| Versoepeling ontslagrecht is aanval op jongeren |
|
|
|
| zaterdag 29 september 2007 | |
Met de versoepeling van het ontslagrecht wil de regering haar offensief om arbeid goedkoper te maken voortzetten. Maar het creëren van gesubsidieerde banen, waarvoor de werkgevers bovendien een deel van het uitkeringsgeld uit de werkloosheidswetkas mogen gaan gebruiken, is hier ook een goed voorbeeld van.Door Bas de Ruiter, Offensief Noord-Brabant en FNV-lidDe bedrijven kunnen door middel van goedkopere arbeidskrachten besparen op de kosten van volwaardig betaald werk en kunnen bovendien in tijden van een tegenvallende economische situatie sneller dan voorheen werknemers ontslaan. Met als gevolg dat de beoogde doorstroming en daarmee de afname van (langdurige) werkloosheid niet wordt gerealiseerd. Integendeel, het aantal werklozen onder (jonge) arbeiders zal hierdoor slechts groeien. In het verleden is een situatie als dit al eerder voorgekomen: begin jaren ’80 van de vorige eeuw werd in het akkoord van Wassenaar tussen werkgevers(organisaties), werknemers(organisaties) en de regering afgesproken dat in ruil voor het inleveren van loonruimte er extra werkgelegenheid zou worden gecreëerd. Die belofte is nooit ingelost: waarom zouden we de beloften van de regering en werkgevers nu wel geloven? Ook voor het overige belooft de aanpak van de regering richting jonge werklozen niet veel goeds. Het idee van heropvoedingskampen ten aanzien van zogenaamde “probleemjongeren” is nog steeds niet van de baan. In dezelfde week als de participatietop meende Hans de Boer, voorzitter van de sindsdien opgeheven Taskforce Jeugdwerkloosheid, op maandag 25 juni te moeten opmerken dat het voornaamste instrument om deze groep jongeren aan het werk te krijgen is, ze te laten kennismaken met orde en gezag, om ze zo in het gareel en aan het werk te krijgen. Wanneer men spreekt over probleemjongeren in deze context, worden vaak allochtone jongeren bedoeld met nauwelijks of geen opleiding en daardoor ook weinig perspectief op een baan. Het is echter onjuist om, zoals De Boer en in zijn navolging ook Rouvoet doet, te beweren dat deze jongeren enkel lui zouden zijn en niet bereid om te werken of naar school te gaan. Op deze manier worden, net als bij de versoepeling van het ontslagrecht, de nadelen gelegd bij de (jonge) werklozen die in principe het liefst zouden werken of naar school zouden gaan, als ze daardoor perspectief zouden hebben op een volwaardige baan met fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden. De situatie waarin veel van deze jongeren leven, in achterstandswijken met nauwelijks tot geen voorzieningen, slecht onderhouden woningen en gering toekomstperspectief, heeft hen echter zodanig geïsoleerd dat ze terecht de conclusie hebben getrokken dat deze maatschappij hen geen kansen biedt. In plaats dat de regering zich inspant om de sociaal-economische omstandigheden waarin deze jongeren leven te verbeteren, schuift zij hen zelf volledig de schuld in de schoenen. Precies op dezelfde manier gaat de regering eigenlijk om met alle werknemers en werklozen van dit land, of ze nu jong/oud, allochtoon/autochtoon, man of vrouw zijn. Het verliezen van een baan en/of niet kunnen vinden van een (nieuwe) baan is volgens de regering de individuele verantwoordelijkheid/schuld van de werknemer/werkloze in kwestie. Tegen dit beeld dat door de regering wordt gecreëerd en de plannen die zij voorbereidt tot versoepeling van het ontslagrecht kan enkel een collectief antwoord succesvol zijn. Misschien wordt het weer eens tijd voor een tweede “oktober 2004”? Dit is een artikel uit onze krant, Offensief-krant nummer 181: |
| < Vorige | Volgende > |
|---|






