Text Size

“Gebakken lucht”. Een vernietigende kritiek op traditionele media

De Britse journalist Nick Davies verklaart in “Gebakken lucht” dat hij geschokt was door wat hij ontdekte tijdens het schrijven van dit boek. Als topjournalist wist hij al langer hoe het er aan toe ging in de mediawereld, maar met dit boek analyseert hij de verschraling van de media op een wel bijzonder scherpe wijze.

Recensie door Geert Cool uit het meinummer van ons Belgische blad De Linkse Socialist

Davies stelt vast dat heel wat “platte wereldverhalen” het nieuws halen, daarmee bedoelt hij verhalen die misschien door iedereen worden aangenomen maar daarom niet waar zijn. Het traditionele nieuws - zowel op televisie, in geschreven media als op het internet - beperkt zich steeds meer tot het brengen van reeds voorgekauwd nieuws dat vooral spectaculair en eenvoudig moet zijn. De reden daarvoor is de wijze waarop de nieuwsindustrie de afgelopen jaren is ontwikkeld.

Nieuws brengen is big business en het moet opbrengen. De impact van de aandeelhouders van de mediabedrijven uit zich misschien niet steeds in directe bemoeienissen over de redactionele lijn, maar des te meer in het productieproces van het nieuws. Davies stelt vast dat het aantal journalisten de afgelopen jaren drastisch achteruit is gegaan. Er zijn in Groot-Brittannië meer mensen tewerk gesteld in “public relations” (47.800) dan in journalistiek (45.000). De PR-mensen maken berichten om hun bedrijf in een goed daglicht te stellen. Het gebrek aan journalisten maakt dat makkelijker. Tijd om een verhaal te controleren of zelf te maken, is er toch niet meer. Hun rol wordt ingenomen door PR-mensen, tussen ‘79 en ‘99 verelfvoudigde hun aantal bij de grote bedrijven.

Overdreven denk je? Onderzoek naar teksten in Britse kwaliteitskranten toonde aan dat 60% hoofdzakelijk of volledig bestond uit materiaal dat van persbureaus of PR-bedrijven werd overgenomen. Nog eens 20% was sterk gebaseerd op dergelijk materiaal. Bij 8% was er onzekerheid. Slechts 12% van het materiaal kwam van de verslaggevers zelf. En dat gaat om de zogenaamde “kwaliteitskranten”.

Persbureaus bepalen steeds meer de agenda, maar ook daar moeten aan de lopende band verhalen worden aangeleverd. Zaken die makkelijker en sneller kunnen verkocht worden, genieten de voorkeur. Aangezien er zowel aan de mediabedrijven als aan andere bedrijven wordt verkocht, zal de berichtgeving daaraan worden aangepast. Iets als arbeidersstrijd is minder interessant dan het laatste showbizznieuws of nieuws over de aandelenkoersen.

De macht van de persbureaus is groot. Associated Press (AP) is het grootste en levert in de VS alleen aan 1700 bladen en 5000 radio en tv-zenders. Elders zijn er nog 500 tv- en radiozenders in 121 landen klant, net als zo’n 8.000 andere mediaorganen. Reuters levert aan meer dan 1.000 kranten. Resultaat: we krijgen hetzelfde nieuws in een andere vorm in alle kranten. Bij Reuters moet een verslaggever gemiddeld zo’n vijf verhalen per dag afleveren. Er wordt gejaagd op snel en makkelijk nieuws, dat verkoopt ook beter. Landen waar AP en Reuters afwezig zijn (in zowat 40% van de landen is dat het geval) zullen minder snel in het nieuws komen. Vandaar het gebrek aan aandacht voor de oorlog in Congo of de situatie in bijvoorbeeld Soedan. Ook wordt minder snel ingegaan op controversiële onderwerpen en er wordt ook geen achtergrond aangeboden.

Davies verwijst naar een onderzoek naar Britse televisiereportages over het conflict in Israël-Palestina, waarbij de uitgeschreven tekst van de reportages uit de steekproef 3500 regels omvatte. Daarvan gingen er welgeteld 17 over de geschiedenis van het conflict. Uit een bijhorende enquête onder kijkers bleek dat velen dachten dat de Palestijnen degenen waren die de bezette gebieden bezet hielden.

Ook op het internet rukt de verschraling op. In 2001 werd 68% van de tekst op nieuwssites letterlijk overgenomen van de persbureaus, in 2006 was dat al 85%. Op televisie moeten de items steeds korter en amusanter.

Het nieuws dat de traditionele media ons voorschotelen, wordt op ernstige wijze verdraaid. Niet alleen door enkel de woordvoerders van dit systeem aan het woord te laten. Ook door hetgeen niet wordt gezegd. “Weglating is de belangrijkste bron van verdraaiing”, aldus Davies. Beide elementen gaan natuurlijk samen.

Nieuws is onderdeel van het kapitalisme waar de heersende ideologie steeds deze van de heersende klasse is. Zowel de boodschap als de structuur van de nieuwsmarkt worden bepaald door het kapitalisme. Zo is er ook hier een sterke concentratie. Davies wijst op een studie uit de VS over het aantal ondernemingen dat kranten, tijdschriften, radio, televisie en films produceren. In 1984 werd die markt gedomineerd door een 50-tal bedrijven, in 1987 waren dat er nog 26 en in 1993 20. In 2004 waren er nog vijf grote bedrijven. Het aantal personeelsleden bij de kranten daalde tussen 1990 en 2004 met 18%. De gemiddelde winstmarge van de media-ondernemingen was in 2004 20,5%.

Om te antwoorden op de macht van de nieuwsindustrie moeten we het kapitalistisch systeem van antwoord dienen en er een alternatief op formuleren. De grote bedrijven en regeringen beschikken over hun media, die bestookt worden met hun standpunten waarbij journalisten al dan niet bewust dienst doen als hun spreekbuis. De arbeiders en hun gezinnen hebben nood aan hun eigen media en moeten zich daarvoor baseren op hun eigen organisaties en betrokkenheid bij actie. Dat is waar het bij arbeidersmedia zoals deze krant om gaat: met weinig middelen een spreekbuis vormen voor de gewone werkmens en tegelijk ideeën aanbieden over hoe we stappen vooruit kunnen zetten bij de verdediging van onze belangen.

Dat is een onderdeel van de strijd voor een socialistisch alternatief waarin de arbeiders en hun gezinnen zelf de touwtjes van de samenleving in handen nemen met een democratische controle en beheer van de sleutelsectoren van de economie (met inbegrip van de media). De Russische revolutionair Trotski stelde 70 jaar geleden al: “De taken van een arbeidersstaat bestaan niet uit het controleren van de publieke opinie, maar in het bevrijden ervan van het juk van het kapitaal. Dat kan enkel door de productiemiddelen - waaronder de productie van informatie - in de handen van de volledige samenleving te plaatsen.”