Text Size

Fusie Delhaize en Ahold in België: miljoenen voor de aandeelhouders, meer dan 400 mensen in de onzekerheid

Op maandag 22 februari raakte bekend dat er volgens een voorlopig rapport van de Belgische mededingsautoriteit door de fusie van Delhaize en Ahold een aantal probleemzones zijn waar de markt door de fusie verstoord zou worden. Hierdoor moeten de twee ketens winkels verkopen, voor Albert Heijn zou het om 8 winkels gaan, voor Delhaize is er nog geen duidelijkheid maar het cijfer van 5 franchisewinkels doet de ronde.

 
Eerder deze week werd in verschillende bedreigde vestigingen van Albert Heijn gestaakt.

Eerder deze week werd in verschillende bedreigde vestigingen van Albert Heijn gestaakt.

 

Door een BBTK-vakbondskaderlid bij Albert Heijn

 

Deze beslissing is genomen door de Belgische mededingsautoriteit, niet door de bedrijven maar toch zijn zij volgens mij verantwoordelijk. De top van de twee winkelketens hebben op 24 juni 2015 bekendgemaakt dat ze samen zouden gaan. Volgens analisten kunnen de kostenbesparingen die uit deze operatie voortvloeien tot 1 miljard euro oplopen. Specifiek in België spreken analisten van Rabo Securities voor Delhaize over een besparing van 120 miljoen euro. Voor de toplui en aandeelhouders van deze twee bedrijven is dit alles wat telt: winstmaximalisatie. Dat daar in België meer dan 400 jobs door in de onzekerheid vallen, is slechts ‘collateral damage.’

De winsthonger van deze bedrijven zal hier waarschijnlijk niet bij stoppen, ze zullen verder zoeken om de systemen zo optimaal mogelijk op elkaar af te stemmen. Daarbij zullen waarschijnlijk nog jobs sneuvelen. Deze fusie zal de werkdruk enkel verder opdrijven als er geen strijd komt, want winstmaximalisatie is het enige wat deze bedrijven kennen.

Door de stakingen die spontaan ontstonden na de aankondiging heeft het personeel van de te verkopen winkels al laten zien dat het zich niet zomaar als machines mee wil laten verkopen met de winkel. Dit versterkt de onderhandelingspositie van de vakbonden enorm om zoveel mogelijk opties voor het personeel open te houden.

Maar ook voor de rest van de distributiesector zijn de ontwikkelingen niet onbelangrijk. Toen Albert Heijn naar België kwam, was de schrik er al voor de loons- en arbeidsvoorwaarden in een sector waar het personeel enorm flexibel en laagbetaald is. Albert Heijn gebruikte ook het feit dat ze bij de opstart nog geen vakbonden hadden om onder andere zondagswerk in te voeren. Toen Delhaize haar herstructurering aankondigde, werd ook naar Albert Heijn gewezen. Nu de marktpositie sterker is, zal dit waarschijnlijk gebruikt worden om de regering onder druk te zetten om nog meer gunstmaatregelen toe te kennen. Sterke vakbonden zullen nodig zijn om dit tegen te houden.

Bij de fusie werd gejubeld dat dit de klanten ten goede zou komen. Nu blijkt dat die klanten toch beschermd moeten worden. Dergelijke bescherming is onder het kapitalisme slechts tijdelijk, verschillende groepen worden weggeconcurreerd of moeten aansluiting bij elkaar zoeken. Het maakt dat de warenhuizen hun prijzen kunnen kiezen. Er wordt verwacht dat het voordeel uit de fusie, onder meer bij de aankoop van producten aan gunstiger voorwaarden, zal gebruikt worden om de winsten op te krikken en niet om prijsverlagingen door te voeren.

Het enige antwoord op dit rot systeem is een gemeenschappelijke strijd van personeel en klanten tegen de winsthonger van de 1% en voor een systeem waar de 99% centraal staat, socialisme volgens ons.