|
Onder het oog van de internationale gemeenschap wordt Haïti letterlijk
overgenomen door de Verenigde Staten. De verschrikkelijke aardbeving
van ondertussen bijna twee weken terug zou aan minstens 150.000 mensen
het leven gekost hebben en neemt op veel vlakken ergere proporties aan
dan de Tsunamiramp van eind 2004. Terwijl zowel onmiddellijke als
structurele hulp meer dan nodig is, bekommert de VS zich vooral om het
“beveiligen” van de rampzone, zogezegd zodat het reddingspersoneel haar
werk kan doen. Meer dan 12.000 militairen sturen en dergelijke
“veiligheid” uitdrukkelijk op de eerste plaats stellen, doet vermoeden
dat er meer zit achter de VS-interventie.
Marc, overgenomen van zijn blog
Het meest frappante is dat de Obama-administratie en zijn twee
voorgangers (Bush Jr. en Clinton) niet veel moeite doen om hun reële
bedoelingen te verdoezelen. Dat is niet verwonderlijk, gezien het
VS-imperialisme in Haïti de afgelopen decennia steeds duidelijk was. De
VN laat de VS begaan met haar militaire interventie, terwijl het
technisch gezien om een invasie gaat met gebruik van militaire macht.
Hoe anders kan uitgelegd worden dat de luchthaven van
Port-au-Prince beveiligd is door Amerikaanse soldaten die prioriteit
geven aan hun eigen militaire vliegtuigen boven deze van NGO's en
andere hulpgroepen?
Daar eindigt het niet: er is een langetermijnagenda voor de VS,
die nooit de greep op Haïti heeft verloren en met deze ramp een kans
ziet om deze zelfs te verstevigen. Clinton stelde al dat Haïti een
uitstekende plaats is om te investeren, met name in toerisme. De lage
lonen zitten daar voor iets tussen, en dergelijke retoriek wordt ook
door het IMF ondersteund. Laatstgenoemde en de Wereldbank denken er
trouwens niet aan om de openstaande schuld van Haïti kwijt te schelden.
Het herstel van Haïti zou moeten gebeuren via de vrije markt.
Eind goed al goed, want Amerikaanse investeerders zullen massaal
toehappen om het land op te bouwen en later te profiteren van verlaagde
belastingen, verregaande privatiseringen en extreem lage lonen. Dat dit
in werkelijkheid overeenkomt met nog meer uitbuiting, chaos en armoede,
weten we ondertussen al. De vraag is echter: valt er eigenlijk nog iets
te stelen in Haïti? Blijkbaar wel, want hoewel dit land even arm is als
pakweg Sierra Leone, biedt een ramp van dergelijke proporties enorme
kansen.
Kapitalisme in zijn meest cynische vorm: men gooit de ruit van
een bakker in en deze ruit moet hersteld worden. Gevolg: er ontstaat
economische activiteit. Hetzelfde geldt helaas ook voor Irak, waarvan
de heropbouw ondernemingen als Halliburton al miljarden opleverde. Wie
dacht dat we van het cynisme van figuren als Bush en Cheney (ex-CEO van
Halliburton) af waren, heeft het bij het verkeerde eind.
De goede wil van Obama om eens een Amerikaans president te zijn
die niet de geschiedenis ingaat als oorlogsmisdadiger, moet het
onderspit delven tegen de mechanismen van de logica van het
kapitalisme. Deze logica stelt dat ook rampen winstgevend moeten zijn
en dat “de markt” de enige weg is om uit dergelijke crisissen te raken.
Obama kan het daarmee niet oneens zijn, want hij is niet verschillend
van een Bush of een Clinton als het aankomt op het verdedigen van de
imperialistische belangen van de VS. Hij kan ook niet, want elke
Amerikaanse president komt aan de macht gesteund door lobby's van de
machtigste bedrijven.
We mogen ons verwachten aan enerzijds een enorme gulzigheid van
Amerikaanse multinationals die dankzij de huidige militaire tussenkomst
van de VS allerlei grote contracten zullen mogen sluiten. Anderzijds
lijkt het erop dat de militaire aanwezigheid van zowel VS als VN ertoe
zal dienen om invloed te winnen in de regio.
Evo Morales stelde dat de VN de hulp moet reguleren en dat
gewapende troepen enkel onder deze vlag naar Haïti mogen trekken, met
een tijdelijk mandaat en uitsluitend om veiligheid te garanderen. Wat
we nu zien is iets anders: de bezetting van een land dat de facto een
VS-staat geworden is, maar dan wel zonder 'representation'.
Tegelijk scharrelen overheden, NGO's en andere instellingen
relatief kleine bedragen bij elkaar die onmogelijk tegemoet kunnen
komen aan de noden die er in Haïti zijn en al waren. Mensen tonen zich
van hun beste kant door bedragen te storten via allerlei benefieten. De
menselijke solidariteit is mooi maar volstaat niet. Het kan tevens het
idee vestigen dat aalmoezen volstaan, ook al is het op grotere schaal.
Veel van de liefdadigheid heeft meer met theater te maken, dan dat er
effectief iets wordt gerealiseerd. Individuele solidariteit is
belangrijk, maar dit is geen structurele hulp.
Het is tijd om deze ramp op de politieke agenda te zetten onder
de vorm van duidelijke eisen. Eisen die tegemoet komen aan de
onmiddellijke noden van de Haïtianen en anderzijds gericht zijn tegen
het VS-imperialisme en de opgelegde vrijhandelsakkoorden die het land
enkel kwetsbaarder en afhankelijker maken. Zoiets kan alleen maar via
een consequent programma dat ook het verband legt met het
kapitalistisch systeem en dat internationale solidariteit op alle
vlakken uitdrukt. Dat er letterlijk triljarden geïnvesteerd werden om
banken te redden, terwijl er voor Haïti amper een paar miljard af kan,
maakt duidelijk hoe hoogdringend de bekamping van dit systeem geworden
is. Deze ramp toont het cynisme, de perversheid en de elementaire
absurditeit van het kapitalisme.
|