|
Op 24 juni hield LSP-Antwerpen een meeting over de automobielsector.
Een 30-tal aanwezigen luisterden naar Thomas, voormalige tijdelijke
arbeider bij Opel-Antwerpen, en Brett Hoven, arbeider bij Ford in
Minneapolis (VS). Dit artikel is gebaseerd op deze toespraken.
Overgenomen van de Belgische zusterpartij LSP
De crisis slaat bijzonder hard toe in de automobielsector. General
Motors, 77 jaar lang het grootste autobedrijf ter wereld, moest worden
overgenomen door de Amerikaanse overheid.
De afgelopen decennia waren automobielbedrijven iconen van het
kapitalisme. Met het “Fordisme” deed de lopende band haar intrede in
het productieproces. Met het “Toyotisme” werd de arbeids- en
productieorganisatie gekenmerkt door een grotere flexibiliteit met
uitbestedingen, onderaannemers, flexibele arbeidsuren en just-in-time
productie. Het gebruik van termen als Fordisme en Toyotisme waren een
uitdrukking van het belang van de automobielsector in het kapitalisme.
Overproductie
De crisis die vandaag toeslaat in de automobielsector is niet nieuw.
De afgelopen tien jaar zijn er in ons land 11.000 directe jobs in de
sector verloren gegaan, naast wellicht evenveel onrechtstreekse jobs.
De economische crisis versnelt de fundamentele overproductiecrisis in
de sector. Met steeds minder arbeiders kunnen steeds meer wagens worden
geproduceerd.
Zelfs toen er in de VS jaarlijks 17 miljoen wagens werden
verkocht, was er overproductie en gingen de automobielbedrijven over
tot herstructureringen en ontslagen. Voor dit jaar wordt verwacht dat
de verkoop rond 10 miljoen wagens zal liggen. Bovendien zijn de
automobielbedrijven door de financiële crisis beperkt in hun zoektocht
naar andere winstgevende activiteiten op de financiële markten.
Dat vormde de basis voor het faillissement van Chrysler en GM
en hun overname door de overheid. De gemeenschapsmiddelen die in de
sector worden gepompt, zullen niet dienen om jobs te redden maar wel om
een sociaal bloedbad aan te richten. Deze bedrijven werden eerst leeg
gemolken, waarna de overheden (en de vakbonden) de brokken mogen
lijmen.
Ook in ons land is er een overproductie. Voor de crisis werd
slechts 75% van de productiecapaciteit benut, met de crisis is dat al
gedaald tot 60%. Het opdrijven van de flexibiliteit en de
productiviteit in de sector wordt niet aangegrepen om minder lang te
werken en evenveel te produceren, maar wel om met minder arbeiders
evenveel of zelfs meer te produceren.
Heeft Opel-Antwerpen nog een toekomst?
Het overnamebod van Magna omvat het plan om 2.500 jobs
in Duitsland te schrappen, naast 8.500 in de rest van Europa. Met
Sberbank beschikt Magna over een invloedrijke Russische partner. De
arbeiders in Rusland en Oost-Europa hoeven wellicht niets te vrezen. De
ontslagen zullen allemaal vallen bij de bijna 20.000 arbeiders in
Spanje, Groot-Brittannië, België, Zweden en Frankrijk. Nu de Astra ten
einde loopt, komt Antwerpen zeker in aanmerking voor een sluiting.
In de discussie over de ontslagen mogen we ons niet laten
vangen aan onderlinge concurrentie tussen de arbeiders van
verschillende vestigingen. Het jobverlies afwenden op anderen biedt
geen antwoord op de overproductiecrisis. Er is nood aan solidariteit
van onderuit om op te komen tegen ieder jobverlies. Uiteraard zou een
dergelijk verzet tegen jobverlies moeten gepaard gaan met alternatieven
zowel op het vlak van wat er wordt geproduceerd als op het vlak van hoe
er wordt gewerkt. Dit omvat een offensief programma inzake uitbreiding
van openbaar vervoer en alternatieve mobiliteit naast eisen als een
radicale arbeidsduurvermindering zonder loonsverlies en het behoud van
het brugpensioen.
Tijdens de Grote Depressie in de jaren 1930 kwam de Amerikaanse
vakbond AFL reeds op voor de 30-urenweek, vijf werkdagen van zes uur
(1). Die eis van 65 jaar geleden gaat verder dan wat vandaag wordt
geëist, terwijl de productiviteit toch fors is opgevoerd. Een radicale
arbeidsduurvermindering tot een 32-urenweek zonder loonsverlies zou het
beschikbare werk verdelen in de plaats van het werklozenleger te laten
aangroeien. Daarnaast is het behoud van het brugpensioen noodzakelijk
als antwoord op de snel toenemende jongerenwerkloosheid.
Een vakbondsstrategie tegenover de plannen voor sociale
bloedbaden in de automobielsector moet ingaan tegen de logica van
jobverlies en afdankingen. Indien GM-Europa de vestiging in Antwerpen
zou sluiten, moet gepleit worden voor een nationalisatie, gekoppeld aan
een vernieuwend mobiliteitsplan dat ook rekening houdt met ecologische
behoeften. Hierbij kan het noodzakelijk zijn om personeel uit de
automobielsector op andere vlakken in te zetten, bijvoorbeeld bij het
openbaar vervoer.
Noot
- “Voor de vermindering der werkuren”, De Belgische vakbeweging
20 januari 1933. Het Amsab heeft een aantal oude vakbondsbladen online
beschikbaar gemaakt op www.amsab.be
Nationaliseren om jobs te redden
De nationalisaties die vandaag plaatsvinden, dienen om
sociale bloedbaden aan te richten waarbij volledige lokale
gemeenschappen hard worden getroffen. In vroegere automobielcentra in
de VS, zoals Detroit of Flint, zijn volledige wijken in spooksteden
veranderd. De gemeenschapsmiddelen die nu worden ingezet, zullen de
sociale woestijn die het liberalisme achter zich laat enkel vergroten.
Waarom zouden de arbeiders de crisis moeten betalen? Wij werken
hard en verrichten in de automobielsector vaak monotoon werk. Een
beetje besparen op ons loon zal de sluitingen niet tegenhouden. De vele
toegevingen op het vlak van flexibiliteit en lonen de afgelopen jaren
hebben dat aangetoond.
Om onze jobs te redden, is er nood aan een offensief programma
dat vertrekt van de reële behoeften van de samenleving en de arbeiders
in de sector. Naast een arbeidsduurvermindering is er nood aan plannen
voor een alternatieve productie met bijvoorbeeld meer nadruk op
openbaar vervoer en groene technologie. Een omvorming van de volledige
mobiliteitssector is nodig om jobs te redden, maar ook omwille van de
ecologische noden.
Met de bestaande technologie is een snelle omvorming van de
sector mogelijk. Dat werd – onder andere historische omstandigheden en
met andere doelstellingen – reeds aangetoond. Toen de VS betrokken
raakte in de Tweede Wereldoorlog werd de automobielsector op enkele
maanden tijd omgevormd om tanks en legermaterieel te produceren.
Om dit mogelijk te maken, zal er nood zijn aan een planmatige
manier van werken. Dit botst met de kortzichtige winsthonger van
private investeerders die vandaag de sector blijven domineren, zelfs
waar er overheidsovernames waren. De overname van GM en Chrysler door
de Amerikaanse overheid en de vakbonden had aangegrepen moeten worden
om van deze bedrijven publieke ondernemingen te maken. Daarbij had een
publieke raad van beheer de aanwezige kennis en technische
mogelijkheden kunnen aanwenden om te werken aan veilig en
milieuvriendelijk transport en mobiliteit.
Een nationalisatie onder gemeenschapscontrole laat de controle
over het aanwenden van de gemeenschapsmiddelen niet over aan private
bestuurders, maar aan raden van arbeiders van de fabriek en de
gemeenschap. Er is nood aan een nationale en zelfs internationale
planning van wat nodig is op het vlak van mobiliteit, jobs,
ecologie,... De nood aan goedkope en degelijke mobiliteit voor iedereen
en de nood aan degelijke arbeidscondities moeten daarbij centraal
staan.
De nationalisatie van de automobielsector is verbonden aan een
bredere discussie over de noden van de arbeiders en hun gezinnen,
waaronder de nood aan mobiliteit en transport. Terwijl er vandaag
enerzijds overproductie is, worden een aantal noden op het vlak van
mobiliteit niet ingelost wegens de hoge kosten voor transport (zowel
openbaar vervoer als privé). De bestaande automobielfabrieken kunnen
gebruikt worden in het kader van een nationaal mobiliteits- en
transportplan. Het kapitalisme houdt vandaag een verdere ontwikkeling
van de mensheid tegen, iedere verbetering van de productie wordt
vandaag ingezet tegen de arbeiders en tegen de gemeenschap. Dit zal
niet zomaar tot stand komen, het zal het resultaat moeten zijn van
arbeidersstrijd die vertrekt vanop de werkvloer.
Wie strijdt kan verliezen, maar wie de strijd niet aangaat is
reeds op voorhand verloren. In de automobielsector, jarenlang een icoon
van het kapitalisme, botst iedere strijd voor het behoud van jobs en
voor een toekomst al snel met de logica van het kapitalisme.
Een planmatige aanpak op het vlak van mobiliteit zal niet
mogelijk zijn onder het kapitalisme, we zullen moeten opkomen voor een
socialistische samenleving.
|