Text Size

20 jaar na de mislukte staatsgreep in de Sovjetunie

Afgelopen week werd de 20ste verjaardag gevierd van de poging tot militaire staatsgreep in de Sovjetunie. Dit gebeurde op een ogenblik van economische, sociale en politieke onrust in en buiten de Sovjetunie. De staatsgreep was er op gericht om het opbreken van de Sovjetunie te stoppen, maar het falen van de staatsgreep leidde net tot een versnelling van dat proces. De poging tot politieke contrarevolutie door de oude stalinistische garde versnelde de overwinning van de kapitalistische contrarevolutie, het uiteenvallen van de Sovjetunie en de snelle opmars van een nieuwe klasse van superrijke kapitalistische oligarchen.

Dossier door Clare Doyle, CWI Internationaal Secretariaat

In de vroege ochtend van 19 augustus 1991 trokken tanks van de rand van Moskou op naar het Kremlin. Het persbureau TASS deelde mee dat Michael Gorbatsjov, de secretaris van de Communistische Partij van de Sovjetunie en president van het land, zijn taken niet langer kon uitoefenen wegens “gezondheidsredenen”. Hij werd vervangen door de vice-secretaris Gennady Yanajev, een vertegenwoordiger van de ‘oude garde’ binnen de heersende ‘communistische’ partij.

Er werd een verklaring bekend gemaakt waarin werd gesteld dat iedere samenscholing van meer dan drie personen werd verboden. Alle sociale en sportevenementen werden afgelast. Er kwam een ‘Staatscomité voor een Noodsituatie’ (GKChP) dat de situatie in handen moest nemen. In dat comité zaten onder meer een generaal, een politiechef en een minister van defensie. Hun zelfverklaarde doel was “het beschermen van de Sovjetunie tegen verbrokkeling en burgeroorlog.”

Alle normale radio- en televisieprogramma’s werden opgeschort. Er kwam geen nieuws. Het enige wat op televisie kwam, de hele dag lang, was het ballet ‘Zwanenmeer’. Dat was ook onder Stalin een veel voorkomende manier om de verspreiding van moeilijk nieuws te vermijden.

Om vijf uur hielden de ‘leiders’ van de staatsgreep een persconferentie. Yanajev zat centraal en herhaalde al bevend de zinnen die hij had geoefend. De leiders van de staatsgreep beseften al dat er een groeiend verzet was tegen hun plannen. De controle over het leger en de ordediensten, waar ze op hadden gerekend, was verre van gegarandeerd.

Massaal verzet

In de plaats van thuis af te wachten, trokken honderden en vervolgens duizenden mensen de straat op in de richting van de gebouwen waar de verkozen autoriteiten zetelden. In Moskou was dat het Witte Huis, de zetel van het parlement van de Russische Federatie. In Leningrad was dat het Marinsky Paleis, waar de lokale gemeenteraad vergaderde. Er werden barricaden opgeworpen met al wat werd gevonden. In Moskou werden bussen omvergeworpen om dienst te doen als barricade, in Leningrad werden beton-mixers van bouwwerven weg gehaald om onderdeel van de barricades te worden. Er werden wapens verzameld voor het geval een gewapende verdediging van de gebouwen noodzakelijk zijn blijken. De bevolking kwam in actie tegen de staatsgreep en was vastberaden om niet toe te laten dat de klok in de tijd terug zou worden gezet met een herstel van een oud stalinistisch regime waarbij alle beloften van democratische verandering van tafel zouden worden geveegd.

Boris Jeltsin, de verkozen president van de Russische Federatie, was erg actief in het verdedigen van de noodzaak van ‘hervormingen’ die het pad naar de herinvoering van het kapitalisme zouden effenen. Dat zou grote ellende betekenen voor de arbeiders, maar in ware Bonapartistische stijl probeerde Jeltsin op dit ogenblik van crisis op de arbeiders beroep te doen. Op hypocriete wijze leende hij het idee van een algemene staking van de arbeidersbeweging om op deze manier een einde te maken aan de ‘staatsgreep’. Doorheen de Sovjetunie waren arbeiders al in actie aan het komen en toonden ze hun actiebereidheid.

In Moskou begonnen soldaten over te lopen. Later zouden volledige divisies volgen. Jeltsin ging op een tank staan midden een volkstoeloop die zich had gevormd aan het Witte Huis. Hij riep op om de GKChP niet te volgen en om de krachten van het verzet ertegen te verzamelen. Er trokken honderdduizenden naar het Russische parlement. Dat was overigens hetzelfde gebouw dat Jeltsin twee jaar later zelf zou bombarderen.

Anatoly Sobchak, de burgemeester van Leningrad, riep op tot een massabetoging op het plein van het Winterpaleis op 20 augustus. Er kwamen een half miljoen mensen naar deze historische site om te luisteren hoe ze de staatsgreep konden stoppen. Een dag later verloor de GKChP nog meer terrein en viel het uiteen.

Sommigen zagen de poging tot staatsgreep van deze laag als een noodzakelijke en ‘progressieve’ stap om het opbreken van de Sovjetunie te stoppen en de privatiseringen met een terugkeer naar het kapitalisme tegen te houden. Sommigen denken er vandaag nog zo over. De Russische Communistische Partij onder leiding van de vroegere stalinist Gennady Zjoeganov houdt een herdenkingsplechtigheid. Ze stellen dat de huidige problemen niet zouden bestaan indien de staatsgreep was gelukt.

Het werd snel duidelijk dat Yanajev en co geen kans op succes hadden. Ze zouden niet in staat zijn om met geweld vast te houden aan een centraal geplande staatsgecontroleerde economie die al in crisis was. De 20 miljoen mensen tellende bureaucratie was een gigantische parasiet op de kap van de arbeidersstaat. Toen de economie begon te stagneren, kwamen diegenen die jarenlang onder de knoet van de bureaucratie werden gehouden in beweging.

Eind jaren '80 zagen de arbeiders in de Sovjetunie hoe de economie van het land vertraagde. Velen verwelkomden de ‘perestroika’ en de ‘glasnost’ van Gorbatsjov als een poging om nieuw leven in de bureaucratisch overbelaste geplande economie. Ze begonnen uit te kijken naar minstens enkele elementen van verandering. Er werden nieuwe raadgevende comités op de werkvloer opgezet waar klachten aan bod konden komen. De directie werd uitgedaagd door de arbeiders. Er waren verkiezingen voor nieuwe leidingen in de republieken en er werd campagne gevoerd, met de steun van Jeltsin, opdat andere partijen zouden kunnen deelnemen aan de verkiezingen.

De socialisten in de Sovjetunie in augustus 1991 verzetten zich actief tegen de staatsgreep maar hadden geen enkele illusie in het beleid van Jeltsin en co. Die wilden vooral sneller gaan met de privatiseringen en een einde maken aan alle elementen van een staatsgeleide planeconomie. Onafhankelijke actie van de arbeidersklasse – met stakingen en de strijd voor een arbeidersregering – was de beste manier om zowel de staatsgreep als de pro-kapitalisten een nederlaag toe te brengen en de samenleving een stap vooruit te laten nemen. Maar er was geen kracht of een partij met voldoende gewicht in de samenleving om dat standpunt naar voor te brengen.

Zoals het CWI-document ‘Revolutie en contrarevolutie in de Sovjetunie’ het in 1991 stelde: “Tijdens de staatsgreep riepen de marxisten in de Sovjetunie op tot steun aan de algemene staking, niet op het programma van Jeltsin (voor de terugkeer van Gorbatsjov en de voortzetting van de markthervormingen), maar om de staatsgreep te verslaan met een revolutionair programma voor arbeidersdemocratie. We legden uit dat de beperkte democratische rechten van de afgelopen periode enkel konden worden beschermd indien de arbeidersklasse de macht greep. We riepen op tot de vorming van democratische arbeiderscomités die de arbeiders bewapenden en oproepen tot de gewone soldaten.”

Gedoemd om te verliezen

De “noodraad” dacht dat de geplande economie met alle mogelijke middelen moest worden beschermd tegen de privatiseringen, maar onder die middelen was democratie van onderuit geen optie. Het werd onmogelijk om de geplande economie in stand te houden. Hun verklaring had het over de noodzaak om “alle vormen van bezit te beschermen”. Ze wilden geen einde aan het staatsbezit van de industrie en het financiewezen uit angst voor de gevolgen dat dit voor hen zou hebben en voor het systeem dat hen totnutoe zo goed had bediend. Ze zagen Jeltsin, Gaidar en co en zelfs Gorbatsjov als een bedreiging voor de oude gang van zaken. De verantwoordelijken van de staatsgreep dachten dat ze deze laag een nederlaag konden toebrengen door beroep te doen op de enige instrumenten waarover ze beschikten, de staatsmacht. En die macht glipte door hun handen. Hun ‘machtsovername’ hield nog geen drie dagen stand.

Ze hadden niets geleerd van de ervaring van Jaruzelski in Polen die in 1981 optrad tegen Solidarnosc en een militair bewind had opgelegd, maar er niet in slaagde om het oude stalinistische regime opnieuw te vestigen. Het was voor Jaruzelski onmogelijk om aan de geplande economie vast te houden op basis van brute kracht en hij gaf deze poging al snel op.

De verantwoordelijke van de staatsgreep hadden Gorbatsjov onder huisarrest geplaatst in zijn zomerverblijf aan de Zwarte Zee. Binnen drie dagen was hij in Moskou. De president van de Sovjetunie trok de hoofdstad binnen als hulpje van de president van de Russische Federatie. Formeel bleef hij het staatshoofd, maar in de praktijk kreeg hij nooit zijn volledige macht en status terug. Tegen eind 1991 (25 december) moest hij in een televisietoespraak zijn ontslag aankondigen. Hij stapte op als president van een bijna niet meer bestaande entiteit. Dit werd gezien als het definitieve einde van de Sovjetunie.

Achtergrond

De desintegratie van de Sovjetunie was een proces dat al bezig was voor de poging tot staatsgreep. Het ging gepaard met de toename van economische problemen. Op 20 augustus zou een akkoord worden gesloten dat bekend stond onder de naam “Byelavezha akkoorden” of het “Nieuwe eenheidsverdrag”. Daarmee werd een nieuwe losse federatie van staten opgezet. De leiders van de staatsgreep zagen er hun machtsbasis mee verdwijnen. De vleugel van de bureaucratie die voor een “schoktherapie” pleitte, wilde een snelle overgang naar het kapitalisme en kreeg stilaan de overhand. Gorbatsjov twijfelde en wist niet hoe het verder moest. Zijn populariteit was compleet in elkaar gestort, hij haalde nog 14% steun in de peilingen.

Gorbatsjov had gepleit voor hervormingen van bovenaf om een explosie van onderuit te vermijden en om de geplande economie in staatshanden te behouden. Dat was de structuur die decennialang de kaste van Gorbatsjov en co met alle privileges in stand had gehouden. Tijdens de mijnwerkersstaking van 1989 werd het gebruik van antistakingswetten opnieuw ingevoerd. Gorbatsjov zette een rem op de hervormingen. Maar wat was het alternatief?

Boris Jeltsin was verkozen tot president van de Russische Federatie tegen de wil van de hardliners in. Hij ondermijnde de macht van Gorbatsjov en de Unie. Jeltsin was de meest krachtige uitdrukking van de groeiende laag binnen de staatsbureaucratie die sneller wilde gaan met de ‘overgang naar de markt’, het herstel van het kapitalisme. Hij was populair onder de arbeiders, ook de mijnwerkers van Vorkuta, Kuzbas en Donbas. Zij kenden verschillende stakingsbewegingen voor een beter inkomen voor hun hard labeur en ze gingen in tegen de privileges van de bureaucratie. Jeltsin werd gezien als een man van het volk en had de mijnwerkers gesteund, maar dan wel voor zijn eigen redenen. Hun acties ondermijnden immers een oude laag van lokale vertegenwoordigers en ze maakten een einde aan hun privileges. Soms gebeurde dit letterlijk, waarbij de limousines van de bureaucraten werden tegengehouden en volledig ontmanteld.

De ijzeren greep van de stalinistische bureaucratie op de samenleving was losser geworden omdat het regime zelf verdeeld was over de te volgen koers. Er was discussie onder de intellectuelen en de middenlagen van de samenleving die uitkeken naar het kapitalisme in Europa en elders. In tegenstelling tot vandaag deed het wereldkapitalisme het nog erg goed en bood dit systeem op het eerste gezicht kansen voor persoonlijke en culturele ontwikkeling, een uitweg uit de nachtmerrie onder het stalinisme.

De zowat 100 miljoen arbeiders in de uitgestrekte Sovjetunie kenden tekorten op het vlak van alle basisbehoeften, van brood, vlees, eieren over zeep tot toiletpapier. Er was geen suiker in de winkels waardoor het fruit en de bessen op het platteland niet konden bewaard worden. Het plukken van paddestoelen was niet langer een traditionele ontspanning op het einde van de zomer, maar werd een onderdeel van een overlevingsstrijd.

De arbeidersklasse in de Sovjetunie kende stilaan de voorwaarden die nodig waren om de uitgebreide parasiterende bureaucratie aan de kant te schuiven en zelf de controle over te nemen door middel van verkozen comités die de centraal geplande economie en de samenleving konden controleren. Dat was lang ervoor al het programma van Trotski tegenover de opkomst van Stalin en zijn kliek. Stalin maakte een einde met al wie voor de verspreiding van de revolutie en voor arbeidersdemocratie opkwam. Die werden allemaal fysiek uitgeschakeld, zo-ook Trotski die samen met Lenin een leidinggevende rol speelde in de Oktoberrevolutie van 1917.

In de lange donkere decennia voor de jaren '80 kende de economie van de Sovjetunie een forse vooruitgang op basis van het staatsbezit en de planning. Maar dat gebeurde zonder wat Trotski de ‘zuurstof’ noemde, de arbeidersdemocratie die het uitgebreide systeem in staatsbezit kon controleren en gezond laten functioneren. Nu kwam er een periode van stagnatie waarbij enkel arbeiderscontrole en -beheer, doorheen democratisch verkozen comités, de geplande economie konden laten overleven. Het betekende dat moest worden opgekomen voor een echte arbeidersregering waarbij al rotte elementen van het stalinisme aan de kant werden geschoven.

Geen politieke kracht

Er was nood aan een politieke kracht die duidelijke doelstellingen had inzake het doorvoeren van een politieke revolutie waarbij de arbeidersklasse de macht overnam en het idee van echt socialisme wereldwijd zou verdedigen.

Er was helaas geen dergelijke kracht aanwezig. Iedere vorm van oppositie werd brutaal onderdrukt, zo werd de heroïsche Linkse Oppositie in de jaren '20 vervolgd, waren er de ‘zuiveringen’ van de jaren '30 en de massale executies die ook later aanhielden onder de decennia van politiedictatuur. Hierdoor was het niet mogelijk een sterke oppositiekracht te ontwikkelen en nu was het te laat.

Moest het kapitalisme, zoals vandaag, een ernstige crisis hebben gekend en geen aantrekkingspunt hebben gevormd, dan zou de situatie misschien anders zijn geweest. In de crisis van de Sovjetunie en het Oostblok, het resultaat van stagnatie en politieke verlamming, zouden sommigen misschien de ideeën van Trotski hebben opgenomen en hebben gepleit voor een strijd voor arbeidersdemocratie. Maar dat is niet wat er gebeurde.

Sovjetunie

De directe aanleiding voor de staatsgreep van de bende rond Yanajev was de dreigende ontbinding van de USSR. Maar de woorden die het letterwoord USSR vormden, stemden al lang niet meer overeen met de realiteit. De “Unie van Socialistische Sovjetrepublieken” werd in 1922 opgezet na de overwinning van de revolutie van arbeiders en boeren in Rusland. Het was aanvankelijk een vrijwillige federatie van staten waarin het tsarisme, het grootgrondbezit en het kapitalisme aan de kant waren geschoven. Deze staten waren op weg om een socialistisch systeem te vestigen. De sovjets hadden aanvankelijk de volledige democratische macht in handen.

Toen Stalin de macht veroverde en een einde maakte aan alle arbeiders- en democratische rechten, kwam een einde aan de verspreiding van echt socialisme op wereldvlak. Stalin en zijn uitgebreide staatsmachine hielden de verschillende nationaliteiten in de Sovjetunie bijeen in een ijzeren greep. Volledige naties werden afgestraft omdat ze een bedreiging voor het regime vormden. Dat was op de meest dramatische wijze het geval voor de Tataren op de Krim en de Tsjetsjenen die op grote schaal werden vermoord en in groep uit hun thuislanden werden weg gerukt.

In de jaren '80 begon de economische situatie doorheen de Sovjetunie te verslechteren en verloor de bureaucratie haar traditionele plaats van toezichthouder over een groeiende economie. Het leidde tot een grotere wil om van de dominantie van Moskou los te breken. Maar noch decentralisering noch centralisering konden onder een bureaucratisch gecontroleerd regime tegemoet komen aan de behoeften van de arbeiders en armen. In de Baltische staten en elders wonnen nationalistische bewegingen snel aan aanhang en kwam het tot een open revolte tegen het centrum.

Gorbatsjov heeft het nu altijd over vrede en spreekt zich uit tegen interventies, maar hij gaf toen bevel aan de troepen om de bewegingen voor onafhankelijkheid te stoppen. Dat mislukte. Na de bloedige gebeurtenissen in Vilnius in januari 1991 brak Litouwen met de dominantie van Moskou.

Toen in augustus 1991 de staatsgreep mislukte en Jeltsin de bovenhand haalde, verklaarden een hele reeks republieken zichzelf onafhankelijk. Estland deed dit op de tweede dag van de poging tot staatsgreep, een dag later volgde Letland. In september volgden Moldavië, Tadjikistan, Armenië en Turkmenistan. Tegen november bleven er formeel nog vier republieken over binnen de Sovjetunie.

De onafhankelijkheid werd uitgeroepen in naam van de democratie, maar er werd over beslist door een kleine groep gangsters aan de top van de samenleving waarbij deze kliek enkel oog had voor de eigen belangen en niet voor de wensen van de meerderheid van de bevolking. In feite was het dezelfde kliek die de macht had in de republieken onder het oude regime, als lokale verantwoordelijken van de Communistische Partijen. Ze vormden zichzelf om tot nationale en doorgaans pro-kapitalistische machten in de nieuwe staten. Hun doel was om zichzelf te verrijken op basis van het privatiseringsproces. Kijk maar naar Nazarbajev in Kazachstan of Shevarnadze in Georgië.

Een Zweedse econoom die de Russische en Oekraïense regeringen begin jaren '90 adviseerde bij hun overgang naar het kapitalisme, moet nu erkennen dat de nieuwe staten “corrupte staten zijn die de elite toelaten om zichzelf te verrijken op basis van corruptie.” Deze econoom zegt dit vandaag, wij zeiden het toen al.

In Wit-Rusland heeft Lukashenko een groter deel van het oude staatsbezit behouden, maar hij heeft tevens de oude stalinistische methoden van repressie tegenover journalisten en oppositieleden aangesterkt.

Op 8 december 1991 kondigden de regeringshoofden van Rusland, Oekraïne en Wit-Rusland aan dat ze het Gemenebest van Onafhankelijke Staten (GOS) zouden vormen met als doel om ook vroegere republieken van de Sovjetunie bijeen te brengen. Op dezelfde bijeenkomst werd het eenheidsverdrag van 1922, onder Lenin en de Bolsjewieken, opgezegd.

Op 24 december kondigde de Russische Federatie aan dat het de plaats van de Sovjetunie bij de Verenigde Naties zou overnemen alsook de zetel in de Veiligheidsraad. Op 25 december, na het formele ontslag van Gorbatsjov, werd de rode vlag met hamer en sikkel neergehaald op het Kremlin en vervangen door de Russische tricolore vlag.

Partijen en vooruitzichten

De huidige leiders en machthebbers in Rusland en hun voorgangers, waaronder Jeltsin, komen allemaal uit het apparaat van de Communistische Partij. Na de nederlaag van de staatsgreep werden ze allemaal godsvrezende anti-communisten die wel gebruik maakten van al hun connecties in de partij en het staatsapparaat om zich te verrijken in de orgie van privatiseringen die het land overspoelde.

De Communistische Partij werd verboden door de groep rond Jeltsin. Later werd de partij opnieuw opgericht onder een nieuwe naam, de Communistische Partij van de Russische Federatie. Deze partij had nog steeds dezelfde oude stalinistische leiding en bracht geen enkele kritiek op de oude dictatuur ook al werd het kapitalisme als gevestigde macht erkend.

Vandaag is er nood aan een nieuwe partij om een echte stem te geven aan de arbeiders en jongeren en om democratisch gecontroleerde vakbonden op te bouwen die los staan van de staat en de bazen.

De heersende partij van Poetin en Medvedev, Verenigd Rusland, is het politieke gezicht van het door oligarchen geleide kapitalisme in Rusland. Het ziet er naar uit dat deze partij ook de volgende verkiezingen zal winnen met de gebruikelijke fraude. Gorbatsjov omschreef deze partij recent als “autoritair” en “nog erger dan de Communistische Partij”. Maar intussen stelde hij wel dat hij liever Medvedev als president ziet dan Poetin, die een derde termijn wil. Gorbatsjov blijft ook Poetin aanprijzen als de man die “Rusland uit de chaos van de jaren onder Jeltsin” heeft gebracht.

Op een persconferentie op 18 augustus van dit jaar, verklaarde de laatste president van de Sovjetunie dat hij het betreurde dat hij niet in april 1991 ontslag had genomen om een “democratische hervormingspartij” op te zetten als concurrent voor de Communistische Partij die de overgang naar het kapitalisme tegenhield. Hij denkt dat dit de catastrofale ineenstorting van de economie na de mislukte staatsgreep en de daaropvolgende privatiseringsgolf had kunnen vermijden. Het is overigens een dergelijke ineenstorting die de Chinese Communistische Partij zo wanhopig wil vermijden, waardoor het regime gekneld zit tussen hervormingen en repressie op de weg van een overgang naar een volledig kapitalisme.

De Engelse krant The Guardian bracht op 17 augustus een beeld van wat de val van de Sovjetunie heeft betekend voor de voormalige Sovjetrepublieken. Het bbp van Moldavië en Tadjikistan is met meer dan 60% gekrompen. Dat van Georgië, Oekraïene, Kirgizië, Azerbeidjan en Rusland zelf met meer dan 50%. De tweede grootste ‘nieuwe staat’, Oekraïne, kende nooit een positieve groei. De afgelopen 20 jaar kende het een jaarlijkse gemiddelde economische ‘groei’ van -1,4%.

Slechts vijf van de 15 nieuwe staten kenden een bevolkingsaangroei, de andere landen zagen hun bevolking krimpen. In Rusland alleen is het bevolkingsaantal met zeven miljoen afgenomen. De levensverwachting is gedaald als gevolg van de armoede, onzekerheid en alomtegenwoordige problemen met drugs en alcohol. Geen enkele van de vijf nieuwe staten in Centraal-Azië kende al een echt vrije en democratische verkiezing. Op de Kaukasus is er maar één land dat dergelijke verkiezingen kende, Georgië. En zelfs in dat land konden slechts twee van de elf verkiezingen de afgelopen 20 jaar als vrij en eerlijk worden bestempeld.

Dat is dus wat de kapitalistische democratie en vooruitgang hebben geboden. Onder de oude generatie wordt de overgang naar de markt betreurd, maar slechts weinigen zien welk alternatief toen en nu mogelijk is. Met een neergang van de wereldeconomie kan Rusland opnieuw naar beneden worden getrokken, ondanks de olierijkdommen. De olieprijzen zijn nu al aan het dalen.

Gevolgen en lessen

De ineenstorting van het stalinisme en de Sovjetunie lieten de kapitalisten en hun aanhangers toe om een langdurige ideologische campagne te voeren tegen het socialisme. Dat heeft nog altijd gevolgen voor de wijze waarop arbeiders en jongeren, zelfs diegenen die in strijd gaan tegen de bazen en hun systeem, naar de wereld kijken. Gedurende twintig jaar werd hen verteld dat er geen alternatief is op het kapitalisme. Ze hoorden dit niet alleen van de kapitalistische politici, maar ook van de leiders van de organisaties die ze zelf en die hun voorouders hadden uitgebouwd, de vakbonden en wat ooit arbeiderspartijen waren. Nu stelt zich de taak om nieuwe krachtige arbeidersorganisaties op te bouwen in de strijd tegen het kapitalisme.

Alle lessen van de geschiedenis moeten worden getrokken en bestudeerd. Daarbij moeten we de inspirerende geschiedenis van revolutionaire bewegingen bestuderen, maar ook de geschiedenis van contrarevoluties.

Enkel een begrip van deze processen, van de confrontaties tussen economische en sociale krachten, kan een nieuwe generatie voorbereiden op de onrustige periode die voor ons ligt. De creatie van de Unie van Socialistische Sovjetrepublieken was een enorme verwezenlijking die niet mogelijk was zonder het inzicht en de leiding van Lenin en Trotski. De degeneratie onder Stalin en diens opvolgers en de uiteindelijke vernietiging twintig jaar geleden, moeten worden bestudeerd en daarbij stellen we vast dat het de opvattingen van Trotski bevestigt. Hij voorzag gedetailleerd hoe de kapitalistische contrarevolutie kon ontwikkelen in de Sovjetunie als de arbeiders geen geslaagde politieke revolutie zouden doorvoeren.

Vandaag staan we aan het begin van een nieuw tijdperk waarin de nachtmerrie van het stalinisme en wat daarop volgde iets van het verleden kan worden. Vandaag staan revoluties opnieuw op de agenda.