Text Size

“Privacy”, boek van Rudie Kagie over de opmars van Big Brother

De essentie van dit boek wordt samengevat in de laatste paragraaf waarin een activiste verwijst naar een gedicht van Remco Camper: “Jezelf een vraag stellen, daarmee begint verzet/ en dan die vraag aan een ander stellen.” De auteur is een redacteur van Vrij Nederland die over diverse thema’s schreef. Dit boek vertrekt van een auteur die vragen stelt bij onze privacy en die vragen ook naar de lezer doorschuift. Maar het blijft bij een begin van verzet.

Geert Cool

Uitgangspunt is de vraag welke gegevens van ons eigenlijk allemaal bekend zijn, of relatief makkelijk toegankelijk. Blijkt alvast dat het in Nederland vrij eenvoudig is om heel persoonlijke gegevens van zo'n beetje iedereen op te rakelen. Iedereen wordt al eens geconfronteerd met informatie over zichzelf op het internet, maar het gaat veel verder dan dat.

Het boek van Kagie vertrekt van een proces tegen een dubieuze zakenman die gespecialiseerd was in handelsinformatie. Die slaagde er in om gedetailleerde informatie te verzamelen voor klanten. En opvallend: niet enkel bedrijven, verzekeraars of incassobureau’s waren daarin geïnteresseerd. Zelfs de overheid klopte bij de zakenman aan om informatie in te winnen, doorgaans informatie die op frauduleuze wijze werd verkregen bij andere instanties van de overheid.

De technologische vooruitgang van de afgelopen decennia maakt het mogelijk om een boel informatie te verzamelen en om een gedetailleerd beeld te krijgen van het doen en laten van vrijwel ieder individu. Deze mogelijkheid maakt dat er een exponentiële toename van gegevens is, waarbij je misschien denkt dat jouw gegevens wel zullen opgaan in de massa. Maar de vraag blijft: wie heeft toegang tot onze privacy en wat kunnen ze ermee doen?

Er wordt ons voorgehouden dat iedere verzameling van gegevens dient om het ons makkelijker te maken. Bewakingscamera’s dienen voor onze veiligheid, klantenkaarten bij de supermarkt om punten te sparen voor een klein cadeautje, chipkaarten bij het openbaar vervoer om niet altijd meer een kaartje te moeten afstempelen,… Tegelijk worden data verzameld en wordt het mogelijk om een beeld te hebben van ons consumptiegedrag, hoeveel we het openbaar vervoer gebruiken, enzovoort. Als de gegevens met elkaar worden verbonden, dan is Big Brother angstvallig dichtbij.

Een privacyspecialist stelt vast: "Een terrorist gaat geen tachtig rijden waar maximaal vijftig kilometer per uur is toegestaan. Eigenlijk zou je de zaak moeten omdraaien. De mensen die zich keurig aan de wet- en regelgeving houden, zijn waarschijnlijk de potentiële terroristen. Het is in feite een kwadraat van de onmacht. De veronderstellingen kloppen niet. Nog meer camera’s of nog langer gegevens over burgers bewaren, lost niets op.”

Toch wordt steeds verder gegaan in het openstellen van gegevens. De afgelopen maanden nog besprak het Europees parlement hoe de Amerikaanse anti-terreurbestrijding toegang zou krijgen tot alle bankgegevens in Europa. SWIFT heet dit systeem, wat staat voor Society for Worldwide Interbank Financial Telecommunication. SWIFT is een Belgische multinational dat een systeem heeft ontwikkeld voor internationale geldtransfers door middel van een SWIFT of IBAN-nummer. Toen het SWIFT-akkoord begin 2010 opnieuw goedgekeurd moest worden in het Europees parlement was er heel wat lobbywerk van de Amerikaanse regering. Toch stemde een meerderheid, waaronder CWI parlementslid Joe Higgins, tegen. Niet dat het Europese establishment de VS iets in de weg wou leggen, maar deze inbreuken op de privacy gaan ver. In juni werd een afgezwakt akkoord gesloten.

Een ander voorbeeld dat in het boek wordt aangehaald is hoe de VS de passagierslijsten van alle vluchten boven haar grondgebied controleert. Wie op de zwarte lijst staat, komt in de problemen. Verschillende vliegtuigen moesten al omgeleid worden. Luchtvaartmaatschappijen die de gegevens niet doorgeven, mogen niet langer boven of op de VS vliegen. De auteur merkt fijntjes op dat ook Nelson Mandela tot in juli 2008 op de 'zwarte’ lijst stond, een overblijfsel uit de tijd dat de VS goede banden had met het Zuid-Afrikaanse apartheidsregime. In het geval van Mandela was het niet zo moeilijk om van de lijst te komen, voormalig president zijn van een pro-kapitalistisch regime was overtuigend genoeg. Maar wie minder bekend is en op die lijst komt of een naamgenoot is van iemand op de lijst, die heeft meer problemen.

Persoonlijke gegevens worden niet enkel door overheidsinstanties verzameld. Ook private bedrijven doen eraan mee en dit zonder enige noemenswaardige controle van de gemeenschap. Als private bedrijven persoonlijke gegevens verzamelen, dan is dit niet om mooie statistieken te kunnen opmaken. Het is om er gebruik van te maken in de zoektocht naar winst. Denk maar aan Google dat berichten via gmail scant op zoekwoorden om gepaste reclame "aan te bieden”, lees: te verkopen aan geïnteresseerde adverteerders. Bovendien is het mogelijk om een betaalde link aan te bieden bij bepaalde zoekwoorden, zoekopdrachten worden bijgehouden en het bedrijf Google snelde zonder aarzelen het Chinese regime ter hulp om bepaalde zoektermen meteen te censureren. De bedrijfswereld controleert dus niet enkel onze media, maar heeft ook een grote niet te onderschatten greep op het internet.

Ook andere bedrijven loeren mee. Het is mogelijk om in voorwerpen ultrakleine RFID-chips aan te brengen die kunnen geïdentificeerd worden op basis van radiogolven. Hierdoor wordt het mogelijk om niet enkel te controleren wat we kopen, maar ook wat er hierna met deze producten gebeurt. Verder zijn er digitale gegevens over wat we wanneer op het internet opzoeken, wat de dokter vaststelt bij een controle en noteert in het elektronisch medisch dossier, wanneer we de metro nemen en tussendoor passeren we nog enkele bewakingscamera’s. Een groot probleem is natuurlijk als deze veelheid aan gegevens wordt misbruikt voor doeleinden die niet gericht zijn op de belangen van de meerderheid van de bevolking.

Dit boekt houdt het bij het stellen van vragen. Daarbij komen heel pertinente vragen naar voor, maar een globaler analysekader ontbreekt. Als de overheid of private bedrijven persoonlijke gegevens verzamelen en gebruiken, wordt dit ervaren als een inbreuk op de privacy en wordt met beschuldigende vinger naar deze instanties gewezen. Maar dit is op zich geen ethische aangelegenheid. De vraag is wie het voor het zeggen heeft, wie controle heeft over persoonsgegevens en met welke doeleinden. In een kapitalistisch systeem willen private bedrijven zoveel mogelijk over ons weten om winst te maken, niet om beter op onze behoeften in te spelen zoals ons wordt voorgelogen. Dat gebeurt bovendien zonder enige democratische controle. Een Big Brother model werd doorgaans toegeschreven aan de stalinistische dictaturen, maar nu blijkt dat het kapitalisme een fors stuk verder gaat dan wat de stalinistische dictaturen ooit hebben gedaan. Het neoliberale offensief de afgelopen jaren hield ons voor dat kapitalisme gelijk staat met individuele vrijheid, maar ruim 20 jaar na de val van de muur blijkt dat het kapitalisme een grotere bedreiging vormt voor onze privacy dan waar het stalinisme ooit toe in staat was.

Wij staan voor een socialistisch alternatief waarbij de economie op een democratische wijze wordt gepland. De ontwikkeling van een Big Brother model maakt enerzijds duidelijk hoe wanhopig het kapitalisme is in de zoektocht naar winsten maar anderzijds ook hoe wantrouwig dit systeem staat tegenover brede lagen van de bevolking. Dat wantrouwen mag gerust wederkerig zijn. Het overmatig gespioneer in het Oostblok was een uitdrukking van een systeem in verval. Een gelijkaardige ontwikkeling – met veel meer technologische mogelijkheden en dus op een grotere schaal – zien we vandaag onder het kapitalisme.