Text Size

Socialisme dag: De Arabische revolutie

Afgelopen zaterdag werd in Breda het jaarlijkse Socialisme dag georganiseerd. Een interessante dag vol discussie en debat over actuele gebeurtenissen, theorie en historische onderwerpen. Een belangrijk moment van socialistische vorming. Er stonden drie onderwerpen op de agenda: De gebeurtenissen in de Arabische wereld, het 75 jarig jubileum van de Spaanse burgeroorlog en de positie van Wilders in het kabinet en de weg vooruit voor de SP. De komende dagen zullen we de drie inleidingen online zetten. Vandaag de eerste sessie: De Arabische revolutie.

Door Emil

Afgelopen december was de wanhoopsdaad van een zelfverbranding van een straatverkoper letterlijk de vonk die de vlam in de pan deed slaan en in de gehele Arabische regio en daarbuiten regimes lieten vallen of wankelen. We zijn nu bijna een half jaar verder waarin ontzettend veel is gebeurd. Ik zal proberen om een globaal overzicht te geven en daarbij onderliggende processen blootleggen.

Laten we terug gaan naar die zelfverbranding. Was dat inderdaad het beginpunt van de opstand? Zeer zeker niet. Het was dus een vonk in een kruitvat en dat kruitvat van zwaar ongenoegen bestaat uit decennia aan dictatoriale regimes, algehele armoede, voedselprijzen die de hoogte in schoten, etc. Dit zijn de eigenlijke oorzaken.

De voedsel prijsstijgingen zijn daarin een factor van de afgelopen paar jaar. Tot voor kort was het namelijk normaal om voedselprijzen kunstmatig laag te houden door middel van subsidies. Twee factoren hebben dus een bijdrage geleverd aan de prijsstijgingen: In de eerste plaats een enorme stijging van de prijzen in de grondstoffen. Dit was een gevolg van de speculanten die na de crash van 2008 nieuwe markten zochten om megawinsten te realiseren. Dit werd gevonden in de speculatie van onder andere voedselgrondstoffen zoals graan.

In de tweede plaats was het diezelfde crisis die de regeringen in deze landen tot bezuinigen aanzette en wat is dan een makkelijker doelwit dan de voedsel- en energiesubsidies? Om een beeld te hebben van de bedragen: Egypte, het grootste land van de regio, spendeert zo'n 25% van het staatsbudget aan deze subsidies volgens een artikel van de Financial Times uit januari.

Met andere woorden, de onderliggende directe oorzaak voor deze revolutionaire opstanden is de crisis van het kapitalistisch globaal systeem. Wat begon als een bankencrisis is inmiddels een staatscrisis geworden, doordat de overheden de enorme schuldenberg hebben overgenomen en daarbij wordt dan name de landen in de periferie van het kapitalistisch systeem hard getroffen. In de Eurozone zien we dat met landen als Griekenland, Ierland en Portugal, maar dit heeft met name ook een zware impact gehad op de derde wereld waar massaal investeringen zijn terug getrokken en bijvoorbeeld olie-inkomsten als een baksteen daalde.

Een andere factor wat deze revolutionaire opstanden zo wijdverbreid maakten is de sociale context van de regio. Er is namelijk sprake van een Arabisch bewustzijn in de hele regio. Daarbij heb ik het niet over etnische bevolkingsgroepen, maar veel meer over een nationaal bewustzijn dat gebaseerd is op een gemeenschappelijke taal, cultuur en geschiedenis. Dus náást het feit dat men zichzelf ziet als Algerijn, Tunesiër, Egyptenaar, Jemeniet, Syriër, ziet men zich óók als Arabier. Je kunt het een beetje vergelijken met de verhouding Nederlander en Europeaan, alleen ligt dat bewustzijn in de Arabische wereld veel dieper, je kunt zelfs spreken van een dubbel nationaal bewustzijn.

Dit is de reden waarom in no time de regio in lichterlaaie stond en staat. De Egyptenaren keken niet naar Tunesië en hoe daar het Ben Ali regime ten val kwam door Tunesiërs. Men zag dat als mede-Arabieren die een gehate dictator ten val brachten.

Het Arabisch nationaal vraagstuk is overigens al ouder dan vandaag en stamt in haar moderne vorm uit de 19e eeuw als reactie tegen het Islamisme. Het imperialisme, eerst in de vorm van het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk en later in de figuur van de VS, hebben altijd bewust een politiek gehad tegen pan-Arabische eenheid aangezien een dergelijke formatie een potentieel gevaar zou vormen voor de mogendheden, zeker in het olie-tijdperk. Dus men heeft een bewuste politiek gevoerd van Balkanisering, verdeel-en-heers waarbij sommige regimes favorieten werden en miljarden dollars per jaar aan steun kregen – zoals Egypte – en anderen marginaal bleven.

Dat wil overigens niet zeggen dat er geen pogingen zijn geweest. De hoogste uitdrukking van pan-Arabisme tot nog toe kwam in de vorm van Nasser die de omverwerping leidde tegen de pro-Britse monarchie van Farouk I in Egypte in de jaren '50. Vrijwel direct voerde Nasser een programma uit van landhervormingen, nationaliseerde het Suez-kanaal, sloot een bondgenootschap met de Sovjet-Unie en zette het land op weg naar een vorm van gecentraliseerd kapitalisme. Ontwikkeling van bovenaf. Tegelijkertijd voerde hij de repressie op tegen het Moslim Broederschap en de arbeidersbeweging als onderdeel van zijn “Arabisch socialisme”. Ondanks dergelijke repressie genoot Nasser een enorme populariteit. Pro-Nasser Arabische socialistische partijen, groepen en samenzweringen bloeide op en zijn naam werd bijna synoniem met pan-Arabisme. Nasser eiste dat de natuurlijke rijkdommen aangewend zouden worden ten voordele van alle Arabieren. Dit was een zeer populaire eis bij de arme lagen van de bevolking omdat iedereen wist dat er voornamelijk olie mee werd bedoeld. Dat heet, de winsten op de olieverkoop zouden gebruikt moeten worden om het leed en armoede van de armen mee te verlichten.

Saoedi-Arabië werd direct een onvermurwbare vijand, wat Nasser alleen maar populairder maakte bij de massa's. In Syrië was deze populariteit zo groot dat de heersende Ba'ath partij een eenheid zocht met “socialistisch” Egypte. De officiële “communisten” en het Moslim Broederschap in Syrië vergaten voor het gemak dat hun Egyptische zusterorganisaties daar onderdrukt werden en steunden dergelijke eenheid. Zo zag op 1 februari 1958 de Verenigde Arabische Republiek het levenslicht, waar Nasser president van werd en Caïro de hoofdstad. De glorie van pan-Arabische eenheid leek om de hoek.

De VAR had echter maar een kort leven. Syrische kapitalisten kregen geen toegang tot de grote Egyptische markt en Egyptische staatsambtenaren werden zwart gemaakt door Syrische officieren, bureaucraten en top politici als kolonisten. De eenheid viel niet zo glorieus weer uit elkaar in 1961. Verzet hiertegen kwam van de straten van Damascus. Maar vanaf dit punt “verenigde” de VAR geen enkel ander land buiten Egypte. In 1967 was er de zesdaagse oorlog wat de laatste strohalm was voor het Nasserisme. Israëls blitzkrieg vernietigde de luchtmachten van Egypte, Syrië en Jordanië op de grond en tegen het einde van die zes dagen had Israël de Sinaï, West Bank en Golan Hoogte bezet. Nasser, Nasserisme en “Arabisch socialisme” waren vernederd en verloren, zowel op militair als ideologisch vlak.

Om deze twee redenen – imperialistische politiek en het falen van “Nasserisme”, oftewel een kapitalistische vorm van pan-Arabisme – is de Arabische kwestie een hele lange tijd geen speler geweest op het politieke toneel. Deze golf van opstanden brengt dat hele vraagstuk echter weer in alle hevigheid terug.

Natuurlijk blijft Egypte het belangrijkste land in de regio. Van de 300 miljoen mensen in de Arabische regio wonen er 80 miljoen in Egypte. Ook op cultureel en economisch vlak is dit land verreweg het belangrijkst. En in Egypte gaat de strijd gewoon door, ook na de machtsovername door de junta, die eigenlijk vrij weinig veranderde in het politieke gestel van het land; het leger is al decennia feitelijk aan de macht.

Er zijn nog steeds grote protesten gaande op het Tahrir plein en elders en de ene na de andere politieke koppen blijven rollen. Als concessie ook is er een referendum geweest met een aantal wijzigingen in de grondwet waarbij de macht van de president behoorlijk werd ingeperkt. De opkomst bij dit referendum lag op 41% en 77% daarvan heeft ja gestemd. Er is dus enige vooruitgang geboekt, maar de macht van de president blijft groot en dergelijke beledigende “hervormingen” geeft eigenlijk aan hoe pril de revolutie in Egypte feitelijk nog is.

Desalniettemin is er sprake van een groeiend vertrouwen onder de bevolking, wat blijkt uit grote demonstraties, politieke krachten, niuwe politieke partijen die nu worden opgericht, etc. Dit gaat leiden tot een omslagpunt tegen het regime als zodanig. Een volgend explosief moment zal waarschijnlijk in al volgende maand zijn bij de parlementaire verkizingen, of anders in augustus als de presidentiële verkiezingen worden gehouden.

Wat betekent het Arabisch vraagstuk voor de arbeidersklasse en de boeren die nog een significant deel uitmaken van de bevolking in de Arabische wereld? Op het moment staat socialisme – dat heet: een einde aan het kapitalisme door de politieke machtsovername van de werkende klasse – niet op de agenda. De arbeidersklasse als zijnde een collectieve entiteit die bewust is van haar historische rol om de wereld te veranderen, bestaat op dit moment niet. Een gevolg van decennialange zware onderdrukking en een gebrek aan een partij-beweging die als doel heeft om de klasse te vormen als een klasse für sich, zoals Marx dat noemde.

Het is dus zaak dat de arbeidersklasse zichzelf gaat vormen, iets wat een lange tijd kost, jaren. Waar nu dus baat bij is, is bij regimes die extreem zwak staan of die althans hun legitimiteit om te heersen hebben verloren. Marx refereerde hier al naar als de “permanente revolutie”, iets wat overigens niet verward moet worden het Russische debat een halve eeuw later.

Ik wil kort dan ook even in gaan op Libië. Om deze kwestie te begrijpen, moeten we eerst inzien dat Libië een stammensamenleving is. De “rebellen” die nu dan een overgangsregering hebben gevormd die zetelt in Benghazi, zijn voornamelijk oude elementen van het Khadaffi regime die zijn overgelopen. Hierin spelen stammenrelaties een belangrijke rol. Zo is het dus geen toeval dat zij zetelen in Benghazi, de oude hoofdstad van het koninkrijk Libië en de monarchistische vlag gebruiken. Dit zijn dus vooral de stammenleiders die het veel beter hadden onder de monarchie en onder Khadaffi achtergesteld zijn geweest.

Met andere woorden, hier zien we juist een voorbeeld van het complete gebrek aan een gevormde arbeidersklasse. De politieke leiding is volledig burgerlijk. Het is daarom ook niet vreemd dat deze rebellen de hulp inriepen aan de NAVO om de klus te klaren van het uit de weg ruimen van Khadaffi. Op het moment echter dat het imperialisme zich begon te mengen in Libië en de facto de oorlog heeft verklaard, is de revolutionaire opstand verloren en om twee redenen: De eerste reden ligt voor de hand, namelijk als het imperialisme zich in gaat mengen dan gaan zij ook hun politieke agenda dicteren. Dit ondermijnt dus het potentieel van eigen organisatie van, voor en door de bevolking. De tweede reden is dat een revolutie een daad is van de onderdrukte massa's om zichzelf te bevrijden, het is een radicaal emanciperende daad. Vanaf het moment dat het initiatief dus bij de imperialisten is komen te liggen, is het revolutionair potentieel dus ook daarmee verdwenen.

Althans op dit moment. Je ziet namelijk dat de ontwikkelingen in de diverse landen elkaar beïnvloeden. Het is dus niet zozeer een domino-effect, waarbij eerst het ene regime, gevolgd door het andere, etc., maar veel meer een reeks van ontwikkelingen die op elkaar ingrijpen. Tunesië triggerde Egypte, wat weer voor een verdieping zorgde van de strijd in Tunesië en overigens in de hele regio. Op dit moment is er nog geen volledig regime gevallen, maar mocht dat gaan gebeuren, bijvoorbeeld in Syrië waar nu ook een hevige opstand is, dan heeft dát ook weer een verdiepend effect op alle andere landen.

Maar even terug naar Libië. Waarom intervenieerde het Westen wel in Libië en niet in andere landen? Ik denk dat daar drie redenen voor zijn. Ten eerste is er de olie kwestie. In hoeveelheden stelt Libië overigens niet zo gek veel voor; de wereldwijde olieproductie is met 2% gedaald, iets wat Saoedi-Arabië moeiteloos heeft opgevangen. Maar kwalitatief is Libische olie zeer interessant voor de vliegtuigindustrie, sterker, het is zowat de beste olie verkrijgbaar in deze tak van sport.

Ten tweede werd het Westen dus gevraagd door de rebellen. Niemand vroeg het westen om hulp in Tunesië of Egypte.

In de derde plaats is het weliswaar zo dat het Khadaffi regime na 2003 ophield om een “schurkenstaat” te zijn, maar vanuit de positie van de imperialisten bekeken is Khadaffi nog steeds een “schurk”. Waarom? Omdat hij onbetrouwbaar is voor het Westen. Dus hoewel hij nu, of tot voor kort, onze “vriend” is, was hij niet iemand die volledig te vertrouwen was, omdat hij op elk vlak – inclusief mentaal – een instabiel persoon is.

De Saoedische elite zijn ook voorzichtig positief over de Westerse interventie. Zij herinneren zich immers nog de zwaai naar een Islamitische variant van Maoïsme bij Khadaffi, zijn “groene boekje” en het idee van de jamahiriya (“volksmacht”). Khadaffi creëerde zelfs zijn variant van de Islam! Dit is natuurlijk allemaal verontrustend voor het erg traditionele Saoedische regime. Dit was een factor in het gegeven dat Khadaffi maar weinig vrienden had in de regio.

Desondanks zijn we nu alweer twee maanden verder en het Khadaffi regime zit nog hartstikke op hun plek. De rebellen en het Khadaffi regime zitten momenteel in een patstelling en het lijkt er niet op dat hier op korte termijn een einde aan gaat komen.

Dan wil ik meteen even doorgaan naar een andere belangrijke ontwikkeling en dat is die in Syrië. Syrië is na Egypte het belangrijkste land van de regio. Een maand of wat geleden hield president Assad nog een toespraak in het parlement waarin hij de oppositie op straat weglachte als een verzinsel van buitenlandse media. Inmiddels is de situatie wel anders en hebben allemaal de berichten wel gezien van de 1000+ doden die het regime inmiddels op haar naam heeft staan om de protesten de kop in te drukken.

Als je interviews leest met Syriërs dan is er één ding dat ze niet haten aan de regering en dat is het feit dat het Syrisch regime tegen de VS gekant is en niet een slaafse houding ten opzichte van Israël heeft. Het is gehaat vanwege haar onderdrukking en de toestand van de economie, maar niet voor haar buitenlandse politiek.

Dit brengt me meteen bij het laatste land dat ik specifiek wil uitlichten, namelijk Israël. Dit land is nu de onzekere factor in de regio. Historisch had het land drie belangrijke bondgenoten: Iran onder de sjah, Turkije en Ethiopië. Nu, de relaties met Ethiopië zijn volgens mij nog steeds goed, maar het land speelt tegenwoordig geen rol van betekenis meer. Iran viel uiteraard in 1979 weg, na de Iraanse revolutie en Turkije voert tegenwoordig ook een steeds onafhankelijkere koers. Rond dezelfde tijd dat ze Iran verloren kwam echter het vredesakkoord met Egypte erbij en voor dertig jaar was Egypte een zeer belangrijke bondgenoot van Israël. Je kunt je dus voorstellen hoe de huidige ontwikkelingen ze nogal nerveus maakt. Waar Israël nu dus mee overblijft zijn nog de “vrienden” van Jordanië en de Palestijnse Autoriteit. En die laatste is slechts een marionettenclub om de bezetting van Palestina mee voort te zetten.

Deze ontwikkelingen gaan sowieso hun beslag krijgen op de economie. Historisch had Israël drie grote legerdivisies: Noord, Centrum en Zuid. Zuid werd onnodig vanwege de vriendschap met Egypte, sterker nog, het Egyptisch regime werd van vitaal belang voor de verdere bezetting van Gaza en ook Centrum is afgebouwd omdat de PA een slaafse rol speelt. Economisch gaat het nu nog goed met het land, maar als het leger dus weer flink moet worden uitgebreid dan zal daar snel een einde aan komen, wat de onvoorspelbaarheid van het land alleen maar groter maakt.

Willen we dus tot oplossingen komen dan is het dus belangrijk dat er aangesloten wordt op het pan-Arabisch bewustzijn, een nationale kwestie, en daar een klasse en radicaal democratische inhoud aan te geven, zodat de arbeidersbeweging de beste verdediger is in alle democratische kwesties, zoals vrouwenrechten, etnische minderheden, holebi-rechten, jongeren, etc.

Daarbij is het ook gewoon bittere noodzaak dat er naar een regionale eenheid moet worden gestreefd. Recent sprak ik nog met een Tunesiër die gedesillusioneerd was in de veranderingen in zijn land. Het regime heeft weliswaar concessies moeten doen richting de bevolking, maar in essentie voert ze nog steeds hetzelfde liberale beleid. De reden daarvoor ligt eigenlijk voor de hand: Zoals ik al zei is het kapitalisme een globaal systeem, met daarbinnen een statensysteem gerangschikt naar een bepaalde hiërarchie. Tunesië alleen kan niet uit dit systeem komen omdat dat vrijwel direct tot haar faillissement zou leiden als land. Dus op nationale schaal kan men niet alleen niet breken met het kapitalisme, binnen het systeem wordt je gedwongen mee te doen.

Dus hoewel de cultureel-psychologische voorwaarden voor pan-Arabische eenheid dus in overvloed bestaan, is er ook een noodzaak tot economische eenheid. De grondstoffen zijn zeer ongelijk verdeeld in de Arabische wereld. Zo heb je olievoorraden op een plek, mineralen op een andere plek, vruchtbaar land en water wéér ergens anders, etc. Wil de Arabische wereld zich echt ontwikkelen heeft het eenheid nodig.

Bijvoorbeeld, neem Egypte. Het land lijkt ontiegelijk groot, een miljoen vierkante kilometer, 25 keer de oppervlakte van Nederland! Maar het is eigenlijk maar een heel erg klein land aangezien het bewoonde stuk alleen langs de Nijl is. Dus de 80 miljoen mensen leven eigenlijk op een zeer beperkt stuk land. Syrië daarentegen is groot en vruchtbaar (het is deel van de vruchtbare halvemaan), maar heeft slechts een vrij kleine bevolking. Dan is er de olie dat weer geconcentreerd is in een ander gebied. Als je dus naar de hele regio kijkt is het een soort puzzel dat economische eenheid nodig heeft om als geheel goed te functioneren.

Nu, mijn focus op het Arabisch vraagstuk betekent overigens niet dat deze opstanden zich in een vacuüm afspelen. In Spanje is er deze week in 58 steden door 100 000 mensen gedemonstreerd tegen bezuinigingen en voor “echte democratie” waarbij er ook kampen werden werden opgezet die wat doen denken aan het Tahrir plein. Dus dit heeft al een effect op Europa, en ook in andere landen zoals Iran en Pakistan zijn er al grote demonstraties geweest. Het Chinese regime heeft de afgelopen maanden haar censuur en onderdrukking opgedreven omdat ze als de dood is dat zoiets naar China overslaat. Dit is dus een ware globale ontwikkeling.

Dus de kwestie van de Arabische eenheid maakt een integraal deel uit van de wereldrevolutie en voor die wereldrevolutie is dit een geweldig moment. Niet alleen hebben we het vraagstuk van regionale revolutionaire verandering, maar heeft de rest van de wereld nu ook de kans om een generale repetitie te zien. Hoewel... ik heb begrepen dat de wereld vandaag om zes uur zou vergaan, hoewel ik geen idee heb welke tijdzone dat is, maar mocht hij er morgen nog zijn, dan blijft de Arabische revolutie een ongelooflijk boeiend en vooral ook belangrijk onderwerp voor de komende jaren en decennia.