Text Size

Niger Delta en Golf van Mexico: verenigd in kapitalistische rampspoed

Niger Delta en Golf van Mexico: verenigd in kapitalistische rampspoedEen indirect voordeel van de olieramp in de Golf van Mexico is dat er nu ook meer aandacht is voor de dagelijkse vervuiling en ondermijning van het milieu in de Nigeriaanse Niger Delta. Voorheen was er amper enige aandacht voor dit probleem. De internationale media vergeleken de ramp in de Golf van Mexico met de dagelijkse vervuiling in de olieproducerende delen van Nigeria.

Analyse door Peluola Adewale. Dit artikel verscheen eerder in Socialist Democracy, het maandblad van de Democratic Socialist Movement (Nigeria)

De afgelopen 50 jaar van olieontginning door Shell en andere multinationals heeft geleid tot een dagelijkse vervuiling in de Niger Delta. Milieuactivisten schatten dat er gedurende deze periode zowat 550 miljoen vaten olie verloren gingen. Dat is evenveel als een ramp met de Exxon Valdez, maar dan ieder jaar opnieuw. De ramp met de Exxon Valdez in Alaska in 1989 was goed voor het verdwijnen van 11 miljoen vaten ruwe olie in de zee. Die ramp was voor de ramp in de Golf van Mexico dit jaar de grootste olieramp uit de Amerikaanse geschiedenis.

De afgelopen jaren hebben oliebedrijven in Nigeria nogal snel de verantwoordelijkheid voor de olielekken op militanten in de Niger Delta afgeschoven. De realiteit is nochtans dat de 7.000 kilometer pijpleidingen doorheen de regio decennialang amper zijn onderhouden en bijgevolg een proces van aftakeling hebben gekend. De oliebedrijven zijn zelf verantwoordelijk voor de vervuiling. Het is de vervuiling die leidt tot een opkomst van militante activiteiten in de regio als reactie op de onverantwoorde positie van de oliemultinationals waardoor het milieu wordt vervuild (de landbouwgrond en het water raakt daarbij aangetast) alsook op het falen van de Nigeriaanse overheid om daar iets aan te doen. Het zijn ook niet de militanten die verantwoordelijk zijn voor het affakkelen bij de olieproductie (waarbij vrijkomende gassen ter plaatse worden verbrand wat grote vlammen veroorzaakt) en de bijhorende uitstoot van broeikasgassen. Deze praktijk is bij wet verboden in het land, maar daar trekken de multinationals zich niets van aan.

De opeenvolgende regeringen beschikten over grote inkomsten uit de olie, maar zowel de nationale als de regionale regering weigerden om middelen te besteden aan de ontwikkeling van de infrastructuur en basisvoorzieningen zoals ziekenhuizen en scholen. Deze regeringen hebben altijd de belangen gediend van de grote multinationals zonder om te kijken naar het milieu en het welzijn van de bevolking. De regeringsleden zorgen ervoor dat een groot deel van de olie-inkomsten op hun eigen private bankrekeningen terecht komt.

Enkele jaren geleden stelde een rapport van de Wereldbank nog dat slechts 1% van de Nigeriaanse bevolking, de heersende elite, goed was voor 80% van de olie-inkomsten in het land. Dat verklaart waarom de elite er alles aan doet om de oliemultinationals vrij spel te geven bij het oppompen van petro-dollars. Deze elite is niet in staat om de oliemultinationals tot de orde te roepen. Integendeel, er wordt overgegaan tot het inzetten van politie en leger om ieder protest, ook vreedzaam protest, tegen de oliebedrijven de kop in te drukken.

De Nigeriaanse regering heeft via de Nigeria National Petroleum Corporation (NNPC) een deel van de onderaannemers van de oliebedrijven in eigen handen. Dit genationaliseerde bedrijf wordt enkel gebruikt om de belangen van de heersende elite niet te dienen, niet die van de Nigeriaanse bevolking die officieel “eigenaar” is van de NNPC. Zo stelde Austen Oniwon, managing director van de NNPC, aan de Senaat in Abuja dat regeringsleiders in het verleden in totaal 10 miljard dollar uit de NNPC hebben gehaald voor andere doeleinden dan projecten inzake olie en gas (Punch, 22 juli 2010).

Dubbele normen

De vele aandacht voor de ramp in de Golf van Mexico werd ook opgemerkt door de bevolking van de Niger Delta die al decennialang in de vervuiling leeft zonder veel internationale reacties. Er is een gevoel van onrechtvaardigheid en dubbelen normen tegenover de oliemultinationals. In de VS liggen de multinationals onder vuur maar in Nigeria worden ze gerust gelaten terwijl de ramp er even erg is en al jarenlang aansleept.

Een dorpshoofd van de Otuegwe, een gemeenschap in de Niger Delta, verklaarde in de krant The Observer naar aanleiding van een nieuw lek eerder dit jaar: “We verwittigden Shell onmiddellijk, maar er werd zes maanden lang niets gedaan.” Amnesty International publiceerde een rapport over de Nigeriaanse olievervuiling. Dat rapport droeg de titel “Olie, vervuiling en armoede in de Niger Delta”. Het bevat heel veel gegevens over olielekken en kapotte leidingen waar maandenlang niets aan werd gedaan. Alles opruimen, zou jaren in beslag nemen. Het ministerie van milieu en andere overheden kijken intussen een andere richting uit. Grote delen van de landbouwgrond en het water in de regio zijn vervuild. In het geval van Deepwater Horizon werd het lek reeds na enkele maanden gedicht, maar ook daar wordt gewezen op enorme gevolgen voor het milieu.

Lof van Obama is misplaatst

Een aantal mensen uit de getroffen gebieden van de Niger Delta en de media hebben Obama geprezen voor de wijze waarop werd gereageerd op de ramp in de Golf van Mexico. Deze lof voor Obama is misplaatst. Gezien de schaal van de ramp had Obama geen andere keuze en moest hij wel reageren. Toen er in januari een olielek was in Texas, bleef het opvallend stil bij Obama. Dit lek was wellicht te klein of het kreeg niet genoeg media-aandacht. Obama heeft steeds steun verleend aan olieboringen op de zeebodem. Enkele weken voor de ramp in de Golf van Mexico maakte hij nog een einde aan het 20 jaar oude moratorium op zeeboringen in het noorden van Alaska en maakte hij de weg vrij voor olieboringen in het oosten van de Golf van Mexico.

De olie-industrie is een belangrijke financiële bron voor de twee traditionele burgerlijke partijen in de VS. De verkiezingscampagnes van Republikeinen en Democraten kunnen telkens op bijdragen rekenen. Obama kreeg bij de vorige verkiezingen net iets minder geld van de oliesector dan zijn tegenstrever McCain, maar hij kreeg wel het meeste geld van BP. Beide grote partijen hebben geen problemen met het verder

De olie-industrie is een belangrijke financiële bron voor de twee traditionele burgerlijke partijen in de VS. De verkiezingscampagnes van Republikeinen en Democraten kunnen telkens op bijdragen rekenen. Obama kreeg bij de vorige verkiezingen net iets minder geld van de oliesector dan zijn tegenstrever McCain, maar hij kreeg wel het meeste geld van BP. Beide grote partijen hebben geen problemen met het verder ondersteunen van de belangen van de oliemultinationals. Obama spreekt wel over schone energie, maar als zijn partij daar een wetsvoorstel over indient gaat het meteen ook over olieboringen op zee en het verder toelaten van kernenergie en steenkoolenergie. Het doel is om de steun van de olie-industrie te behouden door ze in staat te stellen om de superwinsten te behouden.

Dit verklaart ook deels waarom de VS nog steeds een belangrijke remmende factor vormt in het doorvoeren van wereldwijde maatregelen tegen de uitstoot van broeikasgassen. Als de Amerikaanse regering het heeft over hernieuwbare energie is dit niet uit milieuoverwegingen of bezorgdheid inzake de gevolgen van de klimaatveranderingen, er wordt in de eerste plaats gedacht aan het verminderen van de afhankelijkheid van de olie uit het Midden-Oosten. Een aantal vormen van hernieuwbare energie zijn overigens helemaal niet minder vervuilend, zo kan biobrandstof grote gevolgen hebben voor de voedselveiligheid. De regering-Obama heeft nog niets ondernomen om de mogelijkheden van wind-, water- en zonne-energie verder te ontwikkelen. Dat was de conclusie van een rapport van Scientific American onder de titel “A Plan for a Sustainable Future” waarin werd aangetoond hoe de energiebevoorrading in 2030 mogelijk zou zijn.

Corrupte regulatoren

De regulatoren die toezien op de olieboringen blijken niet bepaald efficiënt. BP kwam ermee weg dat de kans op olielekken bij Deepwater Horizon uiterst beperkt was. Er wordt zelfs beweerd dat het bedrijf niet in orde was met de plannen over hoe zou worden gereageerd bij noodsituaties. Minerals Management Service (MMS), de instelling die de oliesector reguleert, is een van de meest corrupte instellingen van de VS. Een voormalige regeringsauditeur, Bobby Maxwell, had het over een “cultus van corruptie” CNN, 14 oktober 2008). Hij stelde toen: “Ik geloof dat het beheer waar we onder stonden favoritisme vertoonde tegenover de oliesector.” Verantwoordelijken die moesten toezien op de controle en naleving van de regels zouden tegen betaling al eens makkelijker zaken door de vingers zien.

Nigeriaanse heersende elite maakt zaken nog erger

Zowel in de VS als in Nigeria en elders proberen regeringen de belangen en de winsten van de oliemultinationals te dienen, ook indien dit ten koste gaat van het milieu, de gezondheid en de economische belangen van de gewone bevolking in de olieproducerende gebieden. De situatie in Nigeria is op dat vlak natuurlijk nog wat erger en openlijker. De elite in dit land behoort tot de meest parasiterende en primitieve elites ter wereld. De problemen in de Niger Delta zijn niet beperkt tot de olielekken. Het gaat ook om het feit dat een groot deel van het gebied niet meer gebruikt kan worden voor iets anders, landbouw wordt er onmogelijk door de vervuiling. Infrastructuur is er amper in een regio die goed is voor 90% van de inkomsten van het land. De vervuiling maakt een einde aan landbouw en visvangst, de traditionele activiteiten van de lokale bevolking. En er zijn geen alternatieve jobs waardoor de werkloosheid toeneemt. Op die basis kunnen militante groeperingen steun vinden voor een gewapende strijd tegen de Nigeriaanse staat en de oliebedrijven. Als er instellingen worden opgezet vanuit de overheid voor toezicht op de olieproductie, worden deze al snel melkkoeien voor de elite om een groter deel van de oliewinsten te kunnen binnen halen.

Socialistisch alternatief

De ramp in de Golf van Mexico en de onmenselijke situatie in de Niger Delta zijn het resultaat van een waanzinnig winsthonger die ten koste gaat van het milieu en de werkende mensen. Het is een crisis veroorzaakt door het kapitalisme. De oliemultinationals moeten worden genationaliseerd en onder democratisch beheer van de arbeiders en de gemeenschap worden geplaatst. Enkel dan kan de milieuvervuiling worden aangepakt en kunnen de natuurlijke rijkdommen worden aangewend ten dienste van de bevolking en de samenleving. Dat zal niet gebeuren als we niet onmiddellijk de strijd tegen het kapitalisme aangaan. Arbeiders, armen en jongeren moeten zich verenigen in een arbeiderspartij met een socialistisch programma dat de macht uit de handen van de kapitalistische elite kan halen. De oliesector is internationaal, onze strijd moeten we dan ook internationaal voeren. Een beweging in Nigeria kan arbeiders en armen in andere landen inspireren. We voeren met het CWI internationaal campagne voor een socialistisch alternatief.