|
De nieuwe film van Michael Moore “Capitalism: A Love Story” kwam op
vrijdag 2 oktober uit in meer dan 1.000 bioscopen in de VS. De film
brengt een eenvoudige boodschap: “het kapitalisme is slecht” en moet
vervangen worden door een systeem dat de belangen van de gewone
bevolking laat voorgaan op de winst.
Recensie door Dan DiMaggio, Socialist Alternative
De documentaire gaat in op het lijden van de gewone hardwerkende
Amerikanen die geconfronteerd worden met ontslagen, dalende lonen,
enorme inschrijvingsgelden voor studenten, mensen die uit hun huis
worden gezet en nog veel meer ellende. Het kapitalisme wordt in de documentaire getoond als een
systeem dat rot is tot op het bot. Alles wordt ondergeschikt gemaakt
aan de eindeloze zoektocht naar winst.
Moore stelt dat deze film “de culminatie is van alle films die
ik ooit maakte”. In vorige documentaires ging hij in op specifieke
elementen zoals de gezondheidszorg (Sicko) of de automobielsector
(Roger & Me). In deze film toont Moore dat de problemen waarmee we
worden geconfronteerd het resultaat zijn van dit systeem en niet van
enkele rotte appels of een handvol slechte bedrijven.
In een uitstekend interview op “Democracy Now” (op 24
september) stelde Moore: “Ik ben het beu om telkens rond een bepaald
symptoom van het probleem te werken of te moeten ingaan op één
specifiek gevolg van het kapitalisme. Ik zou dat voor de rest van mijn
leven kunnen doen, maar het zal niet echt veel verandering teweeg
brengen. En ik wil verandering zien… Ik zou de komende twintig jaar
films kunnen blijven maken over het volgende thema rond General Motors
of het volgende probleem met de gezondheidszorg, maar ik dacht dat het
wel eens tijd was om de kern van de zaak aan te pakken en in te gaan op
dit economische systeem met een poging om het te herstructureren zodat
het de bevolking ten goede komt en niet de rijkste 1%.”
“Capitalism: A Love Story” zal miljoenen mensen duidelijk maken
dat dit systeem in realiteit maar één doel heeft: winstmaximalisatie op
korte termijn. Het belang van dit fenomeen – een gekende filmmaker die
ingaat tegen het kapitalisme voor een miljoenenpubliek in de machtigste
kapitalistische natie ter wereld – mag niet onderschat worden. Moore
biedt geen duidelijk alternatief aan, maar hij opent wel een debat over
de nood om het volledige sociale systeem te veranderen.
Slachtoffers van het systeem
De film brengt enkele portretten van de menselijke kosten van het
kapitalisme. Zo toont Moore een privaat jongerendetentiecentrum in
Wilkes-Barre, Pennsylvania. De eigenaars van het centrum maken
tientallen miljoenen dollar winst door rechters om te kopen waardoor er
6500 jongeren werden veroordeeld en maandenlang vastzitten voor feiten
zoals het met vlees gooien naar hun ouders of het opstellen van een
MySpace pagina over hun vice-directeur.
Moore spreekt met families die uit hun huis dreigen gezet te
worden of arbeiders die hun werk dreigen te verliezen. Daarmee geeft
hij een stem aan de woede tegenover de bazen, bankiers en politici.
Moore gaat na wat er gebeurde met Randy en Donna Hacker bij wie de
politie tussenkomt om hen uit het huis te zetten dat ze bouwden op hun
familieboerderij. Randy Hacker stelt: “Er moet een vorm van rebellie
komen tussen de mensen die niets hebben en diegenen die alles hebben…
Er is geen tussenweg meer.”
In de film toont Moore aan hoe het verzekeringssysteem “dode
boeren” werkt. Dat is een systeem waarmee grote bedrijven als Wal-Mart
en Bank of America levensverzekeringen afsluiten voor hun
personeelsleden, meestal buiten het weten van de familie om. Als de
werknemer sterft, krijgen de bedrijven tienduizenden dollars (soms
zelfs miljoenen) terwijl de familie niets krijgt en zelfs nog moet
opdraaien voor medische kosten en de begrafenis. De bedrijven halen het
meeste geld binnen als hun werknemers jong sterven.
Investeringsbanken op Wall Street zoeken nieuwe manieren om
winsten te boeken nu de huizenprijzen zijn ingestort. Ze kopen
miljoenen levensverzekeringen op van oudere Amerikanen. Deze
verzekeringen worden opgekocht voor de helft van hun waarde en dan samen
gebracht met anderen om samen te verkopen aan investeerders. Die
krijgen de uitbetaling als de mensen sterven, met de grootste winsten
als mensen vroeg sterven. Volgens mediaberichten zou deze markt al
zowat 500 miljard dollar waard zijn (NY Times 6 september 2009).
Dat is de logica van het kapitalistische systeem: het menselijk
leven zelf wordt een koopwaar. Als er ergens winst mee kan worden
gemaakt, dan zal de kapitalist een manier vinden om dat ook effectief te
doen. Dat leidt tot een steeds grotere commercialisering en vermarkting
van onze samenleving. Moore stelt dat Wall Street een “waanzinnig
casino” is en brengt dit op toepasselijke wijze in de documentaire: als
een misdaadverhaal.
De film komt niet eens toe aan de misdaden van het kapitalisme
op wereldschaal. Dit is een systeem dat iedere dag 30.000 kinderen
jongeren dan vijf laat sterven omwille van armoede (cijfers van Unicef
uit 2008). Dit jaar zullen er voor het eerst in de wereldgeschiedenis
maar liefst 1 miljard armen zijn. De rijkdom van de 200 rijkste
individuen is intussen groter dan de gezamenlijke rijkdom van de 2,6
miljard armsten die het met 2 dollar of minder per dag moeten doen. En
dan wordt wereldwijd in 2009 1,47 biljoen dollar uitgegeven aan het
leger (48% daarvan wordt door de VS voor haar rekening genomen). De
mensheid wordt bovendien opgezadeld met een enorme ecologische
catastrofe.
Kapitalisme versus democratie
Op het einde van de documentaire maakt Moore volgende conclusie:
“Het kapitalisme is slecht en je kan het kwaad niet reguleren. Je moet
er een einde aan maken en het vervangen door iets dat goed is voor
iedereen.” Moore is erg duidelijk over de problemen van het
kapitalisme, maar hij biedt geen coherent alternatief. Volgens Moore
moet het kapitalisme worden vervangen door “democratie”, maar het is
niet duidelijk wat hij daarmee bedoelt.
De oproep voor echte “democratie” wordt tegenover het
ondemocratische karakter van het kapitalisme geplaatst. Daarmee wordt
ingegaan tegen de illusie die de traditionele media en de politieke
elite ons proberen op te dringen over hoe de vrije markt gepaard zou
gaan met democratie.
In het interview met “Democracy Now” stelde Moore ook nog: “De
rijkste één procent [van de Amerikanen] heeft nu meer rijkdom dan de
95% armsten samen. Met een dergelijke situatie bezitten die één procent
rijksten niet alleen de rijkdom, maar ook het Congress. Klopt het dan
wel als we dit een democratie noemen? Ik weet wel dat we elke twee of
vier jaar mogen stemmen. Maar is dat alles? Kunnen we dit een
democratie noemen omdat we af en toe eens mogen stemmen terwijl we
niets over de economie te zeggen hebben? Daar hebben wij geen enkele
inspraak in. Er is geen democratie op de werkvloer. Voor het grootste
deel van ons dagelijkse leven, is het idee van democratie eigenlijk
onbestaand. En ik denk dat alles beter zou zijn indien de mensen die
met iets moeten werken een stem hebben in hoe dat werkt.”
De oproep van Moore voor “democratie” betekent onder meer de
opbouw van sociale bewegingen van arbeiders en onderdrukten. De film
geeft enkele belangrijke voorbeelden, onder meer van strijdbewegingen
die ingingen tegen het feit dat mensen uit hun huis worden gezet. Maar
ook het voorbeeld van de succesvolle bedrijfsbezetting door arbeiders
van Republic Windows & Doors in Chicago afgelopen december. Daar
dwongen de arbeiders hun bazen om achterstallige lonen te betalen.
Moore toont verschillende bedrijven die door de arbeiders werden
overgenomen en democratisch worden beheerd. Hopelijk zal deze film een
steun betekenen om tot gelijkaardige strijd te komen in andere
gevallen.
De film legt nadruk op de nood aan strijd van onderuit en stelt
het kapitalisme in vraag. Maar toch is Moore erg voorzichtig om zich socialist te noemen. Als Amy Goodman op Democracy Now de vraag
stelt aan Moore of hij een socialist is, ontwijkt hij de vraag: “Uhh,
ik ben heteroseksueel! Uhh, uhhh, ik heb wat overgewicht”.
De terughoudendheid van Moore om zich een socialist te noemen,
heeft mogelijk te maken met de lange geschiedenis van anti-communisme
in de VS en het feit dat het woord wordt verbonden aan de misdaden van
het stalinisme. De film toont de groeiende interesse van de Amerikanen
in socialisme en wijst op de recente peiling van het bureau Rasmussen
waaruit bleek dat 33% de voorkeur geeft aan socialisme terwijl 30% geen
voorkeur heeft in de keuze tussen kapitalisme en socialisme. Dat komt
deels door de rechtse pogingen om alle hervormingen voor te stellen als
“socialisme”. Maar de crisis van het kapitalisme heeft wel degelijk een
impact op een beperktere legitimiteit voor dit systeem.
Heel wat omschrijvingen van Moore’s concept van “democratie”
zouden beter omschreven kunnen worden als socialisme. Democratisch
socialisme is niet hetzelfde als wat bestond onder de dictaturen in de
Sovjetunie en elders. Het is geen top-down systeem waarbij de regering
ieder aspect van het leven controleert, zoals het karikaturaal door de
rechterzijde wordt voorgesteld. Het heeft ook niets te maken met de
overheidstussenkomsten om de banken en bedrijven te redden met
miljarden dollars van de gemeenschap. Het socialisme is ook geen
samenzwering van een kleine minderheid die beweert te handelen in het
belang van de “massa’s”.
De socialistische pioniers Marx en Engels legden in het
Communistisch Manifest uit dat het socialisme de “beweging van de grote
meerderheid is, in het belang van de grote meerderheid”. Ze legden zelf
uit dat “de emancipatie van de arbeidersklasse het werk van de
arbeidersklasse zelf” moet zijn.
Een socialistisch alternatief
Een socialistische samenleving zou de economie en het politieke
systeem onder de democratische controle van de werkende bevolking
plaatsen, het is immers hun arbeid die alle rijkdom creëert. Als we een
democratische zeg hebben in wat we produceren, hoe dit gebeurt en hoe
de distributie ervan verloopt, dan zou de wereld er fundamenteel anders
uitzien. De aanwezige middelen zouden kunnen ingezet worden ten
voordele van alle mensen en het milieu, en niet van een klein aantal
superrijken zoals dit vandaag het geval is.
Als de arbeiders controleren wat er wordt geproduceerd,
betekent dit dat de economie op een totaal andere basis functioneert
dan vandaag met het private bezit van de productiemiddelen. Socialisten
willen de grootste bedrijven, met onder meer de grote banken,
automobielsector en de oliebedrijven, farmaceutische en
verzekeringsbedrijven, etc. uit de handen van hun rijke aandeelhouders
halen om ze onder publiek bezit te plaatsen met democratische
arbeiderscontrole en –beheer.
Dat betekent niet dat de middelen van deze bedrijven worden
overgedragen aan regeringsbureaucraten die door de traditionele
politici worden aangesteld, zoals gebeurde met de recente
nationalisatie van General Motors. De huidige regering is afhankelijk
van een tweepartijenstelsel waarbij de politici afhankelijk zijn van
wie hen betaalt: de grote bedrijven. In plaats daarvan is er nood
aan een regering die bestaat uit vertegenwoordigers van de gewone
werkende bevolking.
Socialisme zou op deze manier leiden tot een enorme uitbreiding
van de democratie. Een directe democratie is van essentieel belang zodat het socialisme kan slagen. In de plaats van gewoon om de paar
jaar een vertegenwoordiger te verkiezen, zou socialistische democratie
het nemen van collectieve beslissingen in het dagelijkse leven en
functioneren van iedere werkvloer, wijk, school en de gehele maatschappij brengen. Verkozen
comités op de werkvloer zouden de bestaande bazen vervangen. Dat zou
leiden tot een controle op de lonen en productiemethoden, op alles dat
wordt geproduceerd.
Democratische wijkcomités en comités op de werkvloer kunnen
regelmatige vergaderingen houden die open staan voor iedereen en waar
vertegenwoordigers worden verkozen die het comité vertegenwoordigen in
regionale raden waar nationale vertegenwoordigers worden verkozen.
Iedere verkozene zou niet meer verdienen dan het gemiddelde loon van
een geschoolde arbeider en zou permanent afzetbaar zijn indien de
beloften niet worden nagekomen.
Door de grootste bedrijven onder publiek bezit te plaatsen,
zouden ze niet langer in staat zijn om stemmen te kopen en hun
heerschappij op te leggen. Kijk maar naar de huidige discussie over de
“hervormingen” van de gezondheidszorg. De voorzitter van het Financieel
Comité van de Senaat, de democraat Max Baucus, kreeg bij de
verkiezingen één op de vier dollar van zijn campagnebudget van bedrijven
uit de gezondheidszorg die absoluut niet gediend zijn met beperkte
hervormingen die hun winsten kunnen ondermijnen. Een verkorting van de
arbeidsweek tot 30 uur per week of minder, wat zeker mogelijk is als we
zien hoe de productiviteit is toegenomen, zou iedereen de nodige tijd
geven om deel te nemen aan discussies en debat over onze samenleving.
Als we de economie onder democratische controle en beheer van
de gemeenschap plaatsen en het “waanzinnige casino” van de markt
vervangen door een democratische economische planning, dan kunnen de
levensstandaard van de meerderheid van de bevolking drastisch
verbeteren, het milieu redden en een einde maken aan armoede en oorlog.
Een socialistische VS zou het recht op een degelijke baan,
huisvesting, medische voorzieningen, sociale zekerheid en onderwijs
garanderen. Onder het kapitalisme worden mensen uit hun huis gezet en
gedwongen om op straat te leven terwijl er miljoenen huizen leeg staan.
Arbeiders worden ontslagen ondanks het feit dat er dringend nood is aan
meer leraars, verplegers en openbaar vervoer. Een democratisch geplande
economie zou een einde maken aan deze wrede waanzin. Het zou de
bestaande middelen inzetten voor de behoeften van de meerderheid van de
bevolking.
Velen zullen stellen dat socialisme onmogelijk is omdat de
mensen te lui zouden zijn en niet meer zouden willen werken als er geen
baas is. Moore toont in zijn film aan dat een socialistische
samenleving wel mogelijk is, hij brengt het voorbeeld van verschillende
bedrijven die werden overgenomen door de arbeiders. Er zijn tal van
voorbeelden doorheen de geschiedenis die aantonen dat arbeiders die hun
eigen bedrijf democratisch beheren er zelfs in slagen om productiever
te zijn. Daarmee wordt een kapitalistische mythe weerlegd.
Maar bedrijven die democratisch worden beheerd door de
arbeiders kunnen niet alleenstaand en geïsoleerd een alternatief
aanbieden op het kapitalisme, daarvoor is dit te kleinschalig. Echte
sociale verandering zal er pas komen als machtige delen van de economie
onder de democratische controle en publiek beheer worden geplaatst
zodat een democratische planning van de productie mogelijk wordt.
Rol van de Democratische Partij
De film van Moore geeft een beeld van de rol van zowel de
Democratische als de Republikeinse partij in het doorvoeren van
maatregelen die enkel de 1% rijksten ten goede komen. Deze film is een
waarschuwing voor al wie echte verandering wil: er is nood aan een
alternatief op het tweepartijensysteem. Dat kan bijvoorbeeld door op te
komen met onafhankelijke kandidaten bij de parlementsverkiezingen van
2010 en een nationale campagne in 2012.
Moore stopt jammer genoeg vlak voor deze belangrijke stap. De
film ontmaskert de Democratische partij in de huidige crisis en op
historisch vlak. Moore stelde recent echter dat hij te oud is om bij te
dragen aan het opstarten van een nieuwe partij en dat het voor hem
realistischer is om de Democratische partij van binnenuit te
veranderen. De gebeurtenissen van de afgelopen maanden maken duidelijk
dat dit een illusie is.
Moore toont hoe de Democratische verkozene Marcy Kaptur uit
Toledo (Ohio) in het parlement de Amerikanen oproept om “hun eigen
huizen te bezetten” als antwoord op de pogingen om hen uit hun huis te
zetten. Hij toont ook de linkse Democraat Kucinich (ook uit Ohio) die
zich de vraag stelt: “Is dit het Amerikaans Congress of de raad van
bestuur van Goldman Sachs?”
Figuren als Kucinich zijn marginaal binnen de Democratische
Partij en dienen vaak enkel om een links gezicht te geven aan de partij
terwijl tegelijk gewoon verder wordt gegaan met een beleid dat de
rijken ten goede komt. Belangrijke posities gaan intussen naar figuren
als Christopher Dodd of Max Baucus die verkozen werden op basis van
bijdragen van grote gezondheidsbedrijven en die er nu voor zorgen dat
de hervormingen van de gezondheidszorg geen “publieke optie” zullen
omvatten. De echte partijleiders bepalen het beleid binnen de strikte
grenzen die worden bepaald door de donoren van de Democraten.
Kaptur legt uit dat er enorme druk was toen het parlement
aanvankelijk tegen de 700 miljard dollar hulp aan de banken stemde in
september 2008. Er werden zetels in het parlement beloofd,
voorzittersposten in comités, etc. De maatregelen werden uiteindelijk toch
goedgekeurd nadat onder meer beide presidentskandidaten, McCain en
Obama, ervoor pleitten om ze goed te keuren.
Alle pogingen om de Democratische Partij te “veroveren” met de
linkerzijde, hebben er tot nu toe alleen toe geleid dat de linkerzijde
werd overgenomen door de Democraten waarbij bewegingen hun programma en
actiemethoden gingen afzwakken om aanvaardbaar te zijn. In de plaats
van beroep te doen op de Democraten of valse illusies te creëren in het
idee dat deze partij kan worden omgevormd, is er nood aan een eigen
partij van de werkende bevolking. Zo’n partij zou geen giften van grote
bedrijven aanvaarden, maar zou een instrument zijn om sociale
bewegingen te versterken in een gezamenlijke strijd tegen de grote
bedrijven en tegen het kapitalisme.
De mythe van Roosevelt
Een andere zwakte in de film is het beeld dat Moore brengt van
Franklin Delano Roosevelt. Die wordt in de film soms voorgesteld als
een held. FDR wordt voorgesteld als de verdediger van de werkende
bevolking die hun strijd ondersteunde, de vakbonden promootte en opkwam
voor een degelijke levensstandaard in de jaren 1930. Moore stelt dat
indien FDR enkele jaren langer had geleefd, de geschiedenis er anders
zou hebben uitgezien. Het zou geleid hebben tot de goedkeuring van de
“Second Bill of Rights” met het recht op een degelijke baan,
gezondheidszorg, onderwijs, huisvesting...
De werkelijkheid is net iets anders dan de populaire mythes
rond de New Deal en Roosevelt. De vooruitgang in de jaren 1930 was niet
te danken aan Roosevelt. Er ontstonden in die tijd sterkere vakbonden,
er kwam sociale zekerheid en een werkloosheidsuitkering. Dit was het
resultaat van strijd van onderuit waarbij werd ingegaan tegen
rechterlijke beslissingen, de politie en andere delen van de staatsmacht. Er waren massale stakingen en
betogingen van werklozen.
Moore toont in zijn film niet hoe er onder het bewind van
Roosevelt “meer arbeiders werden vermoord, verwond of gevangen gezet dan
onder gelijk welke andere president.” (aldus de geschiedkundige Art
Preis in Labor’s Giant Step). Het was enkel door de enorme druk van
onderuit en de angst dat de arbeiders nog verder zouden gaan met hun
acties en daardoor het volledige kapitalistische systeem zouden
bedreigen, dat Roosevelt en het politieke establishment toegevingen
moesten doen.
Deze strijdbewegingen werden vaak geleid door anti-kapitalisten
– met socialisten, communisten en anarchisten – die de logica van het
kapitalisme weigerden te aanvaarden tijdens de Grote Depressie. In
plaats van de logica van het kapitalisme te aanvaarden, baseerden ze
zich op de behoeften van de arbeiders en hun gezinnen. De machtige
arbeidersbeweging was het centrale gegeven om toegevingen af te dwingen
en vooruitgang te bereiken, ook na de Wereldoorlog was dat overigens het
geval met de grootste stakingsbeweging uit de geschiedenis van de VS.
Moore toont hoe de Japanners, Duitsers en Italianen na de
oorlog een aantal sociale voorzieningen kregen die reeds werden
aangehaald in de toespraak van Roosevelt over de “Second Bill of
Rights”. Volgens Moore zou de VS dit moeten weten aangezien wij hielpen
bij het opmaken van de grondwetten in die landen. In tegenstelling tot
de manier waarop Moore het voorstelt, werden deze sociale voorzieningen
enkel behaald na massale arbeidersstrijd in deze landen en de angst dat
de arbeiders zodanig zouden radicaliseren dat ze het kapitalisme in
vraag zouden stellen. De film laat ook na om te vermelden hoe de
bezettingstroepen van de VS ingingen tegen stakingen en
arbeidersbetogingen in Japan en Duitsland na de oorlog.
Er kwamen hervormingen in Europa omwille van de sterkte van de
arbeidersbeweging en de massale arbeiderspartijen die ingingen tegen de
gevestigde partijen. Samen met de dreiging van de Sovjetunie en
Oost-Europa zorgde dit ervoor dat de fundamenten van het Europese
kapitalisme bedreigd werden.
Rol van Obama
Als het over Obama gaat, gebruikt Moore fluwelen handschoenen. Er is
wat kritiek op het economische team rond Obama en op een aantal
maatregelen. Maar in de film wordt het voorgesteld alsof Obama
aanvankelijk een bedreiging vormde voor Wall Street en de
bedrijfswereld die hem probeerden aan boord te halen door massaal veel
geld te geven, Goldman Sachs was de belangrijkste donateur van Obama.
Die zou nooit zo’n snelle opkomst gekend hebben indien hij niet van
meet af aan steun kreeg vanuit de Amerikaanse elite die onder de indruk
was van zijn capaciteiten om in te spelen op een boodschap van “hoop”
en “verandering” terwijl hij tegelijk trouw dezelfde belangen dient die
het al jarenlang voor het zeggen hebben.
Obama gaf de indruk alsof zijn campagne werd gefinancierd door
een groot aantal kleine giften. In werkelijkheid kwam zowat de helft
van zijn middelen van donateurs die meer dan 1.000 dollar gaven, vooral
de rijken dus. Obama toont zich bereid om hun wensen na te komen. Moore
steunde in 2008 de campagne van Obama en creëerde zelfs illusies in het
beleid waar Obama voor stond. En dat ondanks het feit dat Obama steun
gaf aan de hulp voor de banken, zijn verzet tegen een algemene
gezondheidsverzekering of zijn oproep om extra troepen naar Afghanistan
te sturen. Moore rechtvaardigde zijn steun met de stelling: “Ik hoop
dat senator Obama hetzelfde is als andere politici: ze houden niet
altijd hun verkiezingsbeloften. Ik zeg aan mezelf dat die beloften die
hij niet zal houden deze zijn zoals het opdrijven van de oorlog in
Afghanistan of de hervorming van de gezondheidszorg waarbij de
winstbedrijven de toon zetten.” (Democracy Now, 31 oktober 2008)
Uiteraard zijn dat net de beloften die Obama wel nakomt. Hij
stuurt 30.000 extra troepen naar Afghanistan dit jaar met discussie
over de mogelijkheid om nog eens tienduizenden extra troepen te sturen.
Obama laat ook toe dat de grote bedrijven uit de gezondheidszorg
bepalen hoe de discussie over de gezondheidszorg verloopt.
De frustratie tegenover Obama en het beleid van de Democraten
neemt toe. Net op dat ogenblik blijft Moore illusies in hen creëren. In
september nog stelde hij op het congres van de vakbondsfederatie
AFL-CIO dat we nu onze rug niet naar Obama moeten keren, maar dat hij
onze steun nodig heeft.
De racistische elementen in de rechtse kritiek op Obama moeten
ten stelligste verworpen worden. Maar het feit dat Obama een echte
hervorming van de gezondheidszorg tegen houdt, de banken steunt maar
geen antwoord heeft op de snel aangroeiende werkloosheid, zorgt er net
voor dat er ruimte is voor een rechtse populistische beweging. De
halfslachtige maatregelen van Obama en de Democraten versterken de
rechtse kritiek terwijl tegelijk miljoenen arbeiders en jongeren die op
echte verandering hadden gerekend, gedemoraliseerd achterblijven.
Daartegenover is het cruciaal om los van de Democraten en de
Republikeinen te mobiliseren en de behoeften van de arbeiders centraal
te stellen. Beeld je in dat de AFL-CIO haar miljoenen leden had
gemobiliseerd in een campagne voor degelijke en algemene
gezondheidszorg? Of dat de vakbonden de 450 miljoen dollar die ze in
2008 aan de Democraten gaven, hadden besteed aan de uitbouw van een
nieuwe partij die opkomt tegen de ontslagen, voor degelijke
gezondheidszorg en voor huisvesting?
Jammer genoeg was het de rechterzijde die mobiliseerde in de
discussie rond gezondheidszorg en waren het hun standpunten die het
debat domineerden. De linkerzijde wou intussen haar “vriend” in het
Witte Huis niet aanvallen en bleef grotendeels stil. Dat is een
probleem voor de standpunten van Moore.
In de film haalt Moore meermaals de vorige president, George W
Bush, aan als deze het kapitalisme verdedigde tijdens de financiële
crisis vorig jaar. Bush benadrukt dat het kapitalisme “het beste
systeem ooit” is. Maar Bush staat niet alleen met dat standpunt. De
rechterzijde verweet Obama dat hij een socialist was, maar in zijn
autobiografie zegt de president zelf: “Onze grootste verworvenheid is
ons systeem van sociale generaties, een systeem dat generaties lang
constante vernieuwing aanmoedigt, individueel initiatief bevordert
alsook een efficiënte verdeling van middelen… ons vrije markt systeem.”
Obama verdedigt hetzelfde systeem waar Moore een brandende
kritiek op levert in zijn film. Obama is geen socialist maar probeert
net om het kapitalistisch systeem te redden van een vernietigende Grote
Depressie zoals deze waarmee Roosevelt destijds werd geconfronteerd.
Het is geen toeval dat de centrale economische adviseurs van Obama
banden hebben met Goldman Sachs en andere grote bedrijven van Wall
Street. In plaats van de gewone Amerikanen centraal te stellen, zijn
het de belangen van de banken en het winstsysteem die centraal staan.
Zoals Moore aangeeft, zal het nodig zijn om te bouwen aan
bewegingen van onderuit voor banen, huisvesting, gezondheidszorg,
onderwijs, etc. We moeten ingaan tegen de greep van de bedrijfswereld op het politieke systeem. En daartoe moeten we breken met de Democraten en
opkomen voor een nieuwe politieke partij die de miljoenen gewone
arbeiders en jongeren vertegenwoordigt in plaats van de miljonairs.
Moore was zelf ooit een toonaangevende stem in de discussie
over een breuk met de Democraten. In de jaren 1990 steunde hij het
initiatief om een Labor Party op te zetten, een initiatief dat uitging
van een aantal progressieve vakbonden. In 2000 steunde hij de
presidentscampagne van Ralph Nader.
Het einde van de Amerikaanse droom
De film “Capitalism: A Love Story” maakt duidelijk dat het
VS-kapitalisme niet in staat is om de arbeiders een degelijk leven aan
te bieden.
Moore gaat in op de recente veranderingen in de Amerikaanse
economie en wat hij omschrijft als het einde van de Amerikaanse
“liefdesaffaire” met het kapitalisme in de periode na de Tweede
Wereldoorlog. De groei na de oorlog zorgde voor een verbetering van de
levensstandaard van de arbeiders, ook al was dat om sociale vrede af te
kopen om makkelijker winst te maken na de massale stakingsgolf vlak na
de oorlog en de versterking van de arbeidersbeweging.
Miljoenen arbeidersgezinnen slaagden er in om rond te komen met
één inkomen. Wie een degelijke baan had op een bedrijf waar de vakbond
sterk stond, kon zelfs rekenen op vier weken betaald verlof, gratis
gezondheidszorg en toegang tot tandheelkunde voor het volledige gezin
en een degelijk pensioen. Heel wat Amerikanen dachten dat deze
levensstandaard steeds in stand zou worden gehouden en dat hun kinderen
het beter zouden hebben dan zijzelf. Ook al waren er nog steeds
miljoenen mensen die buiten de boot vielen, zeker bij de zwarten en
Latino’s.
Alle verworvenheden zijn vandaag bedreigd, net als dit elders
het geval is. De kapitalisten willen hun winsten herstellen en verder
uit breiden. Daartoe worden alle hervormingen die onder het kapitalisme
worden afgedwongen opnieuw ter discussie gesteld. Deze hervormingen
staan immers de winstmaximalisatie in de weg. Dat zal steeds het geval
zijn, tenzij de fundamentele structuur van de samenleving wordt
aangepakt.
De situatie tijdens de lange periode van groei na de Tweede
Wereldoorlog was eigenlijk een uitzondering op de regel van de normale
gang van zaken onder het kapitalisme. Moore toont kort aan hoe de
economische groei grotendeels het resultaat was van de vernielingen die
werden aangericht tijdens de Tweede Wereldoorlog in de industriële centra in
West-Europa en Japan. Bovendien zorgde de Amerikaanse dominantie in de
bedrijfswereld en op militair vlak ervoor dat er bevriende regimes aan
de macht kwamen in voormalige koloniale landen (Iran 1954, Guatemala
1954, Chili 1973 en vele anderen...) of met gewelddadige militaire operaties pogingen
daartoe ondernam (Korea, Vietnam).
De naoorlogse groei kwam ten einde in de jaren 1970 toen de
olieprijzen de hoogte in schoten. De Duitse en Japanse competitie was
hersteld. Om de winsten veilig te stellen, werd overgegaan tot een
aanval op de arbeiders en de welvaartstaat. In de afgelopen periode was
er een meer “normale” functionering van het kapitalisme met een
wereldwijde neerwaartse spiraal op het vlak van arbeidersrechten,
aanvallen op de vakbonden, financiële deregulering, etc. Ondanks een sterke
toename van de productiviteit, zagen de arbeiders hun lonen stagneren
en hun pensioenen, gezondheidszorg en werkzekerheid lagen onder vuur.
Deze trends zijn de afgelopen jaren enkel versterkt. Volgens
schattingen gingen tussen 2000 en 2006 3,5 miljoen goede banen (“met
gezondheidszorg, een pensioenplan en een loon van minstens 17 dollar
per uur”) verloren, dat is dus nog vóór de huidige recessie. De
ongelijkheid in de VS heeft haar hoogste niveau bereikt in 80 jaar. Om
maar één voorbeeld te geven: op twee weken tijd in 2004 verdiende de
topmanager van Wal-Mart, Lee Scott, evenveel als het gemiddelde loon
van een arbeider van Wal-Mart gedurende heel zijn/haar leven!
Om bij te kunnen benen, gingen werkenden over tot het
aanspreken van leningen en krediet. Intussen is ook de
gevangenisbevolking fenomenaal toegenomen met intussen 2,3 miljoen
Amerikanen achter de tralies waarvan een groot aantal kleurlingen. De VS
wordt door kapitalistische ideologen het “meest vrije land in de
wereldgeschiedenis” genoemd, maar het land telt wel het grootste
percentage gevangenen dan in enig ander land.
Zelfs indien er een zeker herstel is op dit ogenblik, betekent
dit niet dat de levensstandaard opnieuw het vroegere niveau zal
behalen. De radicale journaliste Naomi Klein schreef: “Zonder een grote
druk voor structurele hervormingen, zal de crisis tot niets anders
hebben geleid dan een betreurenswaardige wending. Het resultaat zal nog
meer ongelijkheid zijn. Miljoenen mensen zullen hun baan of huis hebben
verloren en ze zullen dit niet terugkrijgen.” (The Progressive,
augustus 2009). Om verandering te verkrijgen, zal een massale beweging van
onderuit nodig zijn.
Beweging tegen het kapitalisme
De film van Michael Moore eindigt met een oproep om actief te worden
in bewegingen tegen de dominantie van de bedrijfswereld. Het is een
oproep die een zeker succes kan hebben gelet op de toenemende woede
onder de oppervlakte van de Amerikaanse samenleving.
We kunnen niet aan de zijlijn staan en wachten tot het
kapitalisme zelf verdwijnt. Hoe diep de crisis ook is, als er geen
alternatief tot stand komt, zal het telkens weer herstel kennen ten
koste van de arbeiders en hun gezinnen.
De nood aan een strijd voor fundamentele verandering stelt zich
steeds dringender. Als dit systeem verder gaat, zal naast de reeds
bestaande uitbuiting, oorlog en sociale problemen ook het voortbestaan
van de planeet zelf ter discussie staan. Het is geen eenvoudige taak om
een beweging voor fundamentele verandering uit te bouwen. We moeten de
socialistische beweging met beperkte krachten moeten herbouwen na
twee moeilijke decennia waarin iedere vorm van collectieve strijd en
socialistische ideeën in een defensieve positie zaten. Maar beeld je
eens in dat slechts een klein deel van de 33% jongeren tussen 18 en 30
die in de peiling van Rasmussen aangaven het socialisme te verkiezen
boven het kapitalisme, effectief actief zou worden in de socialistische
beweging?
Iedere arbeider en jongere die actief wordt, kan een
belangrijke bijdrage leveren aan de strijd voor een rechtvaardige
wereld. De documentaire “Capitalism: a Love Story” kan een goede aanzet
zijn om een nieuwe generatie activisten aan te zetten tot strijd voor
fundamentele verandering.
Wie geïnteresseerd is in de strijd tegen het kapitalisme, kan
contact met ons opnemen. Doe mee aan de strijd voor een wereld zonder
armoede, uitbuiting, oorlog en de tirannie van de superrijken. Sluit
aan en kom mee op voor een democratisch socialistische toekomst.
|