Text Size

Na verkiezingen vakbondsactie nodig tegen kabinet en bezuinigingen!

De verkiezingen voor de provincies waren een pittige nederlaag voor het kabinet en vooral voor de PvdA. Het kabinet is minder stabiel. In de Eerste Kamer wordt het lastiger voor het kabinet om wetsvoorstellen erdoor te krijgen. In de Tweede Kamer staat de meerderheid voor het kabinet onder druk door de eindeloze serie corruptieaffaires bij de VVD. In die partij (maar niet alleen daar) vinden sommige volksvertegenwoordigers het heel normaal om met geld van de gemeenschap in hun zakken te vullen. Maar uiteindelijk blijkt het kabinet altijd ergens wel een meerderheid te vinden voor bezuinigingsmaatregelen. D66, de conservatieve christelijke partijen, het CDA, er staat altijd wel iemand klaar om met wat mitsen en maren het kabinet aan een meerderheid te helpen. Het harde bezuinigingsbeleid blijft recht overeind. Het kabinet heeft net de versnelde verhoging van de AOW-leeftijd er met hulp van de kleine christelijke partijen weer doorheen gekregen. Een krankzinnige maatregel met 650.000 werklozen. 15% van de jongeren is al werkloos, dit betekent dat ze nog langer moeten wachten op een baan. Maar verkiezingsuitslag of niet, het kabinet zet door, wie houdt ze tegen?

Artikel door Pieter Brans, Amsterdam

De SP is nu in de Eerste Kamer groter dan de PvdA. Hoewel de SP de afgelopen drie verkiezingen steeds is gegroeid, moet de SP het ook deze keer doen met een beperkte zetelwinst. De SP slaagt er niet in zich overtuigend neer te zetten als dé oppositiepartij. Voor een deel komt dat omdat de SP op gemeentelijk (Amsterdam) en provinciaal niveau (Brabant) coalities vormt met bezuinigingspartijen. De partij hoopt zo uiteindelijk acceptabel te worden voor een regeringscoalitie, opnieuw met bezuinigingspartijen uiteraard. Met deze strategie zal het de SP helaas niet lukken om de oppositiepartij bij uitstek te worden en het verzet tegen de bezuinigingen te mobiliseren en te bundelen. De wil om stelling te nemen tegen de bezuinigingen is niet genoeg. In plaats van de rol van echte oppositiepartij, vervult de partij steeds meer de rol van de plaatsvervanger van de vroegere PvdA.

De eerstkomende verkiezingen zijn pas in maart 2017. Als het kabinet blijft doorregeren, en dat is het vast van plan, betekent het nog twee volle jaren van zinloze bezuinigingen, groeiende armoede en uitgeklede voorzieningen. Als er na de verkiezingen van 2017 opnieuw een bezuinigingskabinet komt en dat is natuurlijk zeer waarschijnlijk, dan kijken we aan tegen een nog veel langduriger periode van bezuinigingen.

De hoop van het kabinet en ondernemers op een economische opleving tegen die tijd geeft aan dat zij leven in dromenland. Dat is begrijpelijk, ze leven al in een belastingparadijs, in de Eerste Kamer zit het halve bestuur van de werkgeversorganisatie en het hele land hebben ze in hun zak, maar de werkelijkheid voor ons allemaal is langdurige afbraak, werkloosheid en zo laag mogelijke lonen voor minstens de komende tien jaar.  Tegen die tijd zijn we misschien wel niet allemaal dood, maar in ieder geval wel een stuk armer.

De harde feiten zijn dat alleen strijdbare vakbonden en strijd in het algemeen een weg vooruit bieden. De FNV heeft een langdurig fase van reorganisatie achter de rug die bedoeld was om de organisatie meer dienstbaar te maken aan de PvdA. Dit project is grotendeels geslaagd, maar nu de PvdA een zinkend schip is geworden, zijn de vakbonden steeds meer op zichzelf aangewezen. Hun toekomst staat op het spel.

In de huidige situatie is wederopbouw van de arbeidersbeweging door middel van vakbondsverzet tegen verslechteringen, ontslagen en bezuinigingen de enige optie. Binnen de FNV zijn altijd sterke haarden van verzet aanwezig gebleven. Succesvolle acties zijn er geweest in de schoonmaaksector, de distributie maar ook in andere sectoren. Jonge arbeiders zijn nog vaak slecht georganiseerd, vaak werkloos, of in banen met lage lonen, de kosten van opleidingen stijgen en het zelfstandige ondernemerschap blijkt vaak een armoedeval. Hier valt voor de FNV een wereld te winnen.

De situatie lijkt in een aantal opzichten op die aan het einde van de 19e eeuw, toen de vakbonden werden opgericht. Natuurlijk is het algemene niveau van welvaart en technologie veel hoger dan toen. Maar extreem lange arbeidstijden, stukloon en afwachten of je door een baas wordt opgeroepen (nulurencontracten) zijn nu allemaal weer standaardkenmerken van het kapitalisme. Ondernemersregeringen, hoe ze ook in elkaar worden gestoken, zullen ermee doorgaan om dit systeem te steunen.

Een programma van loonsverhogingen, een minimumloon van 12,50 Euro, een 32-urenweek zonder verlies van loon, meer arbeidszekerheid, maatregelen om de jeugdwerkloosheid te verlagen, de pensioenleeftijd te herstellen, kunnen de basis vormen voor de wederopbouw van de arbeidersbeweging in Nederland. Dat zou een toekomst bieden aan jongeren. Recent heeft de FNV besloten om de 1e mei weer als een dag van strijd te gaan vieren. Laat dat het begin zijn van een actieve campagne om strijdbare en democratische vakbonden rond deze eisen op te bouwen. Een harde aanpak is onvermijdelijk omdat het kapitalisme in crisis niet gemakkelijk verbeteringen zal toestaan. Maar acties in het verleden hebben laten zien dat concessies wel degelijk mogelijk zijn, als de strijd goed wordt georganiseerd. Dat betekent ook het mobiliseren van bredere steun.

Vanzelfsprekend heeft de Nederlandse arbeidersklasse ook een politiek alternatief nodig. Een massale partij voor links is noodzakelijk. De PvdA staat volledig aan de kant van de neoliberalen, Groen Links steunt op voorwaarden het kabinetsbeleid en de SP komt als partij voor links niet uit de verf door zijn coalitiebereidheid met de bezuinigingspartijen.

Een brede en massale partij voor links is dringend noodzakelijk om kampagne te voeren tegen bezuinigingen en om te streven naar een meerderheidsregering met een socialistisch programma.