Text Size

Ecoterrorisme in de Golf van Mexico

Nationaliseer BP en de oliesector

Na de ontploffing op het boorplatform Deepwater Horizon werd de olieramp in de Golf van Mexico door de Amerikaanse president omschreven als het “11 september voor de ecologie”. Het bleef jammer genoeg enkel bij een vaststelling zonder antwoorden erop. Het kapitalisme brengt met haar winstzucht onomkeerbare schade aan de planeet en wie erop leeft aan. De “oorlog tegen het terrorisme” vanwege de VS en partners was geen succes, om te vermijden dat de “oorlog tegen het ecoterrorisme” een even grote mislukking wordt, is het nodig om de ware oorzaken aan te pakken. De basis voor het ecoterrorisme is de kapitalistische productiewijze. Enkel een democratisch geplande economie kan bescherming bieden om dergelijke rampen te vermijden.

Alain (Namen)

11 doden op offerblok van de winst

 

Oliebedrijven en klimaatverandering

De klimaatveranderingen gaan veel verder dan doorgaans wordt aangenomen. Oliebedrijven spelen daar een belangrijke rol in, zowel in de vervuiling als in het vervormen van het beeld dat we hebben van die vervuiling.

Onderzoeksjournalist George Monbiot toonde aan dat ExxonMobil op directe of indirecte wijze geld geeft aan 124 organisaties die verwarring of onzekerheid zaaien over klimaatveranderingen. Hun taak bestaat eruit om te stellen dat er wetenschappelijke onzekerheid is, dat er ook andere wetenschappelijke standpunten zijn,... Soms gaat het om absurde onderzoeken, bijvoorbeeld om aan te tonen dat een invasie door aliens een groter gevaar zou vormen dan klimaatveranderingen. Alles is goed om toch maar verwarring te zaaien in de media.

Veiligheid genegeerd

Gelekte documenten tonen aan dat BP waarschuwingen over de mogelijkheid van een ongeval in de wind heeft geslagen. In 2009 werd een rapport opgemaakt waarin werd gesteld dat een ongeval weinig waarschijnlijk was, zelfs vrijwel uitgesloten. Wetenschappers en personeelsleden stelden echter dat dit een wel erg onvoorzichtige conclusie was. BP bespaarde bovendien op alle mogelijke manieren, onder meer door met onderaannemers te werken waardoor honderden ingenieurs van BP werden ontslagen. Het resultaat is er dan ook naar.

De vrienden van BP

Totnutoe had BP een erg goede band met het politieke establishment. Ook president Obama kreeg in zijn verkiezingscampagne financiële steun van het bedrijf. De republikeinse Sarah Palin gaf daar nu kritiek op, maar de banden tussen haar partij en de oliesector zijn uiteraard niet minder innig. Slechts een maand voor de ramp in de Golf van Mexico keurde de regering-Obama een maatregel goed voor een uitbreiding van het diepzeeboren naar olie. De onderminister voor energie in de regering-Obama is Steven Koonin, tot anderhalf jaar geleden een top-wetenschapper in dienst van BP. Hij was daar verantwoordelijk voor het toezicht op de veiligheid bij het diepwaterboren.

 

Volgens verschillende bronnen heeft British Petroleum heel wat risico’s genomen bij het boorplatform om toch maar de kosten te drukken. Ook op de veiligheid werd bespaard. Dit heeft BP een besparing van 7 tot 10 miljoen euro opgeleverd. Dat er voor de ramp al werd gewaarschuwd voor ongevallen, maakte weinig indruk op de winsthongerige oliemultinational.

Bij de ontploffing op het boorplatform vielen 11 dodelijke slachtoffers. Het zijn altijd de arbeiders die de hoogste prijs betalen voor de winstjacht. De gewone werkende bevolking wordt op alle vlakken het hardst getroffen. Langs de kustlijn van Louisiana werd reeds veel schade aangericht door de orkaan Katrina in 2005 en nu worden heel wat belangrijke economische sectoren plat gelegd (onder meer de visserijsector, 40% van de zeevruchten in de VS komen uit Louisiana). De kosten voor het opruimen van de stranden zal slechts gedeeltelijk door BP worden gedragen. Veel vrijwilligers zijn dagenlang in de weer om de olie van de stranden weg te halen. Tenslotte zal de ramp ook heel wat gevolgen hebben voor het ecologisch evenwicht in de zee. De kosten van deze ramp zullen steeds onderschat worden.

Niet de eerste ramp

Op 24 maart 1989 was de Exxon Valdez verantwoordelijk voor een olieverlies van 38.500 ton in Alaska. Het bedrijf betaalde 3,4 miljard dollar voor de schoonmaak en 500 miljoen dollar als schadevergoeding. In 1978 was Amoco Cadiz (Standard Oil) verantwoordelijk voor een verlies van 227.000 ton langs de kust van Bretagne. Na 14 jaar gerechtelijke procedures werd 1,25 miljard euro betaald. In 1999 was er de ramp met de Erika waardoor 20.000 ton olie voor de kust van Bretagne in zee terecht kwam. Hiervoor werd 570 miljoen euro schadevergoeding opgelegd, voor 200 miljoen daarvan is er nog een procedure voor Cassatie. In 2002 kwam 64.000 ton olie voor de kusten van Spanje, Frankrijk en Spanje in zee terecht. De kosten hiervoor worden op 1,05 miljard euro geschat.

De ramp van 20 april 2010 in de Golf van Mexico werd aanvankelijk – en op aangeven van BP – sterk onderschat. Er zal wellicht tussen 177.000 en 322.000 ton olie in zee terechtkomen. De schoonmaakoperatie zal minstens 9,8 miljard dollar kosten en er wordt geschat dat een schadevergoeding van 8,6 miljard euro zal worden opgelegd. Dat kan een bijzonder hoog bedrag lijken en het is wat abstract voor gewone werkenden of jongeren die nooit met dergelijke bedragen te maken krijgen. Maar het volstaat om eens naar de winsten van BP te kijken om te weten wat dit voor de multinational betekent. BP deelt jaarlijks ongeveer 8,7 miljard euro uit aan de aandeelhouders! De merknaam BP heeft schade opgelopen op de markt, maar dan wel omdat het bedrijf ermee dreigde om geen dividenden uit te betalen aan de aandeelhouders. Kapitalistische inhaligheid kent geen grenzen, ook niet indien er een ecologische en menselijke ramp plaatsvindt.

Verborgen rampen

De ramp in de Golf van Mexico kreeg veel aandacht, maar elders zijn er gelijkaardige rampen die geen enkele media-aandacht krijgen. In de Niger-delta was er een lek waarbij 4 miljoen liter ruwe olie in het water terecht kwam vooraleer ExxonMobil zeven dagen later het lek kon dichten. In de Niger-delta zijn er 606 boorplatformen die samen goed zijn voor 40% van de Amerikaanse olie-import.

Dit is ook de wereldwijde koploper inzake olievervuiling. Op twee generaties is de levensverwachting in bepaalde delen van de Delta teruggevallen tot 40 jaar. De opeenvolgende lekken hebben de grond ernstig vervuild. De corruptie van de lokale regimes geeft een vrijgeleide aan de oliebedrijven die zich niets aantrekken van het lot van de lokale bevolking.

Hoe dit vermijden?

Barack Obama roept de Amerikaanse economie op om haar afhankelijkheid van olie af te bouwen en alternatieve energie te ontwikkelen. Dergelijke verklaringen dienen enkel om zijn imago bij te sturen nadat er kritiek kwam op zijn aanvankelijk erg tamme reactie.

De houding van veel arbeiders in Louisiana is genuanceerd. De visserijsector is dan wel belangrijk voor lokale werkgelegenheid, maar veel arbeiders hebben ook familie of vrienden die in de oliesector werken. De VS is bovendien nog steeds afhankelijk van olie. Om daar verandering in te brengen, moet de volledige energiesector onder gemeenschapscontrole worden geplaatst. We kunnen niet op BP of andere oliemultinationals rekenen om op een veilige en propere wijze olie te ontginnen en al zeker niet om alternatieve energie te onderzoeken en te ontwikkelen. Energie is een strategische sector en deze mogen we niet in onverantwoorde handen laten. De arbeiders van het platform hadden op voorhand al heel wat kritiek op de werkwijze op het boorplatform. Zij hebben de know-how om de risico’s te beperken. De gemeenschap heeft er alle belang bij om zelf te kunnen beslissen over de energieproductie. Nationalisatie is dan ook de enige oplossing.

Er zal een planmatige aanpak nodig zijn om de overgang naar hernieuwbare energie mogelijk te maken. Op kapitalistische basis zal dit niet gebeuren, daar wordt enkel naar de winsten op korte termijn gekeken. Een “groen kapitalisme” zal enkel de winsten binnen de sector herverdelen. Wij zijn voor een radicale breuk met het kapitalisme om de sociale behoeften en milieubelangen voorop te kunnen plaatsen.