Text Size

Nog een reactie in het overbevolkingsdebat

Een reactie van Geert Cool, lid van het uitvoerend bureau van de LSP.

Het is nuttig dat er ter linkerzijde op een open wijze wordt gediscussieerd over fundamentele kwesties zoals de toekomst van de planeet en de mensheid. Het standpunt dat JP Everaerts inneemt inzake overbevolking wordt wel breder gedeeld. Wij zijn het er niet mee eens, maar vinden het positief dat de discussie verder gaat dan een welles-nietes spel. We doen een poging om op enkele centrale elementen uit de argumentatie van JP Everaerts te antwoorden. Daarna volgen enkele verwijzingen en een eerste kort wederwoord door JP Everaerts.

De vaststelling dat er vandaag een plundertocht van de planeet aarde bezig is, staat vast en is inderdaad schrikwekkend. Er is niet alleen de rooftocht op natuurlijke grondstoffen, maar ook de enorme vervuiling, het verdwijnen van natuurgebied,… die er allemaal voor zorgen dat de planeet op een rampzalige situatie afstevent. Het belang van een discussie over de oorzaken hiervan is groot, zonder een begrip van de oorzaken is het immers onmogelijk om oplossingen aan te bieden.

De vaststelling van een ernstige dreiging leidt er vaak toe dat de context van deze dreiging niet langer in rekenschap wordt gebracht. De dreiging wordt volledig los gezien van het maatschappelijke stelsel waarbinnen het tot stand komt en symptomen van de dreiging worden als oorzaken ervan gezien. Dat is onze voornaamste kritiek op het standpunt van JP Everaerts. De bevolking is effectief nog nooit zo snel toegenomen als de afgelopen decennia en de milieucrisis stevent inderdaad op een ramp af. Maar door dit los te zien van het kapitalistische productiesysteem dat aan de basis hiervan ligt, komt JP Everaerts niet verder dan de stelling dat we nu eenmaal met teveel mensen zijn. Het gevaar van een dergelijke overbevolkingstheorie is dat de verantwoordelijkheid voor de problemen bij de slachtoffers van het systeem wordt gelegd: de armste lagen in de neokoloniale wereld in het bijzonder (aangezien de bevolkingsgroei daar het snelste verloopt).

Discussies over overbevolking zijn niet nieuw en ook niet beperkt tot de huidige kapitalistische samenlevingsvorm. In 1879 schreef August Bebel in zijn boek ‘De vrouw en het socialisme’ reeds: “De vrees voor overbevolking is zeer oud. (…) Deze vrees treedt op - en dit is karakteristiek en moet men wel in het oog houden — steeds in tijdperken waarin de bestaande maatschappelijke toestand in een staat van verval en ondergang verkeert. Dat is licht te verklaren. Alle tot nu toe bestaande maatschappelijke toestanden berusten op klassenheerschappij; het voornaamste middel van die klassenheerschappij echter is de inbezitneming van grond en bodem.” (zie: http://www.marxists.org/nederlands/bebel/1879/vrouw/12.htm waar Bebel ook een interessante kritiek levert op het standpunt van Kautsky die mee stapt in het idee dat er sprake is van overbevolking). Ook interessant in de tekst van Bebel is hoe ‘overbevolking’ ook een thema van discussie was in vorige samenlevingsvormen – ogenblikken dat we volgens JP Everaerts toch wel “met weinigen” waren.

Het feit dat we vandaag met substantieel meer mensen zijn dan een paar duizend jaar geleden is niet zozeer het resultaat van een wiskundig model of een bewuste en collectieve keuze van de mens in die zin, het is het gevolg van de productieverhoudingen die aan de basis van de samenleving liggen. Het kapitalisme maakte een grote bevolkingsgroei mogelijk. Waar dit aanvankelijk een progressieve rol speelde, sloeg het al snel om in het tegendeel. Het kapitalisme botst vandaag op haar grenzen als gevolg van het private bezit van de productiemiddelen. Dat gaat gepaard met een steeds scherpere kloof tussen een kleine minderheid die steeds rijker wordt en een grotere verspreiding van armoede en miserie onder de overgrote meerderheid van de wereldbevolking.

Als we kijken naar waar de bevolkingsgroei het snelste verloopt, moeten we vaststellen dat dit vooral het geval is in landen waar de miserie het grootste is. Argumenten van culturele of religieuze verschillen worden door de cijfers van tafel geveegd als we bijvoorbeeld de bevolkingsontwikkeling van Indische deelstaten vergelijken en vaststellen dat de ontwikkeling in Kerala minder dan de helft van de gemiddelde Indische stijging bedraagt. De reden daarvoor ligt overduidelijk bij de economische en sociale ontwikkeling van de deelstaat, onder meer als gevolg van bewegingen van onderuit die tot uiting kwamen in min of meer linkse regeringen.

In de armste landen verloopt de bevolkingstoename het snelste, waar er elementen van sociale zekerheid zijn is dat minder het geval. Ook al moet gezegd worden dat deze stelling niet eenzijdig mag worden toegepast, het moet in een breder historisch kader gezien worden. In landen waar de meerderheid van de bevolking een snelle daling van de levensstandaard kent, is er eerder de neiging tot bevolkingsafname (cfr. Rusland). Deze vaststellingen gaan in tegen het idee dat een grotere welvaart voor de meerderheid van de bevolking rampzalige effecten zou hebben voor het ecosysteem.

Maar hebben we geen punt van absolute overbevolking bereikt? JP Everaerts stelt terecht vast dat het moeilijk is om aan te geven wanneer er sprake zou zijn van zo’n absolute overbevolking. Marx en Engels stelden dat een van de cruciale fouten van Malthus eruit bestond dat hij bevolking en overbevolking los zag van de historische fasen van economische ontwikkeling maar als een puur natuurlijk proces waarbij van buitenaf moet tussengekomen worden om daar verandering in te brengen. Nochtans is de hoeveelheid bevolking die pakweg de slavensamenleving aankon fundamenteel verschillend van wat onder het kapitalisme mogelijk is. (zie: Grundrisse van Marx). Als de technologische mogelijkheden die vandaag al bestaan zouden aangewend worden in het belang van de meerderheid van de bevolking, dan zou het mogelijk zijn om een veel groter aantal mensen een degelijke levensstandaard aan te bieden zonder de toekomst van de planeet te ondermijnen. De fundamentele vraag voor marxisten is niet met hoeveel mensen we leven, maar wel wat de productieverhoudingen zijn die aan de basis van de samenleving liggen. De bevolkingscapaciteit is in grote mate afhankelijk van de productieverhoudingen.

Dit betekent niet dat wij voorbijgaan aan de vaststelling dat brede lagen van de bevolking te kampen hebben met enorme problemen als gevolg van vervuiling, een gebrek aan ruimte,… Wel proberen we dat niet los te zien van het systeem dat tot deze problemen leidt. Alleszins leggen we de verantwoordelijkheid ervan niet bij de grotendeels arme mensen zelf, wat impliciet wel het geval is indien wordt gesteld dat ‘overbevolking’ het probleem is. Oorlogen of een ruwere omgangsvorm tussen mensen zijn niet het resultaat van een bevolkingsgroei, het zijn uitdrukkingen van de tegenstellingen van een systeem in verval.

Aanhangers van de overbevolkingstheorie stellen dat er eerst minder mensen moeten zijn en dat vervolgens een stijging van de algemene welvaart mogelijk wordt. Wij draaien die logica om: er moet eerst worden gestreden voor een ander systeem waarin de welvaart voor de meerderheid van de bevolking kan toenemen en dit zal leiden tot een sterke afname van de huidige bevolkingsgroei. Vanuit de vaststelling dat de huidige bevolkingsgroei het gevolg is van de kapitalistische productieverhoudingen, zouden we het paard voor de kar spannen als we de bevolkingsgroei willen stoppen als voorwaarde om tot een ander systeem te komen.

De voorstellen die JP Everaerts doet om de zogenaamde ‘overbevolking’ aan te pakken, zijn doorgaans erg nuttige en progressieve maatregelen: beter onderwijs, toegang tot voorbehoedsmiddelen, bestrijden van kinderarbeid,… Daarmee wordt aangegeven dat het verband tussen de sociale context en bevolkingsontwikkeling wel wordt erkend. Maar dat wordt niet tot zijn logische consequenties doorgetrokken. Als een sociaal beleid de bevolkingsgroei zou veranderen, is die bevolkingsgroei dan het probleem of het gebrek aan sociaal beleid?

“Een eerlijke verdeling van de nationale rijkdom en uitbouw en behoud van sociale voorzieningen”, is een terechte eis. Maar de vraag is natuurlijk waarom de verdeling van de rijkdom vandaag zo scheef getrokken is en hoe daar verandering in kan worden gebracht? De private eigendom van de productiemiddelen, de hoeksteen van het kapitalisme, maakt een eerlijke verdeling van rijkdom onmogelijk. Het huidige systeem leidt integendeel tot een nooit geziene kloof tussen arm en rijk met een afbouw van alle sociale verworvenheden die ooit door strijd werden bekomen.

Waar we het totaal oneens mee zijn, zijn de voorstellen die de gewone mensen verantwoordelijk stellen voor de bestaande milieuproblemen. Het voorstel om vrouwen vanaf het vijfde kind verplicht te steriliseren is er bijvoorbeeld totaal over. Als marxisten staan wij niet in de traditie van het stalinisme dat allerhande regels oplegde met de maopakjes als karikatuur van gelijkheid. Wij stellen niet voor om met belerende vingertjes en dwangmaatregelen iedereen in de pas te laten lopen, maar wel om de sociale verhoudingen fundamenteel te wijzigen.

Als Engels de “abstracte mogelijkheid” aanhaalt dat er in een socialistische samenleving teveel mensen zijn en er een vorm van geboortebeperking nodig is, stelt hij meteen nog: “Het zal net zo’n samenleving, en enkel zo’n samenleving, zijn die dit zonder moeilijkheden kan. Maar het zal in elk geval voor de mensen van zo’n samenleving zijn om te beslissen of, wanneer en hoe dit gebeurt en welke middelen daartoe worden ingezet. Ik heb hen geen voorstellen of raad te geven. Die mensen zullen in elk geval niet minder intelligent zijn dan wij.” (vrij vertaald citaat uit de brief aan Kautsky) JP Everaerts haalt het citaat aan om “geboortebeperking niet uit te sluiten”. Over het feit dat Engels dit louter als een “abstracte mogelijkheid” zag en dat zo’n beleid enkel in een socialistische samenleving zou kunnen, wordt zedig gezwegen. En voor alle duidelijkheid: met een socialistisch systeem bedoelen wij iets fundamenteel anders dan de stalinistische dictaturen die aan de macht zijn (geweest) in het Oostblok of China.

Als wij niet meegaan in het idee dat er sprake is van absolute overbevolking, betekent dit niet dat wij voorstanders zijn van een onbeperkte groei van de wereldbevolking. We stellen dat bevolkingsontwikkelingen het resultaat zijn van de onderliggende sociale verhoudingen en dat daar het probleem ligt dat moet aangepakt worden. De strijd tegen dat systeem zullen we niet versterken door vrouwen met meer dan vijf kinderen scheef aan te kijken of door de volledige bevolking van een reeks arme landen verantwoordelijk te stellen voor de ecologische problemen. Een foute diagnose van de oorzaak van de ziektes die de toekomst van de mensheid en de planeet bedreigen, leidt tot verkeerde remedies.