Text Size

Racisme en geweld in Groot-Brittannië: vanwaar komt het en hoe het stoppen?

Er is een scherpe toename van racistisch geweld en andere uitingen van racisme en haat in Groot-Brittannië. Veel media schrijven dit toe aan het resultaat van het referendum en verwijten de kiezers die voor ‘Leave’ stemden medeplichtigheid of minstens indirecte steun hieraan. Wat is hiervan aan? En belangrijker: hoe kan het racistisch geweld gestopt worden?

jobsandhomes2

 

Artikel van onze Belgische zuseterorganisatie blokbuster.be

 

Van waar komt het racistisch geweld?

De officiële campagnes in aanloop naar het referendum werden geleid door verschillende rechtse en conservatieve krachten. De status van officiële ‘Leave’-campagne werd toegekend aan de groep rond Nigel Farage van UKIP samen met conservatieve politici als de voormalige Londense burgemeester Boris Johnson. De officiële ‘Remain’-campagne was in handen van premier Cameron en kreeg de steun van een groot deel van Labour en zelfs van de vakbondsleiders. Die laatsten lieten het na om zich te onderscheiden van besparingspolitici als Cameron.

Beide officiële campagnes stelden kwesties als migratie centraal, ze deden dit bij gebrek aan overtuigende argumenten rond sociale kwesties. Het asociale besparingsbeleid heeft verregaande gevolgen in Groot-Brittannië, en dit terwijl het Thatcheriaanse beleid vanaf de jaren 1980 al lelijk uithaalde naar de levensstandaard van veel werkende Britten. Openbare diensten worden afgebroken of gesloten, uitkeringen zijn eerder aalmoezen geworden, jonge werkenden worden met extreme flexibiliteit en lage lonen geconfronteerd, … Zelfs liefdadigheidsinstellingen krijgen het moeilijk. Voedselbanken zagen hun klantenbestand dramatisch uitbreiden.

Als daar geen collectief antwoord van een breuk met dit besparingsbeleid op geboden wordt, blijven enkel de tekorten zichtbaar en kan er een grotere openheid zijn voor racistische standpunten die de tekorten toeschrijven aan migranten. Voor veel gewone werkende kiezers die ‘Leave’ stemden, was racisme echter niet de centrale kwestie. Hoe valt anders te verklaren dat veel mensen met een migranten-achtergrond, onder meer in de Aziatische gemeenschap, voor ‘Leave’ kozen? Om pijnlijke kwesties als de sociale thema’s ook na het referendum uit de weg te gaan, is het voor beide officiële campagnes ondertussen nuttig om de aandacht op racisme en migratie te blijven houden.

Het feit dat de officiële campagnes op het element van racisme focusten, sterkt het zelfvertrouwen van de kleine groepjes racisten die verder willen gaan met geweld en intimidatiecampagnes. Beide campagnes hebben daar een verantwoordelijkheid voor. Cameron en co benadrukten dat ze uitzonderingsmaatregelen inzake migratie kregen van de EU. De Britse regering komt ook actief tussen om vluchtelingen in en rond het Franse Calais tegen te houden. Onlangs werd een hulpkonvooi vanuit Groot-Brittannië naar Calais gestopt. Farage en co hoeven de bal van Cameron maar binnen te koppen. Dit een-tweetje onder conservatieven werd niet beantwoord door de meeste vakbondsleiders of de leiding van Labour.

Had een grotere Remain-stem dit geweld kunnen voorkomen?

Met beide officiële campagnes die racisme legitimeren, was er wellicht sowieso een toename van racistisch geweld geweest. De ergste racisten, diegenen die tot geweld bereid zijn, vinden zich wellicht meer in Farage dan in Cameron en halen zelfvertrouwen uit het resultaat. Maar dit betekent niet dat een grotere Remain-stem het geweld had kunnen voorkomen. Er was een opbod van racisme. Hoe zo’n opbod werkt, legde Vlaams Belang voorman Filip Dewinter eerder dit jaar in Humo uit: “Als ik vandaag Nahima Lanjri, om maar iemand te noemen, hoor zeggen dat Theo Francken een watje is en dat hij als staatssecretaris dubbel zoveel illegalen had moeten uitwijzen, dan kan ik alleen besluiten dat de traditionele partijen nu al met 120 per uur rijden, en dan mogen wij toch een versnelling hoger schakelen en naar 150, 160 gaan?” We weten allemaal dat dat gevaarlijk is.

Kan de EU een antwoord bieden op racisme?

Eigenlijk is het vreemd dat de besparingsmachine van de EU, van Fort Europa, door sommigen plots voorgesteld wordt als een antwoord op racisme. Het is het door de EU opgelegde besparingsbeleid dat aanleiding gaf tot de forse electorale groei van de Griekse neonazi’s van Gouden Dageraad. Dat zorgde voor een bijhorende toename van racistisch en fascistisch geweld. Het antwoord van de EU daarop? Nog meer besparingen en van de linkse regering onder leiding van Syriza eisen (én bekomen) dat ze de broek tot onder de enkels laat zakken. Dit kan leiden tot een gevaarlijke cocktail.

Of wat te denken van Fort Europa dat miljarden aan Turkije geeft om vluchtelingen op te sluiten en tegen te houden? Dat Turkije niet bepaald een toonbeeld van democratische rechten is, een oorlog voert tegen de eigen Koerdische bevolking en niet aarzelt om politiek-strategische spelletjes te spelen met Syrische vluchtelingen, vormt geen probleem voor de EU. Als er maar minder vluchtelingen naar Europa komen. ‘Vluchtelingen zetten ons sociaal stelsel onder druk’, luidt de officiële redenering van besparingspolitici die zelf het sociaal stelsel afbreken.

Neen een toonbeeld van antiracisme is de EU niet. Het zorgde zelfs voor een omslag in de positie van de Hongaarse neofascisten van Jobbik tegenover de EU. De nieuwe partijvoorzitter stelt dat een exit uit de EU niet langer nodig is omdat er positieve ontwikkelingen zijn in die EU, onder meer op vlak van beleid tegenover vluchtelingen.

Wat biedt dan wel een antwoord?

jobsandhomes

Het besparingsbeleid leidt tot sociale spanningen. Daar kunnen racisten op inspelen. We zullen de ingang die racistische vooroordelen vinden enkel kunnen stoppen indien we een alternatief hebben op de voedingsbodem ervan. Het beleid van tekorten en een dalende levensstandaard voor de meerderheid van de bevolking is een logisch onderdeel van de groeiende kloof tussen de kleine groep superrijken en de rest van de bevolking. Om hun Panama-miljarden aan te dikken, verdwijnt sociale bescherming voor de armsten en dalen onze lonen en uitkeringen. Daarop antwoorden door naar beneden te schoppen, is soms makkelijker dan naar boven terug te vechten tegen de verantwoordelijken voor dit beleid.

Dat laatste is nochtans wat nodig is: strijd voor degelijke banen, betaalbare huisvesting, toegankelijke diensten, goed onderwijs, … voor iedereen. Als we zien hoeveel rijkdom geconcentreerd zit bij een handvol kapitalisten, dan is het duidelijk dat de middelen voor een betere levensstandaard voor iedereen aanwezig zijn. We zullen die echter niet zomaar krijgen, we zullen er samen voor moeten strijden. Wat ons in die strijd verdeelt, verzwakt ons. Vandaar overigens ook dat het establishment regelmatig beroep doet op racisme en andere vormen van verdeeldheid.

In de aanloop naar het referendum was er jammer genoeg geen grootschalige campagne die deze eisen voorop stelde. De linkse Labour-leider Jeremy Corbyn wijzigde zijn standpunt en schaarde zich achter het Remain-kamp. De hoop om via dergelijke compromissen de vrede in de eigen partij te bewaren, blijkt achteraf een illusie. Rechtse Labour-parlementairen zien een kans om de poten onder de stoel van Corbyn te zagen. De brede steun voor Corbyn als antwoord daarop, met onder meer tot 10.000 betogers maandagavond, toont echter het potentieel voor een oprecht linkse campagne die de thema’s opneemt die ertoe doen: jobs, huisvesting, diensten, … kortom een breuk met het besparingsbeleid.

Een dergelijke breuk met het besparingsbeleid betekent overigens ook een confrontatie met het Europa van de rijken. Programmapunten van Corbyn als de hernationalisatie van de spoorwegen en de energiesector zijn volgens EU-regels onwettig. Onderhandelingen met de EU daarover zijn niet mogelijk, dat heeft de Griekse ervaring van Syriza duidelijk gemaakt. Breken met de besparingen betekent dus ook breken met instellingen als de EU.

Tegelijk moeten we actief mobiliseren tegen alle pogingen van racisten om hun standpunten en geweld openlijk op straat te brengen. De toename van racistisch geweld en intimidatie moet beantwoord worden met mobilisatie door de arbeidersbeweging. Het gaat voorlopig nog om kleine groepjes, extreemrechts kon de voorbije weken en jaren geen enkele ernstige mobilisatie organiseren in Groot-Brittannië. Regelmatig draaien pogingen tot het houden van racistische haatmarsen uit op een complete flop met slechts enkele tientallen aanwezigen die botsen op honderden tegenbetogers. Vlak voor het referendum was dit bijvoorbeeld in Bristol nog het geval.

Door deze antifascistische mobilisaties kan het gegroeide zelfvertrouwen van racisten en extreemrechts terug gebroken worden. Het kan hun geweld isoleren in de samenleving. En het is een gelegenheid om onder activisten te discussiëren over een strategie om de strijd tegen racisme en tegen besparingen effectief vooruit te helpen. Welk programma is daarvoor nodig en hoe kunnen we daar een bredere en actievere steun voor vinden? Los van hoe gestemd werd in het referendum, moeten jongeren en werkenden zich organiseren om zich collectief tegen racistisch geweld te verzetten.