Openingspagina  
vrijdag 30 juli 2010
Menu
Openingspagina
Onderwerpen
Abonnement krant
Word lid
Links
Offensief Nieuwsbrief


Oude nummers krant (PDF)

Oudere nummers

194 (april/mei 2010)
193 (feb/mrt 2010)
192 (nov/dec 2009)
191 (sep/okt 2009)
190 (mei/jun 2009)

FNV Vecht voor je Recht (PDF)

Vecht voor je Recht

Vecht voor je Recht website

Oude Nieuwsbrieven

Nieuwsbrief 59
Nieuwsbrief 58
Nieuwsbrief 57
Nieuwsbrief 56
Nieuwsbrief 55
Nieuwsbrief 54
Nieuwsbrief 53
Nieuwsbrief 52
Nieuwsbrief 51
Nieuwsbrief 50

Offensief op het net
Offensief op Twitter
Doneren?
Als u ons wilt ondersteunen dan is een eenmalige donatie zeer welkom. Hiermee blijft ons politiek werk mogelijk!
RSS
Een nieuwe visie voor Europa is nodig! PDF Afdrukken E-mail
zondag 21 februari 2010
Afgelopen oktober had Ierland haar tweede referendum over het Verdrag van Lissabon, de eerste keer had de arbeidersklasse immers een fout antwoord gegeven... En na een storm van propaganda, leugens en bangmakerij kreeg de Ierse (en ook Europese) elite het antwoord dat ze wilde afdwingen: Ja. Maar wat is nu eigenlijk het socialistisch alternatief op Europa?
Emil Jacobs

Het Verdrag van Lissabon is in feite een nieuwe verpakking van de Europese grondwet die in Frankrijk en Nederland kort na elkaar werd weggestemd in referenda in 2005. Om een tweede afwijzing te voorkomen werd het nergens meer aan de bevolking voorgelegd, behalve dan in Ierland waar de grondwet dat verplicht.

De SP is, vanuit een nationalistische blik, bang voor een Europese superstaat waarin de nationale bevoegdheden worden overgedragen naar een anonieme Brusselse bureaucratie. Ze is ook bang voor hordes migrantarbeiders die de lonen van Nederlandse arbeiders onderuit komen halen.

In werkelijkheid is Lissabon een kwantitatieve ontwikkeling voor de EU in plaats van een kwalitatieve. Zij vloeit logisch voort uit de uitbreiding, met name de toetreding van 10 nieuwe lidstaten in 2004, voornamelijk voormalige stalinistische landen. De EU blijft een confederatie en wordt geen federatie. Essentieel is bijvoorbeeld dat het grootste deel van de politie en het leger in handen blijven van de individuele lidstaten.

Toch is de kritiek correct wanneer wordt gewezen op de compleet, bijna belachelijk, ondemocratische wijze waarop de lidstaten dit verdrag door de strot van de arbeidersklasse heeft geduwd. Dat de bazen en hun regeringen dit nodig hebben gevonden, geeft aan dat er fundamentele tegenstellingen zijn die wijzen op een noodzaak om het Europese eenwordingsproces op een volledig andere manier aan te pakken.

De historische context van de EU

Dat wat we nu kennen als de  Europese Unie begon erg bescheiden als de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal met de twee belangrijkste zwaargewichten Frankrijk en (West-)Duitsland, toegevoegd met de Benelux en Italië. De betekenis van de samenwerking ging echter verder dan louter op industriëel niveau. De EGKS trad in 1950 in werking, vijf jaar na de Tweede Wereldoorlog. In deze bundeling van de belangrijkste militaire middelen stelde de Franse minister van Buitenlandse Zaken, Robert Schuman, dat “oorlog [tussen Frankrijk en Duitsland] niet alleen ondenkbaar doch ook materieel onmogelijk [wordt]”.

De samenwerking tussen de zes landen werd gestaag uitgebreid in de jaren '50, met een belangrijke uitbreiding met het Verdrag van Rome en de oprichting van de Europese Economische Gemeenschap en een douane-unie in 1957. Deze periode zag ook onderhandelingen met andere landen die wilden toetreden, in het bijzonder Groot-Brittannië. Charles de Gaulle torpedeerde deze stappen met zijn gebruik van het Franse veto, eerst in 1963 en vervolgens in 1967.

De terughoudendheid van mensen als De Gaulle voor verdere samenwerking was begrijpelijk. Groot-Brittannië werd gezien als een Amerikaans paard van Troje en militaire samenwerking in de NAVO betekende in werkelijkheid ondergeschiktheid aan de VS. Er was, en blijft, geen twijfel over wie de baas is in de NAVO. De Gaulle - en de politieke trend met zijn naam die de vorm van de Franse politiek bepaalde in het naoorlogse tijdperk - was geïnteresseerd om een zekere mate van onafhankelijkheid vast te stellen van deze dominante bondgenoot, waarvan de globale belangen vaak afweken van die van Frankrijk, een land dat nog steeds grote imperiale ambities had. 

Belangrijker dan de herinnering van de Tweede Wereldoorlog, was echter de context van de koude oorlog. De Sovjet-Unie onder Stalin had snel gehandeld in de nasleep van de oorlog door zijn nieuwe invloedssfeer in Oost- en Midden-Europa te consolideren, verworven tijdens de lange en bloedige nederlaag van nazi-Duitsland aan het Oostfront. “Revoluties” - in werkelijkheid staatsgrepen van het Rode Leger in naam van de lokale “officiële communistische” partijen -  hadden autoritaire en Moskou-loyale regimes opgericht in alle veroverde gebieden. In 1948 werd het zogenaamde communistische blok uitgebreid met Oost-Duitsland.

In spiegelbeeld werd in het Westen ook nauwer samengewerkt op militair vlak, parallel aan de economische samenwerking. Het Noord-Atlantische Verdrag, dat aan de basis stond van de NAVO-alliantie, consolideerde de “verdediging” van West-Europa. Zelfs financiële regelingen hadden vaak rechtstreekse militaire toepassingen - van de EGKS, zoals we al stelden - maar ook via Euratom, die de samenwerking in de ontwikkeling van kernenergie vaststelde. Effectieve eenheid in het zicht van het “communistische gevaar” was van levensbelang voor de West-Europese landen - in het bijzonder voor Groot-Brittanië en Frankrijk gezien het destijds nog steeds aanzienlijke koloniale bezit van deze landen en de actieve betrokkenheid van de Sovjet-loyale communistische partijen in de golf van het anti-koloniale nationalisme dat hen bedreigde.

Vandaag de dag komen de tegenstrijdigheden nog regelmatig aan de oppervlakte. Kijk bijvoorbeeld naar de onenigheid over de economische crisis die de Duitse en Franse regeringen tegenover de Britse en Amerikaanse hebben gezet. Fundamenteler wordt dit uitgedrukt in de meningsverschillen over de richting die de EU zou moeten nemen. Het is in het belang van de VS en Groot-Brittannië om de EU uit te breiden naar meer staten, waardoor de Duits-Franse as in een minderheid komt door de toevoeging van de voornamelijk pro-Washinton Oost-Europese landen.

Een bredere Europese Unie is een minder krachtige concurrent voor de VS dominantie – alsook een Europese Unie dat haar macht niet te zeer centraal integreert in haar transnationale instellingen. De Franse en Duitse staten hebben omgekeerd de voorkeur aan een kleinere, maar meer strak gefedereerde EU dat kan streven naar een meer onafhankelijke koers ten opzichte van de Amerikanen.

Een socialistische kijk op Europa

Dit is de context waarin de debatten binnen links over de EU moeten worden geplaatst. Marxisten hebben als vuistregel de voorkeur voor de grootst mogelijke eenheid tussen naties en daarmee de zo groot mogelijke eenheid van de arbeidersklasse op internationaal vlak. Onze zaak is wereldwijd - het overstijgt de kunstmatige grenzen en barrières, opgeworpen voor ons die alleen het kapitaal dienen.

Toen Marx en Engels begonnen met hun politieke carrière, was Duitsland een natie, maar niet een staat - het was verdeeld in vele kibbelende vorstendommen, sommige klein en sommige relatief krachtig. Marx en Engels voerden consequent propaganda voor de “een en ondeelbare republiek”, om de Duitse staten te verenigen en met hen de Duitse massa. Dit was niet vanuit een romantisch nationalisme, maar uiteindelijk in het belang van de eenheid van de arbeiders in heel Europa.

In de EU zijn we geconfronteerd met een tegenstrijdige eenheid van uiteenlopende staten - sommige (zoals Duitsland en Groot-Brittannië) relatief krachtige, andere (zoals Nederland) zwak. Europese eenheid wordt aan de ene kant gedwongen opgelegd op de nationale bevolkingen die hier vaak onsympathiek tegenover staan. Aan de andere kant echter is de heersende klasse niet capabel om Europa te verenigen. Eenheid kan alleen maar zo ver gaan als het de belangen van het kapitaal dient. Handelsbelemmeringen kunnen worden opgeheven, maar individuele lidstaten behouden vele bevoegdheden, zoals over hun belastingen, wetgeving en uiteraard hun militaire apparaten. De belangen van het kapitaal in het algemeen en de VS in het bijzonder houden eenheid in Europa voorbij de grens van het mogelijke.
 
De kapitalistenklasse is dus kennelijk niet in staat Europa te verenigen op een solide basis. De geïmproviseerde verdragen, die in achterkamertjes in elkaar worden gedraait, worden met gegarandeerd cynisme en impopulariteit tegenmoet gezien door de arbeidersklasse. De intentieverklaringen aan de kant van de politici voor de “eenheid van Europa” zijn in tegenspraak met het feit dat deze mensen niet in staat zijn om echte eenheid na te streven - hun visie op de eenheid is niet eens echte eenheid, maar gewoon een wirwar van verdragen in dienst van het kapitaal.

De eerste politieke consequentie, voor de linkerzijde in het algemeen en de SP in het bijzonder, is dat simpel verzet tegen de EU een kortzichtige economistische positie is. Het erkent namelijk niet dat de eenheid van naties een progressieve stap vooruit is dat op de lange termijn onze taken eenvoudiger maakt en dat we moeten proberen dergelijke eenheid te behouden en uit te breiden waar het geen karikatuur is van nationale onderdrukking. Bovendien is een nationale progressieve politiek, bijvoorbeeld in de oude formule van het Keynesianisme (staatsinvesteringen in de economie ten tijde van recessie), ook onmogelijk geworden binnen de huidige context van integratie en het hebben van een gemeenschappelijke munt (waardoor ook devaluatie onmogelijk is geworden).

Je hiertegen verzetten, zoals de SP doet, door de “democratische” nationale parlementen van de EU-lidstaten tegenover Brussel te zetten is onjuist. Het is gewoon niet het geval dat een almachtige Brusselse bureaucratie alle macht naar zich toe trekt. De EU wordt bestuurd dóór de lidstaten vóór de lidstaten (waarbij sommige lidstaten meer gelijk zijn dan andere). Deze drogreden bereikte een dieptepunt in absurditeit met het referendum over de Europese grondwet in 2005, waarbij de SP waarschuwde tegen het “opheffen van Nederland in de Europese superstaat”. Het feit is dat de strategie van de Nederlandse staat in Europa is om te ijveren in de richting van meer brutale en meedogenloze burgerlijke macht.

In plaats van terugtrekken in nationalisme, moeten socialisten een eigen visie voor een verenigd Europa schetsen - onder de heerschappij van de arbeidersklasse. Aangezien Europa een van de hoogst ontwikkelde continenten is op de planeet, zou een dergelijke entiteit een belangrijk bolwerk vormen tegen de imperialistische uitbuiting en kan het een belangrijke stap zijn voor de vereniging van de wereld. Het moet daarom een essentieel element zijn in elk socialistisch programma.

Een socialistisch alternatief leeft echter niet in een vacuüm maar moet rekening houden met de voorgeschiedenis, zo ook bij Europa. Om een socialistisch alternatief aan te bieden op Europa kunnen we terugkijken op hoe Marx en Engels of later de Bolsjevieken bijvoorbeeld tegen een dergelijk vraagstuk aankeken. Zij waren van mening dat de meest democratisch staat het beste uitgangspunt is voor de arbeidersklasse. Dit is vandaag de dag nog steeds een goed begin.

Een centraal tussendoel moet daarom de democratisatie van de EU zijn. Maar uiteindelijke eenwording van Europa onder het kapitalisme blijft onmogelijk. Daarom verdedigen wij de slogan van een Europese federatie van socialistische staten als tussenstap naar een eengemaakte Europese republiek, wat weer als tussenstap dient voor een eengemaakte wereldrepubliek.

De noodzaak voor een federatie als tussenstap is tweeledig. In de eerste plaats omdat het proces van de ontwikkeling van de arbeidersklasse en revolutie ongelijk is tussen de Europese landen. Hierdoor kan een Europese socialistische revolutie in de eerste plaats een verstrooide indruk maken, waarbij een federatieve staatsvorm een logische tussenstap is. In de tweede plaats moet rekening worden gehouden met het nationalistisch bewustzijn dat in meer of mindere mate voor een periode na de revolutie nog zeker zal bestaan. Het is daarom van belang een vrijwillige federatie na te streven waarin ieder lid gelijkwaardig is; alleen zo kun je eenheid creëren en waarborgen.

De volgende punten zouden daarom concrete stappen vooruit zijn:

  • Afschaffing van de Raad van Ministers en de niet-gekozen commissarissen ontslaan. Voor een volledig democratisch Europees Parlement met jaarlijkse verkiezingen en permanent afzetbare parlementsleden.
  • Parlementsleden kunnen niet langer dan twee jaar aanblijven en verdienen een normaal arbeidersloon om een nieuwe laag van bureaucraten die los staan van de bevolking te voorkomen.
  • Directe vertegenwoordiging als basisprincipe. Bindende referenda en recht van initiatief bij voldoende handtekeningen over verschillende lidstaten.
  • Nationalisatie van alle banken in de EU en de Europese Centrale Bank onder directe democratische controle.
  • Voor de nivellering van de lonen, rechten van werknemers en sociale voorzieningen.
  • Geen stappen in de richting van EU militarisering. In plaats daarvan een democratische arbeidersmilitie.
  • Geen “Fort Europa”. Voor het vrije verkeer van personen in de EU en tussen de EU-lid-staten.
  • Voor de eenheid van de werknemers in heel Europa. Voor een enkel EU-Verbond van Vakverenigingen en de Socialistische Partij van de Europese Unie.
  • Voor een socialistische Republiek van Europa.
 
< Vorige   Volgende >
Enkele belangrijke artikels van de afgelopen tijd
Artikels op andere websites
socialistworld.net
LabourStart NL
www.socialisme.be
Joe Higgins.eu | MEP for Dublin
Indymedia NL Newswire
Webdesign by Webmedie.dk Webdesign by Webmedie.dk