|
Peter Hadden overleed thuis op 5 mei 2010 en werd op 10 mei gecremeerd.
Hij overleed aan een kanker die hij de afgelopen drie jaar met al zijn
krachten had bestreden. Peter werd 60 jaar. We publiceren een in
memoriam over Peter Hadden op basis van toespraken door kameraden en
vrienden op de afscheidsplechtigheid. Offensief.nl publiceert een
vertaling hiervan en wil deze week hulde brengen aan Peter Hadden door
een aantal teksten die nooit eerder vertaald werden te publiceren in het
Nederlands.
Artikel door Kevin McLoughin
Deze tekst zal geen volledig beeld brengen van Peter Hadden, geen
enkel in memoriam kan dat. Het is een tekst op basis van de bijdragen
door vrienden en kameraden van Peter op zijn begrafenis en de
plechtigheid waarop zijn leven werd gevierd. Het gaat onder meer om
bijdragen door Philip Stott (Schotland), Stephen Boyd, Lucy Simpson,
Billy Lynn, Per-Åke Westerlund (Zweden), John Maguire (Visteon), Daniel
Waldron, Carmel Gates, Gary Mulcahy, Peter Taaffe, Kevin McLoughlin,
Ciaran Mulholland en Joe Higgins MEP.
Peter Hadden werd op 19 februari 1950 geboren in een protestants gezin
in de buurt van Strabane in het graafschap Tyrone. Hij groeide er op en
ging in het weekend vaak naar Donegal met zijn oudere broer David en
vrienden, zoals de jonge zanger Paul Brady. Als 18-jarige ging Peter
studeren aan de universiteit van Sussex in Engeland. De radicalisering
van 1968 en de internationale revolutionaire gebeurtenissen, ook in
Noord-Ierland, hadden een grote impact op hem. Peter sloot aan bij
Militant en was actief aan de universiteit tot hij begin jaren 1970
terugkeerde naar Noord-Ierland om er de rest van zijn leven te wonen,
het grootste stuk van zijn leven in Belfast.
Voor hij een voltijdse organisator van Militant/Socialist Party werd,
werkte hij kort als leraar en later voor de vakbond NIPSA. Zijn
voornaamste doel was om de socialistische beweging op te bouwen. Billy
Lynn, een activist die al jarenlang bij de Socialist Party en de vakbond
NIPSA, maakte dit duidelijk in zijn toespraak op de plechtigheid.
Toen Billy Peter voor het eerst ontmoette in mei 1975 was de eerste
kennismaking niet bepaald zachtaardig. Peter werd als voltijds
organisator van NIPSA opgedragen om Billy uit de zaal te zetten omdat
hij de rechtse vakbondsleiding aanviel en de bijeenkomst verstoorde.
Peter bracht Billy naar de uitgang maar begon meteen ook een discussie
die uiteindelijk drie dagen zou duren en ertoe leidde dat Billy lid werd
van Militant.
Toen Peter Hadden naar Noord-Ierland terug ging, had Militant wel een
paar contacten in het noorden maar niet veel meer. De opbouw van een
principiële socialistische organisatie van protestantse en katholieke
arbeiders en jongeren tegen de achtergrond van een brutaal sectair
conflict en verdeeldheid (in 1972 alleen vielen 500 doden) was een
moeilijke taak en dat is dan nog een onderschatting. Peter Taaffe stelde
op de plechtigheid dat de taak van Peter Hadden leek op een beklimming
van een besneeuwde Alpentop zonder ijspik. Ciaran Mulholland stelde dat
de vastberadenheid en koppigheid van Peter Hadden niet alleen zorgde
voor het opzetten van een organisatie maar ook voor het behoud ervan,
zeker ook in moeilijke periodes zoals de afgelopen 15 jaar.
Militant werd geduldig en op stevige politieke basis opgebouwd. Het
toonde het potentieel voor de bredere arbeiderseenheid waarvoor we
opkwamen door in haar rangen sommige van de beste klassenstrijders van
zowel protestantse als katholieke achtergrond te verenigen rond een
socialistisch programma. Tegen midden jaren '80 had Militant een sterke
en invloedrijke basis opgebouwd met haar werking in de Young Socialists
en met de strijd voor politieke vertegenwoordiging voor de arbeiders.
Er waren ook een succesvolle syndicale werking met tussenkomsten op de
werkvloer.
De verscherping van de sectaire spanningen in het midden van de jaren '80 en het verraad van de leiding van Labour en de vakbonden in het
Noorden en in Groot-Brittannië, aangevuld met de val van het stalinisme,
vormden de basis voor een moeilijke periode voor de arbeidersbeweging
en voor Militant, zowel in Noord-Ierland als internationaal.
De groei van Militant in de jaren '80, waarbij de rol van Peter Hadden
cruciaal was, bevat heel wat lessen voor vandaag en kan ons vertrouwen
geven en een eerste beeld van hoe een socialistische beweging in de
toekomst kan worden opgebouwd. Een centraal element in het politieke
leven van Peter was zijn analyse, programma en interventies over het
sektarisme en de nationale kwestie. Peter ontwikkelde ons programma over
de nationale kwestie om een echte weg vooruit aan te bieden voor de
arbeiders en jongeren van zowel protestantse als katholieke arbeiders.
Peter leidde de organisatie en veel activisten meermaals door
moeilijke tijden. Toen het schijnbaar onmogelijk leek om een weg vooruit
te zien, keek Peter steeds verder en duidelijker dan wie dan ook
en kwam hij met een benadering en programma dat ingang vond bij
arbeiders van zowel protestantse als katholieke achtergrond. Zijn ideeën
en benadering doorstonden de tand des tijds en zijn vandaag nog
belangrijker vanwege de verscherpte sectaire tegenstellingen die
zijn ontstaan als resultaat van het zogenaamde “vredesproces.”
Peter stelde dat de campagnes van de IRA met hun bommen en
schietpartijen niet zouden leiden tot een terugtrekking van het Britse
leger of tot een verenigd Ierland. Peter voorspelde dat het zou
mislukken en dat we er een grote prijs voor zouden betalen met een
diepere sectaire opdeling in de samenleving.
Hij maakte duidelijk dat er een “conflict van nationale aspiraties” was
in Ierland en dat de protestanten in het Noorden zich steeds zouden
verzetten tegen een kapitalistisch verenigd Ierland omdat ze terecht
vrezen dat dit zou betekenen dat ze als minderheid zouden worden
gediscrimineerd, net zoals de katholieken in het noorden worden
gediscrimineerd. Het eerste obstakel voor een verenigd Ierland was niet
zozeer de aanwezigheid van het Britse leger zoals de Republikeinse
beweging dit stelde, maar wel het verzet van een miljoen protestanten.
Stephen Boyd vatte de visie van Peter samen met een citaat uit het boek
“Troubled Times”: “Socialisme betekent dat de sleutelsectoren en
diensten in publiek bezit worden genomen en democratisch worden beheerd
waarbij de behoeften en niet de winst centraal staan. Het betekent dat
er geen elite met privileges is, maar enkel het recht van de bevolking
zelf om over hun belangen te beslissen. Het betekent het creëren van een
internationale gemeenschap, een eenheid op basis van respect voor
verschillen waarbij de rechten van alle nationaliteiten en minderheden
worden gegarandeerd. Het is de eenheid van de arbeidersklasse die wordt
opgebouwd in de strijd voor zo’n samenleving die een oplossing zal
bieden voor het nationale probleem in Ierland.”
Peter lag niet alleen aan de basis van een programma op papier, maar hij
streed ook in de praktijk tegen sectarisme. Hij bracht samen met zijn
kameraden ons programma over de nationale kwestie met strijd tegen
sectarisme en voor arbeiderseenheid naar voor binnen de vakbonden, op de
werkvloer en in de wijken. Onze kameraden waren op plaatsen waar
niemand bereid was om op te komen voor arbeiderseenheid en socialisme.
Soms deden we zaken die angstaanjagend waren, maar de angst was altijd
kleiner omdat Peter naast ons stond.
De cynici en de bureaucraten stelden dat een politieke benadering in de
vakbonden de verdeeldheid zou opdrijven, maar gewone arbeiders steunden
onze benadering van klasseneenheid en onze campagnes om de beweging te
versterken en duidelijk te maken dat er een echt alternatief bestaat op
de sectaire partijen.
Peter en onze kameraden in de NIPSA lagen mee aan de basis van de
traditie van arbeidersstakingen tegen dreigementen of aanvallen door
paramilitairen. Er waren heel wat van dergelijke stakingen en dat zorgde
ervoor dat de vakbonden massale arbeidersmobilisaties moesten opzetten
waardoor druk werd gezet op de sectaire en paramilitaire krachten en
meermaals werd vermeden dat een nieuwe burgeroorlog ontstond. Toen het
IRA in 1996 het staakt-het-vuren beëindigde, werd de slogan van Peter en
de partij - “No going back” - overgenomen door arbeiders doorheen heel
Noord-Ierland.
Het geschreven materiaal van Peter over de nationale kwestie vormt een
belangrijke bijdrage voor het begrip van marxisten rond deze belangrijke
kwestie. Het gaat onder meer om volgende brochures/boeken: Common
Misery Common Struggle (1980), Divide and Rule - Labour and the
partition of Ireland (1980), Beyond the Troubles (1994), Troubled Times -
The National Question in Ireland (1995) en Towards Division Not Peace
(2002).
Peter was toen hij overleed nog aan het schrijven aan een boek dat
inging op de periode van 1968 tot 1972 waarmee hij arbeiders en jongeren
wou waarschuwen voor fouten uit het verleden, in het bijzonder de rol
van de vakbondsleiding. Tijdens de periode van de Troubles was
Noord-Ierland een belangrijk discussiepunt binnen de linkerzijde. Velen
steunden de campagne van de Provisional IRA. Verschillende generaties
van CWI-leden zijn rond dit thema de discussie en het gevecht in hun
eigen arbeidersbeweging aangegaan op basis van de scherpe analyses van
Peter Hadden.
Zijn benadering van de nationale kwestie vormde ook een hulp voor
socialisten en activisten die met nationale of etnische verdeeldheid te
maken hadden, onder meer in België, Sri Lanka, Kasjmir, Schotland en
zelfs in China. Het eerste materiaal dat Chinaworker naar het Chinees
vertaalde, omvatte onder meer een tekst van Peter Hadden over de
nationale kwestie.
Peter was een theoreticus, maar geen saaie academicus. Hij was een
activist in de arbeidersbeweging en had een palmares van strijd. Hij had
een enorm begrip van het marxisme en de marxistische methode omdat hij
dit uittestte en toepaste in de meest extreme omstandigheden. Hij zag de
eenheid tussen theorie en actie en kon snel praktische politieke
conclusies te trekken en de nodige volgende stappen aangeven, zelfs als het om erg complexe politieke thema’s ging. Hij had een sterk
aanvoelen van gebeurtenissen, strijd en sfeer onder de arbeiders. Hij
kon uit iedere ervaring lessen trekken en dit gaf hem een enorm inzicht
en duidelijkheid, wat vaak van cruciaal belang zou zijn in
strijdbewegingen doorheen de jaren.
Gary Mulcahy benadrukte de rol van Peter in de zes jaar durende strijd
voor rechtvaardigheid van de stakende arbeiders van de luchthaven van
Belfast. Die arbeiders moesten ingaan tegen hun eigen vakbondsleiders
die hadden meegewerkt aan hun ontslag. De Socialist Party en Peter in
het bijzonder kregen heel wat kritiek, maar ze bleven aan de kant van
deze arbeiders staan en ze bleven hen helpen in hun strijd.
De stakersposten en acties van de arbeiders zorgden ervoor dat er
aandacht was voor hun strijd, maar Peter’s hulp was cruciaal. Met
publieke activiteiten, pamfletten en persverklaringen die hij schreef
(soms op dagelijkse basis) werd de rol van de vakbondsleiding
publiekelijk aangeklaagd en werd een enorme druk op hen gezet om tot een
akkoord te komen. Het was als een schaakspel waarbij Peter en de
arbeiders het moesten opnemen tegen de vakbondsleiding van Unite en alle
middelen waarover zij beschikten. Iedere zet werd
afgeblokt door Peter en uiteindelijk moesten ze toegeven. Het verhaal
van deze belangrijke overwinning wordt gedaan in de brochure “Defending
real trade unionism - A reply to Unite leaders' slanders and lies” die
Peter in 2008 schreef.
John Maguire, een delegee die mee leiding gaf aan de bezetting van
Visteon, bracht een hartverwarmend eerbetoon aan Peter en zijn partner
Susan. Hij zei dat velen hebben geprobeerd om de eer van de overwinning
op te eisen, maar dat het de arbeiders zelf en de Socialist Party waren
die de overwinning mogelijk hebben gemaakt. “Ik zal Peter en Susan en
iedereen van de Socialist Party steeds dankbaar zijn voor hun hulp.
Telkens ik naar huis ga en mijn familie en kinderen zie, weet ik wie me
heeft geholpen om vast te houden aan het leven dat ik had voor Visteon
besliste om de fabriek te sluiten.”
Peter woonde dan wel in Noord-Ierland, hij speelde ook een grote rol in
de partij in het Zuiden van Ierland. Hij was actief in iedere
verkiezingscampagne en speelde een belangrijke rol in het bijstaan van
alle belangrijke strijdbewegingen waarin we betrokken waren, onder meer
tegen de belasting op vuilniszakken, de strijd voor gelijke lonen bij GAMA
of de strijd van het personeel bij de vakbond BATU in Dublin, om maar
enkele voorbeelden van de laatste jaren aan te halen.
Hij was altijd beschikbaar om hulp en advies te bieden, onder meer voor
Joe Higgins toen die de enige “echte oppositie” vormde in het Ierse
parlement. Europarlementslid Joe Higgins stelde op de plechtigheid dat
Peter de afgelopen decennia een reus was waarop wij ons konden baseren.
Peter Hadden was een stichtend lid van het CWI in 1974. Als
leidinggevend lid van onze internationale bracht hij verschillende
belangrijke bezoeken aan afdelingen in onder meer Italië, Nigeria,
Israël/Palestina, Tsjechië, Griekenland, Schotland, Australië, België en
de VS.
De positieve rol van Peter op verschillende kameraden en afdelingen van
het CWI is enorm groot. Per-Ake Westerlund van de Zweedse afdeling
Rättvisepartiet Socialisterna, wees op de bijzonder rol van Peter Hadden
voor onze internationale. Bij een bezoek aan Zweden begin jaren '80
had hij het over de verhouding tussen leiding en autoriteit waarbij hij
stelde dat autoriteit niet iets is dat wordt opgelegd, maar enkel kan
voortkomen uit de kwaliteit van een politieke bijdrage, autoriteit moet
je verdienen. Peter Hadden had zo’n autoriteit bij heel wat CWI-leden.
Peter was een grote liefhebber van de voetbal en een supporter van de
Noord-Ierse ploeg. Hij was fan van George Best die volgens Peter poëzie
schreef met zijn voeten. Hij vond het fantastisch dat arbeidersjongeren
een uitlaatklep vonden voor hun talent en op die manier voorbij de
onderdrukking van het dagelijkse leven onder het kapitalisme konden
kijken. Peter was ook een goede kok en las veel, van alle mogelijke
politieke boeken tot Zweedse krimi-reeksen. Op muzikaal vlak was hij een
enthousiaste fan van Paul Brady, Van Morrisson, Bob Dylan en Steve
Earle. Het laatste concert dat hij in september in Belfast zag, was dat
van Steve Earle. Om de pijn te verdrijven, had Peter voldoende
medicamenten genomen om een olifant dood te slagen, maar dit concert zou
hij niet missen.
Ondanks al zijn verwezenlijkingen bleef Peter steeds een bescheiden
persoon. Philip Stott stelde dat Peter had gezegd dat hij op zijn
begrafenis enkel de feiten van zijn leven en werk aan bod wou laten
komen. Hij wou geen overdrijvingen. Een overdreven eerbetoon zou zijn
rol verwrongen weergeven. Dat is hoe Peter tegen de zaken aankeek.
Hij toonde steeds opnieuw een bereidheid tot zelfopoffering voor het
socialisme en voor zijn kameraden. Hij was eerlijk en rechttoe rechtaan,
als het politiek nodig was kon hij erg scherp zijn. Maar in essentie
was hij erg genereus en gaf hij steeds het beste van zichzelf zowel qua
tijd als qua hulp. Cynisme op politiek of persoonlijk vlak bestond niet
voor Peter. Respect en een positieve aanmoedigende positie, in het
bijzonder tegenover jonge kameraden, waren kenmerkend voor hem. In het
kort gezegd: Peter Hadden was een erg ontwikkelde mens die erg politiek
en erg principieel was.
Zoals veel andere arbeiders werd Peter het slachtoffer van een slecht
functionerend gezondheidssysteem dat veel te laat was bij de diagnose en
behandeling. Peter verdiende het niet om af te zien zoals hij dit heeft
gedaan als gevolg van zijn ziekte. Maar ook tijdens zijn ziekte bleef
hij ongelofelijk sterk en waardig. Hij probeerde te blijven werken en
schrijven tot op het einde. Susan, de partner van Peter sinds vele
jaren, heeft ook deze kwaliteiten en stond Peter steeds bij op
ogenblikken dat dit absoluut niet voor de hand lag. Ook Susan is een
inspiratie voor veel kameraden.
Peter was een trotse vader van zijn zonen Stephen (18) en Owen (15). We
weten dat ze het respect op de herdenking van hun vader apprecieerden en
we hopen dat dit troostend is en een bron van trots voor hun vader.
Peter werd ook overleefd door zijn oudere broer David, dienst vrouw
Lucille, hun dochter Kathy en zoon David, alsook door Mary, de moeder
van Stephen en Owen.
De bijdrage van Peter Hadden voor de arbeidersklasse van het Noorden en
van Ierland als geheel, was van historisch belang. Het heeft het
marxistisch begrip in dit land groter gemaakt. Hij was internationaal
een van de meest capabele leiders en voormannen van de arbeidersbeweging
en voor het socialisme die voortkwam uit de radicalisering en strijd
van eind jaren 1960.
Het is spijtig dat Peter heel zijn leven tegen de stroom in moest gaan.
Iedereen die hem kende, weet ongetwijfeld dat Peter bij een massastrijd
en revolutionaire kansen in staat zou zijn geweest om de situatie
theoretisch, politiek en tactisch te vatten en daarbij een cruciale rol
te spelen om socialistische verandering te verkrijgen. Een kameraad stelde
dat hij graag “Peter in actie zou gezien hebben in de komende periode.”
Dat hadden we allemaal gewild en zijn verlies komt hard aan. Maar hij
laat ons een levendige analyse na en een methode die we kunnen gebruiken
om alle obstakels te overkomen en te bouwen aan een sterke beweging in
de maanden en jaren die voor ons liggen. Dat is dan ook wat we zullen
doen.
Toen de lijkkist van Peter uit zijn huis in Dunmurry werd weg gedragen,
hing er een rode vlag over. Zijn kameraden, familie en vrienden brachten
de kist van het huis van Peter naar het crematorium in Roselawn. Bij
het definitieve afscheid werd de Internationale gezongen, het lied van
de internationale arbeidersklasse voor wie Peter heel zijn leven heeft
gestreden. Bedankt Peter voor je ongelofelijke leven.
|