Text Size

Het begin van de Arabische revolutie

Tot grote ongerustheid van het imperialisme laat de massale opstand in Tunesië geen teken zien dat het begint af te kalven. In plaats van een terugkeer naar “business as usual”, inspireerde de Tunesische opstand juist de massa's in de naburige landen en de regio als geheel, waarmee de repressieve en corrupte – door het westen gesponsorde regimes – dreigen om te vallen. De Tunesische vonk kan de hele regio in een revolutionaire vuurzee zetten.

Jos Alembic

Na bijna letterlijk voor zijn leven te zijn gevlucht op 14 januari, houdt de voormalig zo rotsvaste president, Zine al-Abidine Ben Ali – beter bekend als de “Ceauşescu van Tunesië”, zich nu op in Saoedi-Arabië, een bekende bestemming voor dictators die hun THT datum zijn overschreden. Vrijwel onvermijdelijk ligt nu de overgangsregering van “nationale eenheid” alweer onder vuur door de Tunesische massa's die zich met de dag zekerder voelen en bewuster van hun eigen kracht.

Het Tunesische kabinet wordt daarom eindeloos opnieuw geconfigureerd in een wanhopige poging om een regering te krijgen van “wijze mannen” om de gehate overgangsregering weer te vervangen die in feite niets meer was dan de oude regering minus Ben Ali. Uiteraard hebben alle leden van deze “nieuwe” regering zich toegelegd op het “verdedigen van de revolutie”, zoals Rachid Ammar (de hoofd van de staf van het Tunesische leger) en Mohamed Ghannouchi (op het moment zowel premier en waarnemend president). Ammar heeft al gewaarschuwd voor een “machtsvacuüm” als de huidige situatie niet wordt opgelost. “Een dergelijke leegte”, aldus Ammar, “brengt slechts terreur en dictatuur” (sic) en “daardoor kan onze revolutie, jullie revolutie, de revolutie van de jongeren, in gevaar komen”. Volgens de Egyptische krant Almasry Alyoum is de Amerikaanse ambassade in Tunis druk bezig om Ammar instructies te geven om “de controle over te nemen”, mocht het land te instabiel worden.

Maar de protesten tegen de regering gaan door. Begin vorige week waren er botsingen tussen stenengooiende demonstranten en de politie in de wijk waar alle ministeries staan en waarbij verschillende ramen van het ministerie van financiën sneuvelden en waarbij de straten prompt werden bezet. Ammar deed een oproep aan de demonstranten om de ministeriële wijk te verlaten en de “regering haar werk te laten doen”.Al Jazeera berichtte echter dat de demonstranten niet bepaald onder de indruk waren en hun bezetting zouden voortzetten “zolang als het nodig is om de regering weg te krijgen”. In dezelfde geest heeft de Algemene Federatie van Tunesische Arbeiders (UGTT) opgeroepen voor een staking van onbepaalde duur.

De democratische geest is uit de fles: Pro-Tunesië demonstraties kwamen overal in de Arabische wereld als paddenstoelen uit de grond, waarvan de ontwikkelingen in Egypte de meest belangrijke vormen. Egyptenaren trokken de straat op op 25 januari, velen van met een Tunesische vlag in de hand, in een van de grootste anti-regering demonstraties die het land ooit had gezien. Op een briljante manier werd de “Dag van de Revolutie” toegeëigend. Deze dag is een feestdag in Egypte om te vieren dat Egypte in 1952 de pro-Britse monarchie omver wierp. Deze keer werd het een échte “dag van revolutie tegen marteling, corruptie, armoede en werkloosheid”. Dit maakte van Caïro een oorlogszone waarbij de politie drie mensen dood schoot en veel salvo's aan traangasgranaten op de gigantische massa dat zich had verzameld op het Tahrir plein waar boze demonstranten het vertrek eisten van Hosni Mubarak.

En men eiste meer dan dat. Het ontslag van de minister van binnenlandse zaken, een einde aan de noodtoestand (die al dertig jaar elementaire democratische rechten onderdrukt) en grenzen aan hoelang een president mag blijven zitten. Sindsdien hebben zich veel ontwikkelingen voorgedaan, zo stuurde Mubarak zijn regering al naar huis en kondigde hij aan in september te vertrekken. Dergelijke toegevingen hebben de massa's nog niet tot bedaren gebracht en repressieve maatregelen lopen consequent op niets uit, integendeel.

De heersers van Egypte zijn niet de enigen die zich druk moeten maken over het “Tunesische effect”. In buurland Algerije sloeg de politie al een pro-democratie/pro-Tunesië demonstratie uiteen op 22 januari, waarbij 40 gewonden vielen en velen werden gearresteerd. Het hoofddoel van de demonstratie was de eis om een einde te maken aan de wet die openbare bijeenkomsten verbied, van kracht sinds de noodtoestand werd uitgeroepen in 1992. In harde taal stelde het officiële nieuwsagentschap dat “demonstraties niet zijn toegestaan in Algiers” en dat “alle samenscholingen op openbare wegen een verstoring zijn van de openbare orde”. Uiteraard is de Algerijnse regering bang om dezelfde kant op te gaan als het regime van Ben Ali.

In Jordanië vreest men eenzelfde ontwikkeling en werd de regering naar huis gestuurd door de koning. In Libanon was er ook een “Dag van Woede” op 25 januari. In Syrië zit de regering ook op hete kolen en heeft de president per decreet de wintertoeslag voor stookkosten verhoogd van $12 naar $35 per maand. Doe toegevingen om revolutie te voorkomen, zo is het credo. Ook Jemen is niet immuun zo blijkt, waar grote demonstraties volgden in solidariteit met Tunesië.

Overal in de Arabische wereld komen de massa's in opstand tegen ongelooflijke armoede, enorme ongelijkheid, zelfverrijking door de heersende kliek en de vernedering om overheerst te worden door corrupte en repressieve regimes. De meeste hiervan worden overigens ondersteunt door de VS, het meest walgelijke voorbeeld daarvan is Saoedi-Arabië. Een land met ongelooflijke rijkdom en in het bezit van 's werelds grootste olievoorraden, maar ook met een regime die de contra-revolutie in de regio ondersteunt om zo de positie van de heersende familie veilig te stellen.

Een gemeenschappelijke oplossing

Met andere woorden, de Arabische massa's hebben een gemeenschappelijk probleem. Het antwoord zou ook een gemeenschappelijke moeten zijn: revolutionair pan-Arabisme. Er zijn bijna 300 miljoen Arabieren in een aaneengesloten gebied van de Atlantische Oceaan, over geheel Noord-Afrika, via de Nijl en Noord-Soedan, naar de Perzische Golf en naar de Kaspische Zee. Hoewel er hier en daar nationale minderheden zijn, het gebied is verdeeld over 25 verschillende staten en een religieuze verdeeldheid heerst tussen Soennieten, Sjiieten, Druzen, Orthodox Christenen, etc... Is er wel degelijk sprake van een Arabische gemeenschap. Arabieren hebben een dubbel nationaal bewustzijn: aan de ene kant zijn ze Tunesiër, Algerijn, Jemeniet, Egyptenaar, Jordaniër, enzovoort. Aan de andere kant is er ook een breder Arabisch bewustzijn, die haar oorsprong kent in de Moslim veroveringen van de 7e en 8e eeuw. Een gemeenschap die voortkomt uit een sterk pan-Arabisch bewustzijn dat niet alleen bestaat uit een gemeenschappelijke taal, maar ook uit een nauw gerelateerde en samengeklonken geschiedenis en cultuur, een gemeenschappelijke beleving.

De praktische gevolgen hiervan is dat in de gehele Arabische wereld officiële documenten, literatuur, schoolboeken, religie en media (televisie, radio, kranten, etc.) een formele vorm van Arabisch gebruiken. Als een gevolg hiervan is er geen sprake van nationale afsplitsing en “eigenheid”, maar juist van gemeenschappelijkheid. Zelfs Arabieren die niet meer aan scholing hebben gehad dan basis en middelbaar onderwijs – de overgrote meerderheid van de bevolking – kunnen moeiteloos overschakelen tussen informeel en formeel Arabisch, afhankelijk van de sociale achtergrond en nationaliteit van de mede-Arabier waarmee ze communiceren. Dus een Tunesiër zou moeiteloos naar formeel Arabisch overschakelen als hij naar Casablanca afreisde, of Algiers, of Tripoli. Sterker nog, Tunesiërs, Algerijnen, Marokkanen, etc. voelen zich intellectueel en emotioneel Arabier. Het is om deze reden dat de demonstranten in Caïro op 25 januari, op de “Dag van de Revolutie”, zich instinctief identificeerden met de massa's in Tunesië als mede-Arabieren en niet in de nauwe nationalistische zin als “Egyptenaren” of “Tunesiërs”.

Hoewel de oorsprong van het pan-Arabisch bewustzijn voortkomt uit de veroveringen uit 7e en 8e eeuw, is het ook duidelijk dat pan-Arabisme tegengesteld is aan Islamisme. Het hele idee van Arabieren als natie op zichzelf in de moderne zin van het woord is een concept dat uit de 19e eeuw stamt dat voortkwam uit een botsing met pan-Islamisme. De literatuur, de taal, de cultuur zijn uiteraard ouder dan de 19e eeuw, maar het was pas toen dat het idee van “Arabieren” als natie begon. Dit is dus een antigif op Islamisme, niet de vorm die het Islamisme aanneemt in dit deel van de wereld.

Bijvoorbeeld: Op een bepaald moment op een van de bruggen over de Nijl was het tijd voor een gebed voor de Moslims. Zodra ze gezamenlijk knielden, waren het Christelijke demonstranten die op wacht stonden om te hoeden voor een aanval van de politie. Dit is een land waar slechts enkele weken daarvoor religieuze rellen waren geweest waar Moslims de Christenen (een oude, maar kleine gemeenschap in Egypte) aanvielen. Nu heeft het Moslim Broederschap een demonstratie georganiseerd in een Christelijke – ook wel Koptische – wijk in Caïro. Dit was niet een provocatie zoals we zien in Noord-Ierland, het was juist een daad van solidariteit! “Wij zijn met jullie!” vertelden ze de lokale bewoners. Dit is een zeer hoopvolle ontwikkeling.

De cultureel-psychologische voorwaarden voor pan-Arabische eenheid bestaat dus in overvloed. Hiernaast is er echter een voor de hand liggende economische noodzaak om te streven naar pan-Arabische eenheid. De grondstoffen zijn zeer ongelijk verdeeld in de Arabische wereld. Zo heb je olievoorraden op een plek, mineralen op een andere plek, vruchtbaar land en water wéér ergens anders, etc. Wil de Arabische wereld zich echt ontwikkelen heeft het eenheid nodig.

Bijvoorbeeld, neem Egypte. Het land lijkt ontiegelijk groot, een miljoen vierkante kilometer, 25 keer de oppervlakte van Nederland! Maar het is eigenlijk maar een heel erg klein land aangezien het bewoonde stuk alleen langs de Nijl is. Dus de 80 miljoen mensen leven eigenlijk op een zeer beperkt stuk land. Syrië daarentegen is groot en vruchtbaar (het is deel van de vruchtbare halvemaan1), maar heeft slechts een vrij kleine bevolking. Dan is er de olie dat weer geconcentreerd is in een ander gebied. Als je dus naar de hele regio kijkt is het een soort puzzel dat economische eenheid nodig heeft om als geheel goed te functioneren.

De bestaande regimes echter, zoals de Saoedische monarchie, het Jordaanse koninkrijk, de sjeikdommen in de Golf, etc., hebben allemaal een geschiedenis van mislukking en verraad als het gaat om Arabische eenheid. Maar dat is ook te verwachten, immers, wat is er voor deze elites aan voordeel om pan-Arabische eenheid na te streven? Ook het VS imperialisme heeft altijd een pro-actieve rol gespeeld om een al te grote concurrent, die haar hegemonie in een voor haar cruciale regio kon ondermijnen, te voorkomen.

De hoogste uitdrukking van pan-Arabisme tot nog toe kwam in de vorm van Nasser die de omverwerping leidde tegen de pro-Britse monarchie van Farouk I. Vrijwel direct voerde Nasser een programma uit van landhervormingen, nationaliseerde het Suez-kanaal, sloot een bondgenootschap met de Sovjet-Unie en zette het land op weg naar een vorm van gecentraliseerd kapitalisme. Ontwikkeling van bovenaf. Tegelijkertijd voerde hij de repressie op tegen het Moslim Broederschap en de arbeidersbeweging als onderdeel van zijn “Arabisch socialisme”. Ondanks dergelijke repressie genoot Nasser een enorme populariteit na zijn succes in de Suez crisis van 1956 2. Pro-Nasser Arabische socialistische partijen, groepen en samenzweringen bloeide op en zijn naam werd bijna synoniem met pan-Arabisme. Nasser eiste dat de natuurlijke rijkdommen aangewend zouden worden ten voordele van alle Arabieren. Dit was een zeer populaire eis bij de arme lagen van de bevolking omdat iedereen wist dat er voornamelijk olie mee werd bedoeld. Dat heet, de winsten op de olieverkoop zouden gebruikt moeten worden om het leed en armoede van de armen mee te verlichten.

Saoedi-Arabië werd direct een onvermurwbare vijand, wat Nasser alleen maar populairder maakte bij de massa's. In Syrië was deze populariteit zo groot dat de heersende Ba'ath partij een eenheid zocht met “socialistisch” Egypte. De officiële “communisten” en het Moslim Broederschap in Syrië vergaten voor het gemak dat hun Egyptische zusterorganisaties daar onderdrukt werden en steunden dergelijke eenheid. Zo zag op 1 februari 1958 de Verenigde Arabische Republiek het levenslicht, waar Nasser president van werd en Caïro de hoofdstad. De glorie van pan-Arabische eenheid leek om de hoek.

De VAR had echter maar een kort leven. Syrische kapitalisten kregen geen toegang tot de grote Egyptische markt en Egyptische staatsambtenaren werden zwart gemaakt door Syrische officieren, bureaucraten en top politici als kolonisten. De eenheid viel niet zo glorieus weer uit elkaar in 1961. Verzet hiertegen kwam van de straten van Damascus. Maar vanaf dit punt “verenigde” de VAR geen enkel ander land buiten Egypte. In 1967 was er de zesdaagse oorlog wat de laatste strohalm was voor het Nasserisme. Israëls blitzkrieg vernietigde de luchtmachten van Egypte, Syrië en Jordanië op de grond en tegen het einde van die zes dagen had Israël de Sinaï, West Bank en Golan Hoogte bezet. Nasser, Nasserisme en “Arabisch socialisme” waren vernederd en verloren, zowel op militair als ideologisch vlak.

Uiteraard blijft pan-Arabische eenheid een belangrijke onvervulde taak. Het feit dat Nasser's VAR überhaupt het levenslicht zag is een bewijs van de massale steun voor de Arabische eenheid. Het vermogen van de volksopstand in Tunesië om zo snel massale demonstraties te veroorzaken door de hele regio geeft een breed gevoelde solidariteit aan. De rol van socialisten is om dit pan-Arabisme een nieuwe democratische en klasse inhoud te geven. Socialisten zijn in deze bewegingen een actief onderdeel van de strijd. Per definitie is deze taak nauw verbonden met de strijd voor socialistische revolutie en de vorming van massale Marxistische partijen, eerst in elk Arabisch land en dan doorheen de regio, waarmee we een Socialistische Partij van Arabië kunnen bouwen.

Voor de wereldrevolutie is dit een geweldig moment. Niet alleen hebben we het vraagstuk van regionale revolutionaire verandering, maar heeft de rest van de wereld nu ook de kans om een generale repetitie te zien.

Noten

  1. http://nl.wikipedia.org/wiki/Vruchtbare_Sikkel
  2. Een terugblik op de Suez-crisis van 1956 – http://socialisten.net/1466