Text Size

België, massale algemene staking doet regering wankelen

Op naar een tweede actieplan om Michel I en het besparingsbeleid weg te krijgen!

De algemene staking van 15 december was fenomenaal. Onze acties illustreren de kracht van de  arbeidersbeweging. We deden de regering wankelen, maar ze zal nog een extra duw moeten krijgen om effectief te vallen. De staking toonde het potentieel om meteen een einde te maken aan heel het besparingsbeleid. De solidariteit en ook de passieve steun voor onze acties neemt verder toe. Dit actief mobiliseren in een tweede actieplan dat groter en harder is, vormt nu de uitdaging.

 

Twee democratieën

De propaganda tegen de staking draaide zelden op zo’n volle toeren als in de aanloop naar 15 december. Natuurlijk trok dit een aantal mensen mee, maar het getuigde toch vooral van zwakte en wanhoop. Nadat het niet lukte om grote delen van de bevolking van het besparingsbeleid te overtuigen, werd maar gepoogd om hen van het protest ertegen weg te houden. En ook dat lukte slechts heel af en toe.

Het gebeurt niet veel, maar we moeten Bart De Wever eens gelijk geven. Op en rond 15 december waren er twee democratieën in dit land. Niet op basis van de verschilpunten die De Wever en zijn N-VA naar voor schuiven tussen Vlamingen en Franstaligen. Neen, er was een democratie van het establishment waar de ongeduldige Thatcheriaanse elementen momenteel het hoge woord voeren. En er was ook de democratie van onderuit, van de honderdduizenden stakers en de tienduizenden die piket stonden.

De gevestigde media stapten ongegeneerd mee in de logica van het establishment. Verwonderlijk is dat niet, wiens brood men eet diens woord men spreekt. Alleen valt dit op ogenblikken van polarisatie meer op. We werden plat gebombardeerd met pleidooien om niet ‘nog eens’ te staken, verslagen van het internetprotest van de kinderen van de liberale regeringspartners (met initiatieven van zowel Jong-Vld als het KVHV van zoon Jambon) en de over de grenzen van het wettelijke balanceerde patronale worst en champagne voor werkwilligen. De premies en extraatjes voor wie niet staakte geven aan dat er ruimte is voor loonsverhogingen en dit voor alle werknemers.

Op 15 december bleef de door minister Jambon aangekondigde repressie uit. Aan de piketten waren de reacties van passerende agenten doorgaans heel positief. Ook van het internetprotest was er in de reële wereld weinig te merken, zoon Jambon ging in Antwerpen tevergeefs op zoek naar werkwilligen en een klein groepje N-VA’ers ging in Gent aan het station provoceren. Dergelijke provocaties bezorgen vooral de eigen partijleiding problemen. Probeer maar eens tot enige vorm van compromis te komen als niet alleen de jonge provocateurs maar ook kopstukken als Siegfried Bracke meteen hun geduld verliezen. Zelfs Karel Van Eetvelt, toch een beroepsprovocateur, gaf aan dat hij niet zelf meeging met de ‘massagebus’ van Unizo omdat zijn aanwezigheid te provocatief zou zijn.

Het wanhopig karakter van de propagandacampagne bleek uit het succes van de staking. Er was amper openbaar vervoer en veel grote bedrijven lagen plat. Er was geen luchtverkeer en ook niet over het water. Op de weg was het bijzonder rustig, enkel aan enkele grote shoppingcentra was het druk en ook dat kwam niet omdat velen besloten om daar te gaan telewerken. Honderdduizenden mensen legden het werk neer. Vele tienduizenden anderen namen een twijfelende houding in,  ze gingen evenmin aan het werk maar namen een dag verlof. Niet om de ‘overlast’ en ‘hinder’ te ontlopen, maar wel om hun solidariteit te betuigen zonder daar een financiële prijs voor te betalen. De staking was niet louter het werk van het FGTB, zoals De Wever suggereerde in een wel erg doorzichtige poging om een communautair onderscheid binnen te brengen, maar wel van leden en militanten van alle vakbonden in alle delen van het land.

Op de vele piketten kwam vaak terug dat deze beweging nog verder kan groeien. De populariteit van de regering is al sterk afgenomen, voor de staking was er al de peiling die aangaf dat slechts 20% positief staat tegenover deze regering en een ander onderzoek dat aangaf dat 85% voorstander is van een vermogensbelasting, een voorstel dat in heel Europa opgang kent en in Nederland met de ‘Dagobert Duck taks’ het woord van het jaar opleverde (niet dat de coalitie van liberale VVD en sociaaldemocratische PvdA er ook maar aan denkt om zoiets door te voeren). Een nieuwe peiling geeft aan dat amper 5% effectief tot 67 jaar wil werken. Een nieuw actieplan kan de positie van de regering stilaan onhoudbaar maken. Nadat ze langs Franstalige kant slechts op een minderheid kon rekenen, kalft ook de steun langs Vlaamse kant af. Zoals een kat die in het nauw gedreven is, maken de meest ongeduldige elementen uit voornamelijk N-VA momenteel rare sprongen om hun gelijk van de virtuele daken te schreeuwen.

Spanningen in de regering

Onder de stakers was er een opmerkelijke eensgezindheid. Van spanningen tussen Nederlandstalige, Franstalige, rode, groene en blauwe vakbondsleden was er op 15 december niets te merken. Er zijn pogingen geweest om de vakbonden tegen elkaar uit te spelen en er wordt gevreesd dat er in de aanloop naar een tweede actieplan verdeeldheid aan de top zal zijn. Maar de druk van de basis is alvast groot om dat tegen te gaan en samen verder te gaan in een tweede actieplan.

Aan de overkant, bij het patronaat en de rechtse regeringspartijen, is er wel verdeeldheid. Premier Michel wordt als een zwakke figuur omschreven en er wordt gespeculeerd over de val of toch minstens een herschikking van de regering. CD&V-kopstuk Kris Peeters gaf openlijk kritiek op Bart De Wever die hij verweet als een schoonmoeder vanop de zijlijn olie op het vuur te gooien. Aan de provocaties van Siegfried Bracke maakte Kris Peeters zelfs geen woorden vuil.  Voor de N-VA’ers die oprecht een poging doen om bestuursverantwoordelijkheid op te nemen, zal dat hard aankomen. Na de OESO stelt nu ook het IMF vragen bij het harde besparingsbeleid. Het argument dat dit het enige mogelijke beleid is, wordt steeds meer onderuit gehaald.

Na de algemene staking ligt de bal in het kamp van de regering. Is er bereidheid om toegevingen te doen? Of blijven Open Vld en N-VA steken in een neoliberaal besparingsopbod? Wellicht zullen de vakbondsleidingen de regering enkele weken de tijd geven om vervolgens midden januari met een nieuw tweede actieplan te komen. Te lang daarmee wachten is gevaarlijk. Maar meteen verder staken ‘tot de finish’ is evenmin een optie waarmee we het opbouwende karakter van de beweging zoude verderzetten. Een uitputtingsslag zou de meest radicale elementen alleen laten vechten, terwijl de kracht van het actieplan tot nu toe mee bestond uit het feit dat iedere nieuwe stap groter en breder was dan de vorige.

De meest vooruitziende elementen van de burgerij beseffen het gevaar van een verdere opbouw van het syndicale verzet. Hoe groter deze beweging wordt, hoe moeilijker het nadien wordt om zelfs op een trager ritme de besparingen en aanvallen op onze levensstandaard door te zetten. Het klimaat van Lux-Leaks en andere rode lopers voor superrijken maakt het er bovendien niet gemakkelijker op. Dit leidt onvermijdelijk tot spanningen en een afweging onder de burgerij die enerzijds voldoende tijd wil om de N-VA te verbranden, maar anderzijds niet teveel tijd wil geven aan het verzet om te vermijden dat de kracht ervan te groot wordt.

Het is mogelijk om de regering weg te staken. Maar het is evenzeer duidelijk dat een terugkeer van de tripartite geen alternatief vormt. Hetzelfde beleid op een trager ritme doorvoeren zou een afknapper zijn voor een beweging van deze omvang. De onpopulariteit van de Franstalige en Brusselse regeringen bevestigen dit. We moeten de besparingen op alle niveaus bestrijden en ons verzet niet beperken tot het federale niveau.

Tweede actieplan

LSP stelde op 15 december een tweede actieplan voor dat groter en harder moet zijn dan het vorige en uitmonden in een 48-urenstaking. Ons pamflet omschreef een voorstel tot actieplan: “Een grote meeting van het gemeenschappelijk vakbondsfront begin januari met 10 tot 20.000 deelnemers, waar het tweede actieplan besproken en ter stemming voorgelegd wordt. Gevolgd door personeelsvergaderingen in alle werkplaatsen. Zowel op de meeting als tijdens personeelsvergaderingen kunnen pamfletten meegegeven worden voor een massale betoging ergens eind januari ten laatste. We kunnen die massaal verdelen, ook op marktplaatsen, en elke militant een pak affiches meegeven om ook bij verenigingen en kleine zelfstandigen aan te plakken. Het moet de bedoeling zijn meer dan 200.000 betogers op de been te brengen, best met meerdere vertrekpunten, want vorige keer kon het Noordstation de toevloed niet aan. Dat kan in februari gevolgd worden door drie regionale stakingen, die deze keer ook de kleinere bedrijven viseren en waarbij de eis voor syndicale vertegenwoordiging vanaf 20 werknemers een belangrijke plaats inneemt. Sectorale stakingen vinden we geen goed idee: het kan leiden tot verdeeldheid en staat haaks op het blokkeren van industriezones. Dit alles moet uitmonden in een nationale 48-urenstaking die als de regering dan nog niet gevallen is, kan overvloeien in één van onbeperkte duur.”

Aan de piketten was er een brede steun voor het idee van een tweede actieplan naar het model van het eerste. Er werden nu vragen gesteld bij de timing, waarbij het ritme erg hoog lag. Zeker de laatste provinciale actiedag van 8 december kwam kort voor de algemene staking van 15 december, wat de slagkracht op 8 december parten speelde. Het idee van stakingen per sector – dat in vakbondskringen circuleerde – kwam op 15 december niet naar voor. En er was ook een roep voor een duidelijk en eenvoudig actieplan. Het potentieel voor een groter tweede actieplan is zeker aanwezig, het succes van 15 december heeft de druk op de vakbondsleiding hiervoor bevestigd.

Meer nog dan tijdens de regionale stakingsdagen was er op 15 december sprake van solidariteit van lagen die niet tot de traditionele vakbondsbasis behoren. De jongeren sloten zich bij het protest aan. Dat gebeurde al op 6 november, maar het werd bevestigd op 15 december. Ook de socio-culturele sector was van de partij, onder meer via het platform Hart boven Hard dat grote solidariteitsacties organiseerde op 15 december. Zelfs een aantal kleine ondernemers sloot zich bij de beweging aan. De steun voor het protest is doorheen het actieplan breder geworden. Ook in de bedrijven zelf groeit de steun. Militanten die bang waren of ze hun collega’s wel zouden meekrijgen, waren aangenaam verrast door de stakingsbereidheid. In kleinere bedrijven werden de eerste stakingservaringen opgedaan. Het organiseren en versterken van de brede solidariteit is een uitdaging die mee bepalend zal zijn voor het succes van het tweede actieplan.

Een Antwerpse militant bij Lidl, verantwoordelijk voor een piket bij de winkel op 100 meter van het huis van De Wever, stelde in een interview op socialisme.be: “Bij Lidl beginnen veel mensen nu pas echt over de regeringsplannen te spreken en begint de kritiek daarop te komen. Voor velen betekent dit nog niet meteen dat ze gaan staken, maar er is wel verandering. We hebben tijd en een campagne nodig om dit in mobilisatie om te zetten.”

Verder opbouwen is inderdaad belangrijk. Om de voorbije acties te evalueren en nieuwe voor te bereiden, zijn personeelsvergaderingen essentieel. Waar er dergelijke bijeenkomsten gehouden zijn, stond de staking een pak sterker. Het is een uitstekende methode om argumenten te beantwoorden en twijfelaars te overtuigen. Een nieuwe concentratie gevolgd door een nieuwe betoging bieden ruimte om verder op te bouwen.

In het tweede actieplan blijft ook het stakingswapen nodig. Het is daarmee dat we het establishment raken waar ze het voelen, in de portemonnee. Op stakingsdagen, op een ogenblik dat er geen lonen betaald worden voor de stakers, wordt niet meer geklaagd over de loonkost. Dan zouden we economische schade aanrichten en de ‘economie kapot staken’. Inderdaad, voor de werkgevers zijn wij geen kostenpost maar zorgen wij voor de winst. Zonder onze arbeidskracht kunnen ze niets.  Als het eerste actieplan geen resultaat oplevert, moeten we niet alleen onze beweging verbreden en groter maken. We moeten ook hardere acties voeren. Als een 24-urenstaking niet volstaat, laat ons dan opbouwen naar een 48-urenstaking!

Welk alternatief?

Iedere zwakte langs onze kant wordt maximaal uitgespeeld. De afwezigheid van een voldoende sterke politieke vertegenwoordiging die het opneemt voor eisen als een vermogensbelasting, stopzetting van fiscale cadeaus, aanpak van fraude, werk voor jongeren, bescherming van onze levensstandaard,… is effectief een probleem. De afgelopen decennia, zeker sinds de val de stalinistische karikatuur van socialisme in het Oostblok, is de idee van politieke organisatie van de arbeidersbeweging in het defensief geraakt. Het zorgde ervoor dat massabewegingen, denk maar aan de anti-oorlogsbeweging, geen resultaat opleverden.

Met twee zetels voor PTB-GO komen onze eisen wel aan bod, maar dit weegt onvoldoende door. 85% van de bevolking is gewonnen voor een vermogensbelasting, maar PTB-GO kan dat in de peilingen slechts in beperkte mate vertalen en PVDA+ zelfs helemaal niet. Een echte brede strijdpartij zou dat beter kunnen. Velen hebben trouwens PVDA+ of PTB-GO gestemd vanuit de veronderstelling dat de partij verder die weg zou inslaan, maar het lijkt er helaas eerder op dat de PVDA de pauzeknop van de verbreding en de diversiteit heeft ingedrukt. Wij blijven de oproep van het ABVV-gewest Charleroi en Zuid-Henegouwen voor een krachtenbundeling links van de sociaaldemocratie en de groenen steunen. Dat het congres van de Algemene Centrale in een goedgekeurd amendement in dezelfde richting gaat, geeft aan dat dit debat aan belang wint.

In Ierland stellen de drie verkozenen van de Socialist Party dat de massale beweging tegen de waterbelasting een eigen politiek verlengstuk moet uitbouwen met kandidaten van de beweging in alle districten. De Ierse regering wankelt nog meer dan de Belgische en vervroegde verkiezingen zijn er mogelijk. Wellicht kan de Socialist Party bij dergelijke verkiezingen groeien tot vijf of zes zetels. Maar de uitdaging van de beweging tegen de waterbelasting is groter. Door vanuit die beweging eigen kandidaten naar voor te schuiven en het programma verder uit te werken – met ook verzet tegen het gebrek aan betaalbare huisvesting, werk, … – is het mogelijk om een grotere impact te hebben.

Een nieuwe politieke vertegenwoordiging zal niet zomaar tot stand komen en niet uit de lucht komen vallen. Maar we moeten evenmin werkloos toekijken en wachten.  De vakbonden hebben gezamenlijk 3,5 miljoen leden, organiseren de werkenden op de werkplaats en in de samenleving. De bijeenkomsten, acties en discussies binnen deze organisaties vormen de vruchtbare bodem waar een nieuwe politieke beweging uit kan groeien. Personeelsvergaderingen om de stakingsacties te evalueren en volgende stappen voor te bereiden, kunnen ook een ideaal forum vormen om onze eisen, ons alternatief, uit te werken en te verfijnen. Sectoriële discussies tussen militanten en intersectorale militantenbijeenkomsten kunnen zorgen voor een coherent programma dat rekening houdt met alle invalshoeken voor een maatschappelijk alternatief.

LSP wil daar een actieve rol in blijven spelen. Het gehoor voor onze voorstellen en alternatieven neemt toe. Aan de piketten op 15 december kregen honderden leden en sympathisanten goede reacties op onze voorstellen. De nood aan een socialistisch alternatief dat breekt met het kapitalisme vindt vandaag een bredere ingang. We willen onze krachten maximaal opbouwen om deze strijd ook de komende jaren versterkt te voeren. Tegenover een kapitalisme dat leidt tot groeiende ongelijkheid, crisis en ellende, is dat geen overbodige luxe maar een noodzaak. Doe mee, sluit aan bij LSP!