Text Size

Griekenland naar de uitgang

Sinds 2008 vielen tien regeringen als gevolg van het verzet tegen het bezuinigingsbeleid. Er waren tal van stakingen in de publieke sector, algemene stakingen, protestacties en rellen. Nu vrezen leiders van de Eurozone dat de mogelijke overwinning van een antibezuinigingscoalitie onder leiding van Syriza in Griekenland kan leiden tot een vertrek van het land uit de Eurozone. De gevolgen daarvan zijn moeilijk in te schatten.

Dossier door Lynn Walsh

Nog voor de verkiezingen is er een run op de Griekse banken, rekeninghouders begonnen hun geld af te halen of over te plaatsen naar meer stabiele eurolanden. Dat kan leiden tot een Grexit. Het Griekse bankstelsel wordt opgekrikt met 96 miljard euro ‘liquide noodmiddelen’ van de Griekse Centrale Bank die daarbij wordt ondersteund door de Europese Centrale Bank. Er werd sinds december 2009 meer dan 75 miljard euro van de Griekse banken weg gehaald. De leiders van de Eurozone vrezen bovendien voor het ‘besmettingsgevaar’ met een gelijkaardige kapitaalvlucht in Spanje, Italië, Portugal,...

Het taboe is doorbroken. Terwijl Europese leiders, waaronder ook Angela Merkel, verklaren dat ze Griekenland als een permanent lid van de Eurozone beschouwen, worden op actieve wijze voorbereidingen voor een Grieks vertrek getroffen. Europees Commissaris De Gucht verklaarde: “Er zijn zowel bij de Europese Centrale Bank als bij de Europese Commissie diensten die werken op noodscenario’s voor het geval Griekenland het niet haalt.” (International Herald Tribune, 19 mei).

Sommigen stellen dat de nieuwe drachme-biljetten al worden gedrukt. Multinationals halen hun geld weg van de Griekse banken, mogelijk zullen ze dat binnenkort ook doen met hun geld bij de Spaanse en andere banken in onstabiele landen. De Euro staat aan de afgrond, wat rampzalige gevolgen kan hebben voor de wereldeconomie. Geen enkele kapitalistische leider wil een chaotische desintegratie van de Eurozone, maar er is evenmin een kapitalistische leider met een beleid dat antwoorden biedt op de crisis.

Volgens peilingen zou Syriza als grootste partij uit de verkiezingen van 17 juni komen. Partijleider Alexis Tsipras omschreef Griekenland als een ‘sociale hel’. De arbeiders en grote delen van de middenklasse worden onderworpen aan barbaarse bezuinigingsmaatregelen. Tsipras verwerpt terecht het bezuinigingsbeleid van de trojka – de Europese Centrale Bank, de Europese Commissie en het IMF – en hij verwerpt de afbetaling van de ondraaglijke schuldenberg die sterk is aangegroeid door de trojka-leningen die werden aangewend om de banken te redden.

Het verwerpen van het bezuinigingsbeleid van de trojka zou ertoe leiden dat Griekenland uit de Eurozone verdwijnt. Onder druk van de Amerikaanse president Obama en de nieuwe Franse president François Hollande moest Merkel haar toon wat afzwakken en toegeven dat Duitsland maatregelen zou nemen om de groei te stimuleren. Dat werd niet nader omschreven. Terzelfdertijd maakte Merkel duidelijk dat hte aanvaarden van het bezuinigingsbeleid een voorwaarde is om verder te gaan. Zo’n bezuinigingsbeleid sluit in de praktijk ieder economisch herstel uit.

Welke vorm van Grexit?

De kapitalistische leiders in Europa worstelen met een aantal scenario’s. Ze hopen dat nieuwe verkiezingen kunnen leiden tot een bezuinigingsregering rond de conservatieve Nieuwe Democratie. Dat kan het resultaat zijn van een campagne van de leiders van de ND en de sociaaldemocratische PASOK samen met de leiders van de Eurozone om de verkiezingen om te buigen in een referendum over het feit of Griekenland in de Eurozone blijft. Merkel stelde in een telefoongesprek met de Griekse president Karolos Papoulias voor om een referendum daarover te houden. Een grote meerderheid an de bevolking is tegen het bezuinigingsbeleid, maar er is eveneens een grote meerderheid (ongeveer 80%) die voorstander is om de Euro te behouden. Dat is een uitdrukking van de angst in Griekenland om als klein land geïsoleerd te worden buiten de Eurozone en zo terug geworpen te worden in de achtergebleven economische omstandigheden van weleer.

Als een nieuwe Griekse regering de bezuinigingsmaatregelen aanvaardt, dan zal deze discussie slechts een kwestie van uitstel zijn. De Griekse schulden zijn onhoudbaar, de harde bezuinigingsmaatregelen als gevolg ervan zullen onvermijdelijk leiden tot massaal verzet. Het is echter mogelijk dat de Griekse positie in de Eurozone al wordt ondermijnd voor de verkiezingen als er massaal geld van de banken wordt weg gehaald. De ECB zal niet in staat zijn om het huidige niveau van steun blijvend aan te houden. Een ineenstorting van grote banken in Griekenland zou het Griekse lidmaatschap van de Eurozone onmogelijk maken.

Een andere optie is dat Griekenland uit de Eurozone wordt gezet. Een aantal commentatoren is voorstander van een gecontroleerde exit, andere vrezen een chaotische scheiding. Een gecontroleerde exit zou een geordende overgang van de euro naar de drachme veronderstellen. Vervolgens zou de Griekse munt tegen een lagere waarde kunnen verhandeld worden. Dat zou een enorme financiële injectie van de trojka vereisen om te vermijden dat de Griekse banken volledig in elkaar storten. De belangrijkste economische machten in de Eurozone zouden steun moeten verlenen aan Griekenland (en dus de eigen schulden verder opbouwen) om een ineenstorting van de samenleving te vermijden.

Vernietigende kettingreactie

Gezien de verwarring onder de leiders van de Eurozone is een totaal chaotische exit van Griekenland misschien waarschijnlijker. Dat kan als gevolg van een massale ‘bank run’ of door de verkiezing van een antibezuinigingsregering. Het zou de Europese bankencrisis erger maken. Heel wat banken hebben hun Griekse obligaties al verkocht aan de CB. Maar een aantal Franse en Duitse banken zou nog steeds hard lijden onder een verder Grieks bankroet. Dat zou op zijn beurt leiden tot problemen voor banken in Groot-Brittannië en andere landen. Er zou ongetwijfeld een kettingreactie zijn.

Een grote crisis in de Eurozone die dieper gaat dan wat we al gezien hebben, zou rampzalig zijn voor de Europese en de wereldeconomie. Verschillende schattingen gaan ervan uit dat het bbp in de Eurozone met 5 tot 10% zou krimpen. Dat zou een rampzalig effect hebben op landen als Groot-Brittannië of de VS, voor die landen is de Eurozone immers een belangrijke exportmarkt.

De crisis in de Eurozone vindt plaats tegen de achtergrond van een aanhoudende stagnatie van de wereldeconomie. In de Eurozone zelf is er sprake van een recessie, in Duitsland is er slechts een erg zwakke groei. Het bijna onwaarneembare ‘herstel’ in de VS is al op de terugweg. De recente grote verliezen van investeringsbank JP Morgan Chase, dat 4 miljard dollar verloor bij speculatie, toont de blijvende kwetsbaarheid van de financiële sector. De sterk gehypete beursgang van Facebook werd voorgesteld als een groot succes voor de nieuwe technologie, voor de investeerders was het een grote ontgoocheling. De aandelenkoers verloor meteen na uitgifte van de aandelen aan waarde. Facebook is een uitdrukking van de fragiele situatie die nog steeds bestaat in de zeepbeleconomie.

De recente G8-top in de VS toont eens te meer het failliet van de kapitalistische leiders. Obama, daarin gesteund door Hollande, roept op voor een beleid dat meer nadruk legt op ‘groei en banen’. Het blijft bij vage woorden zonder concrete maatregelen. Merkel zag zich gedwongen om enkele verbale toegevingen te doen over de nadruk op groei. Tegelijk maakte ze duidelijk dat ze vooral wil dat de bezuinigingsmaatregelen buiten Duitsland worden doorgevoerd. Ook al heeft dat beleid geleid tot een verlenging van de recessie in het grootste deel van Europa.

Een val voor de arbeidersklasse

Een exit uit de Eurozone zal geen oplossing vormen voor de crisis van de Griekse samenleving. Het niet-afbetalen van de schulden zou de onmiddellijke lasten verlichten. De devaluatie van de nieuwe nationale munt zou de export stimuleren. Maar Griekenland bevindt zich niet in dezelfde situatie als Argentinië in 2001. Argentinië kon terugvallen op de export van voedsel en andere grondstoffen, waarbij de export werd gestimuleerd door een gedevalueerde peso en tegen de achtergrond van de groei die voor 2008 bestond. Griekenland beschikt niet over dergelijke grondstoffen, de eigen industrie staat erg zwak. Tegelijk is het land in grote mate afhankelijk van de import van brandstof, voedsel en consumptiegoederen. Die zouden voor de bevolking duurder worden na een devaluatie van de Griekse munt.

De Argentijnse crisis vormt ook een waarschuwing voor de Griekse arbeidersklasse. Het loskoppelen van de peso van de Amerikaanse dollar werd vooral betaald door de arbeidersklasse en de middenklasse. Bankrekeningen werden bevroren waarbij de waarde plots drastisch verminderde. Er was een enorme werkloosheid en een forse toename van de absolute armoede. Na jaren van crisis begon de Argentijnse economie zich te herstellen, tegen een gunstigere achtergrond voor de wereldeconomie.

Onder het kapitalisme is er geen uitweg voor de Griekse arbeidersklasse, zowel in als buiten de Eurozone. Een nationale ‘belegerde’ economie is evenmin een oplossing voor de arbeiders. Gelijk welke oplossing vereist socialistische maatregelen onder de democratische controle van de arbeidersklasse.

Als Griekenland de Eurozone verlaat of er uit wordt gezet, zullen wellicht andere lidstaten hetzelfde pad volgen. Er staan Spaanse banken op de rand van het bankroet. De Spaanse regering moest recent nog 40% van Bankia overnemen. Andere banken in Italië, Portugal, Ierland,... zijn evenmin stabiel. De 700 miljard euro van het Europese Stabiliteitsfonds zal niet volstaan om het bankensysteem in de Eurozone te stabiliseren.

Griekenland is niet de oorzaak van de crisis in de Eurozone maar een symptoom. Griekenland kan wel een ontsteker worden die leidt tot een explosie of misschien een tragere desintegratie. Dat proces in een uitdrukking van de organische crisis van de Eurozone en van de Europese Unie zelf.

Nationale beperkingen overstijgen

De kapitalistische leiders die de eenheidsmunt invoerden, stelden dat dit de eengemaakte markt van de EU zou consolideren. De EU moest vrede, stabiliteit en economische welvaart in Europa brengen. De kapitalistische eurofielen hadden de illusie dat ze de nationale grenzen van het kapitalisme konden overstijgen. Die grenzen vormden een hinderpaal voor de economische ontwikkeling. Ondertussen staat alles op zijn kop.

De economie in Europa is aan het stagneren, de eenheidsmunt heeft de verschillen tussen de nationale economieën sterker in het voetlicht geplaatst in plaats van tot meer eenmaking te komen. Het verzet tegen het bezuinigingsbeleid leidt tot een heropleving van nationalistische krachten en ook van extreemrechts (denk maar aan de ‘Gouden Dageraad’ in Griekenland). Deze ontwikkelingen bevestigen ons standpunt dat de kapitalistische klasse niet in staat is om de nationale beperkingen te overstijgen. Dat is een taak voor de arbeidersklasse die enkel gerealiseerd wordt op basis van een socialistisch beleid.

De Britse krant Indepedent had op 19 mei als centrale titel: “Capitalism at a Crossroads’ (‘Het kapitalisme op een keerpunt’). Er werd correct gesteld dat de crisis van de Eurozone slechts één aspect van de wereldwijde crisis van het systeem vormt. De crisis leidt tot massale bewegingen van de arbeidersklasse in Europa en elders. Miljoenen arbeiders verwerpen het kapitalistische bezuinigingsbeleid en stellen zich vragen over de houdbaarheid van het systeem. Er is nood aan een duidelijk alternatief, een socialistische geplande economie die wordt beheerd onder arbeidersdemocratie en met een internationaal perspectief van een globale geplande economie.