Text Size

Toenemende repressie in Xingjiang om “One Belt One Road”-project erdoor te krijgen

China werkt aan een project om de handel op te voeren, onder meer door de infrastructuur van verbindingen over de weg en over zee te verbeteren. Geïnspireerd door de oude zijderoutes kreeg het de naam ‘One Belt One Road’ mee. De Belgische regering is alvast enthousiast: vorige week verschenen in verschillende kranten een interview met Kris Peeters in de vorm van een advertentie betaald door het Chinese persbureau Xinhua. Een keerzijde van het project is het opvoeren van de repressie in de strategische regio Xingjiang in het westen van China. Hieronder een artikel hierover dat eerder verscheen op Chinaworker.info.

Artikel door Li Yiming, chinaworker.info

Xingjiang is een grote regio in het westen van China met een meerderheidsbevolking van Turks sprekende Oeigoeren. Deze moslims vormen de grootste etnische groep in Xingjiang. Onder Chinees bewind is de regio omgevormd tot een openluchtgevangenis van 1,7 km². Xingjiang heeft heel wat grondstoffen en is bovendien erg groot, bijna twee keer zo groot als Pakistan. Het is van strategisch belang voor de Chinese ‘Communistische’ Partij (CPP) nu Xi Jingping het project van ‘One Belt One Road’ uitrolt.

Met dat project wil het Chinese regime ingaan tegen de groeiende anti-globaliseringsdruk in de wereldeconomie en de industriële overcapaciteit. Dit wil het regime doen door de Chinese economie sterker te verbinden met 60 landen die samen goed zijn voor 40% van het wereldwijde BBP. Xingjiang is de poort naar de oude zijderoute via Centraal-Azië naar Europa. Het is dan ook van groot belang.

Xingjiang kent een nooit geziene escalatie van staatspressie tegen elk onderdeel van de Oeigoerse cultuur, godsdienst en gevoel van een thuisland. In alle delen van Xingjiang heeft de overheid lange baarden, islamitische hoofddoeken, vasten tijdens de Ramadan en recent zelfs “openlijk religieuze” namen voor kinderen verboden. De lijst van verboden voornamen bevat onder meer Mohammed, de meest voorkomende naam ter wereld. Ouders die hun kind deze namen willen geven, krijgen te horen dat deze kinderen geen identiteitskaart krijgen en problemen zullen ondervinden om naar school te gaan, werk te vinden op een eigen huis te kopen.

Het opdrijven van de repressie wordt verklaard vanuit het argument dat het dient om het terrorisme te bestrijden. Er is effectief een probleem met terrorisme, maar dit wordt vooral veroorzaakt door de repressieve opstelling van de overheid en het aanwakkeren van etnische spanningen, ook binnen de Oeigoerse elite. Het regime in Peking vervreemdt delen van de elite in Xingjiang, waaronder delen van de veiligheidsdiensten die traditioneel een sociale basis voor de heerschappij van Peking over de regio vormden.

Dit bleek onder meer uit een recent verslag in de krant ‘Hotan’ over 97 Oeigoerse toplui in het zuidwesten van Xingjiang die geschorst weren omdat ze onvoldoende enthousiasme aan de dag legden voor de anti-terrorismecampagne. Ze werden onvoldoende inspanningen verweten om de namen van deelnemers aan religieuze ceremonies zoals huwelijken te registreren. Er was een geval van een Oeigoerse ambtenaar die een sanctie kreeg omdat hij weigerde te roken in gezelschap van een religieuze persoonlijkheid. De in Peking uitgegeven ‘Global Times’ haalde een andere topman uit Xingjiang aan die stelde dat het nodig is om religieuze regels zoals het rookverbod te breken om een engagement van secularisme te tonen.

De afgelopen maanden hielden de autoriteiten in de grote steden van Xingjiang – Urumqi, Hotan, Kashi en Aksu – een reeks anti-terrorismemeetings waarbij grote groepen paramilitaire politie-agenten op publieke pleinen gemobiliseerd werden. In een ceremoniële machtsontplooiing zweren die agenten vervolgens om de stabiliteit te behouden. Recent namen meer dan 10.000 soldaten aan zo’n bijeenkomst deel in Urumqi, de hoofdstad van Xingjiang.

Chen Quanguo neemt de macht over

Sinds de beweging in 2009 waarbij zowat 100 doden vielen bij politierepressie en daaropvolgende etnische rellen in Urumqi, is Xingjiang een focuspunt geworden voor de repressie van het Chinese regime. De jaarlijkse uitgaven voor veiligheidsdiensten zijn minstens verdubbeld. In augustus 2016 werd Zhang Chinxian als topleider vervangen door Chen Quanguo. De media merkten op dat de nieuwe leider – een Han Chinees, net zoals alle provinciale verantwoordelijken – zijn rol in het “behoud van stabiliteit” kopieert van de tijd dat hij dezelfde functie uitoefende in Tibet, waar hij bekend stond als een man van de harde lijn.

Een belangrijk initiatief van de autoriteiten is om duizenden nieuwe plaatselijke politiekantoren te creëren. In Urumqi alleen zijn er plannen voor 1.600 dergelijke kantoren. Soms zijn er kantoren op amper 300 of 500 meter van elkaar. Wijken kunnen ze 24 uur per dag gecontroleerd worden. Er is ook een verdedigingsstelsel met milities die vooral uit Han Chinezen bestaan. Er is dus een enorm toezicht in Xingjiang. Het versterkt de discriminatie tegen de Oeigoeren, maar het veroorzaakt ook overlast voor de Han Chinezen die ondertussen goed zijn voor 38% van de bevolking van Xingjiang.

In 2016 werden meer dan 30.000 nieuwe politie-agenten aangeworven in Xingjiang, vooral laaggeplaatste en slecht betaalde contractuelen. In vergelijking met het jaar ervoor ging het om een verdriedubbeling van het aantal aanwervingen. Bijna 90% van de nieuwe agenten werd toegekend aan de nieuwe politiekantoren.

Identificatienummer op messen

Vanaf dit jaar moeten alle lokale gemotoriseerde voertuigen in bepaalde delen van Xingjiang over GPS-systemen beschikken waarbij het ook mogelijk is om te controleren waar het voertuig zich bevindt. Zonder dergelijk systeem zullen auto’s niet meer verkocht of aangekocht kunnen worden en zal het zelfs niet mogelijk zijn om bij te tanken. Vanuit minstens één regio, Aksu Wensu, kwam het bericht dat de inwoners al hun messen, waaronder fruitmessen en zelfs scharen, moeten laten graveren met hun naam en identiteitsnummer. Je moet er dus naar de politie gaan om een fruitmes te registreren…

In februari sloten de telecombedrijven het G4-netwerk af, behalve in steden met een meerderheid van Han Chinezen. Hiermee wil het regime vermijden dat negatieve nieuws over de overheid, in het bijzonder rond sociale conflicten, verspreid raakt in Oeigoerse gebieden. Na de gebeurtenissen van 2009 werd het internet in Xingjiang 312 dagen uitgeschakeld. Dit had ook een grote tol voor de economische activiteit.

De definitie van ‘illegale religieuze activiteiten’ in China is erg breed. Officieel wordt hiermee gestreden tegen religieus extremisme, maar het riskeert het tegenovergestelde effect te bekomen. Socialisten verdedigen de vrijheid van religieuze en politieke standpunten. Enkel door dictatuur en kapitalisme uit te schakelen, de oorzaken van armoede en onderdrukking, is het mogelijk om een einde te maken aan geweld en terreur in naam van religie.

De harde lijn en de willekeurige discriminatie door het regime leiden tot ongenoegen bij Oeigoerse verantwoordelijken binnen de regering en de politie. Er ontstonden fracties onder de Oeigoerse top waarbij openlijk of in het geheim werd ingegaan tegen Han Chinezen in de regionale administratie. Er is een traditie van intensieve bureaucratie fractiestrijd in China. Het is niet verwonderlijk dat sommige fracties nu een etnisch karakter aannemen.

Terwijl de CCP nationalistische propaganda maakt tegenover de VS, Japan en Zuid-Korea, is het bijzonder zenuwachtig over de opkomst van Oeigoers en zelfs van Han nationalisme in Xingjiang waarbij de etnische strijd niet langer onder controle kan gehouden worden. De staat censureert dan ook vaak het nieuws over etnische confrontaties en wordt er door Han nationalisten van beschuldigd de “terroristen” de hand boven het hoofd te houden.

Zelfs de traditioneel relatief harmonieuze band tussen de Han bevolking en de Hui moslims, die in tegenstelling tot de Oeigoeren Chinees spreken, is verslechterd. De Hui ondervinden steeds meer racisme met een opgang van haatboodschappen en islamofobie op sociale media.

Socialisten hebben destijds al gewaarschuwd dat de ‘anti-terreurcampagnes’ in Xingjiang gebruikt werden als testgebied voor staatsrepressie tegen alle mogelijke groepen die het bewind van de heersende kliek in vraag stellen of de ‘stabiliteit’ bedreigen. In januari 2016 voerde het regime een anti-terreurwet in die algemeen gezien werd als gericht tegen de Oeigoeren in Xingjiang. Dissidenten en anderen bekritiseerden de wet omwille van de erg brede en vage benadering ervan waarbij zelfs een minimum aan juridische onafhankelijkheid overboord wordt gegooid en alle etnische, culturele en religieuze activiteiten voortaan als terrorisme kunnen bestempeld worden.

Bijna alle politieke protestacties zoals het Wukan-incident (het dorp in het zuiden van China dat revolteerde tegen de lokale corruptie en onteigeningen) en de Paraplubeweging in Hong Kong, maar ook NGO-activisten en advocaten die zogezegd ‘door het buitenland gemanipuleerd’ worden, vallen onder de toepassing van deze wet.

Zelfbeschikking

Socialisten verzetten zich tegen repressieve maatregelen van de zogenaamd ‘Communistische Partij’ zoals de politierazzia’s, grootschalige controle en toezicht op de bevolking en het platleggen van het internet. We verdedigen gelijkheid van taal met het recht om in regio’s met minderheden de moedertaal te hanteren op school, werkvloer en in de verhouding tot de autoriteiten. We verdedigen het recht op zelfbeschikking van alle onderdrukte naties (waaronder het recht om een onafhankelijke staat te vormen indien de bevolking dit wenst) en het recht van culturele en religieuze vrijheid.

Maar we moeten ook benadrukken dat deze doelstellingen enkel kunnen gerealiseerd worden door een eengemaakte beweging van de arbeidersklasse tegen de heerschappij van het kapitalistisch regime met zijn imperialistische belangen in Xingjiang. Dat gebeurt volgens ons best door de strijd voor een socialistische confederatie van China, Centraal-Azië en Rusland.

Als er geen eengemaakte antikapitalistische beweging van werkenden en arme boeren is, kunnen de bureaucraten en kapitalistische reactionairen de strijd van Han Chinezen bekampen onder de vlag van de verdediging van het ‘vaderland’, net zoals ze de rechten van de massa’s in Xingjiang en andere minderheden onderdrukking in naam van de strijd tegen het terrorisme.