkozen waren op elk gewenst moment herroepbaar. Bijna de helft van de gekozen leden waren geschoolde werknemers, de anderen waren vaak radicale artsen, accountants en journalisten uit de middenklasse. Karl Marx zei: "Dit was de eerste revolutie waarin de arbeidersklasse openlijk werd erkend als de enige klasse die in staat was tot sociale vooruitgang..."

De vergadering van de Commune was samengesteld uit verschillende linkse republikeinen, maar er was ook een aanzienlijk aantal dat lid was van de Internationale Arbeiders Vereniging - de Eerste Internationale.

Proudhon

In de Commune waren ook aanhangers van Blanqui en Proudhon. Proudhon verzette zich tegen het grootkapitaal en riep op tot eigendom op kleine schaal, coöperaties en ruilbanken. Op deze manier zouden deze arbeiders "de middelen van productie verwerven" en kunnen werken in een "rechtvaardige markt".

Binnen de Eerste Internationale bestreed Karl Marx de anarchistische ideeën van Proudhon en de illusie dat het kapitalisme zou kunnen worden vernietigd door middel van hervormingen. Proudhon heeft de historische rol van de arbeidersklasse niet begrepen en hij verwierp de democratische heerschappij van de arbeidersklasse in de overgang naar het socialisme naar een klassenloze maatschappij.

Ondanks de beperkingen en de verwarring van de leiders van de Commune, waren vergaande sociale en economische hervormingen afgekondigd. Het dienstplichtige leger werd afgeschaft en vervangen door de Nationale Garde van gewapende burgers. Lonen voor de leden van de Commune waren beperkt om te helpen baantjesjagerij en bureaucratie te voorkomen. Het internationalisme van de communards werd aangegeven door de populaire slogan: "De vlag van de Commune is de vlag van de Wereldrepubliek".

Omdat Kerk en staat gescheiden werden, werd religie niet langer onderwezen op scholen, en kerkelijke goederen werden afgeschaft.
Er waren ook economische hervormingen. Nachtwerk voor bakkers werd afgeschaft. Pandjeshuizen werden gesloten. Schulden werden geannuleerd. Fabrieken die door hun eigenaren verlaten waren, werden overgenomen door de coöperatieve werknemersverenigingen. Gehoopt werd alle werkers te organiseren in een "grote bond".

Maar de revolutie stopte halverwege. Doorslaggevende sectoren van de economie bleven ongemoeid. De leiders van de Commune dachten er niet aan de Bank van Frankrijk te nationaliseren. Ook kwamen ze niet tot de invoering van een achturige werkdag, als een eerste stap om de werknemers de tijd te geven om deel te nemen aan de inrichting van een nieuwe samenleving.

De Commune had weinig tijd om zijn beleid in praktijk te brengen. Doodsbang dat de revolutie zich zou verspreiden over heel Frankrijk en Europa, waren de Franse en Pruisische heersende klassen nu verenigd in de strijd tegen hun gemeenschappelijke vijand - de werkende bevolking in opstand.

Het Franse leger bombardeerde Parijs voortdurend. Thiers wendde voor dat hij wilde onderhandelen om tijd te winnen om zijn laatste aanval voor te bereiden. De leiders van de Commune onderschatten de klassevijand en namen een ​​defensieve houding aan.

Na een aantal zware verliezen in het begin van april, gaf het Franse leger op 21 mei de vrije doorgang aan de Pruisische bezetters. Acht dagen van verschrikkelijke bloedbaden volgden.

Ongeveer 30.000 mannen, vrouwen en kinderen werden vermoord, 38.000 mensen werden gevangen gezet, en 15.000 gedeporteerd. Thiers was vastbesloten om de meest geavanceerde delen van de arbeidersklasse fysiek te vernietigen en herinnering aan de Commune weg te vagen.

Wat dat laatste betreft, is het plan van Thiers en de kapitalistische heersende klasse totaal mislukt. Karl Marx en Friedrich Engels bestudeerden de dynamiek van de Commune in detail en beschouwden het als "nieuw punt van vertrek van wereldwijde betekenis". Zij wezen erop dat de arbeidersklasse in de komende revoluties geen beroep kan doen op het kapitalistische staatsapparaat.

Lenin en Trotski, leiders van de succesvolle Russische revolutie in 1917, concludeerden dat de Commune van Parijs vooral mislukte door het ontbreken van een revolutionaire partij van de arbeidersklasse. Een dergelijke partij met diepe wortels in de arbeidersklasse en onder de jeugd, zou door het bestuderen van de lessen van internationale bewegingen de strijd om de macht kunnen voorbereiden en uitvoeren.

Vandaag staat de arbeidersklasse vele malen sterker in Frankrijk, Europa en op internationaal niveau dan in 1871 of 1917. De omverwerping van Ben Ali en Mubarak in Tunesië en Egypte dit jaar werd bereikt door de beslissende tussenkomst van de arbeidersklasse.

Maar deze revoluties hebben tot dusver slechts voldaan aan een deel van hun doelstellingen, zonder dat reële en duurzame democratische rechten gewaarborgd zijn en zonder dat er fundamentele economische en sociale veranderingen tot stand zijn gebracht.

Net als bij de Parijse Commune is het opbouwen  van massale, onafhankelijke organisaties van de arbeidersklasse, gewapend met een socialistische politiek, van vitaal belang voor het realiseren van de ambities van de werkende mensen in Noord-Afrika en het Midden-Oosten en over de hele wereld.