|
Onze Belgische zusterpartij LSP publiceerde op het einde van 2009 een brochure met een "pleidooi
voor een socialistisch anti-crisisprogramma voor werkende vrouwen".
Momenteel zijn we een campagne aan het opzetten voor de
wereldvrouwenmars op 6 maart. Dat biedt meteen een goede gelegenheid om
de brochure ook online te publiceren. We zullen dit in verschillende
stukjes doen om de leesbaarheid te bevorderen.
Vrouwencommissie LSP
1. De crisis slaat toe
Hoewel de meeste economen de “eerste tekenen van verbetering van de
economische situatie” zien, voegen ze er allen aan toe dat de
werkloosheid nog enorm zal toenemen.
Elke dag wordt wel een aankondiging gepubliceerd van honderden
ontslagen in het kader van herstructureringen, overnames of sluitingen
van bedrijven. Ondertussen verliezen ook honderden mensen hun werk en
inkomen in de vele faillissementen van kleinere bedrijven die de pers
niet halen. In september gingen niet minder dan 1.015 bedrijven
failliet, een absoluut maandrecord. Dat brengt de teller voor dit jaar
al op 6.981 bedrijven die over de kop zijn gegaan (De Morgen
01/10/’09).
Tussen januari en september 2009 verloren ruim 57.000 mensen
hun werk. Net geen 1,4 miljoen mensen (op een beroepsbevolking van
bijna 5 miljoen) ontvangen vandaag een uitkering van de RVA (Knack
02/09/’09). En de toekomst ziet er niet rooskleurig uit, zo goed als
iedere instelling verwacht een verdere toename van de werkloosheid tot
minstens eind 2010.
En werkloosheid is niet de enige manier waarop de regeringen en
het patronaat de rekening voor de crisis aan de arbeiders, de
uitkeringsgerechtigden en hun gezinnen (zullen) presenteren.
Steeds meer is werk hebben geen garantie dat je ook enigszins
comfortabel kunt leven. De armoedegraad is vooral hoog onder mensen die
van een sociale uitkering leven, maar ook bijna 5% van de werkenden is
officieel arm (inkomen als alleenstaande lager dan 878 euro per maand)
en bijna 8% van de deeltijds werkenden (Gazet van Antwerpen,
02/04/’09). Zoals de krant vermeldt, verdienen heel wat deeltijdsen
nauwelijks 600 euro/maand.
Deze cijfers weerspiegelen hoe op de arbeidsmarkt steeds meer
vaste en voltijdse betrekkingen verdwijnen en hoe steeds meer
laagbetaalde, onzekere, tijdelijke en/of deeltijdse jobs gecreëerd
worden. In 2006 werkte reeds 7,8% van de mannelijke werknemers
deeltijds en maar liefst 44,2% van de vrouwelijke loontrekkenden
(cijfers: loonkloofrapport 2009 van de federale overheid). De druk op
werklozen om dit soort jobs aan te nemen stijgt verder met ieder
“activeringsplan”. En het is een vicieuze cirkel want iedere dergelijke
job zet een bijkomende druk op het algemene loonpeil. De beter
verdienende arbeiders, zij met een vast contract en collectief
onderhandelde lonen, worden er dagelijks mee gechanteerd.
Vandaag liggen bijvoorbeeld de overheidspensioenen in het
vizier, hoewel men met dergelijke structurele ingrepen waarschijnlijk
zal wachten tot na de verkiezingen die ten laatste in juni 2011 moeten
plaatsvinden. De oplossing van de burgerlijke partijen - zij die de
belangen van het patronaat verdedigen – voor de ongelijkheid in de
pensioenen van werknemers uit de privé en zij uit de openbare diensten
zal in geen geval een gelijkschakeling van de slechtste pensioenen met
de beste zijn, m.a.w. pensioenen met welvaartsaanpassing via het
perequatiesysteem. Veeleer zal het gebruikt worden om de verdere afbouw
van de overheidspensioenen in te luiden. Nu reeds betekenden de
besparingen van de laatste 25 jaar dat een steeds groter deel van het
personeel niet vastbenoemd is en dus niet in aanmerking komt voor een
ambtenarenpensioen.
Naast een dalend inkomen door gestegen werkloosheid en
slechtere loon- en arbeidsomstandigheden, betalen we ook voor de crisis
via de afbouw van de openbare diensten en de sociale zekerheid.
In de afbouw van de sociale zekerheid zijn in de laatste 25
jaar al heel wat reuzenstappen gezet. Door de constante afbouw van de
inkomsten van de sociale zekerheid (door aangehouden loonmatiging en
verminderingen van de patronale bijdragen, maar ook door de structurele
hoge werkloosheid) zijn we nu in een situatie terechtgekomen waarin de
sociale zekerheidskassen tekorten vertonen. Tekorten die gebruikt
worden om de uitkeringen onder de leefbaarheiddrempel te houden.
Ondertussen werden tal van openbare diensten geprivatiseerd en
zij die dat lot ontliepen, ontsnapten niet aan de gevolgen van de
liberalisering en de niet aflatende druk van opeenvolgende saneringen.
Personeelstekort en een te hoge werkdruk kenmerken zowel de
geprivatiseerde bedrijven als zij die in overheidshanden gebleven zijn,
zoals de Post en de NMBS. Hetzelfde beeld gaat op voor de
zorginstellingen. Nochtans namen de kosten voor gebruikers en patiënten
enkel toe.
En ook alle andere besparingspistes die vandaag door de diverse
regeringspartijen worden naar voor gebracht, zullen hoofdzakelijk door
de grote meerderheid van werkenden en uitkeringsgerechtigden worden
opgehoest.
Meer betalen voor diesel door de verhoging van de accijnzen
erop zal zich immers laten voelen in de portemonnee van zij met een
laag tot gemiddeld inkomen, terwijl het voor de echt rijken nog geen
speldenprik betekent. En, zoals ex-gouverneur van de Nationale Bank
Verplaetse in een interview in de Knack (22/09) liet neerschrijven,
"Over één zaak mogen we ons geen illusies maken: de
saneringsinspanningen zullen worden gedragen door de gezinnen. Ik weet
wel dat de overheid ook een bijdrage zal vragen aan de banken en aan de
elektriciteitsproducenten, maar je moet er niet aan twijfelen dat die
de gevraagde inspanning zullen doorberekenen aan de gezinnen. Gevolg is
dat hoe dan ook vooral de gezinnen zullen opdraaien voor de crisis."
2. Regering en patronaat voeren een verdeel-en-heerspolitiek om ons te doen betalen
Het is frappant hoe alle regeringspartijen over elkaar struikelen in
de verzekering dat “niet de allerzwaksten voor de crisis moeten
betalen”. De PS voorop natuurlijk, maar ook de CD&V moet de indruk
wekken de verdediger van de armsten te zijn. En zelfs de liberalen van
Open VLD en MR bevestigen dat het degenen zijn die de crisis hebben
veroorzaakt die ervoor moeten opdraaien. Als de vos de passie preekt,
boer pas op je kippen!
Vandaag worden de arbeiders die nog een voltijdse en “vaste”
job hebben, door de heren en dames politici “de happy few” genoemd. Zij
worden immers “nauwelijks” geraakt door de crisis. En ze zouden dan ook
tevreden moeten zijn met wat ze hebben om de ruimte vrij te laten om de
levensstandaard van de gezinnen met de laagste inkomens te vrijwaren.
In realiteit wordt hier, volgens aloud recept, de roof van de eeuw
voorbereid. De werkenden zullen gevraagd worden om nog eens tien jaar
loonmatiging te aanvaarden, om meer te betalen voor noodzakelijke
diensten en goederen, om harder of langer te werken voor hetzelfde
loon,… in naam van “de solidariteit”.
Van de sommen die hiermee worden binnengehaald zullen dan wel
een aantal kruimels gegooid worden naar de uitkeringsgerechtigden en de
werkenden met de allerlaagste inkomens, maar het bulk van die middelen
zal gaan naar het “herstellen van de economische groei”, lees: “het
herstellen van de winsten” van de grote bedrijven en de banken.
Ondertussen zal iedere ongelijkheid binnen de arbeidersklasse
worden uitgebuit. Racisme, seksisme, communautaire verdeeldheid, …
zullen worden opgezweept, waarbij de concurrentie onder de zwaksten op
de arbeidsmarkt zal worden misbruikt om voor de bazen zo gunstig
mogelijke voorwaarden te creëren. Een vlottere ontslagregeling, een
verdere afbouw van de sociale zekerheidsbijdragen, nog meer
flexibiliteit, … het staat allemaal op het verlanglijstje van het
patronaat. Indien we dit laten gebeuren, zal er van de naoorlogse
verworvenheden van de arbeidersklasse – nochtans met bloed, zweet en
tranen verkregen door opeenvolgende massale strijd – niet veel meer
overblijven.
Het is daarom zo belangrijk dat de arbeidersbeweging een eigen
programma en strategie ontwikkelt die de arbeidersklasse verenigt en de
verdediging van de zwaksten op de arbeidsmarkt opneemt door een
actieplan voor de uitbreiding van de verworvenheden van die groepen –
vrouwen, migranten, jonge arbeiders en 50-plussers,… - i.p.v. het
afbouwen van de verworvenheden van de sterkste groepen.
Een van die zwakkere groepen op de arbeidsmarkt – zoals alle
cijfers aantonen – zijn vrouwen. Massaal geraakt door tijdelijk en
deeltijds werk, waarmee niet voldoende wordt verdiend om vandaag de
hoge kosten van huisvesting, energie, enz. te betalen, nog steeds
oververtegenwoordigd in de lage loonsectoren,… verdienen vrouwen
gemiddeld een kwart minder dan mannen. In het voorwoord van het
loonkloofrapport 2009 van de federale overheid wordt dan ook correct
gesteld: “Hardnekkige ongelijkheden tussen mannen en vrouwen afdoen als
een luxeprobleem is vrouwen immers veroordelen tot een levenslange
crisis.”
De oplossing van de slechte positie van vrouwen op de
arbeidsmarkt kan echter niet verkregen worden door het inperken van de
zogenaamde privileges (wij noemen dat: verworvenheden) van de
mannelijke arbeiders. De loonmatiging van de beter verdienende –
meestal mannelijke – arbeiders raakt de arbeidersgezinnen immers
evenzeer als de lage lonen van vrouwen dat doen. Het is immers een
vicieuze cirkel. De loonmatiging sinds de jaren ‘80, die geleidelijk
maar zeker de reële lonen heeft afgebouwd, heeft gemaakt dat nu minimum
één loon en een half nodig is om als arbeidersgezin financieel de kop
boven water te houden. Die financiële noodzaak zet vrouwen dan weer
onder druk om gelijk welke “bijverdienste” aan te nemen, zelfs als die
onderbetaald is. Het bestaan van die slechte contracten en de creatie
van een lage loonsector zet dan weer druk op de beter verdienende
arbeiders, die erdoor tot loonmatiging worden aangezet.
Het patronaat en de regering – en alle in het parlement
vertegenwoordigde oppositiepartijen – misbruiken systematisch ideeën
als “gelijkheid” en “solidariteit” om ons een rad voor de ogen te
draaien, in onze zakken te zitten en de rijken een nog groter deel van
de door ons geproduceerde rijkdom toe te bedelen.
De enige gelijkheid waar wij naar streven, is een gelijkheid op
basis van de beste posities – vaste contracten en voltijdse
tewerkstelling voor iedereen, een arbeidstijd en flexibiliteit die
iedereen toestaat ook tijd te hebben voor een gezinsleven, hobby’s en
de ontwikkeling van de eigen kennis en talenten, een goede
pensioenregeling met welvaartsvaste uitkeringen,
vakbondsvertegenwoordiging in alle bedrijven,… Solidariteit binnen de
arbeidersklasse is nodig om die gelijkheid te bekomen. Ieder ander
programma leidt tot de afbouw van het algemeen loonpeil en de algemene
arbeidsomstandigheden en moet door socialisten worden geweigerd.
Het is daarom dat de vrouwencommissie van LSP/PSL het nodig
vindt deze brochure uit te brengen en een anti-crisisprogramma te
ontwikkelen voor werkende vrouwen. De burgerlijke partijen buiten
immers de ongelijkheid tussen man en vrouw uit om hun afbouw van de
welvaartsstaat – waarin openbare diensten, sociale zekerheid en toename
van de levensstandaard door hoge lonen centraal stonden – te
rechtvaardigen.
Voorbeelden zijn legio. Zo opperde de voormalige minister van
pensioenen Bruno Tobback bruutweg om het pensioen van mannen in een
koppel te verlagen door het overdragen van een deel van zijn
pensioenbijdragen naar de pensioenrekening van zijn partner. Op die
manier zouden vrouwen dan minder lage pensioenen hebben als gevolg van
een tijdelijke uitstap uit de arbeidsmarkt of het tijdelijk deeltijds
werken om de toegenomen gezinstaken op te vangen.
Zo slaagt hij erin het voor te stellen alsof het gebrek aan
leefbare pensioenen voor vrouwen er is door een slechte verdeling van
de pensioengelden, terwijl de problemen in de sociale zekerheidskas
niet veroorzaakt worden door de degelijke pensioenen van een minderheid
van werkenden – meer dan de helft van de gepensioneerden heeft een
pensioen dat lager ligt dan 1.000 euro – maar door de afbouw van de
patronale bijdragen aan de sociale zekerheid. Een afbouw die de partij
van meneer Tobback – de SP.a - van het begin tot het einde heeft
begeleid.
Om te voorkomen dat de burgerij erin slaagt verschillende
groepen van arbeiders tegen elkaar op te zetten – Franstaligen tegen
Vlamingen, Belgen tegen sans-papiers, migranten en nieuwe Belgen,
vrouwen tegen mannen, … - is het nodig dat de arbeidersbeweging een
éénmakend programma uitwerkt en er de strijd voor aangaat. Objectief is
er immers geen tegenstelling tussen de belangen van de verschillende
groepen van de arbeidersklasse en die van de klasse als geheel: om tot
verbetering van de levensstandaard van de meerderheid van de bevolking
te komen moet de strijd worden aangegaan tegen de kleine elite die met
het leeuwendeel van de rijkdom gaat lopen en de arbeidersklasse
onderling laat vechten voor de kruimels.
|