|
De belangrijkste oppositiekandidaat bij de presidentsverkiezingen van
dinsdag, generaal Sarath Fonseka, staat onder “hotel-arrest” en wordt
bewaakt door honderden agenten. De winnaar van de
presidentsverkiezingen, de vorige president Mahinda Rajapakse, riep
intussen zijn overwinning uit. Fonseka vreest intussen voor zijn leven
na de gewelddadige verkiezingscampagne. Voor de arbeiders en armen is
er geen beterschap in zicht met de voortzetting van de dictatuur van
Rajapakse.
Deze verkiezingen waren de eerste na het einde van de 30 jaar
durende burgeroorlog. De volledige bevolking van het eiland kon zich
daarbij uitspreken voor of tegen de president. Zijn leger had
tienduizenden Tamils afgeslacht. De belangrijkste oppositiekandidaat,
Fonseka, was de generaal die aan het hoofd van dat leger stond.
De voormalige rechterhand van Rajapakse stelde zich in de
verkiezingscampagne voor als de verdediger van de democratie en hij
beloofde de Tamil minderheid in het land zelfs een verbetering van hun
situatie. Hij kreeg de steun van de meeste Tamil verkozenen die dachten
dat een stem voor Fonseka tactisch was om verandering te bekomen. Voor
de arbeiders en armen was er geen echte keuze: Fonseka of Rajapakse was
als een keuze tussen pest en cholera.
Linkse socialisten verzetten zich tegen oorlog
De United Socialist Party hield vast aan haar standpunt van
arbeiderseenheid tussen Singalese en Tamil arbeiders. We verdedigen het
recht op zelfbeschikking van de Tamil-minderheid. De USP slaagde er in
om enkele duizenden mensen te bereiken. Er was een beetje
media-aandacht, maar zonder rijke sponsors en met heel beperkte
middelen in vergelijking tot de kandidaten van het establishment, was
het onmogelijk om een antwoord te bieden op alle leugens,
verdraaiingen, desinformatie en verwarring die werd gezaaid bij deze
verkiezingscampagne.
In het Tamilgebied kreeg Fonseka heel wat meer stemmen dan
Rajapakse. Ondanks enorme intimidatie en geweld bij de campagne en
tijdens de verkiezingen (zo waren er bomaanslagen in Jaffna op de dag
van de verkiezingen), kreeg de generaal twee keer zoveel stemmen als de
president. In het noorden 167.630 stemmen tegenover 66.052 en in het
oosten 386.823 tegenover 272.327.
In het door Singalezen gedomineerde zuiden haalde Rajapakse een
meerderheid in iedere provincie. Dat werd mee mogelijk door enorme
verkiezingsfraude, de verkiezingscommissie slaagt er niet in om alle
klachten bij te houden. De verantwoordelijke voor de
verkiezingscommissie liet ook op voorhand weten dat hij ontslag zou
nemen zodra de resultaten werden bekend gemaakt.
Regeringsvoertuigen en personeel werden ingezet om de campagne
van de president te voeren. Er waren affiches van Rajapakse die heel
wat groter waren dan wat officieel is toegelaten, het leger bracht
affiches van 8 meter hoog aan. Toen die affiches verschenen,
suggereerde Siritunga Jayasuriya, de kandidaat van de USP, dat de
bevolking zelf de zaken in handen zou moeten nemen door de affiches te
verwijderen.
Verkeerde politiek van het Tamil establishment
Bij de vorige presidentsverkiezingen in 2005 gaven de verkozenen van
de Tamil Alliantie (TNA) het verkeerde advies om de verkiezingen te
boycotten. Dat lag in de lijn met de positie van de Tamil Tijgers
(LTTE) die op dat ogenblik nog in een oorlog met het Sri Lankese leger
waren betrokken. Het resultaat was dat Rajapakse werd verkozen met
quasi enkel stemmen van Singalezen.
Ook nu maakten de gevestigde politici van de Tamil Alliantie
een blunder van formaat. Ze riepen niet op voor een kandidaat wiens
partij steeds voor de rechten van de Tamil-minderheid was opgekomen
tijdens de oorlog en dat tegen het chauvinisme en de repressie van het
regime in. In de plaats van Siritunga Jayasuriya te steunen als
alternatief op de chauvinisten en vertegenwoordigers van de heersende
kapitalistische elite, kozen ze voor een tactische stemoproep.
De verkozenen van de Tamil Alliantie komen voort uit de hoogste
lagen van de klassen (en kasten) samenleving. Ze verspreiden de illusie
dat de nationale verzuchtingen van de Tamil bevolking kan worden
gerealiseerd zonder te raken aan de bestaande verhoudingen in de
samenleving. Ze dromen van een Tamil-land dat een nieuw Singapore zou
worden.
De opkomst van de Tamil-kiezers in het noorden maakte duidelijk
dat er weinig enthousiasme was voor de stemoproep van de Tamil
Alliantie of om te kiezen voor één van de twee onderdrukkers en
verantwoordelijken voor de oorlog. In Jaffna ging slechts 25% stemmen.
Weinig vluchtelingen stemden, laat staan dat er in de
vluchtelingenkampen werd gestemd. Weinigen waren geregistreerd, velen
mochten niet eens stemmen.
Zelfs indien er een “eerlijke strijd” was geweest bij deze
verkiezingen, dan nog had de Tamil bevolking er geen voordeel uit
gehaald. Dat zet meteen de deur open voor een nieuwe radicalisatie
onder de Tamilbevolking.
Strijd voor democratie en socialisme gaat verder
De
USP voerde in heel het land campagne met pamfletten, affiches en
meetings. Na een moeilijke periode tijdens de oorlog was het niet
evident om massaal naar buiten te treden. Bovendien was er ook in de
campagne heel wat geweld. Toch haalde de USP meer dan 8.000 stemmen,
een bewuste keuze voor een socialistisch alternatief. De USP haalde de
hoogste score van de linkse kandidaten en zal verder bouwen op de
verkiezingscampagne.
|