Text Size

Koerdistan: strijd om Kobanê op een keerpunt

De situatie in Kobanê heeft de Koerdische kwestie in het middelpunt van de wereldwijde aandacht geplaatst. De stad Kobanê, onderdeel van Rojava (of West-Koerdistan), wordt al sinds midden september belegerd door de ‘Islamitische Staat’ (IS) en is een speerpunt van verzet tegen de opmars van de jihadisten geworden.

Artikel door Serge Jordan, CWI

 

Terwijl een groot deel van Syrië weg gleed in een reactionaire sectaire oorlog, werden de drie voornamelijk Koerdische enclaves van Rojava in 2012 verlaten door de troepen van het regime van Assad. In Rojava werd het ‘zelfbeheer’ en de autonomie uitgeroepen door de politieke krachten die de politieke macht grepen. Het gaat vooral om de PYD (Democratische Eenheidspartij, de Syrische variant van de Koerdische Arbeiderspartij of PKK). Er kwam een fragiel etnisch en religieus evenwicht dat sindsdien stand hield. De Koerdische identiteit en taal werden na lange tijd erkend en er kwamen formele rechten voor etnische minderheden en religieuze groepen.

IS valt Kobanê, het meest kwetsbare district van Rojava, langs bijna alle kanten aan en dit met zware wapens, tanks en raketten. Er wordt al meer dan vijf weken geprobeerd om het verzet van de stad te verbreken. Rojava en het expliciet seculiere model ervan vormen een directe bedreiging voor de reactionaire theocratische agenda van IS. Vrouwelijke strijders met AK-47’s in de strijd tegen een bijzonder vrouwonvriendelijke groepering, het is een beeld dat bij velen tot de verbeelding spreekt.

In tegenstelling tot de bloedbaden in grote delen van Irak en Syrië werden de kantons van Rojava een symbool van verzet voor miljoenen Koerden, arbeiders en jongeren in de regio. Er waren ook betogingen, bezettingen en protestacties in Europa om de strijd in Kobanê te ondersteunen. Leden van onze organisatie namen aan tal van deze acties deel.

De verworvenheden in Rojava en het verzet in Kobanê biedt een mogelijke brug op weg naar Koerdische zelfbeschikking en meer algemeen als mogelijk referentiepunt voor de heropleving van de strijd van arbeiders en jongeren tegen de horror van IS en de dictatoriale regimes in het Midden-Oosten. Maar we moeten alle politieke complicaties en gevaren in de regio erkennen. Een nederlaag van deze strijd zou leiden tot meer lijden en ellende voor de bevolking in de regio.

Kobanê houdt vol

Veel analisten voorspelden dat Kobanê op een paar dagen tijd zou vallen, maar de uitkomst is nog steeds onzeker zelfs indien delen van de stad onder controle van de jihadisten staan. Een van de redenen hiervoor is het feit dat de PYD en de gewapende vleugel ervan, YPG (Volksbeschermingseenheden) en YPJ (Vrouwelijke Beschermingseenheden), een heldhaftige strijd leveren. Ze zijn tot nu toe de enigen die erin slagen om de opmars van IS op de grond te stoppen. Dat is opmerkelijk in vergelijking met het povere optreden van het totaal corrupte Iraakse leger of van de Peshmerga krachten (de gewapende troepen van de semi-autonome Koerdische regering in Noord-Irak) die de Sinjar bergen en andere gebieden aan IS lieten en dit bijna zonder enige strijd. Het toont aan dat als mensen een ernstig doel hebben om voor te strijden, dat hun vastberadenheid tot op zekere hoogte de technische en militaire nadelen kan goedmaken.

Dit heeft de druk op het VS-imperialisme en de tot nu toe niet erg succesvolle militaire kruistocht tegen IS opgedreven. De Amerikaanse strategen waren aanvankelijk bereid om Kobanê prijs te geven. “Hoe verschrikkelijk het ook is wat gebeurt in Kobanê, we moeten wat afstand nemen en de strategische doelstellingen begrijpen”, verklaarde John Kerry eind september. Maar twee weken geleden kwam de VS op dat standpunt terug. De beperkte en eerder aarzelende luchtaanvallen tegen IS in Kobanê maakten plaats voor een sterkere steun aan de strijders van YPG, onder meer door wapens te droppen alsook munitie en medisch materieel. Plots beweerden de VS dat het “moreel moeilijk en onverantwoord was om de strijders tegen IS in Kobanê niet te helpen.” De bocht werd bevestigd door de aanwezigheid van een vertegenwoordiger van YPG in het operationeel centrum van de coalitie in Erbil, de hoofdstad van Noord-Irak, om de luchtaanvallen in Kobanê met het Amerikaanse leger te coördineren.

Deze koerswijziging werd ingegeven door het groeiende besef dat een verovering van Kobanê door IS een vernedering zou zijn voor het Amerikaanse prestige en de geloofwaardigheid. Obama wilde niet dat IS een nieuwe militaire overwinning zou boeken. En toelaten dat een groep die verbonden is met de PKK – dat nog steeds op de lijst van terroristische organisaties staat in de VS en de EU – instaat voor het echte gevecht tegen de IS, was evenmin interessant voor de Westerse machten. Dat is waarom het VS-imperialisme het initiatief terug in handen wilde nemen.

Turkse politiek in duigen

Het is geen geheim dat het Turkse leger de grenzen open hield voor jihadistische militanten die naar Syrië wilden. Er werd zelfs toegelaten dat IS-strijders terug naar Turkije kwamen voor medische verzorging of voor de verkoop van olie op de zwarte markt. Deze opstelling werd deels gemotiveerd door de “neo-Ottomaanse” waanideeën van de Turkse president Erdoğan en zijn AKP-partij (Partij voor Rechtvaardigheid en Ontwikkeling). Het leidde ertoe dat de Turkse leider op het begin van de Syrische burgeroorlog dacht dat het regime van Assad snel zou vallen en dat Turkije een leidinggevend deel van de regionale Soennitische as zou worden. Dit beleid ligt nu in duigen.

De Turkse regering wilde dat Kobanê verslagen werd door IS om zo een harde les te geven aan de Koerdische beweging in Turkije. Velen zagen op televisie beelden van tientallen Turkse tanks langs de Turks-Syrische grens terwijl enkele kilometers verder in Kobanê hard werd gevochten. De meeste Koerden verwerpen terecht het idee van een interventie door het Turkse leger in de regio, het zou immers enkel dienen om de machtshonger en de hegemonie van de Turkse heersende elite te versterken en zeker niet om de rechten van de lokale bevolking te verdedigen. De centrale eis was de opening van de grenzen om versterkingen en gereedschap naar Kobanê te kunnen sturen. Het Turkse leger blokkeerde echter de toegang, duizenden mensen die de grens wilden oversteken om de verdediging van de belegerde stad te versterken werden tegen gehouden.

Internationaal wordt aangenomen dat het Turkse regime in achterkamertjes akkoorden sloot met IS tegen de Syrische Koerden. Het Turkse beleid rond Kobanê leidde tot massaal protest van Koerden in Turkije en confrontaties van Koerden met de Turkse politie, maar ook met Koerdische islamitische fundamentalisten en Turkse extreemrechtse nationalisten. Daarbij vielen al 44 doden. Het doet het regime eraan herinneren dat het niet mogelijk is om een indirecte oorlog tegen de Syrische Koerden te voeren zonder het conflict met de Koerden in Turkije nieuw leven in te blazen.

Vredesproces bedreigd

Afgelopen dinsdag was er een boodschap van de gevangen PKK-leider Abdullah Öcalan die verklaarde dat het vredesproces dat begin 2013 werd opgezet tussen de PKK en de Turkse staat nu “in een nieuw stadium” komt waarbij hij verklaarde “optimistischer” te zijn. Deze verklaring kwam er net nadat de woede van de Koerdische bevolking in Turkije op straat tot uiting kwam en duidelijk maakte dat deze Koerdische bevolking verre van optimistisch is voor het vredesproces. Het aantal gewelddadige incidenten met Turkse troepen en Koerdische militanten is de afgelopen weken sterk toegenomen.

De overgrote meerderheid van de bevolking in Turkije, zowel Turken als Koerden, willen geen terugkeer naar een oorlog. Om een dergelijk scenario te vermijden, moeten de Koerdische en Turkse linkerzijde en de vakbonden de verantwoordelijkheid opnemen in de heropbouw van een massastrijd voor de rechten van de Koerdische bevolking en dit verbinden met de noodzakelijke strijd om alle arbeiders, jongeren en armen over etnische en religieuze grenzen heen te organiseren tegen het kapitalistische regime van de AKP.

De regering kondigde recent een hele reeks privatiseringsplannen aan. De menselijke gevolgen hiervan werden nogmaals aangetoond met een nieuw mijnongeval in het zuiden van het land afgelopen dinsdag. De AKP-regering is niet alleen een vijand van de Koerden, het is ook een vijand van de volledige werkende bevolking en van de armen in heel Turkije.

De bocht van Erdoğan

Erdoğan en zijn heersende kliek hebben het steeds over zowel PYD als IS als het over “terroristische” organisaties gaat. Maar Erdoğan heeft wel duidelijk de voorkeur gegeven aan de jihadisten. Dat zal niet zonder gevolgen blijven voor de Turkse bevolking. IS heeft netwerken voor recrutering en voor een werking in Turkije kunnen opzetten. De organisatie telt honderden jonge Turkse militanten. Het gevaar van een terroristische ontwikkeling in Turkije is reëel.

Er zijn al spanningen gegroeid tussen de VS en het regime van Erdoğan. De Amerikaanse heersende klasse is steeds minder opgezet met Turkije dat nochtans ook een NAVO-lid is. Washington denkt dat Turkije de krachten die de VS nu bombardeert heeft gesteund. Dat zou aangeven hoe sommige partners in de zogenaamde “coalitie van bereidwilligen” helemaal niet zo bereidwillig zijn.

Met al deze elementen was de Turkse regering uiteindelijk verplicht om een bocht te maken over Kobanê. Erdoğan was niet tevreden met de eenzijdige Amerikaanse beslissing om de PYD te ondersteunen en probeerde een alternatief te vinden zonder gezichtsverlies te leiden. Dat is waarom hij 150 strijders van de Peshmerga toelaat om van het Koerdische gebied in het noorden van Irak via Turkije naar Kobanê te gaan.

Het regime van Erdoğan heeft nauwe banden met de voor corruptie berucht staande pro-kapitalistische leiders van de KRG (Koerdisch gebied in Noord-Irak). De president van KRG, Masoud Barzani, en zijn partij KDP (Koerdische Democratische Partij) keken tot voor kort genoegzaam toe hoe de YPG werd afgeslacht in Kobanê. Zij hebben een geschiedenis van directe samenwerking met het Turkse leger in het bestrijden van de PKK in Noord-Irak.

Deze Peshmerga-strijders zouden niet in de frontlinie in Kobanê staan. Het militaire belang van de strijders is beperkt, het gaat vooral om een politieke beslissing. De Turkse heersers willen met deze strijders de invloed van de PYD betwisten en een tegengewicht creëren waarmee ze voet aan grond krijgen in het Syrische Koerdistan. Dat doet het Turkse regime door de rechtse partners op het veld te brengen. Het feit dat de Peshmerga wel over de grens mogen en terug mogen keren, terwijl veel Koerdische activisten vanuit Turkije of vluchtelingen vanuit Kobanê de grens niet over mogen, getuigt van de cynische spelletjes van Erdoğan.

 Socialisten en de strijd om Kobanê

Lang voor de strijd in Kobanê op internationale mediabelangstelling kon rekenen, stelden wij al dat er nood was aan democratisch beheerde niet-sectaire comités om de verdediging van de massa’s te organiseren, niet alleen tegen IS maar ook tegen alle andere religieuze extremistische groepen en tegen de brutale en sectaire krachten van de Syrische en Iraakse regimes en tegen imperialistische interventie – deze interventie speelde overigens een belangrijke rol in de groei van de jihadistische bendes die nu Kobanê aanvallen.

Om de eenheid over nationale, etnische en religieuze grenzen te versterken, moet de strijd versterkt worden met een politiek programma dat een compromisloze positie inneemt voor gelijke rechten voor alle onderdrukte mensen en gemeenschappen in de regio, met inbegrip van het recht op zelfbeschikking.

Tegenover de dreiging van een etnische genocide door IS-moordenaars, vroegen de verdedigers van Kobanê en heel wat Koerden doorheen de wereld dat de “internationale gemeenschap” hen zou bijstaan tegenover de beter uitgeruste IS-eenheden. Dit is een begrijpelijke vraag gezien de omstandigheden, maar het is een verkeerde benadering waarvoor de massa’s in Kobanê en andere delen van Rojava mogelijk een zware prijs zullen betalen. Als de Westerse regeringen echt bezorgd waren om het welzijn van de bevolking van Kobanê of zelfs nog maar gewoon IS zouden bestrijden zonder achterliggende bedoelingen, dan zouden ze de verdedigers van de stad al lang geleden wapens bezorgd hebben en daar geen politieke toegevingen voor gevraagd hebben. Wat er nu gebeurt, is iets anders.

De Amerikaanse wapens worden als chantagemiddel gebruikt om de strijders van Kobanê tot politieke toegevingen te brengen en om de PYD aan te zetten tot een volgzame houding tegenover het VS-beleid. Washington probeert de Koerdische Nationale Raad (KNC), een rechtse coalitie van Syrische Koerdische partijen die gesteund worden door Barzani, als tegengewicht voor de PYD in Rojava te promoten. Op 22 oktober sloot de PYD officieel een akkoord van machtsdeling met de pro-kapitalistische KNC om de Koerdische gebieden in Syrië samen te besturen.

Drie dagen voordien was er een verklaring van het algemene commando van de YPG: “We zullen er alles aan doen om het concept van echt partnerschap voor het bestuur van dit land te consolideren en te laten overeenstemmen met de aspiraties van de Syrische bevolking van alle etnische, religieuze en sociale klassen.” Dit is een gevaarlijk precedent. De grondwet van Rojava vermeldt de bescherming van arbeidsrechten, duurzame ontwikkeling en algemeen welzijn. Maar dat kan niet bereikt worden terwijl gepleit wordt voor harmonie tussen sociale klassen.

Het gaat om een duidelijke poging van het VS-imperialisme en zijn partners om een meer volgzame Koerdische leiding in Rojava te vestigen. Het CWI waarschuwde voor deze ontwikkelingen: “Een oplossing voor de Koerdische strijd die uitgaat van politieke steun van het westerse imperialisme moet verworpen worden. Het leveren van wapens kan enkel aanvaard worden op basis van een verwerping van ‘voorwaarden’ die van buitenaf worden opgelegd en die ingaan tegen de belangen van de Koerdische massa’s.” (‘De strijd om Kobanê’, 2 oktober)

De acties van IS zijn verschrikkelijk en bedreigend, maar ze zijn niet het enige gevaar voor Kobanê en Rojava. Achterkamerakkoorden met het imperialisme moeten verworpen worden, deze kunnen immers een kwalitatieve verandering veroorzaken in het karakter van de strijd.

Zelfs de Syrische president Bashar al Assad en de Russische regering verwelkomden de inzet van de Peshmerga-troepen in Kobanê. Alle aasgieren zijn erop uit om hun invloed in de regio te versterken met als doel om de ‘orde’ te herstellen, maar dan wel overeenkomstig hun klassenbelangen. Kobanê en andere kantons van Rojava kunnen herleid worden tot de speelbal van buitenlandse machten en hun lokale marionetten, waarbij de oprechte elementen van volksverzet aan de kant worden geschoven en waarbij de strijd die duizenden al met hun leven bekocht hebben een mes in de rug wordt gestoken.

Voor socialistische democratie

Het CWI denkt dat de kracht en de duurzaamheid van de strijd in Rojava rechtstreeks verbonden is met de actieve betrokkenheid van brede lagen van de lokale bevolking. Er werden stappen vooruit gezet, maar de maneuvers waarover we hierboven spraken wijzen ook op een gebrek aan democratische transparantie in hoe de strijd wordt gevoerd en hoe beslissingen worden genomen.

Zonder echte democratische controle en oprechte zelforganisatie van de massa’s, is er een gevaar dat bureaucratische elementen de overhand krijgen. De strijd moet zowel op militair als politiek vlak in alle delen van Rojava zo democratisch mogelijk georganiseerd worden met een volledige transparantie van beslissingen op alle niveaus. De algemene vergaderingen en comités moeten uitgebreid en gedemocratiseerd worden, met vertegenwoordigers die permanent afzetbaar zijn. Politieke partijen mogen slechts macht uitoefenen in overeenstemming met hun reële gewicht in de samenleving en niet op basis van achterkamerakkoorden die opgelegd worden door buitenlandse machten.

De paar duizend mensen die in Kobanê bleven om de stad te verdedigen zijn bijzonder heldhaftig. Maar ze strijden vooral op zichzelf. De overgrote meerderheid van de lokale bevolking is de stad ontvlucht. De PYD had sneller een oproep moeten doen aan alle werkenden, boeren en jongeren om zich te verenigen, zelfverdedigingscomités op te zetten, straatbarricades op te werpen en op die manier een actieve rol te spelen in de bescherming van hun stad – zoals dit ook gebeurde met het antifascistische verzet in Barcelona in 1936, maar dan uiteraard onder andere omstandigheden.

Wie niet direct bij de strijd kon betrokken zijn, had een rol kunnen spelen om het verzet op andere manieren te ondersteunen (logistiek, gezondheidszorg,…). Jammer genoeg vormden de guerrillamethoden van PKK/PYD, een methode waarbij een kleine minderheid strijd levert in naam van de meerderheid, een obstakel om de tienduizenden mensen te organiseren die een rol hadden kunnen spelen in het verzet tegen IS.

Tegenover de aanhoudende dreiging van IS moet de bevolking in elke stad en ieder dorp in alle delen van Rojava gemobiliseerd worden en een militaire basisopleiding krijgen om zich daarna te organiseren in verdedigingsorganen die de sectaire grenzen overstijgen. Het zou de kracht en eenheid versterken om nadien het verzet tegen de jihadistische vijand te versterken.

De overblijvende strijders in Kobanê zullen op zichzelf niet in staat zijn om de strijd oneindig lang vol te houden vanuit een isolement en zonder actieve steun van brede lagen in de regio. Dat is nodig om de belegering van Kobanê door de jihadisten in het westen, oosten en zuiden van de stad maar ook door het Turkse leger in het noorden te doorbreken.

De eerste bondgenoot van het Koerdische verzet is niet het VS-imperialisme of andere kapitalistische krachten maar de actieve en onafhankelijke mobilisatie van de werkende bevolking en de armen in de regio en de rest van de wereld. Het ondermijnen van de verworvenheden van Rojava door pro-kapitalistische en pro-imperialistische krachten zou een stap achteruit zijn en een complicatie vormen voor de langdurige strijd van de Koerdische bevolking voor hun rechten en de nodige eengemaakte strijd van alle armen en onderdrukten in de regio. Dat is waarom de Koerdische strijd moet verdiept worden en er moet geprobeerd worden om het geografisch uit te breiden door een oproep te doen aan de werkende en arme massa’s van de hele regio rond een stoutmoedig programma voor sociale verandering.

Het Duitse magazine Der Spiegel stelde dat honderd textielfabrieken en werkplaatsen vanuit de Syrische stad Aleppo recent werden overgebracht naar het oostelijke kanton van Rojava, Efrîn. De houding van de regionale regering van Efrîn die actief op zoek gaat naar private bedrijven in de regio, wijst op de inherente tegenstelling van een poging om een nieuw model op basis van sociale rechtvaardigheid op te bouwen terwijl tegelijk in het kader van het kapitalisme wordt gewerkt. De ontwikkeling van wat PYD en PKK het “democratisch confederalisme” noemen, zonder een einde te maken aan de winsthonger en het uitbuitende karakter van de kapitalistische eigendomsverhoudingen en zonder de invoering van een verregaande landhervorming, zal leiden tot concurrentie tussen lokale besturen voor investeringen en de onvermijdelijke gevolgen die daarmee gepaard gaan: een nieuwe neerwaartse spiraal inzake arbeidersrechten en levensstandaard.

De massa’s van Rojava moeten hun strijd ook op het economische terrein voeren, door fabrieken over te nemen en de grond te collectiviseren. Ze moeten de voorwaarden vestigen voor een democratische socialistische planning van de productie. Samen met een garantie op volledige democratische rechten voor iedereen, zou dit een voorbeeld zijn voor de massa’s in de hele regio. Het zou aangeven dat het mogelijk is om een uitweg te vinden weg van armoede, oorlog, sectair geweld en nationale onderdrukking.

 

  • Solidariteit met de bevolking van Kobanê en Rojava – stop het jihadistische bloedbad!
  • Doorbreek de belegering van Kobanê – voor de onmiddellijke opening van de Turks-Syrische grens voor al wie de verdediging van de stad wil versterken. Voor het sturen van vrijwilligers, gezamenlijk georganiseerd door de Koerdische en Turkse linkerzijde en vakbonden!
  • Voor het versterken van massale niet-sectaire verdedigingscomités om alle delen van Rojava te verdedigen op basis van democratische organisaties van arbeiders, jongeren en arme boeren en dit van onderuit!
  • Geen vertrouwen in het imperialisme – geen achterkamerakkoorden met buitenlandse machten en andere pro-kapitalistische krachten!
  • Voor een verenigde strijd van alle arbeiders en armen in Turkije tegen het kapitalistisch beleid en het autoritaire bewind van de heersende AKP!
  • Neen aan de repressieve wetgeving in Turkije!
  • Stop het verbod op Koerdische organisaties in Europa en de VS!
  • Volledige democratische rechten voor de Koerdische bevolking – voor het recht op zelfbeschikking voor de Koerden in alle delen van Koerdistan, alsook van alle andere onderdrukte gemeenschappen in de regio!
  • Voor een democratisch en socialistisch Rojava als onderdeel van een vrijwillige socialistische confederatie van het Midden-Oosten!