|
Studenten voeren actie. Stop de besparingen! |
|
|
|
|
woensdag 03 februari 2010 |
|
Eergisteren werden aan vier universiteiten acties opgezet om te
protesteren tegen de plannen van onderwijsminister Plasterk om de
basisbeurs af te schaffen. Hierdoor zouden studenten eerst moeten
aantonen dat ze hun studies niet zelf kunnen betalen voor een beurs
wordt toegekend. De beurs zou bovendien in de vorm van een lening
worden toegekend waarbij deze na de studies moet worden terugbetaald.
Deze maatregel is een forse besparing en ondermijnt het democratisch
karakter van het onderwijs. Studeren zal voortaan enkel mogelijk zijn
voor wie het kan betalen. Een lening aangaan om te studeren vormt
immers een groot risico, zeker in tijden van crisis en toenemende
werkloosheid. De geplande besparing op de basisbeurs is een onderdeel
van het plan van Plasterk om fors te besparen op het onderwijs.
In Nijmegen, Amsterdam, Utrecht en Rotterdam werd daarom actie
gevoerd met bezettingen, elders waren er ludieke acties. In Rotterdam
zijn er nog steeds twee collegezalen bezet, in Utrecht is het
bestuursgebouw nog steeds bezet. Er wordt tegen verschillende
maatregelen geprotesteerd en meer algemeen tegen de “vermarkting” van
het onderwijs waarbij de universiteit een diplomafabriek ten dienste
van de bedrijfswereld wordt. Dit is een internationaal fenomeen in het
kader van de Bologna-akkoorden die de afgelopen tien jaar overal in
Europa hebben geleid tot “hervormingen” waarbij het onderwijs meer op
de markt werd afgestemd. Eerder dit academiejaar leidde dit tot
bezettingsacties in onder meer Oostenrijk en Duitsland.
De afschaffing van de studiebeurs wordt betwist door de studenten.
De VVD bracht deze suggestie naar voor en ook minister van
financiën Wouter Bos (PvdA) vindt het een bespreekbare optie: “Sommige
landen kennen al een dergelijk systeem van studiefinanciering. Daar zie
je dat studenten na een gewenningperiode vrij snel genezen van
leenangst.”
De Landelijke Studenten Vakbond (LSVb) verzet zich tegen de
maatregel, maar de protestacties worden vooral van onderuit door
kritische studenten opgezet. De LSVb biedt geen nationale coördinatie
of actieplan aan, de studenten die vandaag het voortouw nemen met onder
meer het Comité S.O.S. zullen ook op nationaal vlak het voortouw moeten
nemen om een nationale, strijdbare en actieve studentenbeweging uit te
bouwen. Dat kan de basis vormen voor een informatie- en
mobilisatiecampagne waarmee de beweging kan worden uitgebreid.
De eis van de LSVb voor een “degelijk onderzoek” naar de gevolgen
van de afschaffing van de studiefinanciering is te beperkt, een
volledige intrekking van de plannen moet een centrale eis zijn.
Bovendien is het nodig om dit te kaderen in de “vermarkting” van het
onderwijs en de noodzaak van meer publieke middelen voor het onderwijs.
Een strijdbare opstelling van de studenten samen met een bredere
mobilisatie kan de toon zetten. Het kan een eerste oproep zijn om de
geplande bezuinigingen niet zomaar te aanvaarden. Waarom zouden
jongeren moeten opdraaien voor de gevolgen van een crisis waarvoor niet
zij verantwoordelijk zijn? Een dynamische jongerenbeweging die zich
meteen oriënteert op de arbeidersbeweging kan zowel de studentenacties
als de kritische vakbondskaderleden die zich verzetten tegen het
optrekken van de pensioenleeftijd versterken. De vele steunreacties
voor de studenten uit vakbondskringen zijn een indicatie van de
mogelijkheden.
Naast Offensief betuigt ook de studentenorganisatie van onze Belgische zusterpartij, de Actief
Linkse Studenten, hun steun aan de bezettingsacties. De
aanvallen op het hoger onderwijs gebeuren in alle Europese landen, ons
verzet tegen de vermarkting van het onderwijs moet ook Europees worden
benaderd. De acties in Oostenrijk, Duitsland, Griekenland, België en elders inspireren en versterken het verzet in Nederland.
|