Text Size

30 jaar na de Britse mijnwerkersstaking

Dertig jaar geleden, op 1 maart 1984, werd de sluiting van de mijn Cortonwood aangekondigd. Er zou nog vijf jaar geproduceerd worden, maar dan was het voorbij. De aankondiging leidde tot een staking van 55.000 mijnwerkers in Yorkshire. Op 5 maart riep de lokale afdeling van de mijnwerkersbond NUM (National Union of Miners) op tot een volledige staking vanaf 12 maart. Het was het begin van de bekende mijnstaking van 1984-85. In 1984 waren er meer dan 27 miljoen stakingsdagen. Het was een heldhaftige poging om het neoliberale beleid van Thatcher te stoppen.

Artikel door RONNIE STEVENSON van onze Schotse zusterorganisatie

 

De mijnwerkersstaking van 1984/85 werd terecht omschreven als een burgeroorlog zonder geweren. Uit recente onthullingen op basis van Nationale Archieven in Engeland blijkt dat die omschrijving zeker niet overdreven was, de heersende klasse overwoog immers effectief om het leger in te zetten. De staking duurde ongeveer een jaar en blijft tot vandaag, 30 jaar later, in het collectieve geheugen van volledige gemeenschappen gegrift. Wie het meemaakte, blijft erdoor getekend.

De National Coal Board (NCB) kondigde in 1983 al de noodzaak van mijnsluitingen aan. De vakbond National Union of Mineworkers (NUM) kondigde daarop een verbod op overuren af. NCB-baas Ian McGregor kondigde aan dat het plan eruit bestond om 20 mijnen te sluiten waardoor 25.000 banen bedreigd waren. Die leugen werd wanhopig herhaald door de NCB en de conservatieve regering onder leiding van de Tories. Het werd overgenomen door de media en zelfs door de rechterzijde in de arbeidersbeweging. Het doel van deze leugen was de ondermijning van de strijd door de mijnwerkers.

Nu blijkt na vrijgave van de archiefdocumenten van de regering dat het echte plan wel degelijk was om 75 mijnen te sluiten en meer dan 60.000 banen te schrappen.

De mijnwerkers werden door de toenmalige premier Margaret Thatcher omschreven als de “interne vijand”. Ze hadden blijkbaar wel gelijk toen ze stelden dat de autoriteiten van plan waren om veel meer mijnen te sluiten. Het was die angst voor de vernietiging van de mijnsector en de mijngemeenschappen die leidde tot een sterke reactie op de versnelde sluiting van Cortonwood en Bulcliffe Wood in Yorkshire. De stakingsbeweging van de mijnwerkers in Yorkshire verspreidde zich in maart 1984 naar de rest van het land.

De federale structuur van de mijnwerkersbond NUM liet de beslissing over acties over aan de verschillende regionale afdelingen. Die beslisten om te staken. Een bijzondere conferentie van de NUM in april 1984 besloot om acties in alle mijnen te ondersteunen. Een resolutie om eerst een nationaal referendum hierover te houden werd met grote meerderheid verworpen.

Er waren druk bezochte personeelsvergaderingen in alle mijnen. In sommige gevallen waren er lokale stemmingen om te beslissen over de stakingsactie en om afgevaardigden in de stakerscomités te kiezen. De besluitvorming was zeer democratisch.

Er zijn veel aspecten van deze staking die lessen bieden voor strijdbewegingen in de komende periode. De staking kwam traag op gang, maar al gauw waren alle Britse mijnwerkers in staking met uitzondering van het steenkoolveld van Nottinghamshire.

De steenkoolreserves slonken snel. De mijnwerkers herhaalden de tactieken van de stakingen uit de jaren 1970 toen vliegende stakersposten het hele land rondtrokken om arbeiders die niet meestaakten te overtuigen om zich bij de strijd aan te sluiten of om diegenen die terug aan de slag wilden op andere gedachten te brengen.

Massale stakersposten waren een belangrijk element van de staking. Een aantal mijnwerkers en hun aanhangers dachten dat dit zou volstaan om de strijd te winnen. Ze herinnerden het succes van de vliegende stakersposten en het belang van het platleggen van het depot van Saltley in Birmingham in 1972. Er was toen bijna een algemene staking in de industrie om de stakende mijnwerkers te ondersteunen. De mijnwerkers wonnen die strijd en het feit dat Saltley dicht ging was een keerpunt om tot een overwinning te komen.

De situatie in 1984 was anders. De Tories en de politie deden er alles aan om deze vorm van massale stakersposten te vermijden. In juni 1984 was er een grote krachtmeeting aan de cokesvestiging van Orgreave.

Er waren tot 10.000 mijnwerkers bijeengekomen. Er waren meer dan 4.000 agenten van de oproerpolitie waarvan honderden op paarden. De politie was klaar voor de strijd en het werd een heuse veldslag. Er werd direct naar de wapenstokken gegrepen en de ‘cavalerie’ chargeerde. Honderden mijnwerkers werden neer geknuppeld. De rest van de oproerpolitie volgde de cavalerie om de massale stakerspost met bruut geweld te breken. Nu weten we dat zelfs het leger paraat stond om desnoods al dan niet gewapend tussen te komen.

Staatsgeweld

Het duurde niet lang voor de politie overal in het land naar stakersposten trok waar mijnwerkers verzameld hadden. Het openlijke en brutale geweld van de staat werd op de mijnwerkers afgestuurd. Er waren combi’s en bussen met werkwilligen en stakingsbrekers die geblindeerd en met metalen bescherming voor de ramen door de stakersposten reden. Mijnwerkers werden regelmatig gestopt door de politie, maar bussen met stakingsbrekers konden overal door.

Vrachtwagens met steenkool voor staalbedrijven en energiecentrales konden overal door. Verkeersregels golden niet voor die vrachtwagens, ze mochten tegen hoge snelheid aan de verkeerde kant van de weg rijden. Op de lokale wegen in het westen van Schotland leek dat zelfs de norm te zijn.

De rechtbanken werden gebruikt om mijnwerkers die aan de stakersposten waren opgepakt te criminaliseren. Veel van hen zouden nooit nog voor de NCB mogen werken. Het was een oorlog waarbij misschien geen kogels werden ingezet, maar de rest van het arsenaal van de staat werd wel boven gehaald.

Door de mijnwerkersgemeenschappen hun uitkeringen te ontzeggen, moest alles door de arbeidersbeweging in het werk gezet worden om te vermijden dat mijnwerkers uitgehongerd terug aan de slag zouden gaan.

Solidariteit

Er waren soepbedelingen om voedsel te delen en er werden goedkope producten ter beschikking gesteld. Er werd geld opgehaald door mijnwerkers die naar andere arbeidsbuurten trokken om geld op straat op te halen en voedsel aan de supermarkten. De werkende bevolking steunde genereus met financiële bijdragen maar ook met voedsel, kledij, speelgoed,.. Er werden steuncomités voor de mijnwerkers opgezet om de solidariteit met de mijnwerkers te organiseren en hun strijd bekend te maken met stands, straatmeetings, publieke meetings en acties op de werkvloer.

In Glasgow werd heel wat geld opgehaald bij voetbalwedstrijden waar er een enorme steun voor de mijnwerkers was en waar bijgevolg ook veel geld werd opgehaald. Tijdens sommige grotere wedstrijden riepen duizenden aanwezigen slogans om de mijnwerkers te steunen.

Vrouwen

Het solidariteitswerk leidde tot de oprichting van vrouwengroepen waardoor de partners van mijnwerkers in de strijd betrokken raakten. Veel vrouwen waren het niet gewoon om aan meetings deel te nemen of voor een groep te spreken, maar ze toonden al snel aan dat ze daar erg goed in waren. Vrouwen trokken het hele land rond en zelfs naar het buitenland om steun voor hun gemeenschap op te halen.

Naarmate de staking verder ontwikkelde werd duidelijk dat de conservatieve regering zich op deze confrontatie had voorbereid en vastberaden was om de mijnwerkers een nederlaag toe te brengen nadat ze eerder overwinningen afdwongen. Een herhaling van de overwinning van de mijnwerkers op premier Ted Heath zat er niet in als het van de regering afhing.

Er is tal van materiaal dat aangeeft dat de Tories plannen hadden om de mijnwerkers een nederlaag toe te brengen. Er werden grote voorraden steenkool aangelegd in de mijnen, de energiestations en de staalbedrijven. Er werd een alternatief transportsysteem voorbereid om acties van spoorpersoneel te doorkruisen. De nieuwste gegevens uit de Nationale Archieven tonen aan dat NCB-topman MacGregor en Thatcher samenwerkten met hooggeplaatste politici van alle partijen, hoge ambtenaren, rechtse vakbondsleiders en mediabazen om zo de mijnwerkers te demoniseren en het conflict te winnen.
Tegen die achtergrond was het duidelijk dat er steun van de rest van de arbeidersbeweging en de vakbonden nodig was om deze vastberaden werkgever en het staatsapparaat aan te kunnen.

Algemene 24-urenstaking

Militant, de voorloper van de Socialist Party, stelde destijds dat er nood was aan een algemene 24-urenstaking om de mijnwerkers te ondersteunen. De acties waarmee de verantwoordelijken van de mijnen en de dokwerkers dreigden, waren de twee ogenblikken dat de regering dacht dat ze de staking kon verliezen. Dat gaf Thatcher nadien toe.

Een massale staking van andere werkenden om de mijnwerkers te ondersteunen zou de regering op haar knieën hebben kunnen dwingen.

Bredere steun kwam er niet van heel wat leiders van de vakbonden en van de Labour Party. Zij gebruikten elk mogelijk excuus om solidariteitsstakingen tegen te gaan.

Een discussiepunt was het feit dat niet over de staking was gestemd. Er was geen referendum maar 90% van de mijnwerkers waren aan het staken. Een referendum zou gewonnen worden en een campagne van de mijnwerkersleiders toegelaten hebben. Het feit dat een overgrote meerderheid al in staking was, volstond bewust niet voor enkele zachtgekookte eitjes in de arbeidersbeweging.

Een ander excuus dat sommige vakbondsleiders hanteerden, was de kwestie dat de staalbedrijven voldoende steenkool moesten hebben om de ovens warm te houden en blijvende schade eraan te vermijden. Deze minimumbevoorrading werd misbruik. Er werden vrachtwagens ingezet om steenkool te leveren bovenop de overeengekomen minimumleveringen per trein.

Er werd ook geklaagd over het geweld van de mijnwerkers. Daarbij werd bewust vergeten dat de gewapende politie was die tot geweld overging aan de stakersposten en in de mijnwerkersdorpen doorheen Groot-Brittannië.

De staking van 1984/85 werd een lakmoesproef die duidelijk maakte wie echt tot verandering wilde komen.
Jammer genoeg was een meerderheid van de vakbondsleiders en de leiders van Labour daar niet tot bereid, ook al was de basis van de werkende bevolking wel bereid om ervoor te strijden.

Geleidelijk aan gingen mijnwerkers terug aan de slag. De nederlaag zorgde voor verlamming in de arbeidersbeweging, maar onvermijdelijk kwam de strijdbaarheid terug op de agenda.

Vandaag zal een nieuwe generatie de lessen van 1984/85 trekken. De belangrijkste is de noodzaak van verenigde actie van de volledige arbeidersklasse. Op basis van de lessen uit strijd van het verleden zullen we de kansen grijpen om tot echte verandering te komen.