|
Eens te meer werd de arme bevolking van Haïti geraakt door een ramp.
Een krachtige aardbeving op 13 januari zorgde voor enorme
verwoestingen, onder meer in de hoofdstad Port-au-Prince. De beving had
een schaal van 7 op de schaal van Richter en was daarmee de zwaarste
aardbeving die ooit werd opgemeten in dit deel van het Caraïbisch
gebied. Er vielen veel doden, vooral onder de 3 miljoen inwoners van de
hoofdstad waarvan er velen in sloppenwijken wonen.
Artikel door Niall Mulholland (CWI)
Er wordt gevreesd dat er duizenden doden zijn gevallen naast heel
wat zwaargewonden en vermisten. Veel gebouwen werden verwoest, ook het
hoofdkwartier van de Stabilisatiemissie van de Verenigde Naties (een
missie van 9.000 VN-troepen en agenten die de “orde” moeten bewaren)
ging tegen de grond net als het presidentieel paleis.
De stroomtoevoer en de communicatielijnen werden onderbroken.
Het wanhopig arme land heeft weinig middelen om de gevolgen van de ramp
op te vangen. Er is een gebrek aan infrastructuur en gereedschap om het
puin te verwijderen, het ontbreekt ook aan reddingswerkers. De lokale
bevolking probeert slachtoffers van onder het puin te halen door met de
blote handen te graven.
Haïti is het armste land van de Westelijke hemisfeer en kent
een geschiedenis van vernietigende natuurrampen. In 2008 leidde een
reeks orkanen en tropische stormen tot meer dan 800 doden en zowat 1
miljard aan schade.
De Amerikaanse president Obama verklaarde direct na de ramp:
“We volgen de situatie op de voet en staan klaar om de bevolking van
Haïti bij te springen”. De geschiedenis van het VS-imperialisme in
Haïti en in de regio is er echter niet één van hulp bieden aan de
arme bevolking.
Na decennia van corrupte en vaak gewelddadige regimes met
imperialistische inmenging, wordt het aantal armen in Haïti op 80% van
de bevolking geschat, in de landelijke gebieden is dat 82%. 54% leeft
in “extreme armoede”. Slechts 52% van de volwassenen kan lezen of
schrijven, meer dan 70% van de bevolking is werkloos.
De heersende elite, het VS-imperialisme en andere regionale
machten zullen niet de hulp bieden die nodig is voor de bevolking van
het land na deze aardbeving, laat staan dat de middelen zullen voorzien
worden om het land herop te bouwen en te ontwikkelen.
Het CWI eist onmiddellijke maatregelen:
- Onmiddellijke massale financiering van hulp en heropbouw na de aardbeving
- Democratische controle over alle hulp en noodmaatregelen:
reddingsoperaties, hulp, huisvesting van de getroffen bevolking.
Grootschalige programma’s van heropbouw gecontroleerd door democratisch
verkozen comités van arbeiders, landarbeiders en armen in elk gebied
- De bouw van huizen, ziekenhuizen, scholen, wegen en infrastructuur van degelijke kwaliteit.
- Kwijtschelding van alle buitenlandse schulden
Decennialang is Haïti al getroffen door armoede, werkloosheid en
militaire dictaturen. Het beruchte door de VS gesteunde regime van
“Papa Doc” Duvalier werd verder gezet door diens zoon, Baby Doc,
waardoor er van eind jaren 1950 tot midden jaren 1980 een dictatoriaal
bewind was. Daar werd een einde aan gemaakt door massale strijd door
arbeiders en jongeren. Er volgden een aantal onstabiele regimes die het
nooit lang vol hielden.
Jammer genoeg hebben de radicale bewegingen in de steden niet
geleid tot de ontwikkeling van een revolutionaire socialistische
leiding die de macht kon overnemen om een einde te maken aan het
kapitalisme en de eisen van de arbeiders in te lossen.
Het politieke vacuüm werd deels gevuld door Jean-Bertrand
Aristide, een volkse priester die in de sloppenwijken van
Port-au-Prince werkte en in 1990 de presidentsverkiezingen won met de
belofte om de armoede aan te pakken en sociale rechtvaardigheid te
brengen.
De oorspronkelijke hervormingen van Aristide waren populair
onder de armen, ook al volstonden deze niet om een einde te maken aan
de armoede en werkloosheid. Ondanks het beperkte karakter van de
hervormingen was er radicale oppositie tegen Aristide vanwege de
reactionaire rijke elite. Die kon niet verdragen dat er in de politieke
leiding van het land een uitdrukking was van de eisen en bekommernissen
die leven onder de armen. Het bewind van Aristide werd omver geworpen
door generaal Cedras in 1991, maar in 1994 kwam Aristide terug aan de
macht toen 20.000 Amerikaanse troepen (onder president Clinton) een
einde maakte aan het onstabiele regime. Bij de verkiezingen die
volgden, mocht Aristide niet deelnemen. Een medestander van Aristide,
Rene Preval, haalde 90% van de stemmen. In 2000 werd Aristide opnieuw
tot president verkozen met meer dan 90% van de stemmen.
De steun voor Aristide begon af te brokkelen omdat hij er niet
in slaagde echte verandering te bekomen op het vlak van de armoede. Er
begonnen ook geruchten de ronde te doen van corruptie en
verkiezingsfraude. De heersende elite bleef het moeilijk hebben met de
steun voor Aristide en diens presidentschap. Het kwam tot een opstand
in 2004, met de steun van de regering-Bush. Aristide werd het land
uitgezet door Amerikaanse troepen. De situatie ging er verder op
achteruit met chaos, ontvoeringen, het sluiten van fabrieken,... De
armoede nam verder toe en werd versterkt door de hevige regenval en
overstromingen in mei 2004.
Aanhoudende crisis en geweld
In de jaren sinds het afzetten van Aristide is de crisis en het
geweld enkel verder toegenomen. In 2006, bij de eerste verkiezingen
sinds het afzetten van Aristide, werd Preval uitgeroepen tot de
overwinnaar van de presidentsverkiezingen. Het aantal buitenlandse
troepen werd opgedreven, de troepenmacht werd geleid door Brazilië dat
de rol van een regionale macht wil spelen. Er waren confrontaties
tussen VN-troepen en gewapende bendes in de Cité Soleil, één van de
grootste sloppenwijken. In april 2008 waren er voedselrellen die de
regering verplichtten om de prijs voor rijst te verlagen.
President Preval wordt omschreven als een verdediger van de
armen, maar hij heeft niets kunnen doen aan de ongelijkheid in het
land. Zijn laatste premier, Jean-Max Bellerive (aangesteld in oktober
2009), is een econoom die buitenlandse investeerders wil aantrekken. De
grote kloof tussen de Creools sprekende zwarte meerderheid (goed voor
95% van de bevolking) en de Frans-sprekende mulatten (goed voor 1% van
de bevolking, maar wel eigenaar van bijna de helft van de rijkdom in
het land) blijft overeind.
In 2009 werd 324 miljoen dollar hulp beloofd door
“donorlanden”. Dat was een beperkt bedrag om een antwoord te bieden op
de schade door de orkanen en de voedseltekorten. De wereldwijde
economische recessie heeft de hulp aan het land verder onder druk
gezet. De armoede van het land is vooral het resultaat van een
opeenvolging van imperialistische onderdrukking en uitbuiting,
waaronder ook het neoliberale beleid van de afgelopen decennia. De
handelspolitiek die door de internationale financiële instellingen
wordt opgelegd sinds 1994 heeft ertoe geleid dat de belastingen op
rijstinvoer zijn afgenomen van 36% tot 3%. Hierdoor is het land
afhankelijk geworden van de invoer van voedsel, vooral vanuit de VS. De
lokale boeren slagen er immers niet in om te concurreren met de rijst
die wordt ingevoerd. De productie in Haïti zelf is fors afgenomen. De
stijgende voedselprijzen hebben de bevolking hard geraakt. In juli
vorig jaar gingen de Wereldbank en het IMF over tot het kwijtschelden
van 1,2 miljard dollar schulden (80% van het totaal, wellicht gingen de
internationale instellingen ervan uit dat dit toch nooit zou worden
terugbetaald) maar dat enkel in ruil voor het doorvoeren van
“economische hervormingen”.
Enkel de massa’s van Haïti onder leiding van de arbeidersklasse
kunnen een uitweg vinden uit de armoede, werkloosheid, staatsgrepen en
dictaturen. Haïti heeft een lange geschiedenis van revolutie en strijd.
Iets meer dan 200 jaar geleden werd de slavernij afgeschaft na acties
van de zwarte bevolking. De onafhankelijkheid van het land werd
afgedwongen, een feit dat ook inspirerend was voor de massa’s in de
regio en in Europa.
Wraakzuchtige heersende klasse
Het koloniale bewind en nadien het imperialisme waren steeds uit op
wraak tegen de “zwarte republiek”. Er waren een reeks interventies en
aanhoudende inmengingen. In de jaren 1930 en 1940 waren er enorme
bewegingen van de arbeiders, met onder meer grote acties van studenten
en arbeiders. In die periode zette de kleine arbeidersklasse haar eigen
vakbonden op. Er ontstonden ook verschillende communistische partijen
die op een harde repressie botsten. In de afwezigheid van sterke
arbeidersorganisaties was de reactionaire elite in staat om de touwtjes
zelf in handen te houden met de machtsovername door de dictatuur van
Duvalier.
Vandaag is er meer dan ooit nood aan een alternatief van de
arbeiders en de armen tegenover het bewind van de kleine rijke elite.
De aardbeving en het gebrek aan een ernstig programma van heropbouw
onder toezicht van de rotte heersende elite en regionale
kapitalistische machten, zal de noodzaak van democratische controle
over de middelen in de samenleving verder op de agenda zetten. Op basis
van het kapitalisme zal de overgrote meerderheid van de bevolking in
armoede, werkloosheid, analfabetisme en honger blijven leven in
sloppenwijken waar er niet eens elektriciteit is. Deze armzalige
omstandigheden maken de arme bevolking nog kwetsbaarder voor
natuurrampen zoals de recente aardbeving.
Arbeiders en armen moeten eigen onafhankelijke organisaties
opzetten: vakbonden en partijen. Daarmee moet worden opgekomen voor een
echte verandering op basis van een socialistisch alternatief dat
aansluiting vindt bij de arbeiders en armen in de regio en op het hele
continent.
- Stop de handelspolitiek die wordt opgelegd door de Wereldbank en het IMF
- Overheidssteun voor de kleine boeren
- Werk en een leefbaar loon voor iedereen
- Middelen voor degelijk onderwijs en publieke gezondheidszorg
- De middelen en de sleutelsectoren van de economie moeten onder
publiek bezit komen met democratische arbeiderscontrole en –beheer
- VN-troepen moeten weg uit Haïti – stop de imperialistische bemoeizucht
- Voor een nieuwe massapartij van de arbeiders en armen met een socialistisch programma
- Voor een socialistisch Haïti met een democratisch
gecontroleerde geplande economie onder de controle en het beheer van de
arbeiders, als onderdeel van een vrijwillige socialistische federatie
van het Caraïbisch gebied
Lees ook:
|