|
De al maanden aangekondigde film 'Fitna' is op 25 maart verschenen op de internetpagina Liveleak en een dag later op YouTube. Internet is de enige plek waar de film te zien is: geen enkele van de grote publieke omroepen ging in op het verzoek van Wilders om zijn film uit te zenden. De geplande vertoning van Fitna (Arabisch voor ‘beproeving’) in het politiek mediacentrum Nieuwspoort in Den Haag ging ook niet door, omdat Wilders de kosten voor de beveiliging niet kon betalen.
Door Bas de Ruiter, Offensief Noord-Brabant
Het enige aanbod dat Wilders kreeg van een publieke omroep, opmerkelijk genoeg de Nederlandse Moslim Omroep (NMO), om zijn film uit te zenden, werd door hem afgeslagen. Wilders weigerde dit aanbod, enkel omdat deze omroep vooraf wilde kijken of de film geen criminele uitingen, bijvoorbeeld van een racistisch karakter, bevatte. De aandacht die de film voorafgaand aan verschijning kreeg in diverse commerciële kranten en in programma’s op commerciële en de publieke zenders overtreffen ruim de effecten die de film uiteindelijk heeft gehad.
Voor de waarschuwingen door de regering en het bedrijfsleven voor waarschijnlijke aanslagen op diplomaten, ambassades, Nederlandse militairen en Nederlandse ondernemingen in het buitenland geldt hetzelfde. Het is echter wel tekenend dat deze kritiek van premier Balkenende en de voorzitter van de werkgeversorganisatie VNO-NCW Wientjes op de uitspraken van Wilders pas komen op het moment dat de belangen van Nederlandse bedrijven in het buitenland gevaar lopen.
Wilders en andere radicaal-rechtse politici zoals Verdonk, Ayaan Hirsi Ali en wijlen Pim Fortuyn, hebben in Nederland immers jarenlang vrijuit hun racistische en nationalistische ideeën kunnen verspreiden. Wilders heeft onder andere gezegd dat de islam de meest intolerante religie is en dat de Koran een fascistisch boek is. Ook heeft Wilders opgeroepen tot een verbod op islamitische scholen, terwijl hij joodse en christelijke scholen geen probleem vindt. Bovendien wil hij een immigratiestop van inwoners uit moslimlanden. Deze islamofobie, de angst en afkeer voor alles wat met de Islam te maken heeft, is niets anders dan racisme in een iets ander jasje.
Zolang deze uitspraken een bijdrage leveren aan het verdelen van arbeiders op basis van nationaliteit, religie of cultuur hebben burgerlijke politici en werkgevers er geen probleem mee. Een bepaalde minderheid krijgt de schuld van de problemen, maar deze politici en kapitalisten veroorzaken de problemen. Ze kunnen zo hun politiek zonder veel weerstand uitvoeren. Maar als uitspraken van radicaal-rechtse politici de positie van de Nederlandse regering en het Nederlandse bedrijfsleven bedreigen, willen de werkgevers en de regering liever dat ze zwijgen.
Natuurlijk riepen zij niet op tot een verbod op deze film: de regering wil natuurlijk de illusie in stand houden dat we in een democratie leven waarin iedereen mag zeggen wat hij wil. Tegelijkertijd leven we echter in een maatschappij waarin zonder schaamte stakingen en protesten tegen het beleid van deze regering worden verboden. De vrijheid van meningsuiting die de regering naar de regering van andere landen toe heeft verdedigd, was zeker niet de vrijheid van ons, arbeiders/werklozen/jongeren, om onze mening over haar beleid en de racistische verdeel-en-heers politiek van Wilders en anderen te laten horen.
OFFENSIEF is er geen voorstander van om Wilders’ film te laten verbieden door een rechter of om hem enkel via de strafrechter te laten veroordelen voor racistische uitspraken. Deze rechters zijn benoemd door dezelfde regeringen die al tientallen jaren onze levensomstandigheden en arbeidsvoorwaarden verslechteren en de verspreiding van racistische ideeën toelaten. De pogingen van bepaalde ‘progressieve’ organisaties om enkel via de rechter racistische ideeën te bestrijden zijn wat ons betreft niet effectief.
Een krachtig en effectief instrument tegen het racisme van Wilders en andere rechtse politici is het organiseren van collectieve acties tegen racisme en extreem-rechts. Bij deze acties moeten zoveel mogelijk arbeiders, werklozen, gepensioneerden en jongeren worden betrokken, ongeacht hun afkomst, religie of cultuur. De vakbonden en de SP zouden hierin een leidende rol moeten spelen.
Onbegrijpelijk is dat de SP en de vakbonden hun achterban niet massaal in beweging heeft gebracht voor deelname aan de anti-racisme manifestatie van 22 maart. Het was voor de SP een uitstekende gelegenheid geweest om het blad de “SPANNING”, waarin het economische rechtse programma van Wilders duidelijk uit de doeken wordt gedaan, te verspreiden onder niet-leden. Vakbonden en SP maken een denkfout: een vuist maken tegen racisme is niet hetzelfde als het veroordelen van arbeiders die zo nu en dan eens vooroordelen hebben tegen bepaalde bevolkingsgroepen. Het vechten tegen racisme is juist ook het vechten tegen de verdeeldheid die erdoor wordt gecreëerd onder de arbeidersklasse in Nederland. Enkel gezamenlijke strijd van arbeiders van alle nationaliteiten, culturen en religies kan een einde maken aan de economische ongelijkheid veroorzaakt door het kapitalisme en aan racisme en discriminatie.
Dit is een artikel uit onze krant, Offensief-krant nummer 185:
Neem een abonnement voor maar 15 euro!
|