|
Ondenkbaar tot voor enkele weken: Ted Kennedy’s senaatszetel in
Massachusetts gewonnen door een republikein. Twee maanden geleden had
de democratische Martha Coakley een voorsprong van 31% in de peilingen
op de obscure republikeinse staatssenator, Scott Brown. De meesten
dachten dat de echte race voor wijlen Ted Kennedy’s zetel over was
vanaf het proces van ‘primary’ selectie (de verkiezingen binnen de
democratische partij voor hun kandidaat). Tenslotte hadden de
democraten de zetel reeds 58 jaar in handen, lange tijd met de twee
broers Kennedy. Slechts een jaar geleden haalde Obama er 26% meer dan
de Republikeinen. Wat gebeurde er?
Bryan Koulouris, Socialist Alternative (CWI in de VS), Boston
Aan de oppervlakte leek dit een referendum te zijn over de
hervormingsplannen van de gezondheidszorg zoals die zijn opgesteld door
de verzekeringsmaatschappijen en de farmaceutische sector. Dat is ook
een onderdeel van het verhaal. Maar nog meer dan dat reflecteerde een
stem voor Scott Brown de vrees voor de economische crisis, twijfels
over het zogenaamde herstel en woede over de hulp aan de grote banken.
De kiezers in Massachusetts zijn het ook beu om als vanzelfsprekend
beschouwd te worden door de democratische leiders en de huidige
democratische gouverneur, Deval Patrick, is extreem onpopulair door
verschillende besparingsrondes.
De Democraten controleren de staat, de volledige legislatuur en
het Bostons stadsbestuur. Er is geen levende ziel die een periode kan
herinneren wanneer ze geen éénpartij controle hadden over al deze
instellingen. Nu hebben ze, daar bovenop, ook het gouverneurschap. De
republikeinen wonnen al verkiezingen met gelijkaardige ‘good-old-boy’
kandidaten, maar nooit een zetel in Washington en zeker nooit in de
senaat. Terwijl ze aan de macht waren, vielen locale Democraten de
vakbond van de leerkrachten en de brandweer aan en sneden ze in de
budgetten voor sociale programma’s. Voor een volledig overzicht van
Devals democraten in Massachusetts zie het Engelstalig archief van de
‘Boston organizer’ (de nieuwsbrief van Boston Socialist Alternative –
het CWI in de VS) via deze link .
Massachusetts is één van de staten die het hardst getroffen werd door
de financiële ineenstorting. Zo wordt de bouwsector geplaagd door
jobonzekerheid nu meer dan 30% van de arbeiders zonder job zitten. Er
is geen zicht op beterschap door nieuwe besparingen en zonder
belangrijke openbare werken. In deze context was Scott Browns
beslissing om zijn campagne te voeren vanuit een pickup een slimme
populistische truc.
Deze verrassing ging over meer dan alleen “Obamacare”. Toch
moet erkend worden dat Brown van uit het niets is opgekomen met een
campagne die focuste op de nieuwe gezondheidszorgwet. En dat in een
staat die model stond voor de nieuwe wet. De kiezers beseften dat er
geen sprake was van een degelijke hervorming en zijn niet tevreden.
Werkenden met een laag loon zijn verplicht om ontoerijkende
verzekeringen af te sluiten die ze niet willen, en de
gezondheidsindustrie ontvangt rjkelijke overheidssubsidies, per capita
de hoogste van alle Amerikaanse staten. Dit is een waarschuwing dat de
enige vrienden die de democraten zullen maken met deze nieuwe wet de
bedrijfslobbyisten zulen zijn, hoe welbespraakt Obama ook spreekt van
“historische hervormingen”.
Het was voor Brown makkelijker om de hervorming aan te vallen
omdat weinigen een verschil zagen met de regionale wetgeving in de
deelstaat. Er komt geen “gratis gezondheidszorg voor iedereen” en zelfs
geen sterke “publieke optie”. In een peiling van The New York Times in
februari bleek dat 59% van de Amerikanen wou dat de overheid
alomvattende gezondheidszorg aanbood, terwijl slechts 32% dit wou
overlaten aan private investeerders. De media zwijgen nochtans in alle
talen over de optie van nationale gezondheidszorg, alle aandacht gaat
naar de reactionaire “Tea Party” dat waanzinnige standpunten naar voor
brengt.
Twee verschillende campagnes
Brown hield een nationale fondsencampagne. Hij bleef zichzelf
herhalen over het potentieel om “de 41ste republikeinse senator” te
kunnen worden, een beslissende zetel in een congres dat verdeeld is
langs partijlijnen. Zijn geld kwam in hoofdzaak van conservatieve
republikeinen van buiten de Bay State (Massachusetts, nvdr). Zijn
financieel duwtje in de rug steeg van 1 miljoen dollar tot 12 miljoen
nadat hij de nationale toer op ging.
Dit geld werd gebruikt voor een campagne aan de basis met
meetings die bijgewoond werden door onafhankelijke geregistreerde
kiezers. De oriëntatie van de campagne, via de telefoon en mail, was
bijna uitsluitend op onafhankelijke kiezers. Dit ondanks het feit dat
de onafhankelijken traditioneel niet komen opdagen voor “uitzonderlijke
verkiezingen” zoals deze. Deze op het eerste gezicht wanhoopspoging
deed een storm ontstaan in de economische woestijn die Massachusetts
is, en op de verkiezingsdag sloeg de woede om in een schok.
Bijna-records op vlak van opkomst in een verkiezing met maar één zetel
te verdelen en met afgrijselijk weer, dat wisselde tussen sneeuw, regen
en terug.
De uitslag van de verkiezingen moet niet gezien worden als een
stem voor het behoud van de status quo van een op winst gebaseerde
gezondheidszorg. Het is een stem tegen de meer omstreden aspecten van
de hervormingen. De campagne van Brown hamerde er voortdurend op dat de
bestaande verzekeringen van doorsnee Amerikanen geschrapt zouden
worden. Een andere filmpje toonde de democratische kandidaat Coakley
die in Washington ontmoetingen had met de verzekeringssector en de
farmaceutische industrie.
Brown profileerde zich als een outsider en “gewone burger”
zonder banden met de traditionele politici. Coakley zocht steun bij het
democratisch establishment. De weduwe van Ted Kennedy werd ingeschakeld
en naar het einde van de campagne werd zelfs Obama naar Massachusetts
gehaald, zonder enige impact op de resultaten. Dit is een belangrijke
indicatie dat het enthousiasme voor Obama is verminderd en dat zijn
wittebroodsweken stilaan ten einde zijn gekomen.
Einde van de wittebroodsweken van Obama
Eerst was Coakley nogal neerbuigend tegenover haar tegenkandidaat
Brown. In de laatste weken van de campagne lanceerde Coakly een aantal
harde politieke spotjes. In een staat met een reputatie voor politieke
moddergevechten was de campagne van Coakly een absoluut dieptepunt. Op
bepaalde momenten verdraaide ze zelfs de standpunten van Brown. Dit
toonde aan dat de Democraten geen idee hadden hoe ze om moesten gaan
met hun republikeinse uitdager. Dit leidde tot verschillende parodieën
op de radiozenders.
Het spreekt echter voor zich dat de verkiezingen van een
conservatieve Republikein geen stap vooruit is en niet licht mag worden
opgevat. Brown zal er geen problemen mee hebben om zaken te doen met
rechtse lobbyisten of republikeinen. Dit toont het gevaar aan van de
huidige situatie. Het wijdverspreide ongenoegen in de samenleving over
de huidige status quo en het vacuüm dat bestaat ter linkerzijde wordt
ingevuld door rechts populisme. Isolering, wanhoop en anti-sociaal
gedrag zouden kunnen toenemen. Er is toenemende steun voor randfiguren
binnen de republikeinse beweging. Dit kan op zijn beurt leiden tot een
toename van de electorale geloofwaardigheid van uiterst-rechtse
organisaties zoals de Minutemen (anti-immigranten organisatie) of de
‘tea-parties’, die meer steun zouden kunnen krijgen voor hun nauwelijks
verborgen racisme.
De gevaren houden uiteraard ook kansen in. Het ongenoegen ten
opzichte van het establishment is zeer groot. Het patronaat is zeer
onpopulair en het ongenoegen van de arbeidersklasse neemt toe. Door het
ongenoegen richting te geven, is het mogelijk om de werkenden te
organiseren in strijd tegen de gevolgen van de crisis en tegen het
systeem. De strijd tegen de besparingen in het onderwijs in Californië
toont dit aan. De bezetting van een fabriek in Chicago een jaar geleden
toonde aan dat het mogelijk is om de steun te winnen van de bevolking.
De oorlog, steun aan de banken, “hervorming” van de gezondheidszorg,…
tonen aan dat de Democraten niet aan de kant van de werkenden staan.
Als we de ring ingaan zonder politieke vertegenwoordiging, beginnen we
de strijd met onze handen op de rug gebonden.
We hebben kandidaten nodig die onafhankelijk zijn van de twee
traditionele partijen, die geen financiële steun krijgen van het
patronaat. De kandidaten moeten opkomen met een duidelijk programma
tegen de besparingen, tegen de steun aan de banken, tegen de steun aan
de oorlog en voor een openbare gezondheidszorg. Onafhankelijke
kandidaten moeten ondersteund worden en op basis van de resultaten van
de campagne moet er een initiatief genomen worden om een
arbeiderspartij op te richten met steun van vakbonden,
anti-oorlogsactivisten, groenen en lokale activisten. Zonder een links
alternatief blijven we zitten met de huidige politici die ons in de
problemen hebben gebracht.
Socialisten zijn tegen de steun aan de grote banken, toename
van het aantal militairen in Afghanistan en de besparingen. We willen
de belastingen verhogen voor de grote ondernemingen en rijken om met
dat geld te investeren in grote publieke werken. Op die manier zouden
er miljoenen banen gecreëerd kunnen worden door te investeren in
milieuvriendelijk openbaar vervoer, betaalbare huisvesting, betaalbare
gezondheidszorg en gratis onderwijs. Dit veronderstelt uiteraard een
gevecht tegen het establishment met demonstraties, stakingen en een
arbeiderspartij die onze belangen verdedigt. In plaats van steun te
geven aan banken of toe te staan dat er massaal banen verdwijnen in de
industrie zouden de sleutelsectoren in de economie onder democratische
controle geplaatst moeten worden van de werkenden en hun
gemeenschappen.
Wat wil dit zeggen voor de verkiezingen in 2010?
Veel Democratische strategen die in de zak van het patronaat zitten,
zullen zeggen dat de werkenden naar rechts zijn opgeschoven en dat de
Democraten dat dus ook moeten doen om de verkiezingen te winnen. Dat is
een verdraaiing van de realiteit. Het ongenoegen waarop Brown werd
verkozen kon evengoed gekanaliseerd worden via een onafhankelijk
alternatief op de traditionele partijen. Het probleem is dat de
Democraten met handen en voeten gebonden zijn aan de broodheren die hun
campagnes financieren en jongeren en werkenden uitzuigen.
De rechtse agenda van de Republikeinen werd bij de vorige
verkiezingen ruim verslagen met de roep naar verandering. Jongeren zijn
opgegroeid met een intense haat ten opzichte van Bush. Het land wordt
diverser qua etnische samenstelling en meer open ten opzichte van
holebi’s. De ondernemingen, managers en vooral de grote banken worden
algemeen gehaat. Er is veel bezorgdheid over het milieu. Opiniepeiling
na opiniepeiling toont dit aan, alleen hebben de Democraten schrik om
deze trend te volgen.
Drew Westen stelde in de ‘Huffington Post’, “Amerikanen waren
het beu om te horen dat Obama bankiers en speculanten probeerde te
paaien op een moment ze opnieuw recordbonussen begonnen binnen te halen
nadat ze in 2009 een “schitterende” werk hadden gedaan. Het duurde meer
dan een jaar vooraleer Obama het idee naar voor schoof om de bankiers
voor een deel te laten opdraaien voor de schade die ze hebben
veroorzaakt, en op dat moment hebben zeer weinig Amerikanen er
vertrouwen in dat dit idee ooit zal worden omgezet in wetten of dat de
kosten niet gewoon zullen worden doorgerekend aan de klanten.”
Er kunnen parallellen worden getrokken met de tussentijdse
verkiezingsoverwinning van de Republikeinen na twee jaar van
Democratische dominantie waarin men niet veel meer heeft gerealiseerd
dan de stemming van NAFTA ((North American Free Trade Agreement) dat
een aanval was op de levensomstandigheden van de meeste Amerikanen. De
voorstanders van het idee van het minste kwaad zeggen nu dat met de
verkiezing van Brown de Democraten geen grote meerderheid meer hebben
en dus moeilijker bepaalde wetten door het parlement kunnen laten
goedkeuren. Sinds wanneer is een grote meerderheid echter nodig om
wetten door het parlement te laten stemmen? De Republikeinen hebben die
meerderheid onder Bush ook nooit gehad en toch zijn ze er in geslaagd
om zonder al te veel problemen de ene na de andere wet te laten
goedkeuren.
Op de website Counterpunch stelt Alexander Cockburn terecht,
“Onafhankelijken zien niets van de veranderingen die werden beloofd
door Obama. Werkenden in de vakbonden die het voetvolk leverden voor de
verkiezingsoverwinning van Obama zien geen verbetering in hun
economische condities. Iedereen weet dat Obama de kampioen is van de
bankiers maar niet van de slachtoffers van de crisis. De liberalen in
de VS kijken zuur terug op de afgelopen 12 maanden. De oorlog in
Afghanistan is uitgebreid en Obama heeft veel van zijn
verkiezingsbeloftes om te breken met het beleid van Bush en Cheney
gebroken.”
Veel van het ongenoegen kan gericht worden op de Democraten en
de Republikeinen die zich als outsiders opstellen. In verkiezingen met
twee kandidaten die aan elkaar gewaagd zijn, is er een enorme druk van
liberalen en vakbondsleiders om de kandidaat van de Democraten te
steunen. Socialisten en andere activisten zullen aan deze druk
weerstand moeten bieden om de fundamenten te leggen van het verzet
tegen het beleid van de twee traditionele partijen.
Socialist Alernative (CWI in de VS) voert samen met andere
vakbondsleden en activisten in Massachusetts campagne tegen de
ontslagen en besparingen van de afgelopen weken. We hebben
verschillende keren mensen ontmoet die enthousiast waren over de
campagne van Brown. Dit waren absoluut geen “fiscale conservatieven”,
maar sommigen stelden dat de beste manier om de besparingen te stoppen
een stem voor Brown was. De meeste kiezers van Coakly die we tegen
kwamen begonnen met te zeggen: “Ik hou niet van Coakly, maar….”
Zonder geloofwaardig alternatief in de tussentijdse
verkiezingen kunnen we alleen maar zeggen dat strijd de enige manier is
om ontslagen te vermijden en niet de steun van de politici van
traditionele partijen. Mocht er een onafhankelijke kandidaat zijn
geweest, dan hadden we kiezers iets kunnen aanbieden om op te stemmen
om hun ongenoegen te uiten. Er is een openheid voor de noodzaak aan
fundamentele ingrepen en meer mensen ontdekken socialistische ideeën.
Een gevecht tegen besparingen kan de focus leggen op de hebzucht van de
ondernemingen en de nood aan onafhankelijke kandidaten die naar voor
komen uit deze strijd en die een alternatief kunnen bieden voor de
traditionele partijen in 2010. Anders zullen er meer Martha Coaklys en
Scott Browns komen.
|