Text Size

Bombardementen zullen geen stabiliteit brengen

Van waar komt Islamitische Staat en hoe kan het gestopt worden? De barbarij van willekeurige executies beperkt zich niet tot het gebied van Irak en Syrië dat vandaag door de Islamitische Staat (IS) wordt gecontroleerd. In het land waar heel wat financiële steungevers van IS gehuisvest zijn, Saoedi-Arabië, waren er sinds begin augustus minstens 19 publieke onthoofdingen. Daar wordt minder aandacht aan geschonken omdat het nu eenmaal een bondgenoot van het VS-imperialisme betreft. Op de hypocrisie van het imperialisme staat geen grenzen. Maar de barbaarse praktijken van Islamitische Staat werpen wel terechte vragen op, zoals: van waar komt deze groepering en hoe kan ze gestopt worden?

Artikel door Geert Cool uit de oktobereditie van ‘De Linkse Socialist’, ons Belgische zusterblad 

is

Monster van Frankenstein

De Islamitische Staat (IS) wordt gesteund door olierijke sjeiks uit de golflanden. Net zoals Al Qaeda past het binnen de Wahhabistische versie van de politieke islam van de heersende elite in Saoedi-Arabië en Qatar, zelfs indien IS net als Al Qaeda het Saoedische koningshuis als ‘verraders’ bestempelt.

De conservatieve leer van het Wahhabisme dateert uit de 18de eeuw toen het Arabische schiereiland haar economische en strategische belang grotendeels verloren was. De Eerste Wereldoorlog leidde niet alleen tot een herverdeling van de regio met onder meer een kunstmatige grens tussen Irak en Syrië (door het akkoord Sykes-Picot van 1916 tussen Groot-Brittannië en Frankrijk) maar ook tot een terugkeer van het Wahhabisme in Saoedi-Arabië toen de Britten daar een bondgenoot in zagen.

Na de Tweede Wereldoorlog werd het conservatieve regime een belangrijke bondgenoot van het VS-imperialisme. Het Saoedische regime mocht er dan wel barbaarse praktijken op nahouden, zolang het betrouwbaar voor olie zorgde, was dit geen probleem. Bovendien hadden de VS via deze weg makkelijk toegang tot bondgenoten als de moedjahedin die in Afghanistan tegen de Russische invasie na 1979 vochten. Er werd onder meer steun gegeven aan de Pakistaanse opleiding van strijders die nadien in Afghanistan tegen de Russen vochten.

Op een sociale basis van wanhoop en toenemende barbarij van armoede, werkloosheid en extreme miserie – allen verder in de hand gewerkt door de versnelling van het neoliberale beleid na de val van het stalinisme – was er een opmars van elkaar bestrijdende krijgsheren. In de context van deze chaos kon de Taliban, die voortkwam uit moedjahedin-strijders, als stabiliserende factor de macht grijpen.

Na de aanslagen van 11 september 2001 keerde het VS-imperialisme zich tegen de vroegere bondgenoot. Waar de populaire actiefilm Rambo 3 in 1988 nog werd opgedragen aan de “moedige Moedjahedin-strijders”, werden dezelfde strijders in 2001 de spil in de ‘as van het kwade’ waartegen Bush en Blair ten oorlog trokken.

Met de oorlogen in Afghanistan en Irak heeft het VS-imperialisme geen einde gemaakt aan groeperingen zoals Al Qaeda. De voedingsbodem is immers niet weg genomen: de aanhoudende sociale ellende creëert integendeel nog meer ruimte voor religieus sectarisme en barbarij. Bovendien wordt deze barbarij financieel sterk ondersteund door conservatieve sjeiks uit de Golflanden. Het leidt tot een vreemde combinatie van feodale praktijken en standpunten aangevuld met oliedollars en een moderne propagandastrategie waarbij onder meer in sociale media wordt geïnvesteerd om strijders uit het westen aan te trekken.

Tot voor kort was er vanuit het VS-imperialisme, maar ook bijvoorbeeld vanuit NAVO-bondgenoot Turkije, minstens indirecte steun voor ISIS – de groepering die de Islamitische Staat (IS) heeft uitgeroepen. In de strijd tegen het regime van Assad in Syrië was ISIS immers een nuttige factor. Maar nu ISIS op basis van het soennitische ongenoegen ten aanzien van de sjiitische dominantie in het Irak van na de oorlog een bredere steun kon verwerven en een opmars kende waarbij ook de olierijkdommen in het Koerdisch gebied bedreigd worden, wordt ISIS een bedreiging voor de imperialistische belangen.

Centraal: de conservatieve Amerikaanse senator John McCain op bezoek bij Syrische strijders in 2013. Achteraan links van McCain: de huidige leider van de Islamitische Staat

Bij de foto: in het midden de conservatieve Amerikaanse senator John McCain op bezoek bij Syrische strijders in 2013. Achteraan links van McCain: de huidige leider van de Islamitische Staat

Als een hedendaagse Rambo trok de Amerikaanse conservatieve senator John McCain in mei 2013 nog naar Syrië waar hij met strijders op de foto ging die nadien ISIS zouden uitbouwen, waaronder de voormalige leider van de Iraakse afdeling van Al Qaeda, al-Baghdadi, die naderhand de zelfverklaarde ‘kalief’ van de Islamitische Staat zou worden.

Na decennia van imperialistische inmenging en steun aan dictatoriale regimes die een kleine laag superrijken heeft opgeleverd en toenemende ellende voor de meerderheid van de bevolking (met inbegrip van de meerderheid van de Saoedische bevolking die onder de armoedegrens leeft), is het duidelijk dat dit de bevolking enkel sectarische verdeeldheid en barbarij oplevert en zelfs vanuit het standpunt van het VS-imperialisme heeft geleid tot de ontwikkeling van oncontroleerbare monsters van Frankenstein. Laat het evenwel duidelijk zijn: deze monsters zijn het resultaat van het werk van de heersende klassen en hun lokale marionetten, niet van de gewone bevolking.

Zullen bombardementen de IS stoppen?

De IS kende een snelle opmars waarbij het niet aarzelde om banken te plunderen of gas- en olierijkdommen over te nemen (waarmee het overigens ook handel met Syrië drijft). Het voornaamste doelwit van de IS bestaat uit al wie de eigen oerconservatieve soennitische versie van de islam niet volgt, in de eerste plaats sjiitische moslims. De onthoofdingen van journalisten en de schrijnende vervolging van tienduizenden Jezedi’s vestigden wereldwijd de aandacht op de opmars van de IS. Dat de groepering niet tot Syrië kon beperkt worden, maar heel het Midden-Oosten in het vizier nam, was de belangrijkste aanleiding voor het militair ingrijpen.

Dit maakt geen einde aan de sectaire verdeeldheid die mee door de VS in de hand werd gewerkt in de vorm van steun aan het sjiitische regime van Irak dat niet aarzelde om de soennieten, die onder Saddam Hoessein een leidinggevende positie innamen, te discrimineren en te vervolgen. IS bestaat vooral uit wanhopige radicaliserende jonge mannen die totaal vervreemd zijn van de samenleving en bij gebrek aan perspectieven moet hun woede over de vervolging van soennieten bij de IS terechtkomen en meegesleurd worden in een reactionaire revolte.

Als de meerderheid van de bevolking geen toekomstperspectief heeft, zal er ruimte blijven bestaan voor reactionaire uitdrukkingen van wanhoop die financieel ondersteund worden in een sectaire regionale strijd. Bommen die nog meer verwoesting aanrichten, zullen dit proces niet stoppen. De expliciete militaire steun aan het shiiitische regime in Bagdad zal de sektarische kloof enkel vergroten en het kan de positie van IS versterken, daar waar de voorlopers van Al Qaeda in Irak aan steun verloren wegens hun gewelddadige opstelling tegen de lokale bevolking.

Zelfs indien ze erin slagen om ISIS met luchtaanvallen terug te dringen, blijft de vraag wat er in de plaats komt en wat de regionale gevolgen zijn. Komt er een Koerdische staat waarbij de bevolking de Iraakse maffialeiders aan de kant schuift? Komt Iran versterkt uit het conflict? Hoe organiseren de Iraakse soennieten zich? Met een aanwezigheid van fundamentalistische groeperingen van het noorden van Nigeria over Mali, Libië, Somalië en Jemen tot Pakistan, wordt het voor het VS-imperialisme en de ‘coalition of the willing’ stilaan heel moeilijk om de situatie onder controle te krijgen. Wat indien IS of een gelijksoortige kracht morgen toegang krijgt tot de kernwapens in Pakistan?

Bombardementen zullen dat niet verhelpen, net zomin als de interventie in 2001 in Afghanistan en in 2003 in Irak tot stabiliteit heeft geleid.

Wat moet er dan wel gebeuren?

De revolutionaire golf van 2011 in het Midden-Oosten en Noord-Afrika was niet alleen het begin van een nieuw tijdperk van arbeidersprotest, het toonde ook het failliet van de strategie van Al Qaeda en co aan. Niet massaterreur maar collectieve massastrijd leidde tot de omverwerping van dictators en tot discussie over wat er dan wel in de plaats moest komen om de massa’s uit het moeras van werkloosheid en armoede te trekken.

De gebeurtenissen in Tunesië en Egypte kregen regionaal navolging en hadden een verenigend effect. Het niet doortrekken van de revolutionaire opstanden tot hun logische conclusie in de vorm van een breuk met het kapitalisme, zorgde ervoor dat het revolutionaire proces kwam vast te zitten en ruimte creëerde voor andere krachten zoals de salafisten of het leger. Aangevuld met directe en indirecte imperialistische interventies in Libië en Syrië, werd de impasse verder benadrukt.

De opbouw van een eengemaakte arbeidersbeweging die in verzet gaat tegen de lokale en internationale elite, is wat aan de orde is. Dat dit niet onmogelijk is, bleek onder meer in de gezamenlijke acties van Sjiieten en Soennieten in 2004 toen er tot 200.000 betogers tegen de Amerikaanse bezetting waren.

Als de werkende massa’s van de verschillende etnische en religieuze groepen er niet in slagen om zich te organiseren en de strijd aan te gaan, dan dreigt het imperialistische en sectaire geweld gewoon door te gaan. Het opbouwen van democratische en niet-sectarische organisaties van onderaf is essentieel om de verdediging van alle gemeenschappen te organiseren en een antikapitalistische programma naar voor te schuiven als uitweg uit het bloedbad, de repressie en de armoede.

Een dergelijk programma zou moeten ingaan tegen de belangen en de inhaligheid van de pro-kapitalistische politieke en militaire leiders die hun invloed doorheen Irak willen vergroten. Een antikapitalistisch programma zou ervoor pleiten om hen van de macht te verdrijven en te vervangen door democratisch verkozen vertegenwoordigers van de arbeidersbeweging die opkomen voor een socialistische oplossing die de belangen van alle werkenden en armen dient.