Text Size

Klassenstrijd bestaat nog steeds. De vraag is: hoe ze te winnen?

klassestrijd“Er is een klassenstrijd en mijn klasse is aan het winnen”. Die beruchte uitspraak komt niet uit de 19de eeuw, het komt uit een interview van Warren Buffet met CNN in 2005. Buffet is momenteel de vierde rijkste mens ter wereld. Het vervolg van die uitspraak is jammer genoeg niet bekend, maar wel interessant: “Het hoort nochtans niet zo te zijn.” Hoe kunnen we ervoor zorgen dat de heersende klasse niet langer aan het langste eind trekt?

Dossier door Nicolas Croes

Tegen het licht van de economische crisis is het vandaag moeilijker om te verbergen dat er fundamentele tegenstellingen zijn tussen de klasse die de productiemiddelen in handen heeft – de kapitalistische klasse – en de klasse die haar arbeidskracht moet verkopen om te overleven – de arbeidersklasse. De sociale uitbarstingen volgen elkaar op, sommige zijn beter georganiseerd en massaler dan andere, maar er komt geen uitweg uit de crisis uit voort.

Tot in de jaren 1980 is onder druk van de strijd van de georganiseerde arbeidersklasse de kloof tussen arm en rijk in de ontwikkelde kapitalistische landen kleiner geworden. Nadien nam ze als gevolg van het neoliberale beleid opnieuw toe. Vandaag is de kloof uitzonderlijk groot. De crisis wordt bovendien als excuus gebruikt om ze verder te verdiepen. Het gaat niet om een ‘natuurlijke’ krimp en groei, de kloof tussen arm en rijk is een uitdrukking van gewijzigde krachtsverhoudingen in het kader van de klassenstrijd en de ontwikkelingen in het kapitalistische systeem. De geschiedenis van dat proces is overigens rijk aan lessen voor vandaag.

Tal van sociale verworvenheden worden vandaag omgevormd tot hun tegendeel. Dat zien we bijvoorbeeld met de collectieve loononderhandelingen in de vorm van een Interprofessioneel Akkoord in België. Dat had als doel om een algemene loonsverhoging overeen te komen die ook van toepassing was in de zwakkere sectoren waar de syndicale kracht beperkter was. Het mechanisme werd evenwel van haar inhoud ontdaan waardoor het nu gebruikt wordt om een loonstop gedurende twee jaar op te leggen terwijl de regering zich al opmaakt om die periode uit te breiden tot minstens zes jaar. Iedere werkgever die onder druk van strijd de loonstop wil doorbreken, riskeert vervolgens een ‘boete’ (een uitstekend argument voor de werkgevers om niet te moeten toegeven) terwijl de werkgevers die de loonstop respecteren bijkomende lastenverlagingen zouden genieten.

Zoals overal in Europa heeft het besparingsbeleid effect op de levensstandaard en de arbeidsomstandigheden van de werkenden. We moeten het met steeds minder doen terwijl nog nooit zoveel rijkdom werd geproduceerd. De tien rijkste families in België bezitten samen een fortuin dat op 42 miljard euro wordt geschat. Zowat 1.000 gezinnen hebben elk een fortuin van meer dan 20 miljoen euro en de 10% rijkste gezinnen bezitten samen de helft van de totale rijkdom in dit land (met een gemiddelde van 1,9 miljoen euro per gezin).

Alleen de arbeidersklasse is in staat om de vraatzucht van de kapitalisten te stoppenDe kapitalistische elite beschikt dan wel over haar kapitaal, de arbeidersklasse beschikt over een ongelofelijke kracht, die van haar aantal. Die massa is de enige kracht die de negatieve spiraal van sociale afbraak kan stoppen, zowel in België als Europa of elders. Het is de enige kracht die de economie kan platleggen met een staking en die het kapitaal kan raken waar het echt pijn doet: in de portemonnee.

Het favoriete wapen van de burgerij in deze klassenstrijd is chantage. Jobs worden bedreigd, investeringen worden bedreigd, er zijn sluitingen, kapitaal vlucht weg,… De gevestigde politici verstoppen zich telkens achter deze dreigementen en de bijhorende vrees om maatregelen te rechtvaardigen die de ‘concurrentiepositie’ van de bedrijven moeten beschermen. In werkelijkheid gaat het om maatregelen die de gemeenschap bestelen.

Het enige effectieve antwoord kan komen van de arbeidersbeweging en haar mobilisatie voor de onteigening van de sleutelsectoren van de economie om de controle ervan onder democratisch beheer van de arbeiders en de gemeenschap te plaatsen. Het zijn immers de arbeiders die de rijkdom creëren. Hiertoe is het noodzakelijk dat het krachtige wapen van de vakbonden niet herleid wordt tot een lobby-instrument. Geen enkele sociale verworvenheid is afgedwongen door beroep te doen op politici die al duidelijk kant hebben gekozen. Alle verworvenheden zijn bekomen door vastberaden strijd. We moeten terugkeren naar een strijdsyndicalisme om onze verworvenheden te beschermen en verder uit te breiden.

Tegen de lawine aan besparingen en baanverliezen vragen velen zich af waar ons actieplan blijft. Hoe kan het dat duizenden arbeiders die momenteel aan een procedure-Renault (bij collectieve afdankingen) onderworpen zijn, elk geïsoleerd zitten op hun bedrijf? We hebben behoefte aan geloofwaardige acties die voldoende lang op voorhand bekend zijn en die onderdeel zijn van een opbouwend plan met ook de organisatie van algemene stakingen, waarbij ook banden worden gelegd met strijd in andere landen (zeker al in Europa).

Op die manier zou het mogelijk zijn om het zelfvertrouwen op te krikken bij al wie vandaag twijfelt of denkt dat het geen zin heeft om te betogen of te staken. Die twijfel is vandaag begrijpelijk, de strijd beperkt zich maar al te vaak tot een opeenvolging van wandelingen tussen Brussel-Noord en Brussel-Zuid. De oproepen van de vakbonden zijn beperkt, maar zelfs deze beperkte oproepen krijgen een goede opvolging. Wat zou dat niet geven met een brede informatie- en mobilisatiecampagne waarmee de patronale propaganda in de gevestigde media ook van antwoord wordt gediend? Wat zou het effect zijn indien de vakbondsbasis betrokken zou worden bij het nemen van beslissingen? We zouden veel sterker staan!

Vakbondsdemocratie en durven winnen

Het is normaal dat er vandaag heel wat discussie is over de strategie en de tactieken op vakbondsvlak. Maar dit debat wordt niet gekaderd, er is immers geen echt actieplan, althans geen duidelijk plan dat democratisch werd bediscussieerd aan de basis. Vaak zien we hetzelfde op bedrijfsniveau. De traditie om regelmatig algemene personeelsvergaderingen te houden, moet grotendeels heropgebouwd worden. Het voorbeeld van echte democratie, een democratie van werkenden en onderdrukten, moet in eerste instantie van de vakbonden komen.

Er wordt regelmatig gezegd dat kritiek binnen de arbeidersbeweging onze kracht zou verzwakken. Wij willen echter constructieve kritieken brengen om onze positie in de klassenstrijd te versterken. Democratische vakbonden zouden vooral een bedreiging zijn voor diegenen die voor een vakbeweging van klassensamenwerking staan en voor wie de sociaaldemocratie het beste is wat links aan de gemeenschap te bieden heeft.

De vakbondsleidingen baseren zich steeds op zogenaamde reformistische standpunten waarbij de kwestie van het privaat bezit van de productiemiddelen niet wordt gesteld. Als die kwestie wordt vermeden, is het nodig om zich aan te passen aan de kapitalistische staat en op basis van samenwerking met die staat een poging te doen om meer kruimels van de feestdis van bazen en aandeelhouders te krijgen. In het kader van de huidige crisis is de marge echter verdwenen, het ‘sociaal overleg’ is op sterven na dood.

Het huidige tijdperk laat geen ruimte meer voor kleine akkoorden en halve maatregelen. De vakbondstrijd op die manier voeren, betekent toelaten dat het werkgevers en de regering meedogenloos knippen in onze levensstandaard. Een groeiend aantal vakbondsleden is zich daar terdege van bewust.

Warren Buffet is een prominente vertegenwoordiger van zijn sociale klasse. Hij weet maar al te goed dat de kapitalistische piramide enkel kan bestaan op een fundament van onderdrukten die niet in beweging komen. De kracht van dit economische, sociale en politieke regime bestaat niet uit haar eigen sterkte, maar uit de zwakte van de leiding van de arbeidersbeweging. Dat moet en kan echter veranderen.